Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Staat en Maatschappij.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Staat en Maatschappij.

6 minuten leestijd

Alleen het beginsel.

De verkiezing, welke in het begin van deze week te Ommen ter voorziening in de vacature van Dr. Kuyper plaats had, heeft, zooals te verwachten was, groote belangstelling getrokken.

Die belangstelling gold niet zoozeer de vraag of dit district, dat sinds vele jaren door een antirevolutionair vertegenwoordigd werd, voortaan een vrijzinnige zou afvaardigen, daarop bestond toch geringe kans, gelijk de cijfers van den uitslag hebben aangetoond, maar of de Antirevolutionair plaats zou moeten maken voor den Christelijk-Historische.

Wel had het Hoofdbestuur en het Provinciaal bestuur der Christelijk-Historischen — en wij brengen dien besturen daarvoor een woord van lof — geadviseerd om niet den Christelijk-Historischen maar den antirevolutionairen candidaat te stemmen. Maar men kon niet weten. Naast Mr. van de Vegte, den Antirevolutionair, stond Mr. Mackay, de Cnristelijk-Historische en het was bekend, dat verschillende predikanten van de Ned. Herv. Kerk zich voor de candidatuur van laatstgenoemde spanden, om die te doen slagen.

Dat nu de vrees niet ijdel is geweest, dat de verkiezing van den Antirevolutionair gevaar zou loopen, blijkt wel uit het stemmental, dat de heef Mackay verkreeg. Dit stemmental was zoo hoog, dat thans de beide rechtsche candidaten met elkander in herstemming komen.

Het ligt niet in onze bedoeling om de motieven na te gaan, die vele kiezers er toe geleid hebben hun stem te geven aan den Christelijk-Historischen candidaat, die zelfs voor de candidatuur bedankte. Het verkiezingsbiljet dat ten zijnen gunste werd rondgezonden en waaraan tal van predikanten hebben medegewerkt, bevatte de mededeeling dat de candidaat was tegen de tariefwet. Daarover nu zeggen we niets, maar waarover wij wel iets moeten in het midden brengen is, dat ook als aanbeveling van den heer Mackay verklaard werd, dat hij behoort tot de Ned, Herv. Kerk. De aanbeveling op dien grond had achterwege moeten blijven. In de eerste plaats hierom, omdat het lidmaatschap van de N. H. K. bij een Kamerverkiezing niet in aanmerking moet komen en in de tweede plaats omdat het niets zegt of men Ned. Herv. is, wanneer dit lid-zijn van die Kerk niet nader wordt aangeduid. Bovendien past zulk eene aanbeveling van de kerkelijke overtuiging van den candidaat niet, omdat het heel goed bekend is, dat de antirevolutionaire partij in geen enkel opzicht de Hervormden bij de kerkelijk gereformeerden achteruit zet. Door de antirevolutionaire partij wordt niet naar de kerkelijke gezindheid van den candidaat gevraagd. Is zij in sommige gevallen daartoe verplicht, dan heeft de Hervormde altijd nog een streepje voor bij hem, die tot de Gereformeerde Kerk behoort.

Nog onlangs vestigde men er onze aandacht op, dat het geheele bestuur der antirevolutionaire Kamerclub uit Hervormden bestaat, wat men van de Christelijk-Historische Kamerclub niet zeggen kan.

Maar wat doet dit er ook eigenlijk toe?

Wat we alleen hebben te vragen is: welke zijn de beginselen die de candidaat is toegedaan ?

Met het op den voorgrond stellen van de kerkelijke overtuiging van den candidaat, geraken de beginselen naar den achtergrond.

En dit moet voorkomen worden.

Anders wordt de Kamerverkiezing meer een kerkelijke dan een politieke verkiezing.

Inconsequentie.

Het Weekblad voor de Vrijzinnige Hervormden is het in zijn nummer van 17 October niet eens met hetgeen wij onlangs schreven over de houding van den socialistischen predikant Ds. S. K. Bakker te Zwolle bij gelegenheid van de stemming in die gemeente over de vraag: Kerkeraad of Kiescollege ?

Wat wij toen schreven noemt het blad: „oppervlakkige verdachtmaking."

Onze lezers zullen zich herinneren, waarover de zaak loopt.

In eene samenkomst, die aan den vooravond der stemming te Zwolle gehouden werd, trad Ds. Bakker voor de stemgerechtigde leden der gemeente op. In die vergadering werd de stemming van den volgenden dag besproken en werd door Ds. Bakker aan de kiezers het, advies gegeven om het vóór den Kerkeraad en tegen het Kiescollege op te nemen.

Over dat advies spraken wij onze verbazing uit.

Immers, zoo redeneerden wij, als het gaat om het uitoefenen van den meest mogelijken invloed door het volk op het samenstellen van een bestuurscollege, is het haast ongeloofelijk, wanneer men uit den mond van een sociaal-democraat de voorkeur hoort geven aan een Kerkeraad boven een Kiescollege.

Alleen zoo het om het bereiken van een nevendoel gaat — hier het behoud van de macht der vrijzinnigen in de Kerk — is zulk een advies begrijpelijk, maar dan schuift men daarmede tegelijkertijd het beginsel van de toekenning van den volksinvloed op den gang van zaken ter zijde.

Dat we op zulk eene inconsequentie van een sociaal-democraat, die onder de vanen van het algemeen kiesrecht optrekt, wezen, noemt het Weekblad voor de Vrijzinnige Hervormden oppervlakkige verdachtmaking.

Het is onzin, zoo beweert het weekblad, dat een sociaal-democraat of ander voorstander van algemeen kiesrecht daarmede in strijd handelt, als hij in bestaande gevallen machtiging van den Kerkeraad verkiest boven instelling van een Kiescollege.

Juist, geachte redactie van het Weekblad, over dit laatste punt loopt de zaak.

Als algemeenen regel — zoo schrijft ge — wordt machtiging van den Kerkeraad niet verkozen boven instelling van een Kiescollege, maar bestaande omstandigheden kunnen het verkieselijk maken, dit wel te doen.

En zoo staan de zaken in Zwolle. De macht berust daar ter plaatse in handen van den vrijzinnigen Kerkeraad, en die macht behoort in het bestaande geval in die handen te blijven.

Maar nu de vraag waarom het gaat. Wanneer het duidelijk aangetoond wordt, dat bij het instituut van het Kiescollege de invloed van de stemgerechtigde leden grooter is dan bij machtiging van den Kerkeraad, hangt men dan zijn beginsel, dat er op gebaseerd is dat aan het volk de meest mogelijke invloed worde toegekend, niet aan den kapstok ?

En het zal wel niet moeilijk zijn om aan te toonen, dat in het oog van dezen sociaaldemocraat, wanneer het om de verbreking van dien invloed gaat, de Kerkeraad het moet afleggen bij het Kiescollege.

Reeds dit eene argument lijkt ons alleszins voldoende, dat bij het machtigen van den Kerkeraad de stemgerechtigde leden het recht van het kiezen van ambtsdragers voor den tijd van tien jaar uit handen geven, terwijl zij bij de instelling van een Kiescollege die verkiezing in eigen handen houden, en elk jaar opnieuw van hun gevoelen kunnen doen blijken.

Wordt dit groote verschil niet begrepen, dan geven wij het op om het de redactie van het Weekblad nog duidelijker voor te stellen.

Hier is geen verdachtmaking in het spel, alleen diende gewezen te worden op inconsequentie van een strijder voor het algemeen kiesrecht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 oktober 1912

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Staat en Maatschappij.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 oktober 1912

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

PDF Bekijken