Bekijk het origineel

Staat en Maatschappij.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Staat en Maatschappij.

15 minuten leestijd

Dinsdag 17 Juni.

Dinsdag 17 Juni is het voor ons land de gewichtige dag. Op dien dag zal de beslissing vallen over de vraag in welke richting de komende vier jaar het schip van Staat zal gestuurd worden.

Wèl zal in tal van districten op 17 Juni het eindresultaat nog niet verkregen zijn, maar voor de rechterzijde, die meestentijds van herstemmingen niets te hopen heeft, zal de eerste aanloop den uitslag beheerschen.

Wij wekken onze lezers op om bij de stemming getrouw op te komen. Immers staan bij de verkiezingen ditmaal zeer gewichtige belangen op het spel. Wij denken alleen maar aan de School en de Zending.

Wat wij tot heden voor de School wisten te verkrijgen, moet in de Grondwet worden vastgelegd en voor de prediking van het Evangelie van Christus onder Mohammedanen en heidenen moet de baan geopend blijven.

Om dit blyvend mogelijk te maken, hebben ook onze lezers, die kiezer zijn, zich in te spannen.

Een rijke oogst.

Zoo staan dan nu de 3 groote sociale wetten door het tegenwoordig Ministerie aan de orde gesteld en door Minister Talma zoo kranig verdedigd, in het Staatsblad, en is aan den wensch van duizenden arbeiders voldaan !

Hoe lang heeft men er naar uitgezien dat het terrein van den arbeid zou worden overzien, dat bij ziekte, invaliditeit en ouderdom hulpe zou worden geboden aan ongelukkigen en ouden van dagen. En ziet, door Gods goedheid mocht dit Ministerie er in slagen, met medewerking van 2de en 1ste Kamer, te kunnen geven wat in een groote behoefte voorziet.

De Liberale Ministeries hebben op dit terrein nooit veel gedaan. Die bekommerden zich weinig om deze dingen. De liberalen waren daarvoor te individualistisch en lieten het maar loopen zooals het liep.

De eerste arbeidswet hebben we dan ook niet ontvangen van een liberaal Ministerie, maar van het eerste Christelijke Ministerie-Mackay (1889).

In 1891 werd door den liberalen minister Tak van Poortvliet de ouderdomsverzekering in de Troonrede toegezegd, maar men moest 10 jaar wachten alvorens een ontwerp verscheen, weinige dagen vóór de Juni-stembus; en het ontwerp is verdwenen zooals het verschenen was!

In het 3de jaar gaf het Ministerie-Pierson-Borgesius, "het sociale hervormings-Ministerie", de Ongevallenwet. Meer niet — nadat deze wet reeds in 1891 was toegezegd en van minister van der Sleijden uit het oud-liberale Ministerie-van Houten was overgenomen.

Het Ministerie-Kuyper kwam weer voor 't eerst met een volledig stel sociale wetten, maar men heeft het in 1905 op schandelijke wijze weggejaagd.

En ziet, na een tijd van tobben moesten de liberalen andermaal wijken, waarna Talma kwam, die zich van jaar tot jaar meer de rechte man op de rechte plaats toonde en onder Gods zegen, onze arbeiders zóo mocht verrassen met deze nuttige en veelomvattende wetten.

Nu kan, wanneer ziekte, invaliditeit of ouderdom komt, op rechtvaardige wijze goede hulpe worden verleend aan onze arbeiders.

En het is een reden te meer om van den Heere af te bidden, dat Hij ons Christelijk Ministerie-Heemskerk nog spare tot in lengte van dagen!

De groote tegenstelling.

Het gaat er niet om de menschen te verdeelen in Christenen en niet-Christenen.

Die ons dat verwijt begrijpt niet waar 't de Christelijke partijen om gaat.

De kwestie is: of men bij de regeering des lands met het Christelijk beginsel rekening wil houden ja of neen. Of men dus z'n Christelijk beginsel wil laten inwerken op de dingen of dat men zegt: het Christelijk beginsel er buiten!

't Gaat hierom: of men met Groen van Prinsterer een Christen staatsman wil zijn, of dat m«n met den liberalen minister Kappeijne van de Coppello zegt: verknoei onze staatkunde niet met uwe bijbelteksten.

Er is zoo'n diepgaand verschil tusschen de liberalen in deze en de Christelijke staatspartijen. Niet een verschil door ons gemaakt. Maar een verschil, dat als gevolg van de zonde, zich steeds voordeed.

Mr. van Houten schreef in zijn staatkundige Opstellen (1897) blz. 110: „wij erkennen noch eene openbaring als kénbron van waarheid en recht, noch het gezag van eenig kerkelijk orgaan ; ons staat slechts de Rede ten dienste."

Hier dus die scherpe tegenstelling: de liberalen de rationalisten (menschen, die alleen de menschelijke rede eeren) tegenover de openbaringsgeloovigen (menschen, die nog gelooven in een Godsopenbaring, neergelegd in Gods Woord.)

Mr. Cort van der Linden zegt dan ook: »de liberale partij op het vaste land van Europa is voortgekomen uit de Fransche revolutie" — waartegenover Groen van Prinsterer kwam met het Evangelie.

Liberaal en socialist zoo aan „de éene zijde met de rede als hoogste macht en de Christelijke partijen, die de Godsopenbaring erkennen en de Christelijke beginselen in het staatrecht, in het onderwijs, in de wetgeving erkend willen zien.

Troelstra met z'n stout woord: onze partij is een partij der wetenschap en de wetenschap staat vijandig tegenover de religie; een juiste opvoeding zet de religie vanzelf op zij."

En daartegenover mannen als Da Costa, die spreken van het Evangeliezout, dat de dierbre jeugd van 't bederf behoudt.

Wat hebben mannen als Bilderdijk, Da Costa, Groen van Prinsterer, Kuyper, Lohman en zoovele anderen niet moeten verduren omdat zij wilden uitkomen voor hun Christelijk beginsel.

Als ze maar een „stille partij" hadden willen zijn, die hun mond hadden gehouden als het plicht was om te spreken en te protesteeren, ja, dén hadden de liberalen hen nog wel willen dulden.

Maar juist omdat zij opkwamen voor hun allerheiligste beginselen, daarom moesten ze worden doodgedrukt door de groote massa, want — minister Kappeijne heeft het gezegd — zij waren de doode Christelijke vlieg die de liberale geurige zalfpot stinkende kwam maken.

Maar immers een Christen kan niet zwijgen; vooral niet, wanneer het gevaar voor land en volk zoo groot is.

Mr. van Houten heeft het vroeger reeds gezegd: het is hier geen conflict over enkele dogma's, maar 't gaat hier tusschen geloof en ongeloof, tusschen lijnrecht tegenstrijdige wereld-en levensbeschouwingen."

En de liberalen hebben alles: school, kerk, staat, pers, rechtbank, universiteit enz. enz. door hunne ongeloofs-theorieën nu zoovele jaren bedorven, dat allen die uit het christelijk beginsel mogen leven, niet kunnen, niet mogen, niet willen zwijgen nu.

We moeten spreken. Om Gods wil en om den wille van land en volk.

Waarbij we in eenvoudigheid óok willen doen wat onze hand vindt om te doen, van den Heere afbiddend: wees ons en ons volk genadig en bewaar ons voor de ontzettende ramp, dat liberaal en socialist ons op 't hoofd rijden, om alles weer te zetten naar hun brutaal verlangen: geen God en geen meester!

Vooral om de School.

Vooral de School is in gevaar.

Van jaar tot jaar heeft men op de Openbare School kleiner plaats ingeruimd aan den godsdienst, om zonder godsdienst het volk zoogenaamd bij elkaar te houden

Van jaar tot jaar hebben Christenouders gevraagd: geef ons het recht om scholen te bouwen waar onze kinderen kunnen onderwezen en opgevoed worden naar uitwijzen van Gods Woord.

En de Heere heeft den weg de laatste jaren voor onze Scholen met den Bijbel voorspoedig willen maken, zóo, dat het schijnt dat we haast den eindpaal bereikt hebben: gelijk stelling vari de Openbare en de Bizondere School.

Maar o! wat laait nu de haat en de vijandschap tegen de Christelijke Scholen — en dus tegen Gods Woord en den Christus Gods — hoog op.

Alle krachten worden ingespannen om ons Christelijk Ministerie ten val te brengen — en dan onze Christelijke Scholen te treffen.

Of hooren we nog niet het woord van Mr. van Houten, Febr. 1905 in de 1ste Kamer gesproken: als gij thans geld uit de kas van het Rijk voor uwe Bizondere Scholen neemt, zullen wij, weer de baas in het land geworden, u uw vrijheid ontnemen!"

Dat is de inzet van den grooten, geweldigen strijd onzer dagen: aan de Bizondere Scholen, de vrijheid ontnemen.

En dus: de vrijheid van Christenouders rooven, om hun kinderen naar uitwijzen van Gods Woord te doen onderwijzen. .

Is het niet vreeselijk?

Daar mogen we niet koud en onverschillig onder zijn.

Ons gebed klimme op uit het diepst van onze ziele tot God en we vragen: „o HEERE! behoud."

Rome en Dordt.

Indien het er om ging: wie zal in Nederland heerschappij voeren, Rome of het Protestantsch beginsel, dan stonden we allen als één man tegenover Rome. Rome weet dat. Rome weet dat zij in Nederland juist van de Gereformeerden 't meest te duchten heeft in bestrijding van haar leerstellingen.

Maar, nu staan de zaken gansch anders - in ons goede Vaderland, 't Gaat niet om de vraag: Rome of het Protestantsoh beginsel. Maar de zaak staat zóo: zal in onze landsregeering, in ons staatsrecht, in onze wetgeving rekening gehouden worden met de christelijke beginselen of zullen de beginselen van de Godloochenaars den toon aangeven ?

Bezie de zaak eens nuchter.

Wat wil men met ons strafrecht? Wil men de misdaad niet wegcijferen, de straf niet wegdoen — om te gaan spreken van ontoerekenbaar, erfelijk belast, enz., waarbij geen straf maar verpleging hoort. Geen vonnissen meer, slechts „verbetering" bedoelt men, met melk en eieren tot spijs en drank. Inplaats dat de schuldige als schuldige behandeld wordt!

En met het huwelijk? Inplaats van de ordeningen Gods te eerbiedigen komt men met de theorieën der revolutie, en waar de vrije liefde geleeraard wordt is het huwelijk geen huwelijk meer, maar slechts eon firma tusschen man en vrouw — welke firma elk oogenblik kan worden ontbonden.

Met de zedelijkheid, hoé staat het daarmee ?

Allerlei vuile practijken worden aanbevolen. Mr. van Houten, Prof. Treub enz. prijzen het Neo-Malthusianisme. De vuile prentbriefkaarten overstroomen ons land en onze kinderen worden er mee verpest. De bordeelen hebben volle vrijheid — in éen woord alles wordt afgetrokken in wegen die ons volk ten gronde brengen.

En ziet, dèn staan Rome en Dordt schouder aan schouder.

Op het gebied van sociale wetgeving denken ze gelijk. Op het gebied van de zedelijkheidswetten hebben we aan de Roomsche ministers Loeff, Nelissen en Regout ontzaglijk veel te danken. En terwijl Antirevolutionairen, Chr.-Historischen en Roomschen vóór de zedelijkheidswetten stemden — stemden de liberalen als één man tegen.

't Is bijna ongeloofelijk, maar 't is helaas waar.

En ja, zoo zou men Rome en Dordt wel willen scheiden. Waarom ?

Om dan in héél de wetgeving het God onteerend beginsel door te voeren en elk terrein des levens te bederven, bizonder op schoolgebied.

Wij kunnen ons niet voorstellen dat éen Herv. mensch, die deze dingen recht ziet ook maar bezwaar zou maken met de Christelijke staatspartijen op te trekken.

Want wanneer men Rome en Dordt uit elkaar kon slaan, dan kregen we het liberaalsocialistisch beginsel op elk terrein des levens doorgevoerd.

Ten opzichte van het huwelijk, van het zedelijk leven, van spel en drank en weddingschap, van lager — middelbaar en hooger onderwijs — van Kerk, School en Maatschappij.

En nu — waar de Christelijke partijen in coalitie gaan, daar is voor den arbeider gezorgd, daar zijn de zedelijkswetten aangenomen, daar is bij de wanorde in het leger en op de vloot reeds menige maatregel getroffen door onzen kranigen minister Colijn, daar kan de onderwijs-kwestie worden opgelost, het kiesrecht worden geregeld.

Daar kunnen we — in den middelijken weg — saam verhinderen, dat de revolutionaire beginselen van liberaal en socialist heel ons volksleven gaan doortrekken.

Calvijn heeft reeds in zijn tijd gezien en uitgesproken, dat Roomschen en geloovige Protestanten méér gemeen hebben met elkaar dan geloovige Protestanten en ongeloofsmannen.

Want hij schreef in zijn dagen, toen hij zoo bestookt werd door de Libertijnen :

„het zou wat fraais zijn, dat ik den Paus en zijn genooten en dienaren naar vermogen aanviel en dat ik inmiddels hén door de vingers zag, die nog véél verderfelijker vijanden Gods zijn en Zijn waarheid nog zooveel krasser aanrander (de Libertijnen n.l.)

Neen, dan laat de Paus ten minste nog eenige gestalte van religie staan; hij vernietigt het geloof aan een eeuwig leven niet'; hij leert dat God te vreezen is; hij stelt op eenige wijze het onderscheid vast tusschen goed en kwaad; hij erkent Christus waarachtig God en mensch te zijn en eert ten deele de autoriteit van Gods Woord.

Maar die Libertijen stellen zich aan als wilden zij den hemel naar de aarde neertrekken, alle Godsvrucht vernietigen, alle hoogere aandrift in den mensch uitblusschen en de conscientie in slaap wiegen, tot er ten laatste geen verschil hoegenaamd meer overbleef tusschen mensch en dier."

Dkt woord van Calvijn, den grooten kampioen tegen Rome, den uitnemenden verdediger der Geref. waarheid willen we ook in ónze dagen niet vergeten en waar door liberaal en socialist het God onteerend vaandel omhoog gestoken wordt, daar willen we met dlen, die voor huisgezin, school en maatschappij nog een God erkennen en de Christelijke beginselen zooveel mogelijk overal willen laten doorwerken, schouder aan schouder staan, wetende dat anders liberaal en socialist met brutale woede alles wat Christelijk is zullen onderdrukken en tegenstaan.

Benoemingen.

Ieder weet wat invloed het kan hebben op héél de gemeente als er mannen v. Christelijke belijdenis den toon aangeven. Wat een voorrecht niet, wanneer b.v. op een dorp een Christelijke burgemeester. Christelijke dokter, Christelijke ontvanger is.

En wat doen de Liberale Ministeries nu bij voorkeur? Ze benoemen altijd mannen, die uit een héél ander beginsel leven dan ons Christelijk beginsel is.

Om éen voorbeeld to noemen: onder het Ministerie-Kuyper werd er moord en brand geschreeuwd, dat er zooveel Christelijke burgemeesters kwamen.

En wat was het geval?

In Zuid-Holland, waar 175 burgemeesters zijn — waren, toen het Ministerie-Kuyper aan kwam 162 lib. burgemeesters en 13 antilib.

Het Ministerie-Kuyper benoemde 25 antilib. Zoodat er toen in heel Zuid-Holland 38 anti-lib. burgemeesters waren en 137 liberale burgervaders.

Is dat nu zoo vreeselijk, dat in Z.-Beierland een a. r. burgemeester kwam, in Bonthuizen, in Loosduinen, in Vlaardingen, Woubrugge, 's-Gravenzande, Giessendam, Goedereede enz. eveneens ?

Integendeel — we achten dat een grooten zegen, en alleszins billijk, wat ons óok weer ontnomen zal worden als voor ons Christelijk ministerie een vrijzinnig Kabinet komt.

En daar mogen we óok wel eens aan denken !

Om Gods heilige ordening.
Van Heilige orde sprak Dr. A. Kuyper als leider der Antirevolutionaire Partij voor de Antirevolutionairen
te Amsterdam met het oog op de Verkiezingen. Ga zijn woord gevleugeld uit in heel ons volk!
Nog een paar dagen en de groote slag, die voor het leven en de toekomst van ons volk zooveel beslissen
zal, wordt van Noord tot Zuid in ons land geslagen. Zij het inderdaad een goede week, een week van
onverdroten inspanning, om bij ieder, die nog ooren heeft om te hooren, te pleiten voor de heilige orde,
voor het regeeren en leiden van ons volksleven naar Gods heilige ordinantiën.
Dr. Kuyper noemde vooral het Tarief, het Kiesrecht en de Vrije School.
Het Tarief eerst. Een vraagstuk van het stoffelijk belang, maar waarin toch Gods heilige ordinantie
geldt. De handelswereld in binnen- en buitenland besteedt er kapitalen aan, om ons volk op te hitsen tegen de Tariefwet. Puur eigenbelang van den handelsstand. Die leeft van buitenlandsche producten, van den
arbeid van andere volken. Om goedkoop wat elders gemaakt wordt, hier in te koopen en te verhandelen.
De handel wil dit zoo houden, en heeft er duizenden voor over, om aan het volk de valsche meening op
te dringen, dat het door het Tarief als een citroen uitknepen wordt. Zoo hoopt de handel voor zijn duizenden millioenen terug te krijgen. Niet voor het volk, maar voor zichzelf, voor de handels-kapitalen.
Intusschen dringt het buitenlandsche werk den arbeid van ons volk zelf, waar de handel zich niet
om. bekommert, achteruit.

Het buitenland belast onze producten, en het binnenland heeft ze niet noodig, wijl de handel goedkoop
het buitenlandsch produkt inbrengt. En de sociale wetten, die geld in de schatkist vragen, om het onderhoud van den werkman bij invaliditeit en ouderdom te verzekeren, komen dan niet tot uitvoering.
Gods orde vraagt daarom voor ons land het Tarief Op het buitenlandsch produkt, dat hier gemaakt kan
worden, opdat ons volk kan werken, en het brood voor den werkman verzekerd zij.
Van groot belang is ook het Kiesrechtvraagstuk. De geest van Links roept om algemeen stemrecht
voor mannen en vrouwen. Die geest rukt heel het volk uiteen in millioenen eenlingen, een massa-menigte zonder organische samenbinding. Gods orde doet het leven in gezinnen en geslachten
opkomen, en leidt daarom voor de gezinnen tot gezinshoofden-stemrecht; de man het hoofd der vrouw,
de vader het hoofd des huizes. Vanzelf sluit dit het stemrecht voor de zelfstandig levende mannen in.
Zoo wil Rechts het. Om Gods heilige orde, ten goede van ons volksleven, van mannen en vrouwen, van
ouders en kinderen, van gezinnen en maatschappij. Van het hoogste belang is het vraagstuk der Vrije
Scholen, nu bij het voorstel tot Grondwetsherziening door het Ministerie-Heemskerk vooral naar voren
gebracht. Het gaat hier om de geestelijke orde. Of in het geestelijk leven van ons volk vrijheid
zal heerschen of dwang. Of hier de dwingende leiding der Overheid met de geldmacht voorop zal gaan, of dat het vrije geestelijk pogen der ouders voor hun kinderen en der geestelijk bewuste mannen en vrouwen voor hun volk de baan vrij zal hebben. Wat hier Gods heilige orde is, kan voor wie bij Gods Woord leeft niet twijfelachtig zijn. De oude Heidensche macht weet hier van geen vrijheid.
Het is juist zeer beslist het karakter der Christelijke banier, dat in het onderwijzen der volken God meer
gehoorzaamd zal worden dan de menschen. De vordering der geestelijke vrijheid is onweersprekelijk
de Christelijke vordering. Zij staat in het bloed van Christus en in zijn opstanding uit de dooden vast, — gelijk in heel het Woord van God.Hier gaat het geding om de geestelijke vrijheid van ons volk, — om de vrijheid van den Naam van Christus, — en om de eer van God op het gebied van het geestelijk leven der menschen.
Ja waarlijk, om de heilige orde gaat de groote strijd in de Verkiezingen, — thans schier als nooit
tevoren.
O, zij er een diep nederbukken, aanbidden, bidden, smeeken, en zelfovergave, voor het leven van ons
volk! Worde er gewaakt om den strijd te heiligen! Maar worde er ook in volle geestelijke kracht al
wat de hand te doen vindt — en geworsteld om de zegepraal! (Hollandia)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 juni 1913

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Staat en Maatschappij.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 juni 1913

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

PDF Bekijken