Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Staat en Maatschappij.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Staat en Maatschappij.

4 minuten leestijd

Kleine scholen.

De klacht, die zoo telkenmale uit den mond der voorstanders van het openbaar onderwijs gehoord wordt, is, dat het onderwijs op de kleine scholen niet tot zijn recht komt. Die kleine scholen zijn dan ook uit den booze. Het zijn „paedagogische jammergestalten", die zoo spoedig mogelijk moeten opgeruimd worden.

Merkwaardig is het echter dat van die éénmans-schooltjes er meer zijn bij het openbaar dan bij het bijzonder onderwijs.

Dit feit ziet men van dien kant natuurlijk voorbij.

Blijkens de schoolverslagen was het aantal scholen met minder dan 40 leerlingen b.v. in 1911 bij het openbaar onderwijs 248 en bij het bijzonder onderwijs slechts 48, of percentsgewijs zijn de kleine scholen bij eerstgenoemd onderwijs 3 maal zoo groot als bij het bijzonder onderwijs.

Nog onlangs deed zich het geval voor dat een der openbare scholen in de gemeente Ambt-Hardenberg bijna was leeggeloopen. Er waren nog 8 schoolgaande kinderen overgebleven. In stede dat nu door de voorstanders van het openbaar onderwijs aangedrongen werd om tot opheffing dier school over te gaan, deed men integendeel het verzoek om die school in stand te houden.

Het betrof hier een openbare school. Wonderlijk toch dat meten met twee maten.

Een droevig verschijnsel.

Het is een droevig verschijnsel, hoe bij alle volken van de wereld — enkele slechts uitgezonderd — een achteruitgang in de geboortecijfers te constateeren valt. Op dit bedenkelijke feit kan niet genoeg de aandacht gevestigd worden. Immers ook hier te lande neemt het aantal geboorten gaandeweg af.

Het Beiersche statistische bureau gaf onlangs leerrijke cijfers nopens de uiteenloopende grootte der geboortecijfers in verschillende landen.

Staat Rusland met een aantal geboorten per 1000 der bevolking van 46.5 het hoogste, Frankrijk is per 1000 der bevolking van 20.6 het laagste; Nederland bevindt zich daar tusschen met een verhoudingscijfer van 30.5. Om enkele andere landen te noemen bedraagt het aantal geboorten op het zelfde getal inwoners in Duitschland 32.9; in Engeland 27.2; in België 26.1. Al deze cijfers zijn genomen in de jaren van 1901—1910. In hoeverre de cijfers nu in oen laatsten tijd daalden, zoo blijkt, dat Rusland tusschen de jaren van 1891—1900 en 1901—1910 terugliep van 49.2 op 46.5. Frankrijk sinds 1841 in daling der nataliteit terugging van 27.4 op 20.6. Nederland dat van 1841 tot 1880 nog een klimming aangaf van 33 tot 36.2, zakte in de jaren van 1901—1910 terug op 30.5. Engeland klom in dezelfde jaren van 82.6 op 35.4, maar liep terug op 27.2. En Duitschland dat zelfs in 1880 een geboortecijfer van 39.1 aanwees, zag dat in de jaren van 1901—1910 teruggaan tot 32 9.

Alleen in Japan en enkele Balkan-Staten is stijging van het geboortecijfer op te merken. Zoo klom in eerstgenoemd land het geboortecijfer in de periode van 1881—1890 van 27.2 tot 33.1 in het tijdperk van 1901— 1910. In dezelfde jaarreeksen gingen de cijfers in Bulgarije van 39.4 tot 41.4 vooruit. Vrij algemeen gaan dus de geboortecijfers in de verschillende landen terug.

De oorzaak van dit droevig verschijnsel is te vinden in de opzettelijke beperking van het kindertal, waarbij nog dezer dagen prof. Kouwer van de Utrechtsche Universiteit bij gelegenheid zijner rede als rector magnificus zijn auditorium bepaalde.

Terecht wees de hoogleeraar op de groote gevolgen van de daling der geboortecijfers: „Het volk, dat zich niet vermeerdert, moet wijken voor den krachtiger buur. Rusland met zijn ongemeten rijkdommen en de groote vruchtbaarheid van zijn volk, zal naar het Westen opdringen of er heen worden gedrongen door het nog vruchtbaarder gele volk, zoo oud reeds en toch met al de veerkracht der jeugd op het wereldtooneel gesprongen."

Zijn deze gevaren niet denkbeeldig — zij bestaan inderdaad — toch zien wij in hetgeen bij de volkeren op dit punt werkt nog iets anders dan wat de mannen der moderne levensbeschouwing voor de gevolgen doet terugschrikken. Het is hier een afwijken van de ordinantiën Gods, een niet-leven in de vreeze des Heeren.

Het neo-Malthusianisme heeft de volkeren in zijne strikken gevangen genomen. Het speculeert op de gemakzucht van den mensch. Met een klein gezin kan toch zooveel meer van de wereldsche vermaken genoten worden dan wanneer in het gezin het kindertal groot is. En daarmede wordt dan in tweeërlei opzicht de zonde gediend.

Ook voor de volkeren der wereld geldt de eisch van het Woord Gods: „Tot de Wet en tot de Getuigenis."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 april 1914

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Staat en Maatschappij.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 april 1914

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

PDF Bekijken