Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Staat en Maatschappij.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Staat en Maatschappij.

3 minuten leestijd

Een stap vooruit.

Van de zijde der voorstanders van de Openbare School wordt steeds als eisch voor meerdere gelijkstelling van het bijzonder met het openbaar onderwijs gehoord: dat de bijzondere school naast gelijke rechten ook gelijke plichten behoort te aanvaarden. Men bedoelt dan daarmee, dat, waar de openbare school door de Overheid wordt geregeld, ook de bijzondere school aan de Overheidsbemoeiing zal onderworpen worden.

Nu kan laatstgenoemde school dien eisch nimmer aanvaarden, omdat het geestelijk karakter der bijzondere school geen medezeggingschap van de Overheid toelaat. Dit toch zou eigenlijk gelijkstaan met opheffing dier school.

Gelukkig gaan er tegenwoordig meerdere stemmen van vrijzinnigen op, die, bovenbedoelde bezwaren begr: gpende, aan dien eisch niet meer willen vasthouden.

Zoo trok onlangs de aandacht een artikel in het Handelsblad van een der directeuren van de openbare hoogere burgerscholen, den heer G. Bolkesteijn, die, naar de bekende Staatscommissie verwijzende, dit schreef: „Onder leiding van de vrijzinnige partijen moet de financieele gelijkstelling van openbaar en bijzonder onderwijs tot stand komen, met daarnaast de volledige gelijkstelling in wettelijke verplichtingen van materieelen aard."

Geen anderen eisch dan die van materieelen aard wordt hier gesteld, waarmede dus uitgesloten is de goedkeuring van het leerplan door de regeeringsambtenaren.

Immers onder verplichtingen van materieelen aard is niet anders te verstaan dan inrichting van gebouwen, onderwijzerspersoneel enz.

Deze verklaring van een man van het openbaar onderwijs hebben wij met ingenomenheid gelezen.

Onze Zondagswetgeving.

In de algemeene vergadering van den Bond van Antirevolutionaire Gemeenteraadsleden, te Utrecht, heeft Prof. Dr. H. H. Kuyper uit Amsterdam eene rede gehouden over het onderwerp: „De taak der gemeente in zake Zondagsrust."

In die rede heeft de hoogleeraar eenige goede gedachten ontwikkeld, die de volle aandacht verdienen.

Blijkens het verslag in de bladen wees hij er op, dat, al heeft de Overheid niet als zedemeesteres op te treden en al heeft ieder voor zichzelf te weten, in hoever hij zich aan de ordinantiën Gods in zake de heiliging van den Sabbat heeft te houden, de Overheid te zorgen heeft dat op haar terrein, d. w. z. al de arbeid, die van haar uitgaat, de arbeid op Zondag tot het allernoodzakelijkste beperkt worde.

Ook heeft de Overheid te zorgen, waar zij geroepen is om de zwakken te beschermen, de zegen van die Zondagsrust hun niet ontroofd worde, en daarom wettelijke bepalingen te maken omtrent winkelsluiting, verbod van Zondagsarbeid in fabrieken en werkplaatsen, voor zoover dit mogelijk is.

Voorts heeft de Overheid van eene Christelyke natie zorg te dragen, dat de verleiding welke van de publieke vermakelijkheden uitgaat, niet oorzaak worde, dat het volk van de Kerk wordt afgetrokken en zijn religieus leven daardoor schade lijdt.

In zijn conclusie zeide Dr. Kuyper: Wat nu de gemeente betreft, is een beperking van Zondagsarbeid in den gemeentedienst en de gemeentebedrijven noodzakelijk, daarbij er op wijzende, hoe de Zondagswet aan de gemeente recht geeft om bij de vereischte vergunning tot publieken arbeid op Zondag en tot openbare vermakelijkheden, zorg te dragen èn voor de rust èn voor de heiliging van den Zondag. Toch is het ongetwijfeld waar dat de vigeerende Zondagswet niet meer aan de behoefte voldoet, juist omdat ze een te uniforme regeling van het vraagstuk bedoelde.

Daarom moet met kracht op eene nieuwe Zondagswet worden aangedrongen.

Het was van den Bond van Antirevolutionaire Gemeenteraadsleden goed gedacht het vraagstuk der Zondagsrust aan de orde te stellen. Uit die rede bleek ook ditmaal overduidelijk, dat ook de antirevolutionair een roeping op dit punt voor de Overheid van eene Christelijke natie ziet weggelegd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 november 1913

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Staat en Maatschappij.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 november 1913

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

PDF Bekijken