Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Uit de Brievenbus.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Uit de Brievenbus.

8 minuten leestijd

SARDIS, 22 Sept. 1914.

Waarde Vriend.

Dank voor je brief, 'k Dacht het wel, dat je het niet heelemaal met me eens zou zijn. Nu, dat behoeft ook niet. We behoeven toch niet allemaal precies eender te denken, niet waar ?

Ja — waar zit de oorzaak; waar zit de aanstoker ?

Wij weten het niet; God weet het. En wij weten dat de Heere eenmaal alles in 't gericht zal brengen. Want wie het is, die is 't, maar 't is een ontzettende zaak om mee voor z'n verantwoording te hebben zóo groote ellende, zóo vreeselijke verwoesting, zóo gruwelijke wreedheden. Dat zal de Heere bezoeken te Zijner tijd!

Of de Balkan-politiek — of liever de nooit opgeloste Balkan-kwestie — weer de oorzaak ip. van dit bloedvergieten? Wij gelooven het.

Daar hebben de groote mogendheden nooit durven optreden zooals behoorlijk zou zijn geweest. Daar kookt en gist het voortdurend. En dan staat Oostenrijk er bij, en Rusland staat er bij en Duitschland staat er bij en Engeland staat er bij — en het wordt daar niet geregeld zooals het behoorlijk zou zijn. Bismarck noemde zich in 1878 op het Congres van Berlijn de „eerlijke makelaar van Europa". Maar veel is ongeregeld gebleven. En noemde Gladstone de „grand old man" van Engeland den Turkschen Sultan den „Moordenaar", de zieke man zit nog in Europa. Abdul Hamid, de Bloedige, kon in Europa de Macedoniërs en in Azië de Armeniërs vermoorden, en men haalde wat geld op onder de christenvolken voor de ongelukkige verdrukten en ellendige vluchtelingen, maar overigens bleef alles bij het oude.

En nu zoekt Rusland een uitweg uit de Zwarte Zee, Oostenrijk wil aan elkaar rijgen wat er by elkaar te krijgen is, voor Italië, de naaste buurman, is het geen onverschillige zaak hoe het bij dat alles toegaat en wie er aan den overkant der Adriatische Zee wonen zal. Waarbij Duitschland en Engeland ieder ook hunne belangen hebben.

Uit de nooit opgeloste Balkan-kwestie, die als een dreigende, loodzware wolk jaren lang in Zuid-Oost Europa gehangen heeft is plotseling een bliksemstraal voortgekomen — en het rommelen van den oorlogsdonder wordt alom gehoord.

Een collega-briefschrijver in een Chr. (Geref.) weekblad spreekt van „de ellendige Balkanpolitiek van Oostenrijk". Als ik ook zoo iets wilde schrijven zou ik het nu toch niet op papier zetten in dit epistel aan jou. Want, amice, ik neem het je in dank af, dat je mij haastig een waarschuwing stuurde, inhoudende de vriendelijke raad: „wees toch neutraal!" „breng ons lieve Vaderland niet in gevaar" enz. Je bent toch een beste, brave Vaderlander, veel verstandiger dan ik.

Van Oostenrijk gesproken — neen! ik zal niet meer mijn meening zeggen over dezen oorlog, gerust niet; ik ben in eens neutraal geworden! — van Oostenrijk gesproken, ik kan nu niet vinden, dat Duitschland veel succes met z'n bondgenoot heeft. Ik geloof dat de Oostenrijkers nogal klop krijgen en dat Duitschland daar door strijdkrachten uit het Westen naar het Oosten moet brengen die hij in het Westen tegenover de Engelschen en Franschen schoon gebruiken kon.

Want daar op de linie Parijs—Verdun schijnt het te spannen. Daar staan de koelbloedige Engelsche troepen onder den tactvollen French en hét Fransche hoofdleger onder Joffre en het staat te bezien of de Duitsche legerscharen van Von Kluck, den Kroonprins enz. het daar zullen kunnen uithouden.

Gij schrijft: „dat de wreedheden der Duitschers, het verwoesten van cultuursteden als Leuven en Mechelen, gelijk het fusileeren van weerlooze burgers als zweepslagen gewerkt hebben op het edele Engelsche volk, zoo wars van alle oneerlijke politiek gedoe." Ik geloof, dat Ge een goeden kijk op de dingen hebt. Ja, het moet voor Engeland vreeselijk zijn, om dat werkeloos aan te zien. Dan heeft Engeland het in Transvaal met de vrouwen en de kinderen, met de huizen en de schuren van de Boeren anders gedaan! Ik heb nog een boekje, dat dit alles zoo schoon in 't licht stelt; 't schrijft over de vrouwenkampen enz. 'k Zal het je eens sturen. Ja — als je dat leest, dan voel je het dadelijk, dat Engeland vreeselijk ontdaan moet zijn geweest toen het hoorde van 't geen door de Duitschers in België is gedaan..'. Intusschen heeft Frankrijk de Turco's uit Noord-Africa mee laten vechten. Mohammedanen in een oorlog van christenen tegen christenen; en de Engelschen brengen Indische hulptroepen naar Europa, opdat ook de heidenen zullen meewerken aan Duitschlands val; hier in het Westen op het slagveld en in het Oosten waar Japan vecht.

0! waar zal nog het einde zijn, waar de de hartstochten zoo ontketend worden. Wat zal het einde zijn voor de landen van Europa ? En wat zullen de heidenen en de Mohammedanen denken van deze dingen?

Wat een geld kost het oorlog voeren! Gij hebt daar ook wel over gelezen, evenals ik.

Ik las, dat de mobilisatie ons land, 1 miljoen gulden kost per dag. En Engeland moet 60 miljoen gulden per week uitgeven voor leger en vloot. Men zegt, dat de oorlogvoerende Europeesche landen saam 85 miljoen gulden aan den oorlog moeten betalen per dag. Dus elke week 7 X 85 miljoen gulden; dat is dus een kleine 600 miljoen per week!

Natuurlijk kost de vredestijd óok veel aan oorlogsuitgaven. Dat valt niet mee. Neem Frankrijk maar, dat in vredestgd 675 millioen per jaar uitgeeft aan leger en vloot. En Frankrijk, Duitschland, Rusland, Engeland, Italië en Oostenrijk schijnen saam in vredestijd maar eventjes 10 millioen.... per dag uit te geven,

't Is haast niét om in te denken! 5 millioen bankbilletten van 1000 per jaar.... in vredestijd uitgegeven door de landen van Europa. Een berg bankbilletten van f 1000, zoo hoog als 5 maal de hoogste toren. Een stapel van zulk kostbaar papier van 500 M. hoog!

Had je dat wel gedacht?

Vijf duizend millioen gulden als alles rustig is f Ja — wat moet er dan in Europa niet reusachtig veel geld gebruikt worden als er een verwoede krijg is zooals nu!

En zou het nog lang duren of zou er spoedig vrede worden gesloten? Ja, wie zal het zeggen ? De Fransch-Duitsche oorlog van 1870—'71 heeft 10 maanden geduurd. 15 Juli 1870 begon het en den 10 den Mei 1871 werd te Frankfort vrede gesloten. Toen was het evenwel maar een oorlog tusschen twee landen en nu staat heel Europa in vuur en vlam!

Er schijnen eigenaardige overeenkomsten te zijn tusschen dien Fransch-Duitschen oorlog van 1870 en den oorlog van heden,

Den 4 den September 3 870 begonnen alle Duitsche troepen saam naar Parijs op te rukken en wel in twee richtingen. De eene liep over Rethel, Reims en Soissons; de andere over Chalons, Epernay en Meaux.

Ook thans 3 September 1914, na verschillende overwinningen in het. Noord en en Oosten van Frankrijk, trok andermaal het Duitsche leger op, ongeveer langs dezelfde genoemde lijnen, maar nog versterkt door een uit België aanrukkend leger in de richT ting Soissons, Amiens, Rouaan.

Den 4den September 1870 bezetten de Duitschers de grijze kroningsstad Reims, die door de Franschen verlaten was. Zij trokken er evenwel slechts door, eene kleine bezetting achterlatende; ook de Koning van Pruisen vertoefde er 10 dagen.

Thans is het beleg voor Reims 4 Sept. 1914 geslagen!

Laon, dat zich tegelijkertijd in 1870 overgaf heeft zich ook nu tegelijkertijd overgegeven.

Reeds op 13 September 1870 waren de Duitsche troepen tot op een mijl afstands van het uiterste fort, dat Parijs dekken moest, genaderd.

En ditmaal liet het zich aanzien, dat ze vroeger nog voor de poorten van Parijs zouden staan. Want 2 September werd de Fransche regeering reeds naar Bordeaux verplaatst, daar het gevaar met den dag grooter werd voor Frankrijks hoofdstad. Maar het heeft niet zoo mogen wezen. De Duitschers lieten Parijs rechts liggen en trokken naar het Zuid-Oosten, waar de troepen nu nóg zijn, nu eens terugtrekkend tegenover de sterke verbonden legers der Franschen en Engelschen, dan weer positie innemend om af te slaan.

Hoe het verloop nu verder zal zijn?

Niemand weet het. Maar naar den mensch gesproken zal er ditmaal niet op den 10 den Mei vrede worden gesloten. Dat laat zich haast niet denken. Want vooral Duitschland voelt het, dat het nu maar niet om den vrede gaat. 't Moet er nu om gaan, dat het uitgevochten wordt, opdat er bij het sluiten van vrede niets blijft zitten, waardoor over een paar jaar wéér de oorlogsbrand kan uitbreken, 't Gaat om een duurzamen vrede. En Engeland zegt nu al: we kunnen het uithouden, al duurt het twee jaar!, ., God geve evenwel, dat er spoedig vrede mag komen. Waarlijk óok wij toch zeggen: een vrede, die kans op vrede geeft!

Hierbij laat ik het weer, amice.

Tot volgende week misschien.

Met vriendelijke groete, Gode bevolen,

t, t, PORTUNATUS,

P.S. Van den Hoofdredacteur ontving ik een brief, ingesloten een schrijven van J. B, te D, Vriendelijk dank voor een en ander. Ik hoop er voortaan rekening mee te houden; voorzichtigheid is aanbevolen en strikte neutraliteit een eisch des tijds.

S.F.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 september 1914

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit de Brievenbus.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 september 1914

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

PDF Bekijken