Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Van de Leestafel.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Van de Leestafel.

8 minuten leestijd

De eerepositie der vrouw door Dr. A. Kuyper. Uitgave: J. H. Kok — Kampen.

In de Standaard heeft de Hoofdredacteur Dr. A. Kuyper onlangs een achttal artikelen geschreven over de eerepositie der vrouw, daarin handelend over het vrouwen-vraagstuk.

Die artikelen waren door ons met de grootste aandacht gelezen en naar ons oordeel moest ieder die over het feminisme en over het vrouwen-kiesrecht sprak of schreef van die artikelen kennis nemen; zoo rijk van inhoud en helder in beschouwing waren ze.

Maar couranten-artikelen gaan zoo gemakkelijk verloren. En bewaart men ze al, dan zijn ze zoo lastig op te slaan. Daarom zou het jammer geweest zijn, indien het bij een couranten-uitgave gebleven was. Doch ziet — daar ligt nu een aantrekkelijk boekske voor ons, royal en keurig uitgevoerd, met heldere letter en mooie randjes op elke bladzijde, waarin de acht artikelen zijn saamgevat, zoodat nu ieder ze gemakkelijk in z'n bezit kan hebben en houden.

Wat hebben we van het vrouwen-vraagstuk te denken? wat te zeggen, bij de vraag der vrouwen naar het stemrecht? wat te antwoorden, waar ze vragen om toegang tot den kansel?

Lees deze acht artikelen van Dr. Kuyper en ge hebt een antwoord. Een antwoord, dat een eere-saluut is aan de vrouw, maar een weigering om de grenzen door God getrokken uit te wisschen.

"We gaan" zoo schrijft Dr. Kuyper "we gaan als menschen in twee soorten uiteen, maar ook deze taak gaat in twee deelen uiteen, en tusschen die twee soorten in 't geslacht, en die twee deelen van de levenstaak bestaat overeenkomst

Er is tweeërlei leven. Een leven in het gezin, in de familie, met de kinderen, datze meer particulier — en bijna geheel daarbuiten een ander leven in Raden en Staten, op de vloot en in het leger, dat een meer publiek karakter draagt. Deze tweeërlei soorten van leven vragen om zeer onderscheiden gaven en talenten, en nu is het de les der historie, en 't empirisch gegeven van 't heden, dat die tweeerlei soort van gaven en talenten, in den regel althans, saam blijken te vallen met het soortverschil tusschen man en vrouw.

Het private en het publieke leven vormen twee afgescheiden sferen, elk met een eigen wijze van bestaan, met een eigen taak en voor die taak om een eigen soort hoedanigheden en talenten roepend.

Dit is de harmonie van levensfeer en menschenaard.

En het is op grond van dezen stand van zaken, die niet wij uitgedacht, maar God zelf ons heeft opgelegd, dat de vrouw in het publieke leven niet met den man gelijk staat. Evenmin als van den man kan gezegd worden, dat hij bij 't huwelijksleven geroepen is om ook zelf in het gezin te praesteeren, wat gepraesteerd wordt door de vrouw (blz. 46 en 47).

Verder zegt Dr. Kuyper dat de vrouw in de Schrift zoo hoog gesteld wordt; in de wet van den Sinaï staat de vrouw als moeder gelijk met den man als vader en wordt het hun gelijkelijk eere-bieden aan elk in Israël geborene opgelegd. In Ada en Zilla begint de onderdrukking van de vrouw in het Heidensche leven, maar in Israël blijft aan de vrouw haar eerepositie steeds onvoorwaardelijk gegund. Alleen maar, in de poorte zit de vrouw niet. Daar zit niet zij, doch haar man. Zij schittert als de robijn, maar in het private, niet in het publieke leven. Lees Spreuken 31.

"Toegestemd" — zoo halen we aan van blz. 54 en 55 — "toegestemd moet intusschen, dat bij het lezen van Col. 3:11 en Gal. 3:28, waar o.a. staat daarin is noch Jood noch Griek, daarin is noch dienstknecht nog vrije; daarin is noch man en vrouw; want gij allen zijt éen in Christus Jezus  zekere verleiding voor de hand lag om de ordeningen Gods voor het aardsche leven gemaakt als vervallen te beschouwen voor het geestelijk en kerkelijk leven."

»Valt toch in Christus het soort verschil tusschen man en vrouw weg, dan, zou men allicht beweren, kan er althans in de kerk geen tweeërlei soort aanbidders, en zoo ook geen tweeërlei taak zijn, de éene voor den man en de andere voor de vrouw. Waarom zou de vrouw dan ook niet prediker, presbyter en  zooveel meer zijn, juist zooals de man ? Man en vrouw zijn toch in Christus éen. Te Corinthe sloeg men dien weg dan ook in. En hoe treedt nu de apostel hier tegen op? Met klem en kracht zegt hij: Dat uwe vrouwen in de gemeenten zwijgen; want het is haar , niet toegelaten te spreken, maar bevolen onderworpen te zijn.« Let wel, er staat niet, dat ze zwijgen moeten  in Corinthe's gemeente alleen, als gold dit iets bepaalds voor de Kerk van Corinthe.

Maar gansch algemeen: De vrouw moet zwijgen in de gemeenten en — in 't meervoud.

De apostel stelt alzoo een voor heel de Christenheid geldenden regel. Zoolang we hier op aarde verkeeren, houdt 't soortverschil tusschen man en vrouw stand, en blijft alzoo de regel doorgaan, dat de man is het hoofd van de vrouw, en dat de vrouw aan den man onderdanig moet zijn. (Zie Ef. 5:22; CoL 3:18; 1 Petr, 3:1) Vandaar dan ook, dat dit onderscheid in soort ook verschil maakt voor de ambten. Prediker of presbyter zal de vrouw niet zijn, ten deele mag ze alleen in den diaconalen dienst optreden (1 Tim. 5 : 9).

Voor wie zich voor de autoriteit der H. Schrift nederbuigt, vervalt derhalve alle onzekerheid. Zelfs op het kerkelijk erf houdt het soortverschil tusschen man en vrouw tot aan het sterven stand, en ook in de Kerk hangt met dit verschil in soort, het verschil ten opzichte van het ambt onlosmakelijk saam.«

We zouden gaarne nog meer overschrijven uit dit kostelijke boekske, maar genoeg.

Laat ieder het koopen en lezen. De prijs (f 0.50 en geb. f 0.80) kan geen bezwaar zijn het zich aan te schaffen.

Wij besluiten met een woord van den Schrijver in de voorrede neergeschreven:

"De tijdgeest toch is zulk een schier onweerstaanbare macht. Ook uit onze eigen kringen wordt, wie niet zeer vast in zijn schoenen staat, zoo licht meegesleept. Het zal mij daarom een voorrecht zijn, zoo wie in zulk gevaar verkeerde, in deze artikelen een steun vond, die hem staande hield."

Lijkverbranding, door Ds. G. Wisse.Uitgave : J. H. Bos — Kampen.

Door het geval, dat onlangs (tegen de wet in) in den omtrek van Haarlem een lijk opzettelijk verbrand is geworden, inplaats van begraven, is het vraagstuk der lijkverbranding weder ter sprake gekomen — zoo begint de Schrijver z'n brochure.

Het vraagstuk der lijkverbranding is een samengesteld, 't Is een staatsrechterlijk vraagstuk; maar behalve dat, is 't een vraagstuk van hygiënischen aard en staat in verband met de zorg van den algemeenen gezondheidstoestand — het heeft daarenboven een aesthetische zijde: wat is welgevoegelijker, netter, poëtischer begraven of verbranden? — maar bovendien is het een aangelegenheid, die samenhangt met ethische, Godsdienstige overtuigingen en gevoelens.

Zeer samengesteld dus — en veel is er over te zeggen.

Hoe is bij de oudste volkeren de gewoonte geweest ?

Wat deden de Romeinen en de Grieken, wat deden en doeri de Buddhistische volkeren? Wat zegt de Schrift?

Veel is er over te zeggen. En Ds. Wisse behandelt alles duidelijk, zakelijk, degelijk.

Over de religieuse zijde schrijft hij van blz, 10—15, besluitende met deze kernachtige woorden:

«Voorts, wie aan de wederopstanding gelooft, zal verbranden onreligieus moeten achten; niet omdat verbranden een bezwaar zoude zijn voor de wederopstanding; maar omdat in verbranden de idee van de hopeloosheid, in begraven die van de hope voor het lichaam zich uitspreekt.»

Over de Aesthetische zijde (wat welvoegelijker, netter-, poëtischer is) schrijft hij van blz. 15—18, besluitende met deze zinsnede ontleend aan een Duitsch geneesheer: »De verbranding is zóo treurig, dat wel niemand de aschwording zijner geliefden door een venster zal willen aanschouwen. In het begin van de verbranding plegen de ledematen van het lijk in beweging te komen, de zenuwen, en de spieren trekken zich krampachtig samen. Dit levert een verschrikkelijk gezicht op en geeft den indruk van herleving. Enz,

Op blz. 26 zegt Ds. Wisse: In de sympathie voor lijkverbranding als zoodanig is het, alsof zich iets uitspreekt tegen de christelijke wereldbeschouwing.

Er is iets in, dat voor het christelijk voelen onaangenaam aandoet, In den regel zijn het meer de atheïstische en pantheïstische gezinnen, dan de godvreezende lieden, die er op aandringen. Dit staat in nauw verband met een verholen antipathie, bij velen althans, tegen de Christelijke wereldbeschouwing en levenspractijk; tegen het 'Woord Gods; tegen het gebruik bij de heiligen des O. en N. Testaments in zwang; tegen de idee der H. Schrift in zake graf en opstanding enz.

Bij menigeen hangt de sympathie voor lijkverbranding saam 'met hun materialistische wereldbeschouwing. Zij meenen dan, in hun dwaasheid, dat zij door de verbranding van hun lijk nog eens een welgeslaagde proeve kunnen geven van hun leer: na den dood is 't uit, er is geen voortbestaan en geen wederopstanding, enz,

Aan het slot zegt Ds. Wisse:

»In naam van christelijkheid, humaniteit en vooruitgang : tegen lijkverbranding en voor verbeterde wijze van begraven, *

Ieder die deze brochure koopt en leest zal er geen spijt van hebben!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 augustus 1914

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Van de Leestafel.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 augustus 1914

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

PDF Bekijken