Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

UIT DE PERS

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

UIT DE PERS

5 minuten leestijd

Vorming van eigen karakter, (1)
We hebben een mooi boekje gelezen, 't Heet:  V o r m i n g  v a n  e i g e n  k a r a k t e r  en is geschreven door den heer P. van Duyvendijk, leeraar aan de Kweekschool te Dordrecht. Uitgave van: J. de Longte te Dordrecht. We gaan in twee artikelen wat van dat boekje vertellen en we bevelen dan ieder aan dit boekje te koopen en het in z'n geheel te lezen. 't Bedoelt een eenvoudige, practische gids te zijn, voor jongeren in de eerste plaats, maar ook voor ouderen; want de vorming van eigen karakter blijft noodig ons heele leven door. „Wij hebben allen een karakter; iets eigens; iets kenmerkends, dat ons als „ingegraveerd" is. (Karakter beteekent g r a v e e r s  e l). In de eerste eeuw na Christus is men begonnen de menschen in te deelen naar hun temperament. Men sprak van vier typen, volgens de menging van hun lichaamsvochten. De vier toen aangenomen lichaamsvochten waren  s a n g u i s  of bloed; f Ie g m a of slijm; c h o l e  of gal; m e l a s c h o 1 e of zwarte gal Vier karaktertypen of temperamentstypen kreeg men toen. Aristoteles sprak er al van vóór het begin onzer jaartelling en dat is toen later meer uitgewerkt.
De vier karaktertypen waren: 1. het sanguinische, waarbij het bloed het meest werkzame lichaamsvocht is en daarom het opgewekte, levendige en wispelturige type; 2. het flegmatische; 't welk zich kenmerkt door kalmte, gelijkmatigheid, onbewogenheid; het flegma is dan overheerschend, hetwelk langzaam werkt; 3. het cholerische, waarbij de c h o l e of gal de hoofdrol speelt en den mensch opvliegend maakt en heftig bewogen doet zijn; 4. het melancholische, dat den mensch somber maakt en pessimistisch doet zijn; de zwarte gal is daarvan dan de oorzaak.
In lateren tijd heeft men getracht een geheel anderen grondslag te zoeken en een andere verdeeling in typen te geven. We noemen hier b.v. de namen van prof. G. Heymans en dr. S.O. Los. Prof. Heymans verdeelt de menschen in twee groepen: emotioneelen (die zeer vatbaar zijn voor indrukken en aandoeningen) en in  n i e t - e m o t i o n e e 1 e n (die niet zoo gemakkelijk bewogen worden). De emotioneelen of licht-bewogenen kunnen óf actief óf niet-actief zijn, handelend optreden of meer passief. De n i e t-e  m o t i o n e e 1 e n, die niet zoo gemakkelijk bewogen worden, kunnen ook weer óf actief (of handelend) óf meer passief zijn. Zoo krijgen we bij die indeeling vier groepen, waarbij weer elke groep of een sterke of een zwakke nawerking in het bewustzijn vertoont. Dus ten slotte acht typen en wel:
1. Het gepassioneerde of geweldige, d.i. sterk emotioneel, sterk actief met sterke nawerking in het bewustzijn.
2. Het cholerische of heftige, d.i. sterk emotioneel, sterk actief maar met zwakke nawerking in het bewustzijn.
3. Het sentimenteele of weemoedige, d.i. sterk emotioneel, maar dan passief met sterke nawerking in het bewustzijn.
4. Het nerveuze of prikkelbare, d.i. sterk emotioneel, maar dan passief met zwakke nawerking in het bewustzijn.
5. Het flegmatische of kalme, d.i. zwak emotioneel, sterk actief, maar met zwakke nawerking in het bewustzijn.
6. Het sanguinische of kinderlijke, d.i. zwak emotioneel, sterk actief, met zwakke nawerking in het tiewustzijn.
7. Het apathische of sleurtype, d.i. zwak emotioneel, zwak actief, met sterke nawerking in het bewustzijn.
8. Het amorphe of vormlooze, d. i. zwak emotioneel, zwak actief, met zwakke nawerking in het bewustzijn.
Dr. Los stelt een verdeeling voor naar de vier voornaamste emoties (aandoeningen) van den jeugdigen mensch, n.l. vrees, toorn, blijdschap en droefheid. Elk der vier groepen kan weer drieërlei genuanceerd zijn, want men kan uitgaan naar het eigen-ik (egoistisch) óf naar het welzijn van anderen (altruïstisch) èf naar den dienst van God (religieus georiënteerd). Vier groepen met drie nuanceeringen elk, dus vier maal drie, dat is twaalf typen. Vroeger had men dus een verdeeling van vier. Prof. Heymans spreekt van acht en dr. Los van twaalf karaktertypen; elk type met z'n eigenaardige kenmerken van bewogenheid, met eigen deugden en gebreken. Het blijft nu voor ieder onzer 't voornaamste een man of vrouw van karakter te zijn. Karakter is meer waard dan geld en ons karakter moet verzorgd en gevormd worden in Gods kracht. Een man of vrouw met karakter is een mensch met een ruggegraat. Een karakterloos mensch is minderwaardig. Zonder verdiepte karaktervorming kan de maatschappij niet bestaan (zegl dr. Wilhelm Teerster). En een christelijk karakter te zijn is 't mooist. Omdat een christelijk karakter te zijn is: het wilskrachtig beleven van het Christelijk beginsel, in gehoorzaamheid en zelfstandigheid. Daar heeft onze maatschappij wat aan!
(Wordt voortgezet).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 maart 1927

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

UIT DE PERS

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 maart 1927

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

PDF Bekijken