Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Staat en Maatschappij.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Staat en Maatschappij.

5 minuten leestijd

­ De Zondagsviering.

Op de jaarvergadering van den bond van antirevolutionaire gemeenteraadsleden, in November van het vorig jaar gehouden, werd door Prof. dr. H. H. Kuyper, hoogleeraar aan de Vrije Universiteit te Amsterdam een rede gehouden over „De gemeenten en de Zondagsrust."

Over deze belangrijke rede verscheen een overzicht in het onlangs uitgekomen nummer van het orgaan van dien bond „de Gemeenteraad."

Uit het actueele onderwerp, dat de hoogleeraar besprak, deelen wij gaarne onze lezers iets mede, en wel betreffende dat gedeelte wat meer bijzonder de taak der overheid in het algemeen in zake Zondagsrust behandelt.

Dr. Kuyper begint met de scheidslijn aan te geven, die de antirevolutionaire politiek op het stuk der Zondagsrust van de iberale en socialistische scheidt. Die scheidslijn ligt in de opvatting van het woord ZONDAGSRUST.

Dit woord behoort niet alleen opgevat te worden in socialen zin als stilstand van den arbeid op den rustdag, maar in dat woord moet in begrepen worden het christelijk be­grip van Zondagsheiliging. In liberale en socialistische kringen voelt men echter voor de religieuse beteekenis van den Zondag niets. In de worsteling nu om te ontkomen aan het z.g. „laat maar waaien"-systeem der liberale school, waarbij de arbeiders en werk­ lieden machteloos en rechteloos overgegeven worden aan de patroons, die uit geldbejag zelfs de Zondagsrust hun ontrooven, begreep men eindelijk, dat ook de overheid geroepen was, om met krachtige hand in te grijpen door wetten en veranderingen, om den sociaal-zwakkere te beschermen tegen de uitbuiting van zijn lichaamskracht en hem een wekelijkschen rustdag te verschaffen.

Bij den drang naar het verkrijgen van Zondagsrust in socialen zin mocht intusschen het oog niet worden gesloten voor het principieele verschil dat de antirevolutionaire van de liberale en socialistische actie voor Zondagsrust scheidt. Zeker, gaat het om den arbeider een socialen rustdag te verschaffen, dan gaan alle partijen met elkander saam, maar zoodra komt de antirevolutionaire partij niet op voor de heiligheid van den Zondag door b.v. optochten en betoogingen op Zondag te verbieden, of de liberalen en socialisten staan als de heftigste vijanden tegenover hen, die het religieus karakter van den Zondag willen eeren.

Naar antirevolutionair beginsel is de Overheid, die in de eerste plaats Dienaresse Gods is, geroepen om de ordinantiën Gods voor d­ het volksleven te handhaven, ook de ordinantie, die in het Sabbath's gebod ons geschonken is. Wij hebben daarbij te staan op het standpunt der reformatoren uit de 16e eeuw, die in het Sabbath's gebod tweeërlei beteekenis zagen n.l. dat men op dien dag saam moest komen om God te eeren en te dienen en daarnaast dat God dien dag had ingesteld, opdat de arbeiders en de dienstbaren zouden kunnen rusten van hun arbeid.

Uit dien hoofde heeft de Overheid, als wachteres bij deze ordinantie Gods geplaatst, te zorgen dat de Sabbatbsrust den mensch door God geschonken, hem niet ontroofd worde. Daarbij heeft zij echter niet als zedemeesteres op te treden, wat een aanranden van de persoonlijke vrijheid zou worden. ig Haar taak is in dit verband drieërlei.

Vooreerst heeft ze te zorgen, dat op haar terrein, dat is op het publiek terrein, op Zondag geen onnoodige arbeid verricht worde. Zij behoort er voor te waken dat geen publieke profanie van den Zondag plaats vinde.

In de tweede plaats heeft ze te zorgen, 'dat alle arbeid, die van haar zelf uitgaat, zooals rechtspraak, post en telegrafie, verkeersmiddelen enz., of op Zondag stilsta, of tot het noodzakelijkste beperkt worde, omdat ze zelf aan het volk een goed voorbeeld geven moet.

En in de derde plaats heeft de Overheid te zorgen, dat de Zondagsrust van den arbeider en den winkelier verzekerd worde door het laten arbeiden in fabrieken enz. op Zondag te verbieden en de winkels op Zondag te sluiten. Maar daarmede is de roeping van de Overheid nog niet geteekend.

De Overheid heeft ook mede te werken om de Zondagsheiliging te bevorderen. Niet door rechtstreeksche inmenging, maar wel door bepaaldelijk den rustdag door de Christelijke Kerk aangenomen, te eeren als den publieken rustdag in het volksleven. Voorts door de openbare godsdienstoefening op den rustdag te beschermen, niet alleen door alle straatrumoer te verbieden en de Kerkgangers te beschermen tegen al wat hun gewijde stemming storen kan. En ten slotte door op het publieke terrein alles te verbieden wat aan het gewijde karakter van dien dag afbreuk zou doen door herbergen en cafe's te sluiten, openbare betoogingen met muziek op Zondag te verbieden enz.

Ziedaar de roeping welke de Overheid tegenover het Sabbath'sgebod heeft in te nemen.

Wij verheugen er ons over dat professor Kuyper deze dingen nog eens duidelijk genoemd heeft. Misschien vinden we gelegenheid, later uit de interessante rede van den hoogleeraar nog iets meer over te nemen.

Ons vlootvolk.

De minister van Marine heeft een laatste poging aangewend, om het marinepersoneel, dat voor 90 percent georganiseerd is in den revolutionairen matrozenbond uit den socialistischen wig te verwijderen.

Daarvoor zal een der werken van den vrijzinnig-democratischen minister mr. Treub dienst moeten doen, dat aan de vloot in vele exemplaren ter bestudeering is uitgereikt geworden.

Bereikt de Minister daarmede niet het te verwachten resultaat, dan acht hij het vrijwilligersinstituut bij de Marine ten doode opgeschreven en zal dit eerlang door het instituut van de marine-militie vervangen dienen te worden.

Al hopen wij er het beste van, toch voorspellen wij den Minister van dezen zijnen maatregel niet veel succes.

Ook voor de Marine geldt het woord van Groen: „tegen de Revolutie het Evangelie."

Wil onze Marine voor algeheele inzinking bewaard worden, dan moet het milieu aan boord zoo veranderen, dat daar ook plaats is voor den jongeling uit Christelijken huize. Men mag ons volk geen zwaardere militaire lasten opleggen, wanneer men in gebreke is gebleven, den maatregel te nemen, die alleen de Marine uit haar verval kan opheffen. Laat men dit na, dan heeft men ook zelf de verantwoordelijkheid te dragen.

Dit artikel werd u aangeboden door: de Gereformeerde Bond

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 maart 1914

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Staat en Maatschappij.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 maart 1914

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

PDF Bekijken