Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Onze Belijdenis.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Onze Belijdenis.

9 minuten leestijd

Art. 14C . "Kortelijk wie zal eenige gedachte voorstellen, dewijl hij verstaat, dat wij niet bekwaam zijn vanonszelven iets te denken als uit onszelven, maar dat onze bekwaamheid uit God is? En daarom 't gene de apostel zegt, behoort met recht vast en zeker gehouden te worden, dat God in ons werkt het willen en het volbrengen naar Zijn welbehagen. Want daar is noch verstand, noch wille, den verstande en wille Gods gelijkvormig, of Christus heeft ze in den mensch gewrocht; 't welk Hij ons leert, zeggende: zonder Mij kunt gij niets doen.

LVIII.

Gods Woord leert ons de volstrekte onmacht van den natuurlijken rnensch. Geheel in overeenstemming daarmee is dan ook onze Belijlijdenis als zij zegt, dat wij zelfs geen gedachte kunnen voorstellen. Zelfs na ontvangene genade zijn wij niet bekwaam iets te denken als uit onszelve, maar ook dan is alle bekwaamheid uit God.

Toch dient hier wel onderscheiden te worden en wel tusschen natuurlijk goede dingen en waarachtig geestelijk goed dat ook bestaan kan voor God. Houden wij dat onderscheid niet in het oog, dan verstaan en begrijpen wij niet hoe het mogeljk is, dat er onder degenen, die niet in Christus gelooven en die dus niet onder de zaligmakende invloeden staan van den Heiligen Geest, soms menschen zijn die zich onderscheiden door een burgerlijk eerbaar en soms hoog zedelijk leven, dat aan menigen Christen ten voorbeeld kan gesteld worden, terwijl er soms geloovigen zijn, die zich aan allerlei zonden, helaas soms zware zonden, schuldig maken, waar dan niet zelden de wereld een aanstoot aan neemt. Wanneer wij echter dat onderscheid vatten tusschen het natuurlijk goed, dat een vrucht is van Gods algemeene, en het geestelijk goed, dat een gewrocht is van Gods bijzondere genade, dan is dit, alles niet zoo vreemd als het wel schijnt.

Het hart toch is bij alle menschen zonder onderscheid in dien zin volkomen gelijk, dat de zaden van allerlei boosheden er in gezaaid liggen. Bij allen komen er dezelfde booze begeerten uit op. Het gedichtsel van dat hart is ten allen dage alleenlijk boos van der jeugd aan. Uit het hart, niet van dezen of genen, maar uit het hart, d. w. z. uit het hart van ieder mensch, komen voort booze bedenkingen, doodslagen, overspelen, hoererijen, dieverijen, valsche getuigenissen, lasteringen, en deze dingen, zegt de Heiland, zijn het die den mensch ontreinigen. Maar de zonden, die in het hart liggen, tieren niet bij ieder mensch even welig en komen dus niet bij allen in denzelfden vorm daaruit op. Integendeel, door Gods wederhoudende genade blijven vele van die zaden er in besloten. En reeds daarvoor kunnen wij den Heere niet genoeg danken, dat Hij den mensch nog niet geheel en al aan de boosheden van zijn natuurlijk hart, dat doodelijk is en vol van venijn, den teugel laat vieren.Immers, wanneer de Heere dat deed, wanneer God den mensch overgaf aan de begeerlijkheden van zijn arglistig hart, dan zou deze aarde reeds een hel zijn geworden en zou er geen menschelijke saamleving en geen geordende maatschappij] hier op deze aarde meer mogelijk zijn. Maar evenals het vuur, dat zich in onze aarde bevindt, door de aarde zelf als een middel in Gods hand nog in bedwang wordt gehouden, en slechts op sommige tijden in de vulkanen tot uitbarsting komt, zoo wordt ook het vuur van allerlei ongerechtigheid., dat wij in onzen boezem dragen, nog door dat middel in Gods hand, dat wij saamleving noemen, onderdrukt en tegengehouden.

God heeft dus in dien zin den mensch nog niet gansch en al 'losgelaten. Integendeel. Hij houdt ook in den natuurlijken mensch nog staande een zeker besef van godsdienst en zedelijkheid, een zeker gevoel van recht en waarheid en daardoor is het dat, zooals men het wel eens pleegt uit te drukken, het wilde dier in den mensch nog in bedwang wordt gehouden. Daardoor blijkt hier op deze aarde ook onder onbekeerde zondaren nog een burgerlijk eerbaar leven mogelijk te zijn. Ja, daardoor is ook de zondige mensch nog in staat om vele natuurlijk goede dingen tot stand te brengen. Maar kan de mensch nu in het natuurlijk leven soms nog dingen doen die goed genoeg zijn voor de aarde, daarmee is geenszins gezegd dat hij ook eenig geestelijk goed kan verrichten, iets dat ten volle in overeensternming is zoowel met den geestelijken als met den letterlijken zin van Gods Heilige Wet. Dat de mensch in zijn natuurlijk leven door zijn rede en wil zijn booze lusten vaak ten onder kan houden en zich schikken kan tot de deugd, dat hij in het huiselijk leven zijn vrouw en kinderen, zijn ouders en broeders en zusters kan lief hebben, dat hij in de maatschappij eerlijk en trouw zijn roeping kan vervullen en als zoodanig een nuttig lid van de menschelijke maatschappij kan zijn, dat alles wil volstrekt niet zeggen dat hij ook maar iets zou kunnen doen dat volkomen rein is in de oogen van God. Integendeel, wanneer zelfs de beste daad die de mensch verricht, gelegd wordt op de weegschaal van Gods heilig en onkreukbaar recht, dan blijkt zij voor den Heere niets anders te wezen dan als een wegwerpelijk kleed. Zelfs voor ons, menschen, blijken de schijübaar edelste daden niet zelden uit allerlei zondige overwegingen van zelfzucht en heerschzucht te zijn voortgekomen. En wanneer wij, menschen, dat nu reeds vaak van de daden van onze medemenschen gewaar worden, hoeveel te meer moet dit dan gezien worden door het oog van Hem die harten kent en nieren proeft, voor Wien dus geen enkele van de motieven, waaruit zulk een schijnbaar edele daad opkomt, verborgen kan zijn.

Neen, voor den Heere is het volkomen waar wat de apostel zegt: al wat uit het geloof niet is dat is zonde. Zonder geloof is het onmogelijk Gode te behagen, den Heere welgevallig te zijn. Alles wat geen vrucht is van de bijzondere Geesteswerkingen van God in het hart van den zondaar, kan dus voor God onmogelijk bestaan. Dat alles mag door de menschen goedgekeurd, maar het moet door den Heere veroordeeld worden. In den grond der zaak is het niet anders dan zonde voor God.

Toch, ook al is alles wat niet door den Heere Zelf gewerkt is, zonde voor Hem, toch is alle zonde niet dezelfde, en mogen we het onderscheid niet uit het oog verliezen, dat er tusschen de verschillende zonden en zelfs tusschen de verschillende soorten van zonden bestaat. Immers al zijn alle zonden in beginsel in dien zin gelijk, dat zij allen overtreding zijn van Gods heilig gebod en mitsdien den naam van ongerechtigheid verdienen, toch zijn niet alle zonden gelijk wat maat en graad betreft. Zoo is er onderscheid tusschen de zonden tegen de eerste en die tegen de tweede tafel der Wet; daar is onderscheid tusschen zonden die in onwetendheid en zonden die met opzet gedaan worden; zoo is er ook onderscheid tusschen zinnelijke en geestelijke, tusschen menschelijke en duivelsche zonden. Daar is zelfs onderscheid tusschen vergeefelijke zonden en die ééne zonde, n.l. de zonde tegen den Heiligen Geest, die in Gods Woord als een onvergeefelijke zonde wordt aangemerkt. Deze laatste zonde bestaat niet in twijfel of ongeloof, noch ook in een wederstaan of een bedroeven van den Heiligen Geest, Want deze zonden kunnen ook door Gods kinderen bedreven worden en worden ook vaak door degenen die in den Heere gelooven begaan. Maar de zonde tegen den Heiligen Geest bestaat, zooals uit het verband, waarin de Heiland over deze zonde spreekt, duidelijk blijkt, daarin, dat de zonde der verharding tot in haar uiterste consequentie wordt doorgevoerd. Wanneer een mensch, niettegenstaande alle voorwerpelijke openbaring en niet zelden ook een zekere onderwerpelijke verlichting (Hebr. 6 : 4—8) toch met volle bewustheid en opzettelijken wil de waarheid met hart en mond voor leugen durft lasteren, wanneer hij met uitschudding van alle schaamte en afwerping van alle bedekselen uit zuivere lust in de boosheid, zich stelt tegenover de Waarheid Gods, dan heeft zulk een mensch zich aan de zonde tegen den Heiligen Geest schuldig gemaakt en zal er voor hem in der eeuwigheid geen vergeving mogelijk zijn.

Dat is dus de meest schrikkelijke zonde waartoe de mensch kan komen; en daar staan nu andere zonden tegenover waarvoor, hoe schrikkelijk zij op zichzelf ook zijn, toch in het bloed van den Middelaar vergeving te vinden is. Immers als we met den Heere mogen rechten — hetgeen bij de zonde tegen den Heiligen Geest is uitgesloten — al waren onze zonden dan als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw, al waren zij dan als karmozijn, zij zullen worden als witte wol.

Onder die zonde nu, die in haar vorm o zoo verschillend is, maar die, in wat vorm zij zich ook voordoet, in haar wezen schending is van de allerhoogste Majesteit, is de mensch van nature verkocht. Van die zonde is hij een slaaf geworden en zoolang nu de banden van die zonde niet geslaakt zijn, is hij onbekwaam om eenig geestelijk goed te doen. Bij al het natuurlijk goede dat hij door de invloeden van Gods algemeene Geesteswerking vaak verricht, zijn er zonder waarachtige wedergeboorte zelfs geen neigingen tot het waarachtige goede in 's menschen ziel. Integendeel, „het bedenken des vleesches is vijandschap tegen God, want het onderwerpt zich der Wet Gods niet, want het kan ook niet." Indien ons verstand dus weer gelijkvormig werd aan het verstand Gods en onze ziel meer in overeenstemming kwam met den wil Gods, dan is dat enkel en alleen door de kracht van Christus, die door den Heiligen Geest ons verstand verlicht, ons gemoed vernieuwd en onzen wil geheiligd heeft.

(Wordt vervolgd.)


4.) Wat zou Lodensteyn van onzen tijd oordeelen, waar hij al over de geesteloosheid zijner Kerk zoo bitter had te klagen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 juli 1914

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Onze Belijdenis.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 juli 1914

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

PDF Bekijken