Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Staat en Maatschappij.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Staat en Maatschappij.

8 minuten leestijd

Aan den kapstok.

De vorige week heeft in Zwolle de stemming plaats gehad over Kerkeraad of Kiescollege. Er werden 3139 stemmen uitgebracht waarvan er 3101 geldig waren. Voor den kerkeraad spraken zich 2001 lidmaten uit, voor het kiescollege 1100.

Op zichzelf beschouwd zouden wij op dit bericht, dat in de bladen te lezen is, in deze rubriek niet de aandacht vestigen, ware 't niet dat in verband met deze stemming iets zeer merkwaardigs heeft plaats gehad. Het mag als bekend geacht worden, dat de „kerkelijke" toestand te Zwolle deze is, dat de overgroote meerderheid van de leden van den kerkeraad uit vrijzinnigen bestaat en dat een der predikanten aldaar de bekende socialistische voorman Ds. S. K. Bakker is.

Voor deze stemming nu is van beide zijden èn van rechtzinnige én van vrijzinnige richting een krachtige actie uitgegaan. De modernen organiseerden zelfs aan den vooravond van den stemmingsdag eene groote meeting, waarin verschillende sprekers o.a. Ds. S. K. Bakker het woord voerden.

Merkwaardig was nu de wijze waarop de Sociaal-democraat het voor den kerkeraad en tegen het kiescollege opnam. Spreker zou, zoo meldt de Zwolsche Courant, deze vraag behandelen: „Komt bij den kerkeraad de democratie in 't gedrang? " Men had, zoo ving Ds. Bakker zijn rede aan, hem gezegd, dat het een moeilijk ding voor hem zou zijn te spreken op dezen avond, omdat hij recht zou moeten praten, wat krom is.

Of Ds. Bakker er in geslaagd is, om het „kromme" recht te maken, laten wij aan het oordeel over van hen, die ter vergadering de rede hebben aangehoord; het verslag in de Zwolsche Courant geeft ten deze niet die helderheid van betoog, welke het mogelijk maakt, om eenige conclusie te trekken.

Maar afgezien hiervan lijkt het ons wonderlijk, dat een Sociaal-democraat op zijn standpunt, dat niet anders kan wezen, dan dat aan het volk een zoo groot mogelijke invloed op de verkiezing der bestuurscolleges worde toegekend, het voor den kerkeraad opneemt, terwijl hij het kiescollege afwijst.

Een kerkeraad, op wiens samenstelling de lidmaten der gemeente in geen enkel opzicht eenigen invloed kunnen uitoefenen, moet voor een strijder voor het algemeen kiesrecht al een heel conservatief college zijn, dat liever vandaag dan morgen moet verdwijnen.

Doch zoo schijnt de Sociaal-democraat, als hij vrijzinnig predikant is, er niet over te denken.

Als het om behoud van de macht gaat, wordt het eerste burgerrecht, dat, naar socialistisch begrip, den Nederlander toekomt, „het kiesrecht" aan den kapstok gehangen.

Het standpunt van Ds. Bakker is wel merkwaardig.

Vrijheid en verdraagzaamheid.

Eerst dr. Noordtzij en nu Jhr. mr. B. C. de Savornin Lohman.

Twee hoogleeraren van Gereformeerde richting achter elkander aan de Utrechtsche Hoogeschool benoemd, dat is voor de vrijzinnigen haast niet om dit te verdragen.

Onze lezers zullen ook van de laatste benoeming hebben kennis genomen.

Een jeugdige rechtsgeleerde, nog pas 29 jaar oud, die in 1910 op een proefschrift cum laude promoveerde, werd buiten de voordracht van curatoren om door den Minister van Binnenlandsche Zaken aan de Koningin voorgedragen, om de opvolger van prof. dr. de Louter te worden, in de vakken van de wijsbegeerte van het recht en van het staats en administratief recht.

De liberale pers acht deze benoeming een partij benoeming te zijn van de ergste soort. Immers de heer de Savornin Lohman is Gereformeerd.

Hoe fel men ook tegen deze benoeming van liberale zijde te keer gaat, blijkt hieruit, dat het Utrechtsch Dagblad haar een klap in het aangezicht der wetenschap en eene beleediging van de rechtsgeleerde faculteit en van de curatoren der Utrechtsche hoogeschool noemt. Voor niemand kan het verborgen zijn — zóo schrijft het blad verder — dat aan de Utrechtsche Hoogeschool de laatste jaren èn in de faculteit der godgeleerdheid èn nu in die der rechtswetenschap, tot hoogleeraar mannen zijn benoemd uitsluitend om ' hunne politieke overtuiging, zonder dat zelfs de vraag overwogen is of de benoemden ook geschikt, laat staan gewenscht waren voor hun taak.

Voor een liberaal is natuurlijk de benoeming van een man van Gereformeerde richting een politieke benoeming: De benoemde is daarbij, gelijk van zelf spreekt, niet geschikt en ook niet gewenscht. Wil men daarvan nader bewijs, dan kan men djt bewijs vinden in de benoeming van de professoren Dr. Visscher, Dr. van Leeuwen en Dr. Noordtzij-bij de Theologische faculteit en laatst weer bij de rechtsgeleerde faculteit van mr. de Savornin Lohman; alle partijbenoemingen, zoo orakelt het Utrechtsch Dagblad. En daaraan moet een einde komen,

„Wie thans ooren heeft om te hooren, die hoorel" roepe het blad uit en besluit dan met dezen oproep ten strijde: „Moge deze benoeming zelfs de meest-lauwe en onverschillige vrijzinnigen in den lande de oogen openen voor het gevaar, waarin het land en het erfgoed van onze voorvaderen, de vrijheid en de verdraagzaamheid, verkeert en moge dan ook dit geval er toe bijdragen om eindelijk met alle macht en kracht den kamp aan te binden tegen den erfvijand van verlichting en vrijheid tegen het clericalisme in Nederland".

Van vrijheid en verdraagzaamheid gesproken. Het past den vrijzinnigen wel daarvan te reppen.

Een medewerker schrijft ons:

De benoeming van Jhr. Mr. B. C. de Savornin Lohman.

Het is wederom de benoeming van een hoogleeraar aan de Utrechtsche Hoogeschool, ditmaal eene in de jurische faculteit, die het onderwerp uitmaakt van een heftige persdiscussie, waarbij verschillende liberale bladen als om strijd de groote trom roeren. Men kan het niet zetten, dat er wederom iemand van Gereformeerde beginselen benoemd is en nu vraagt men zich met schrik af, of langzamerhand heel de Utrechtsche Universiteit moet worden gecalviniseerd.

Het „ Utrechtsch Dagblad" staat ouder gewoonte vooraan in den strijd. Het is nu negen jaar geleden, dat er door dit orgaan de felste critiek werd uitgeoefend op de benoeming van Dr. Visscher tot hoogleeraar in de theologische faculteit. Er was geen kwestie van, dat die man ook maar in de verste verte voor zijn taak berekend kon geacht worden, maar hij was Calvinist — natuurlijk zijn eènige aanbeveling, 't Was daarom een partijbenoeming in den slechten zin des woords.

Een drietal jaren geleden evenwel onderwierp de toenmalige hoofdredacteur Mr. Valckenier Kips — thans hoogleeraar te Delft — „Het Levensprobleem" van Prof. Visscher aan een uitvoerige bespreking. Hij eindigde met de erkenning, dat Prof. Visscher bewezen had niet alleen kerkhistoricus te zijn, maar door deze oratie ook, dat hij terdege recht van meespreken had op biologisch gebied.

Dit feit nu had den tegenwoordigen hoofdredacteur eenigszins voorzichtig moeten stemmen, wanneer hij in genoemd dagblad schrijft:

De studietijd van den thans benoemden hoogleeraar ligt nog te versch in het geheugen, dan dat men in universitaire kringen niet nog levendig zich zou herinneren, dat de jonge hoogleeraar in geen enkel opzicht bepaald „uitblonk", maar dat hij in zijn kring wèl bekend stond als een buitengewoon fel partijganger voor de beginselen der Calvinistische partij.

Het zou wel eens kunnen zijn, dat er voor genoemd blad een da capo ten dezen opzichte is weggelegd en dat het over enkele jaren het oordeel zal herroepen, dat het thans over Jhr. Mr. B. C. de Savornin Lohman velt, gelijk het dit eenmaal tegenover Prof. Dr. H. Visscher heeft gedaan. Het zou dan tot zijn schande herinnerd worden aan het dier, dat zich niet tweemaal aan één steen stoot.

Nu zijn wij leeken op juridisch gebied, maar we meenen toch even in herinnering te mogen brengen, dat Mr. C. Pijnacker Hordijk, Mr. W. van der Vlugt en Jhr. Mr. D. G. Rengers Hora Siccama e. a. ook tot professor werden benoemd zonder dat zij, gelijk Jhr. Dr. Mr. de Savornin Lohman, naar wij meenen, iets meer dan hun dissertatie in het licht hadden gegeven en er is, voor zoover wij weten, op hun benoeming een zoo felle critiek niet uitgeoefend, dat zij zelfs gekwalificeerd werd tot een partij benoeming (hetgeen dan ook bij Prof. Rengers Hora Siccama niet het geval kon zijn.

Er kan verschil over bestaan, wanneer iemand geacht kan worden in een of ander vak uit te blinken. De „N. R. Ct." onlangs zei van Dr. A. Kuyper, dat hij „een theoloog was niet zonder talent" (let wel!) maar hij, die aan het meesterwerk van Dr. A. Kuyper een principieele en uitvoerige critiek heeft gewijd, noemde in 't bijzonder het tweede deel ervan: geniaal.

Nu is het wel terdege bekend, dat de pas benoemde hoogleeraar reeds als student blijken gaf iemand te zijn van grooten aanleg. De uiting van den nu overleden Prof. Hamaker aangaande Jhr. Mr. de Savornin Lohman was ons onbekend, maar een der thans nog levende meest hervorragende leden van de juridische faculteit der Utrechtsche Hoogeschool moet eens tot den jongen professor hebben gezegd — zoo hebben we meermalen uit goede bron gehoord — mijnheer Lohman, u bent een geboren jurist.

Hetgeen wij van hem weten geeft ons goeden grond te verwachten dat hij, die in alles het sprekend evenbeeld is van zijn grooten oom, op den katheder een uitnemend figuur zal maken en wanneer hij — gelijk het Utrechtsch Dagblad verwacht — over enkele jaren ook in dit opzicht zijn oom zal navolgen door „als hoogleeraar een eenigszins onnatuurlijken dood te sterven", maar nu om tot een andere — misschien tot een hoogere —-waardigheid te zullen worden geroepen, dan wenschen wij hem toe dat hij èn als professor èn in 's lands vergaderzaal pal moge staan niet alleen voor de „beginselen die leven in den boezem der rechterzijde", maar ook in 't bijzonder voor de Gereformeerde belijdenis, als den oorsprong en den waarborg van „Gezag en Vrijheid."

Heil den nieuwen professor!

Dit artikel werd u aangeboden door: de Gereformeerde Bond

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 oktober 1912

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Staat en Maatschappij.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 oktober 1912

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

PDF Bekijken