Bekijk het origineel

Luther en de Hervorming.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Luther en de Hervorming.

6 minuten leestijd

De uitbreiding der Hervorming in Duitsehland,

XVI.

Op 29 Juni 1529 was te Barcelona de vrede tusschen den keizer en den paus gesloten en in December had te Bologna de kroning van keizer Karel plaats door de hand van den paus, die daarbij als voorwaarde gesteld had dat de keizer „de verpestende krankheid, der nieuwe meeningen" zou tegengaan.

Uit Bologna schreef de keizer een nieuwen Rijksdag uit, te houden te Augsburg. Hij wilde die zelf bijwonen, wat sedert den rijksdag te Worms in 1521 niet nieer gebeurd was. De toon van het keizerlijk schrijven was uiterst welwillend De keizer wilde met de protestanten onderhandelen.

Op 15 Juni hield Karel zijn intrede in Augsburg en 20 Juni werd de Rijksdag geopend. Op 24 Juni werd de belijdenis der Evangelischen, door Melanchton in de Duitsche taal opgesteld, voorgelezen. Er was een exemplaar in het Latijn en een in het Duitsch gesteld. De keizer verlangde voorlezing in het Latijn, maar de keurvorst, Johan de standvastige, wist door te zetten, dat de belijdenis in het Duitsch gelezen werd. Deze belgdenis wordt genoemd Augsburgsche confessie, opgesteld aan de hand van de vroeger gemaakte Torgausche artikelen.

De keizer wilde niet, dat er veel gepraat zou worden; daarvan had hij als goed ; katholiek een afkeer. Met ketters moest men niet redeneeren. Aanstonds werd dan ook aan enkele Roomsche godgeleerden opgedragen, om de confessie der (Evangelischen te wederleggen en het confutatie-geschrift dezer godgeleerden werd op 4 Aug. 1530 in 'het Duitsch voorgelezen.

De keizer achtte de Evangelischen weerlegd. Ze moesten tot de Kerk terugkeeren, anders zou hij optreden als beschermer der Roomsche Kerk en vervolger der protestanten.

' De protestanten vroegen om een afschrift van 'het stuk dat was voorgelezen, maar dit werd geweigerd. Toch leverde Melanchton nog een apologie of verdedigingsgeschrift in, dat echter niet werd voorgelezen op den Rijksdag.

Voor de protestanten zag het er nu niet zoo mooi uit, maar de keizer durfde nog niet zoo spoedig doortasten, daar hij vreesde wel eens spoedig in oorlog gewikkeld te kunnen worden met de Turken. Hij verklaarde, dat de protestanten nog tot 15 April van het komende* jaar tijd zouden hebben, om zich te beraden.

Zoo was de Rijksdag eigenlijk nog een succes voor de evangelischen; de dag der bloedige beslissing was uitgesteld.

Het besluit van den Rijksdag noopte de Evangelischen tot voorzichtigheid. Op het convent te Smalkalden, in Deeeinber 1530, besloot men tot aaneensluiting. Dat was een daad van diep ingrijpende beteekenis Want vroeger hadden de mannen der Reformatie steeds geleerd, dat verweer tegen de overheid ongeoorloofd was, maar nu de nood dwong zou men zelfs tegen den keizer optreden. In Februari 1531 'werd de bond formeel gesloten voor zes jaar. Indien het geëischt werd zou het protestantsche geloof met de wapenen worden verdedigd.

Het energiek optreden van de protestanten maakte indruk. De hoop des keizers, dat de Lutheranen en Zwinglianen het niet met elkander zouden kunnen vinden, was de bodem ingeslagen. De keizer zag zich bovendien ernstig bedreigd door de Turken. Sultan Soliman maakte zich gereed tot een heftigen strijd. De. omstandigheden waren niet gunstig en 23 Juli 1532 werd godsdienstvrede van Neurenberg gesloten. Beide partijen zouden zich tot op een algemeen Concilie christelijk gedragen.

De politieke moeilijkheden voor den keizer namen lüet den dag toe. In 1536 brak een oorlog uit met Frans I van Frankrijk, die een Verbond gesloten had met den Sultan.

Intusschen breidde zich de Reformatie uit. Wurtemberg, onder hertog Ulrich, trad tot de reformatie toe. In Anhalten Pommeren zegevierde ook de zaak van van het Evangelie en in Westfalen verklaarden ook zeer velen zich voor de waarheid.

Het Smalkaldisch verbond werd onder de evangelische vorsten en steden met tien jaren verlengd. Als conditie werd gesteld: onderteekening van de Augsburgsche confessie.

In het jaar 1538 sloten nu ook de Katholieke vorsten een verbond te Neurenberg, hetwelk bekend staat ouder den naam Van „heilige ligue". Het-doel was het protestantisme te onderdrukken.

De katholieken hadden oorzaak om zich ongerust te maken.

In 1539 toen George van-Saksen stierf werd order de regeering van zijn broer Hendrik de lang gewenschte hervorming in Saksen ingevoerd. Bijna gelijktijdig ging ook Brandenburg over tot de reformatie, onder keurvorst Joachim II En de keizer had nog altijd de handen niet vrij om te doen wat hij zoo gaarne zou hebben willen doen.

De katholieken zochten toenadering en om deze te verkrijgen werden nieuwe onderhandelingen aangeknoopt en in 1540 te Worms een godsdienstgesprek gehouden. Hier was niet alleen Melanchton tegenwoordig maat b.v. ook CalvQn, die destijds te Straatsburg was. Genoegzame overeenstemming werd evenwel niet verkregen, wat vooral te wijten was aan een heethoofd als de pauselijke gezant was.

In 1541 zou er weer een godsdienstgesprek plaats hebben, maar, nu te Regensburg. Hier ging het kalmer toe dan te Worms het vorige jaar. !^elfs de pauselijke nuntius was ditmaal zeer toegefelijk, die verschillende zaken aan de evangelischen wilde toestaan (de kelk aan de leeken, het huwelijk aan de priesters). Alles scheen te zullen gelukken. In het leerstuk der rechtvaardjgmaking ontmoette men elkander^ maar de leer der transsubstantiatie was de klip, waarop het schip weer strandde.

Intusschen bleef de zaak der reformatie goeden voortgang maken. Brunswyk werd de reformatie toegedaan en zelfs de aartsbisschop van Keulen, Hermann von Wied begon op reformatie te zinnen en de landsstenden waren eenstemmig met hem, maar de universiteit en het domkapittel verzetten zich heftig. De aartsbisschop bezweek voor den pauselijken ban, maar het was een vaag teeken dat het zoover reeds gekomen was in Keulen.

Het moest nu zoo langzamerhand wel tot een uitbarsting komen en die kwam.

Alle pogingen om door godsdienstgesprekken het verschil tusschen Evangelischen en Roomsch-Katholieken bij te leggen mislukten.

Eindelijk brak de strijd los. De keizer had z'n handen meer vrij gekregen en wilde, nu doortasten. Hij deed den keurvorst van Saksen, Johan den Standvastige en Philips, landgraaf van Hessen, als meineedige vasallen in den rijksban' en uit onderschepte brieven bleek, dat keizer en paus besloten hadden tot uitroeiing der protestanten. Dit gaf groote beroering onder de evangelische vorsten, die een leger van protestanten o^ de been brachten, wat sterker was dan het leger des keizers. Evenwel wilden zij de aanvallende partij niet zijn.

Door verraad en ontrouw van hertog Maurits van Saksen, die zelf de evangelische belijdenis was toegedaan, maar die om staa, tkundige redenen de zijde des keizers gekozen had verliep de-étrijd'in het nadeel van de protestanten.

Het gebied van Keur-Saksen werd door het keizerIgk leger bezet; de keurvorst werd in 1547 bij Mühlberg geheel verslagen en gevangen genprnen. Ook werd Philips van Hessen daarna verslagen en gevangen genomen.

Korten tijd, vóór dat de oorlog uitgebroken was, was Luther te Eislebenin den ouderdom; vap. 63'jaren overleden, ingaande in de ruste die er overblijft voor het volk van God in den hemel der heerlijkheid, waar geen strijd en moeite meer is én een zalige victorie van het licht op de duisternis, van de waarheid op de leugen, van het leven op den dood.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 april 1917

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Luther en de Hervorming.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 april 1917

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

PDF Bekijken