Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

GEESTELIJK OPBOUW

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

GEESTELIJK OPBOUW

Het duizendjarig Rijk (4)

9 minuten leestijd

Het duizendjarig Rijk. (4)
In de Apocriefe boeken, die in de dagen der Apostelen zijn opgesteld en geschreven, veelal met een Joodschen geest doortrokken, vinden we dus wel Chiliastisctie voorstellingen. Ook in de oude Joodsche Theologie in de Talmud — een verzameling van verordeningen der wet, geschreven door oude Joodsche geleerden — zitten Chiliastische trekken. En onder de eerste christenen leven ook Chiliastische verwachiingen, terwijl 't bloed der martelaren stroomde!
Zoo leerde  C e r i n t h i u s, die nog een tijdgenoot van den apostel Johannes kan geweest zijn, „dat Christus duizend jaren in Zijn Koninkrijk op aarde, met Jeruzalem als hoofdstad, hebben zou, en dat het dan een vroollijk leven zou zijn van eten en drinken en ander ijdel zingenot".
Het was nu wel wat „grof" gezegd — Cerinthius wordt genoemd een „zeer vleeselijk man" — maar de trekken van een duizendjarig-vrederijk liggen er toch in. Wararbij P a p i a s, die weer wat later leefde, leerde: „dat Christus, na de opwekking der dooden, lichamelijk duizend jaren lang een Koninkrijk op aarde hebben zou, iets, wat de Kerkvader E u s e b i u s strijdt, zeggende, dat P a p i a s „zeer beperkt van inzicht" was.
Justinus de Martelaar of Martyr, die onder Keizer Marcus Aurelius, omstreeks het jaar 150, den marteldood stierf als getrouwe getuige van Christus, zegt, dat de meeste christenen met hem geloven, „dat, na de opstanding, de vromen duizend jaren in het nieuw opgebouwde, versierde en uitgebreide Jeruzalem zullen wonen".
Zoo zijn er dus tijdens de vreeselijke christen-vervolgingen méér dan één, die met een blij vooruitzicht bij de gedachte van het komend vrede-rijk op aarde, leven.
I r e n a e u s, leerling van Polycarpus  in 't laatst van de 2de eeuw —, leerde, dat Christus na de vernietiging van 't Romeinsche rijk, waarin de antichrist zou woeden, zichtbaar zou verschijnen, dan satan binden om, met de trouw gebleven kleine schare geloovigen en uit de dooden opgewekte martelaren, vanuit het weder opgebouwde Jeruzalem, de volkeren der aarde te regeren, en den duizendjarigen voorsabbath van de eeuwige hemelsche heerlijkheid te vieren. Daarna zou satan een korten tijd losgelaten worden; doch dan |zal de eindoverwinning van Christus volgen en de algemeene opstanding der dooden, het wereldgericht, en de nieuwe hemel en de nieuwe aarde".
Daar hebben we  dus al de wezenlijke elementen van het Chiliasme of de leer van het duizendjarig rijk.  Wat blijkt hieruit?
Dat we in de jaren na de Apostelen, zeket onder invloed van de bloedige vervolgingen, een aardsch-gezind heimwee krijgen naar verlossing, waarbij de geestelijke dingen niet zelden vleeschelijk werden aangevoeld en uitgewerkt in den kring der gelovigen.
Men leefde in de verwachting van de spoedige wederkomst des Heeren en men miste het juiste geestelijke perspectief.
Gelukkig dat wij bij andere Kerkvaders uit dienzelfden tijd in 't geheel geen Chiliasme bespeuren. Noch in de twee brieven aan de gemeente te Corinthe, die aan Clemens K o m a n u s worden toegeschreven, noch in die van  I g n a t i u s, bisschop van Antiochië (± 100 na Chr.), noch in die van  P o l y c a r p u s, bisschop van Smyrna (einde 2de eeuw) vinden we er sporen van. Ook bij de Apologeten  A t h e n a g o r a s, T h e o p h i 1 u s   v a n  A n t i o c h i ë, enz. (einde 2de eeuw) geen spoor er van. Een aardsche heerlijkheid van Christus werd niet verwacht; wel leefde een gezonde, echt-bijbelsche verwachting van 't rijk der heerlijkheid, dat voor Christus en de Zijnen is weggelegd, wanneer God zal zijn alles in allen. En hoemeer het zwaartepunt van de Kerk van Christus van het Oosten, waar het Joodsche element zeer sterk was, verlegd werd naar het Westen, hoe minder men van het Chiliasme bespeurt. In het Oosten had men een sterk vleeschelijke verwachting aangaande de Joden en het Joodsche land, maar in het Westen verstond men Paulus beter, waar hij spreekt van het geestelijk Israël met de besnijdenis des Geestes.
Bij de M o n t a n i s t e n in Klein Azië, geleid door M o n t a n u s uit Phrygië, een apocalyptische beweging in de Chr. Kerk in de 2de helft van de 2de eeuw, die bij velerlei openbaringen en visioenen leefden en dweepziek van aard waren, komen weer Chiliastische denkbeelden naar voren. Zij spreken van de nederdaling van 't hemelsch Jeruzalem en zij verwachtten, dat de zetel van 't duizendjarig rijk in hunne stad Pepuza wezen zou; gelijk tegenwoordig de Mormonen verwachten, dat het nieuwe Jeruzalem zal komen in hun Mormonen-land in Noord-Amerika, in den staat Utah, bij het Zout-meer.
De  G n o s t i e k e n, ook in de 2de eeuw, zochten de geopenbaarde waarheid met heidensche wijsbegeerte te vermengen en te verklaren, wat dikwijls de allerzonderlingste voorstellingen inzake de godsdienstige waarheden gaf.
En juist het drijven van het  M o n t a n i s m e en het  G n o s t i c i s m e (gnosis = kennis, en wel bepaaldelijk „diepere kennis") heeft de Kerk des Heeren er toe gebracht, om zich te wapenen tegen allerlei gewaagde leeringen en dwaze voorstellingen, wat ook bij de officieele Kerk verzet bracht tegen het Chiliasme. Daar kwam nog dit bij.
De positie van de Christelijke Kerk onder Constantijn den Groote (± 325) werd een geheel andere dan vroeger 't geval was geweest. De Kerk kwam tot eere. Van vervolgde werd zij heerscheres. 't Christendom, tot nog toe voor de officieele wereld gehate secte, werd staatsgodsdienst! En dat bracht ook d i t mee, dat zij nu niet meer behoefde te zuchten onder velerlei verdrukking en ook niet meer zoo sterk behoefde uit te zien naar de verlossing bij de wederkomst des Heeren. De toekomstverwachtingen begonnen te sluimeren. En ook de Chiliastische voorstellingen vonden geen voedingsbodem bij de christenen, die eigenlijk over niets hadden te klagen! De Kerk genoot van de rust!
Kort te voren, op 't eind van de 3de eeuw, ongeveer 270 n. Chr., was het zoo anders. Toen sprak de christen-dichter C o m m o-d i a n u s in Afrika nog van z'n Chiliastische droomen in den meest zinnelijken vorm. Want hij schreef: „De stad zal van den hemel nederdalen, met de eerste opstanding; en die onder den antichrist overwonnen hebben door hun kloek martelaarsgetuigenis, zullen al den tijd van duizend jaren leven en kinderen voortbrengen. Daarentegen, edelen van stam en geslacht, maar die onder den antichrist bezweken zijn in hun geloof, zullen weder naar Gods bestel die duizend jaren leven om de heiligen en den Allerhoogste te dienen onder knechtelijk juk, lasten dragende op hunnen hals; en na afloop van dat rijk zullen ze wederom geoordeeld worden."
Dat was dus nog in den tijd der bloedige vervolgingen, dat men droomde van "een vrederijk dat stond te" komen. En L a c t a n t i u s, die ook toen leefde, dus vóór de groote verandering onder den eersten christen-keizer Constantijn, sprak ook op dezelfde manier van nieuwe en heerlijke tijden, die straks op wondere wijze op aarde zouden worden geopenbaard. „Gelijk God zes dagen gearbeid heeft in 't formeeren der wereld", schreef hij, „zoo moet ook Zijn dienst en waarheid in deze zesduizend jaren arbeiden, terwijl de boosheid nog de overhand houdt en regeert. Maar wederom, gelijk Hij na 't volbrengen van Zijn werk den zevenden dag gerust en dien geheiligd heeft, zoo moet ook aan 't einde van 't zesde duizendtal jaren alle boosheid van de aarde weggedaan worden en de gerechtigheid duizend jaren regeeren, en moet er rust en verademing zijn van de moeiten, waaronder de wereld al lang gebukt gaat. Dan zullen die in hunne lichamen leven, niet sterven, maar gedurende die duizend jaren een oneindige menigte voortbrengen en hunne nakomelingschap zal heilig en Gode dierbaar zijn. Maar die uit de dooden zullen opgewekt worden, zullen over de levenden als rechters gesteld worden. De volken echter zullen niet geheel uitgeroeid worden, maar er zullen overblijfselen van gelaten worden, om de overwinning des Heeren te doen uitkomen, opdat de rechtvaardigen over hen triumfeeren en zij in voortdurende dienstbaarheid onderworpen worden."
Ook I r e n a e u s, leerling van Polycarpus, over wien we boven reeds spraken, teekent op realistische, echt Joodsch-rabbijnsche wijze het komend vrederijk. „Wijnstokken zullen er zijn met tienduizend takken, elke tak met tienduizend twijgen, elke twijg met tienduizend ranken, elke rank met tienduizend druiventrossen, elke druiventros met tienduizend bezien en elke druif vijfentwintig vaten wijn opleverende. 't Koren zal tienduizend aren schieten, elke aar met tienduizend korrels, waarvan elk twee pond van 't fijnste meel zal bevatten. Hoe kostelijk moet 't koren niet zijn, waarvan de afval, het kaf, een geschikte spijs zal zijn voor leeuwen, die dan stroo eten zullen."
Tegenover deze schijnbaar geestelijke verklaring der Schrift inzake de toekomst des Heeren neemt de bekende Kerkvader H i e r o n y m u s (± 350) positie in, door een meer Schriftuurlijke verklaring, waarbij gewaarschuwd wordt niet in te gaan in het Joodsche spoor der Chiliasten. H i e ron y m u s v oelt zelf, dat hij laarbij den toorn van velen op den hals zal halen, nochtans waarschuwt hij ernstig tegen de verwachtingen van een duizendjarig vrede-rijk op aarde, omdat de Schrift ons anders leert. Augustinus is evenwel de man in deze.
Deze groote en beroemde Kerkvader — 400 na Christus — toont het onhoudbare van de leer van een duizendjarig vrede-rijk op aarde duidelijk aan; hij sloeg tegen het Chiliasme spijkers met koppen!
(wordt voortgezet).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 december 1926

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

GEESTELIJK OPBOUW

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 december 1926

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

PDF Bekijken