Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Na 300 jaren.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Na 300 jaren.

9 minuten leestijd

1618—1918. VI.

Wat te Dordrecht verder nog aan de behandeling der Remonstrantache leeringen voorafging, laten wij rusten. Het betrof vooreerst een Zendingszaak, n.l. den doop van heiden-kinderen, die in O.-Indië door christenen waren aangenomen, om in de christelijke leer onderricht te worden; verder de voorbereiding der candidaten voor den predikdienst, en eindelijk het licentieus boekdrukken, d.w.z. de onbeperkte vrijheid om allerlei boeken, en andere drukwerken, die voor de Geref. Religie, voor Kerk en Staat gevaarlijk werden geacht, te doen vervaardigen en verspreiden.

Nadat deze onderwerpen waren behandeld, kwam de zaak der Remonstranten aan de orde, die den meesten tijd barer zittingen in beslag nam, en ook aan deze Synode haar groote bekendheid heeft verschaft.

Wij hebben hier het laatste tooneel van een langen en verbitterden strijd, die in ons land heel wat beroering had teweeggebracht.

Het begin van dezen strijd dateerd» reeds van het optreden van Arminius, die in den herfst van 1603 zijn ambt als hoogleeraar te Leiden had aanvaard. Bekend is, hoe hij in den onverzettelgken Gomaru» een bekwaam tegenstander vond, die zijne van de bslgdenis der Kerk afwijkende leeringen met kracht bestreed.

Wij gaan de Arminiaanache twisten vóór de Dordtsche Synode met stilzwggen voorbij; ag rustten niet met den dood van den man naar wien zij vaak genoemd worden, en die in Oct. 1609 overleed. De door hem verdedigde beginselen werden door velen gedeeld, en ook na zijn dood kwam de in gang gezette beweging niet tot stilstand. Dat k5a ook niet; de beginselen moesten doorwerken, klaar geformuleerd, en de strijd zou niet rusten, aleer de Kerk zich had uitgesproken, zooals dit in 1619 is is geschied.

Alleen willen wij uit de jaren vóór 1618/19 nog eens in herinnering roepen de conferentie van 1610, waaran de aanhangers der te Dordt verworpen leerstelstellingen den naam Remonstranten te danken hebben. Op die conferentie toch, in alle stilte gehouden door 40 mannen, meest predikanten, die een herziening der belgdeuis-schriften wenschten, werd een besluit genomen tot het aanbieden van een vertoog of remonstrantie, aan de Staten van Holland, waarin een pleidooi zou worden gevoerd voor zulk een herziening.

Deze remonstrantie werd op dezelfde conferentie in ontwerp opgesteld, en niet lang daarna ook ingediend. De bekende Wtenbogaert had hierin ongetwijfeld een belangrijk aandeel.

Behalve een vertoog over het recht tot herziening van de belijdenis behelsde de Remonstrantie ook de „vijf artikelen, " waarin de bejwaren tegen de Gereformeerde leer der voorverordineering en uitverkiezing werden omschreven.

Aan deze remonstrantie hebben de aanhangers van Arminius sedert den naam Remonstranten te danken.

Dat de mannen, die hun weerstonden, met^ beroep op de belgdeuis der Gereformeerde Kerk, welke belijdenis zij in overeenstemmingachttenmetdeH.Schrift, gewoonlijk als Contra-Remonstranten yrerden aangeduid, is aan het volgende toe te schrijven: op voorstel van den raadpensionaris Oldebarnevelt werd in 1611 een conferentie te 's Gravenhage gehouden, waarin eenige voormannen der beide partijen, van ieder zes, zouden trachten, een formule van overeenstemming te vinden, of den staat van het geschil vast te stellen. Tijdens deze conferentie, waarbij de besprekingen met eenige tusschenpoozen van 11 Maart tot 20 Mei duurden, werd dooi Plancim een tegen-vertoog of contra remonstrantie ingediend, waaraan de verdedigers der belijdenisschriften voortaan den naam Contraremonstranten danken. De opstelling van deze contra-remonstrantie is hoogstwaarschgnlgk het werk geweest van den bekenden predikant Festus Hommius, K die ter Synode van Dordrecht in 1618 t als éen der secretarissen zou fungeeren.

Het tegenvertoog bevatte in 7 artikelen de bedeukingen die men had tegen de punten in geschil.

Noch de schriftelijk geformuleerde bedenkingen noch de lang voortgezette besprekingen, vermochten de beide partijen tot overeenstemming te brengen; dit behoeft geen verwondering te baren, daar beide uitgingen van aan elkaar tegenovergestelde beginselen. Ook een besluit der Staten, waarbij vrede en verdraagzaamheid werd bevolen, zou aan den strijd geen einde kunnen maken.

In de contra-remonstrantie werd aangedrongen op het samenroepen van een algemeene Synode, die over de punten van geschil uitspraak zou kunnen doen. H«t betoog der contra-remonstranten, dat de vijf artikelen der remonstranten in strijd waren met Gods Woord, de belijdenis en den Catechismus, kon de tegenstanders niet overtuigen: Wtenbogaert en de zijnen gaven geen kamp. Hoe zou, waar geen der partijen te overtuigen was of ongelijk bekende, de strijd anders kunnen eindigen dan door de uitspraak eener wettige Kerkelgke ver-j gadering, d.i. van een algemeene Synode?

Doch eer het zoover kwam, zouden er nog onderscheidene jaren moeten verloopen.

Nog éene poging om tot overeenstemming te geraken, werd gedaan: in 1613 zou tusschen de hoofden der beide partijen, Hommius en Wtenbogaert, ieder door twee medestanders terzijde gestaan, een conferentie plaats hebben, die inderdaad ook gedurende twee dagen gehouden werd, maar evenmin tot eene resultaat leidde.

De ontwikkeling der staatkundige toestanden begunstigde de kansen voor een algemeene Synode in geenen deele; Oldebsrneveldt, die op de hand der remonstranten was, gebruikte zijn' invloed, en meende door een edict, den strijd t« kunnen bezweren; bg besluit van 1614 door de Staten „tot den vrede der Kerken" genomen, werd aan de predikanten gelast, zich uitsluitend aan Gods Woord te houden en de punten in geschil niet op den preekstoel te brengen.

Een methode van doodzwijgen, die kan schijnen, nuttig te werken, maar die het vuur van den twist niet dooft; laat het een tijd lang smeulen onder de asch, straks slaan de vlammen weer uit.

Langzamerhand wijzigden zich echter de omstandigheden, die aan het bijeenroepen eener algemeene Synode door de Staten-Generaal ongunstig waren, en ten langen leste kwam, in den jare 1618, zulk een Synode bgeen.

In de 5e zitting, van den 16en November, werd besloten, „daar het de wil der Staten-Generaal was" dat in de eerste plaats de vgf artikelen der Remonstranten werden onderzocht en beoordeeld, omdat voornamelijk hieruifde geschillen zgn ontstaan, van de Remonstranten behalve degenen, die ter vergadering aanwezig waren, eenige mannen op te roepen en te citeeren, om de genoemdt vijf artikelen toe te lichten en te verdedigen, zooveel zg vermogen en noodzakelgk oordeelen. Tevens zouden zij schriftelijk aan de Synode kunnen uiteenzetten hun beschouwingen over de leer, in de belijdenis en deu Catechismus dezer Kerken vervat, en de toelichting op deze beschouwingen, opdat de voor. noemde Synode, na alles te hebben ge. boord en overwogen, over een en ander „zorgvuldig on in de vreeze des Heerea moge oordeelen." De aldus opgeroepenen zouden binnen veertien dagen zonder verzuim moeten verschgnen. Tot de opgeroepenen behoorde, behalve twaalf predikanten, de hoogleraar Simon Episcopius.

Den 6en December verschenen deep, geroepenen in de vergadering der Synode doch niet dan nadat zg twee samen! komsten hadden gehouden, éene te Leiden en éene te Rotterdam, om hunne houding te bepalen.

Den volgenden dag werden hunne gelederen nog met de twee Utrechtsche, Remonstrantsche predikanten, afgevaardigden ter Synode versterkt; de voorzitter had n.l. deze beiden bg het afnemen van den eed, dien de afgevaardigden allen hadden af te leggen, overgeslagen, „omdat zij nog niet verklaard hadden, of zij voortaan als niet verdedigers der Remonstranten maar als rechters in de Synode zitting wilden hebben.

Dienzelfden dag reeds, had Episcopius, zonder toestemming van den praeses, uit naam van alle geciteerden, een toespraak gehouden, die bewees, hoe gespannen de verhouding was en er niet toe bijdroeg, haar te ontspannen.

De gedaagden waren niet geneigd, iets te doen, om de vergadering, waarin zij verschenen, gunstig te stemmen, en evenmin om onderworpenheid te toonen.

Negen zittingen werden in beslag genomen door een dispuut over de bevoegdheid der Synode. De gedaagden wilden niet erkennen, dat deze vergadering over hen richten kon; en de Synode, bij monde van haar voorzitter Bogerman, liet zich niet afbrengen, van haar standpunt, dat zij wettig bevoegd was, in dit Kerkelijk geschil over de leer uitspraak te doen.

.Het werkte voorls niet gunstig voor de Remonstranten, dat zij niet hoofdelijk voor de door hen verdedigde leerstellingen opkwamen, maar zich eigenlijk als een afzonderlijke Kerkvergadering constitueerden, en zich een voorzitter, secretaris en bijzitter kozen. Door deze houding aan te nemen, liepen zg zelven practisch reeds vooruit op hetgeen het resultaat van deze Synode zou zijn.

Het pogen der Remonstranten, de zaak slepende te houden door het rekken der debatten over de bevoegdheid der Synode werd ten slotte beëindigd, doordat hun het zwijgen werd opgelegd.

En toen dan eindelijk de behandeling der vijf artikelen een aanvang zou nemen en hun eenvoudig gelast werd, hun gevoelen hieromtrent te verklaren, wisten de Remonstranten nog weer allerlei moeilijkheden in den weg te leggen.

Zij wilden niet slechts hun eigen meeningen verdedigen en uiteenzetten, maar bovendien ook hun bezwaren tegen de leer der Kerk te berde brengen; met name de leer der verwerping zouden zij gaarne in het debat hebben gebracht, omdat hierover in den kring der Synode geen eenstemmigheid bestond.

Ook lieten zij zich niet afbrengen van hun gemeenschsppdijk optreden: hoofd voor hoofd wenschten zij niet ondervraagd; slechts als aaneengesloten collegie; gezamenlijk wilden zg hun gevoelens uiteenzetten en verdedigen. Feitelijk waren zij dus hiermede reeds begonnen, xich zelfstandig als vereeniging of ala eigen Kerk te constitueeren.

Tenslotte kwam het zoover, dat de Synode zonder hen hunne zaak zou berechten : in de zitting van den 14en Januari werd hun gelast, de vergaderzaal te verlaten, daar niets tot dusver had kunnen baten, om hen tot geregelde uiteenietting van hun gevoelens te brengen. In toorn ontstoken, en onder scherpe verwijte» over hunne houding, die met bedrogen leugen begonnen, met bedrog en leugen eindigde, gelijk hij zeide, liet Bogerman hen gaan, met de aankondiging dat weldra de censuur over hen zou volgen.

Nadat deze verwgdering van de Remonstranten door de regeering was goedgekeurd, kon eindelijk de Synode zich zetten tot de behandeling en weerlegging van de vijf artikelen der Remonstranten.

Veel aandacht en zorg werd hieraan besteed. Vrucht van dit alles waren de zogen. Dordtsche canones of leerregels, de vgf artikelen tegen de Remonstranten, die ons nog nader zullen bezighouden.

Doch deze kwamen niet dan na zorgvuldige voorbereiding tot stand. In verschillende commissies, uit de kerkelijke leden gevormd, werden de gevoelens over de Remonstrantsche leeringen geformuleerd, daarna in de volle vergadering overwogen ; terwijl ten laatste uit de verschillende uitspraken der commissies het algemeen gevoelen werd samengevat.

Aan dezen arbeid werd zeer veel tijd besteed, wat niet behoeft te verwonderen, gezien de zorgvuldige, ja omslachtige wijze van werken. Hg nam meer dan drie maanden in beslag.

In de namiddag-zitting ven den 23en April 1619, de 136e der Synode, werden de 5 artikelen tegen de Remonstranten definitief vastgesteld, en onderteekend.

Daarmede was een onderdeel der gereformeerde leer breeder ontwikkeld dan in de geloofsbelijdenis was geschied en bovendien als resultaat van een strijd tegen leeringen, die op andere wijze moesten weerlegd, dan toen, in 1562, Röme de voornaamste tegenstander was. En in deze Dordtsche leerregels zijn beginselen uitgesproken, die nog niet zijn verouderd, die maar niet louter een zaak van dogmatische spitsvondigheden of dogmatische haarkloverij betreffen, maar die voor de Christelijke religie ook nu nog van ingrijpende en beheerschende beteekenis zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 oktober 1918

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Na 300 jaren.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 oktober 1918

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

PDF Bekijken