Bekijk het origineel

Stichtelijke overdenking.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Stichtelijke overdenking.

10 minuten leestijd

Als Messias beleden.

Matth. 26:6—13.

Het woord des kruises scheidt de menschen, en aan dat woord worden de volkeren getoetst.

alk ben tot een oordeel in deze wereld gekomen, opdat degenen, die niet zien, zien mogen, en die zien, blind wórden." Op 't eigen oogenblik, dat dit woord gesproken werd, werd de waarheid er van zoo treffend openbaar; 't sloeg in als „prikkel en, nagel" en wondde de conscientie, althans de eigengerechtigheid des harten zette zich op e£ sprak: Zijn wij, wij ziende menschen, dan ook blind?

Onder onze oogen voltrekt zich een scheiding — een krisis — ontzaglijk in breede kringen en in den kleineren kring, die onder ons oog valt. De verhouding tegenover den Christus en heel Zijn woord beslist; reuke des levens ten leven, reuke des doods ten doode; want 't Woord des kruises is wel dengenen, die verloren gaan, dwaasheid, maar ons, die behouden worden, is het een Icracht Gods tot zaligheid.

In dat Woord is Gods rijke barmhartigheid afgelezen van den hemel voor een arm schuldig volk, zóó heerlijk, dat bij, die er bij en er uit leven mag, bij w^len nedervallen mag en gedurig het uitroepen moet: O diepte! Onpeilbaar! O zaligheid, „niet af te meten"! Hoe groot is het goed, 'twelk Gij hebt weggelegd voor degenen, .die U vreezen

Daar is wijsheid Gods bestaande in verborgenheden, welke de Heere Zijnen gunstgenooten bekend maakte en thans io de leiding des Heiligen Geestes recht doet verstaan.

De Rqkskanselier in den Rijksdag te n Berlijn haalde een woord aan van een u ander, die gezegd had: „de armsten zijn de getrouwsten"; en in 't Godsrijk gaat liet op: de armen zijn de getrouwen, en hoe armer een ziele in werkelijkheid leeft, hoe afhankelijker en hoe getrouwer iu' den liefdedienst des Heeren.

De oproep ging reeds uit: Laat ons opgaan naar Golgotha, en zien de dingen, die ddar geschied zijn. De lijdensprediking werd, langer of korter, weer aangevangen; en in die prediking wordt alle roem aan 't vieesch ontnomen en wordt het duidelijk, dat de geheele wereld verdoemelijk is voor God; maar ook, hoe de Heere in den weg Zijner gerechtigheid uitging om Zijn heil en troost te bereiden en toe te schikken.

De geschiedenis, hierboven aangegeven, heeft een diepe beteekenis, als prediking van het Iqden des Heeren, als verkondiging van wie Hij is; want dö Gast in Bethanie is Gods Lam, dat ter slachting gaat, Hij is Messias, verordend en gezalfd van God den Vader, en gezalfd door een volk, dat Zijne heerlijkheid aanschouwt' en daarom in liefde uitgaat om Hem als zoodanig te erkennen.

In Bethanie — is 't niet zoo ? — dèar zijn wij allen wel een enkele maal, sommigen meermalen, geweest. Dèar verheerlijkte zich de kracht van Christus in zielsgenegenheden (gevolgen van het rechte geloofsgezichtl), niet onbekend gebleven in de gemeente van Gods heiligen. —

't Was in die dagen een brandende vraag, of Jezus ook zou opkomen tot 't feest, naar Jeruzalem heen. En ... 't werd Zijn tqd.

Hij moest zich geven en Hij gaf zich vrijwillig en Hij gaat naar Bethanie en Zijn gang is geloofsgang, is reeds overgave, en Hg heiligt zichzelven voor al Zijn volk, , opdat zij geheiligd zullen worden.

't Is Pascha, 't feest van Gods verschooning. Eeuwenlang is de schaduw vooruitgezonden van 's Heeren hoog bedoelen. Nu komt de veryuUing der profetie, der voorteekening; en nu is de tijd gekomen, waarop volle ontplooiing van 's Heeren gedachten zal plaats vLiden en door de vervulling, door het volle licht, de schaduwen weg vlieden. „Ook ons Pascha is voor ons geslacht nl. Jezus Christus"

Simon, die zoolang als de wereld staat den naam van de melaatsche behouden moet, al is hij reeds lange gereinigd van deze krankheid; Simon de melaatsche heeft een maaltijd aangericht en daar ook (ik denk, dat de publieke opinie zei: ook al van dat soort!) velen genoodigd, om straks met dat Heilige, dat uit Maria geboren was, aan te zitten.

. In de woestijn der wereld is het troos-a telijk te merken, dat de Heere Jezus nog h vrienden heeft en dat deze zich aan Hem vasthouden mogen, ook als alles dreigt; z en 't wil nog wel eens zijn, dat de dagen l van openbaring van bizondere vijand­ V schap gezegende tijden zijn voor de op­ a rechte liefhebbers Gods. Geloof, dat n spreekt van groote dingen, als het den h „berg der verheerlijking" opgaat, vindt d ge nog al; doch als het op smaadheid afgaat en tot verdrukking om des Woordé H wille komt, dan wordt het ware geloof Z getroost, en komt 't uit, dat de „armsten t de getrouwen" zijn, en dat er zielen zijn, die verklaren: „de gesmade Heiland is v mgne. eere."

Simon wist — en, alle melaatschen, eeren het ook! — dat hij, zoo hij Hem eleed de Christus te zijn, uit de Synagoge eworpen zou worden; alzoo, in dat geval, een gebannene om Christus' wille. Dat is hem goed. Paulus wilde het later evenzeer, en had de begeerte er bij, dat zijn vonnis nog een zegen mocht worden voor zijne broederen.

Welnu, Simon zal dan bij de mahnen te Jeruzalem (en zij waren vroom!) niet meer meetellen. En dat is hem goed. Hij heeft den moed des geloofs om, in deze omstandigheden, Je? us te noodigen en Zqne discipelen en Lazarus en Martha en vele anderen. Voor ons een notabe gezelschap; — een kring saamgebonden door geloof en liefde, en zeg erbij: door de ware hoop, en ge hebt het drievoudig snoer; 't welk niet spoedig verbroken wordt.'

De Heere is in dezen kring het centraalpunt. Hij is bij Zijne vrienden, en waar Hij is in gunste, daar komt beweging zonder drukte; waar doorwerking is van Zijne genade daar is geen rumoer, doch kracht, en als dan de vijandschap haar webbe spint in donkere hpeken, dan komt Gods genadewerk uit in vrijmoedig belijden en zoekt Hem in liefde te binden, als de haat (en zij is onredelijk) Hem begeert te vangen.

En toen is er iets gebeurd voor al de geslachten van belang. Toen is er eene vrouwe^ opgestaan en alsof ; er niemand 1 dan Jezus in huis was, is zij heengegaan I in krachtige genegenheid. Vraag mij niet of het haar ginè als de discipelen op den berg, die in 't laatst niemand zagen dan Jezus alleen. Wel geloof ook ik, dat zij op een hoogte stond, evenals gij, toen gij naar niemand anders vraagdet dan naar Hem en mocht getuigen: alles wat aan Hem is, is gansch begeerlgk!

Deze vrouwe is Maria de melaatsche, doch men noemde haar in Bethanie de zuster van Martha. Zij draagt, misschien een beetje onder 't o verkleed, een albasten flesch; de liefde pronkt niet; zij treedt zeer sfil voort tot achter Hem, waar Hq aan tafel lag; de liefde heeft altijd een zachten stillen tred; en in die albasten flesch draagt ze een schat, door de liefde zóó groot.

't Is alsof de Heilige Geest er op uit scheen om deze daad bizonder te ver^ heffen. De nardus is kostbaar, ze is onvervalscht, van hoogen prijs en eene groote hoeveelheid.

De hals der flesch is gemakkelijk te 'breken; de buitenlucht maakt de zalf spoedig vloeibaar en daar giet ze dat kostbaar vocht eerst op 't hoofd van Hem, die haar het eerst heeft liefgehad en wiens liefde haar zoo zeer gezegend had met de kennis Zqner waarheid, ook toen zij — ja hoelang is 't geleden? — aan Zijne voeten nederzat. Zijn woord hoerende.

Dat is een eenig huldeblijk! Dat is niet zonder strijd gegaan. In liefdesdrang belijdt ze Hem als den Gezalfde, door de Vaderen verwacht. Zij roept Hem uit als Messias! Dit is haar wijze van kroning, op den dag van de vreugde des harten. Hier is koninklijke hulde en 'hinderlijke eerbied.

In Hem is al hare zaligheid en voor Hem kan ze niet laag genoeg bukken. Zij heeft het durven wagen in goed vertrouwen op Zijne vriendelijkheid, (Want Hij is een vriendelijke Heiland voor een volk, dat Hem begeert te zalven!)

Als de Heere in 't harte aanv^ezijg mag zijn, dan moet, naar een oud zeggen, dé flesch uit de kast en gebroken worden voor den Heere, opdat de geur der zal ve 't huis vervuUe en anderen mede verkwikt worden door dien geur. De Heere verruimt, haar onder 't werk, gelijk Hij menigmaal in de verruiming des gemoeds en in de stille blijdschap der ziele getuigenis doet toekomen van Zijn welgevallen en goedkeuring.

In dienst en eere den Heere gebracht bleek Zijne genadige tegenwoordiheid. Als altijd en overal. En dan in teederheid des harten Hem te mogen zalven met loflied of traan of stoffelijke gave, is een benijdbaar voorrecht. Dan wordt het geloof in den Christus gesterkt. Dan is hét feest, als in den overvloed der genade de zalf mag uitgestort op 's Hoogepriesters hoofd.

Schoon geheel. Simon noodigt den Heiland, niettegenstaande den banvloek, en binnenshuis zalft Hem Maria, die zwakke vrouWe. Geloofsmoed en zegenende liefde dienen elkaar aan te vullen. Mannen werk en vrouwenarbeid; ieder naar eigen roeping; naar eigen aard, op eigen terrein.

Heerlijke éénheid. Het beste voorden Koning; voor Hem die alles is!

't Is geen wonder, dat Satan op Gods werk aankomt en vooral als zoo klaarlij k de Heere wordt verheerlijkt en inderdaad  als Messias wordt uitgeroepen. Dat is Ioveral gelijk. Judas neemt het nauw en is eigenlijk veel vromer en veel toijzer dan die Maria met haar gevoelsleven; hij is de man van 't nuchtere verstand en heeft een beredeneerd oordeel en za altijd er iets anders voor in de plaats schuiven; ook iets goeds, naar hg zegt.

Judas, de duivel, speelt den meester over Gods^ werk en heeft en geeft klinkende argumenten; en dan worden lieve discipelen in hunne dwaasheid en onbedachtzaamheid, soms in hunne onkunde mede afgetrokken in \5erkeerde beoordeeling.

Dat geeft soms pqnlgke ervaringen. Miskenning uwer bedoelingen; verkeerde beoordeeling door uwe vrienden, van wie gij 't goede verwacht en die gij, in 't oordeel der liefde, hoogacht om der Waar­ heid wil, kan u voor een tijd smarten; straks bemerkt ge Gods wijsheid en goedheid ook daarin, dat Hij u toetse brengt en wachters zet bij Zijn werk, opdat gq niet met uw werk in de hoogte zoudt gaan, maar eindigen mocht iu nederige erkentenis, wachtende en genoeg hebbende aan Zijne genade.'

De duivel wil altqd den zegen rooven en daar zijn meerdere geloovige zielen door onverstandige en ontijdige toejuiching benadeeld, dan door dwaze en schuldige beoordeeling; tegenover dit laatste komt de Heere vaak Zqn weg op te klaren, Zi^n werk te zegelen en dan moet Judas zwijgen, de discipelen beschaamd worden, en de Maria's getroost en bemoedigd!

Daar is weelde in het Heiligdom. Weelde, die den Heilige geboden wordt, is nooit verkwisting. Als het verguldsel der ongerechtigheid door den adem van 's Heeren mond wordt weggedaan, zal ook Zijn goud met nieuwe glansen stralen.

Leerrijk is dit deel; vol wonderlijk bestel. En als ik denken mag, dat die geur Zijner zalving nog aan Hem was tot op het kruis, tot in het graf, dan vooral wordt het mij aandoenlijk schoon, dat zelfs op Golgotha Hij als de Gezalfde kon bekend worden, en Maria's zalving predil^ng was tot in Zijne begrafenis.

Overweegt deze dingen, waarde lezers, en vraagt uzelven: Heb ik den Heere moeten zalven met kostelijken nardus? Bewoog mij Zijne liefde? Dan komt, er allerlei bedenking bij een oprecht volk; dan gaat het vaak door dwaze beoordeeling (zelfs veroordeeling!) heen, (ïoch 't gaat met een beê: Doorgrond en ken mijn harte, o Heere! enz. en met een tweede daaraan zich parende: Verzegel Uw eigen werk, ook in mijne ziele

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 maart 1917

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Stichtelijke overdenking.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 maart 1917

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

PDF Bekijken