Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Staat en Maatschappij.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Staat en Maatschappij.

5 minuten leestijd

Niet veranderd.

Bij het begrootingsdebat heeft de benoeming van Dr. Noordtzij tot hoogleeraar te Utrecht, zoowel in de stukken als bij de openbare beraadslagingen een punt van bespreking uitgemaakt.

Onomwonden sprak de, Minister van Binnenlandsche Zaken het uit dat hij het billijk achtte dat waarlijk wetenschappelijke mannen van Gereformeerde richting ook aan de hoogeschool bun stem kunnen doen hooren.

Op de vraag, die tot den Minister. werd gericht, of hij niet vergat dat de Utrechtsche studenten in de theologie studeeren om te worden opgeleid en voorbereid tot leeraar in de Hervormde Kerk, antwoordde de Minister, dat hij gaarne op grond van den historisch geworden toestand met de bestemming wilde rekening houden, doch de Minister meende dat wanneer iemand tot professor wordt aangenomen, wiens belijdenis overeenkomt met de belijdenis der Hervormde Kerk, dit voor de Kerk niet schadelijk kan wezen. Wel zou de stelling kunnen worden aanvaard, zoo betoogde Mr. Heemskerk, dat iemand wiens richting niet overeenkomt met de belijdenis van de Hervormde Kerk, geen onderwijs zal mogen geven aan aanstaande leeraren in de Hervormde Kerk, doch de omstandigheid, dat bij geen lidmaat is van die Kerk, beeft met het onderwijs, dat deze hoogleeraar beeft te geven absoluut niets te maken.

Wij zijn het met deze beschouwing van den Minister van Binnenlandscbe Zaken geheel eens.

Dat echter niet alle leden van de Kamer met de woorden van den Minister instemden, bleek nader, uit de woorden van Dr. de Visser den afgevaardigde van Leiden.

Na verklaard te hebben, dat hij over de positie van de theologische faculteit krachtens de wet van 1876, bestendigd bij de wet-Kuyper niets zeggen zou, zeide de leider der Christelijk-Historischen:

„Maar ik wil wel erkennen, dat ik mij niet aan den indruk kan ontworstelen, dat op deze benoeming (de benoeming van Dr. Noordtzij) invloeden hebben ingewerkt, wier werking ik pernicieus acht op staatkundig gebied. Wanneer ik hier mededeel, wat ik in het orgaan De Heraut vóór de benoeming heb gelezen, dan zal men mij het zooeven gezegde niet euvel duiden. In het nummer van 12 Mei lees ik: „Het is het Ministerie-Kuyper geweest, dat tegen de voordracht der theologische faculteit in, den eersten Gereformeerden theoloog prof. Dr. H. Visscher aan de Koningin tot benoeming voordroeg. Daardoor werd een bres geschoten in het bolwerk, dat tegen de Gereformeerden was opgericht." — Nota bene: de theologische faculteit, gesanctionneerd bij de wet van 1876, zou een bolwerk zijn, tegen de Gereformeerden opgericht! — „En dat thans de theologische faculteit te Utrecht Dr. Noordtzij op de voordracht plaatste, is zonder eenigen twijfel wel mede aan den invloed van dezen Gereformeerden theoloog te danken."

Wanneer ik dat lees, kan mijn conclusie geen andere zijn dan dat er bij deze mannen, ik zeg niet bij dezen Minister, (Minister Heemskerk) een streven is om de theologische faculteit te Utrecht te maken tot een Gereformeerde faculteit. In dit vermoeden word ik bevestigd, niet alleen hierdoor, dat Dr. Kuyper wel degelijk om die reden Dr. Visscher tot hoogleeraar benoemde, maar dat ook daarna Dr. van Leeuwen om dezelfde reden is benoemd. Kan men de conclusie ontgaan, dat bij de benoeming van Dr. Noordtzij hetzelfde het geval was en niet alleen geschiktheid en bekwaamheid hebben beslist? "

Dr. de Visser vergunne ons de opmerking, dat als wij ons goed berinneren. Dr. van Leeuwen niet op voordracht van Minister Kuyper maar op voordracht van Mr. Heemskerk benoemd werd.

Naar bet oordeel van den Leidschen afgevaardigde zou bij de benoeming van Dr. Noordtzij niet diens bekwaamheid en geschiktheid hebben voorgezeten, maar zou zijne benoeming zijn uitgelokt op grond van de Gereformeerde gezindheid van den Kampenschen doctor.

Het wil ons voorkomen dat Dr. de Visser geen recht had om zonder meer deze conclussie te trekken.

Maar blijkt uit heel zijn bitter gestemde rede niet, dat de tegenzin, waarvan de Leidsche afgevaardigde hier blijken geeft, alleen voortspruit uit de omstandigheid, dat aan de Utrechtsche Universiteit een Gereformeerd man tot boogleeraar werd benoemd?

Naar de meening van Dr. de Visser was er een andere deskundige, die veel meer aanspraak kon maken op eene benoeming dan degene die ter benoeming werd voorgedragen. Hij zeide dan ook, dat het hem een raadsel bleef, „waarom de Minister thans den genoemden deskundige niet, en den Gereformeerde wel gekozen heeft, na de twee benoemingen in Gereformeerden geest, die daaraan waren voorafgegaan."

Merkwaardig is in dit verband het feit, dat in de dagen vóór de benoeming van Dr. Visscher tot hoogleeraar in Utrecht de geheele faculteit in handen der Ethischen was, en van de zijde der Ethischen nimmer eene. klacht vernomen werd als in eenige vacature weer een man van dezelfde richting benoemd werd.

Maar nu gaat het om een Gereformeerde of Confessioneel.

En die theologen ziet men liever niet een plaats als hoogleeraar innemen.

De faculteiten te Leiden, Utrecht en Groningen zijn voor de Modernen en voor de Ethischen. Doch de Gereformeerden en Confessioneelen moeten er buiten blijven.

Zoo was het vroeger en zoo zal het wel blijven. Op dit punt veranderen de Ethischen niet spoedig.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Friday 20 December 1912

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Staat en Maatschappij.

Bekijk de hele uitgave van Friday 20 December 1912

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

PDF Bekijken