Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Eenvoudige Bijbellezing

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Eenvoudige Bijbellezing

1 Timotheus.

5 minuten leestijd

13) Ik vermaan dan vóór alle dingen, dat gedaan worden smeekingen gebeden, voorbiddingen, dankzeggingen voor alle menschen. Voor Koningen en allen die in hoogheid zijn, opdat wij een gemist en stil leven leiden mogen in alle godzaligheid en eerbaarheid.

De Gemeente moet bidden voor alle menschen, voor Koningen en allen die in hoogheid zijn. Wij hebben dus gezien welke onderscheidingen de apostel maakt in de voorbede der Gemeente. Wel een bewijs dat in de Godsdienstoefening een ruime plaats aan haar gewijd moet worden. Ook de dankzeggingen mogen niet vergeten worden, voor den zegen dien de Heere nog schenkt aan een onchristelijke wereld. Gods volk moet in zijn samenkomst ook het altaar zijn, waarvan de wierook der dankzegging opstijgt. Een altaar in het midden van de van God afgekeerde wereld.
De hoofdzaak is echter de voorbede. Voor alle menschen ! Dat hier gedacht zou moeten worden aan allen die op den aardbodem wonen, is niet waarschijnlijk. Wij moeten ons nauwkeurig houden aan den gedachtengang van den apostel. Hij riep toch Timotheus op tot den goeden strijd, als voorganger der Gemeente. Ook de Gemeente in haar samenkomst moet als een strijdend leger voor Christus zijn. Vooral in haar voorbede. Welnu, dan zijn met alle menschen alle tegenstanders der Gemeente bedoeld. Ook de verleidende leeraars. Ook de Koningen, die der Gemeente vijandig zijn. Bidt voor hen, zegt de apostel. Er is geen machtiger wapen dan het gebed. Vóór alle dingen moet dat wapen gebruikt worden, opdat 'n Ezau's hart zich tot vrede neige.
Dat wij aan de uitdrukking „alle menschen" deze beperking moeten maken, bewijst hetgeen onmiddellijk volgt. De Koningen en allen die in hoogheid waren, vormden wel den machtigsten tegenstand tegen de Kerk des Heeren. Onder de Koningen is ook de Keizer van het Romeinsche Rijk begrepen. Van die zijde walmde altijd de haat en de vijandschap op tegen de volgelingen van den Christus. Het zou dus geen wonder zijn als de harten der geloovigen, in die dagen, met wrevel en verbittering vervuld waren tegen de Koningen en allen die in hoogheid zijn. Maar nu verkondigt de apostel aan Timotheus de wet van Christus. „Bidt voor degenen die u geweld doen en die u vervolgen ; opdat gij moogt kinderen zijn uws Vaders, die in de hemelen is ; want Hij doet Zijne zon opgaan over boozen en goeden en regent over rechtvaardigen en onrechtvaardigen."
Nu behoort de voorbede der Gemeente tot hare roeping, afgezien van de vrucht die zij op die voorbede verkrijgen zal. Nochtans noemt de apostel zulk eene vrucht: „Een gerust en stil leven." Het is duidelijk, dat wij hier niet moeten denken aan zielsrust en stilheid in God. Immers deze kan er zijn bij de meest woeste vervolgingen en de felste uitbrekingen van baat. Er zijn wel uitleggers, die deze opvatting hebben. Alsof Paulus zeggen wilde : „bidt maar voor uwe vijanden. Als gij dat moogt doen, zult gij zelf zielsrust en vrede hebben." Maar als dit de bedoeling des apostels ware, dan zou het toch eigenlijk geen bede voor de Koningen zijn. De Koningen zélf zouden er niets aan hebben. De zegen der voortbede zou alleen ten nutte komen aan de biddende Gemeente.
„Een gerust en stil leven" doelt op de uitwendige rust en openbare veiligheid, waarin de Gemeente zich zou mogen verheugen, indien de Heere de harten der Koningen neigde. Er moest dus wel degelijk voor de Koningen gebeden worden, voor der Koningen zieleheil, voor der Koningen zaligheid. Dat zal dan een dubbelen zegen kunnen afwerpen. Voor die Koningen zelf. Maar ook voor de Gemeente, zoodat deze een rustig en stil leven zal mogen leiden. Het is dus ook weer niet zóó bedoeld, dat de Koningen er van hooren zullen dat de Gemeente voor hen bidt. Zoodat zij tot de conclusie komen dat die christenen niet zulke staatsgevaarlijke menschen zijn als zij wel dachten, en zij daardoor tot eene mildere gezindheid geneigd werden tegenover de Gemeente. Neen, van God alleen worde het verwacht. En in de onderlinge samenkomst roepe de Gemeente Hem aan opdat Hij Zich over alle vijanden ontferme, ook over de Koningen, en die in hoogheid zijn. Ook zij hebben die ontferming zoo noodig en dat des te meer als zij de Gemeente Gods vervolgen. Een prikkel tot die voorbede mag zeker ook zijn de begeerte om zelf een gerust en stil leven te mogen leiden.
Niemand zegge, dat hier de zelfzucht toch weer om den hoek komt gluren. Neen, de Gemeente vraagt aldus iets, waartoe de Overheid geroepen is. Die Overheid heeft voor de uiterlijke rust en vrede van hare onderdanen te zorgen. De voorbede heeft dus mede op 't oog het recht dat de leden der Gemeente hebben, als onderdanen van den Koning, voor wiens heil zij bidden.
„In alle godzaligheid en eerbaarheid" Omdat deze woorden onmiddellijk volgen, heeft het den schijn alsof dit laatste ook door middel van de Koningen verwacht wordt. Het zou dan voor de Gemeente een rustig leven zijn in alle godzaligheid en eerbaarheid. Toch heeft dit geen zin. Omdat de godzaligheid en eerbaarheid in het geheel niet van het doen der Koningen afhangen. Die kunnen er zijn bij de grootste onrust der tijden. Neen, deze woorden slaan terug op het gebed. De voorbede zij in alle godzaligheid, als van een volk dat den Heere vreest om, zonder aanzien des persoons. God te smeeken. Maar het geschiede ook in alle waardigheid, in alle gepastheid. Er wordt soms wel in het openbaar voor iemand gebeden, waarin de bedoeling schijnt voor te zitten de zonde van dien persoon openlijk te noemen. Zoo zij het niet als er gebeden wordt voor Koningen en die in hoogheid zijn. Het zou der Gemeente tot oneer strekken als zij onbetamelijk sprak over hen, die in hoogheid zijn. Het gebed geschiede dus in alle godzaligheid en eerbaarheid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 februari 1924

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Eenvoudige Bijbellezing

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 februari 1924

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

PDF Bekijken