Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

12 minuten leestijd

Een nieuwe schadepost.
Het behoeft niet te verwonderen, dat de voorstanders van een deugdelijke landsverdediging zich eenigszins ongerust gaan maken over de plannen en de voornemens der regeering ten opzichte van de weerbaarmaking van ons volk.
Wat zich te dien opzichte reeds naar buiten openbaarde, wijst niet op een streven van het extra-parlementaire Kabinet om bij het uitbreken van eenig conflict ons volk zoo sterk mogelijk te doen staan en het te doen geven, wat naar de mate van zijne krachten mogelijk is, maar integendeel, worden uit zuinigheidsoverwegingen maatregelen getroffen, die ten slotte de krachten van het leger en van de vloot verteren.
Het is daarbij zeer de vraag, of al dat knabbelen aan onze verdedigingsorganen wel een financieel voordeel van eenige beteekenis zal opleveren en of wat men doet niet is het spannen der paarden achter den wagen.
Men schijnt nu reeds vergeten te zijn, hoe Nederland door de wonderlijke leidingen Gods, en omdat het de middelen had gebruikt, die de oorlogvoerenden van een aanval op ons territoir afhield, voor de gruwelen van den wereldoorlog is gespaard gebleven.
De legerpolitiek, die de regeering thans volgt, bedoelt niet een voortbouwen op de grondslagen, welke vóór het jaar 1914 werden gelegd en tijdens de oorlogsjaren werden uitgebouwd, maar zij is op het oogenblik er op gericht, om door allerlei proefnemingen te trachten tot een organisatie te komen, welke in het gebruik zoo goedkoop mogelijk is.
Daarop wijst ook weer het plan van het Kabinet om de departementen van Oorlog en Marine tot één departement van defensie te vereenigen.
Het gevolg van dezen maatregel zal zijn, dat aan één man zal worden opgedragen de zoo uiteenloopende takken van defensie, die ieder den geheelen persoon van een Minister vragen en waarvoor met een kaars de man te zoeken zal zijn, die beide takken met kennis van zaken weet te beheerschen.
Vooral de groote belangen van Nederland in Indië en de verdediging van het Koloniaal bezit, een zaak voor ons volk van de eerste orde, maant, bijzonder tegenwoordig, waar het in heel het Oosten gist, tot groote voorzichtigheid.
Is er vroeger sprake geweest van de vereeniging van Oorlog met Marine, thans is zulk een fusie niet van bedenking vrij te pleiten.  Wij zijn er van overtuigd, dat zoo de coalitie nog had bestaan en dientengevolge het overleg tusschen de rechtsche partijen plaats vond, althans op dit oogenblik een maatregel, als nu het Kabinet met de vereeniging der beide militaire departementen voorstelt, zou zijn achterwege gebleven.
Thans zal men zien, dat de fusie er met vlag en wimpel doorgaat. Geschiedt dit, dan zal dit een nieuwe schadepost zijn op de politieke rekening welke door het extra-parlementaire Kabinet is geopend geworden en die niet had behoeven geboekt te worden, zoo een rechtsch Ministerie de leiding van zaken in handen had gehad. Wij vreezen, dat het ook bij dezen schadepost niet zal blijven.

Nog altijd geen oplossing
Het wil met het niet vervolgen van conscientie-bezwaarde vrouwen wegens niet deelneming aan stemmingen voor de verkiezing van leden van openbare colleges nog maar niet opschieten.
Een der oplossingen, om uit de moeilijkheid te geraken, zou zijn, om de conscientiebezwaarden te brengen onder de rubriek van hen, die, om geldige redenen in den zin der Wet, verhinderd zijn hun stem uit brengen.
Echter kreeg ten vorigen jare 't Kamerlid de heer Duymaer van Twist, op zijn vraag om gewetensbezwaren als geldigeredenen van verhindering aan te merken van het intermezzo-Kabinet nul op het request en thans is ds. Kersten, die onlangs ter zake nieuwenvragen aan de regeering deed, er niet beter van afgekomen is.
De Minister van Justitie deelde dezer dagen toch naar aanleiding van de vragen van ds. Kersten mede, dat naar het oordeel van de Minister van Binnenlandsche Zaken en Landbouw het niet op diens weg ligt om de burgemeesters, die met de uitoefening van strafvervolgingen zijn belast, een bepaalde aanwijzing te geven van niet-vervolging van vrouwen, die bezwaar maken om te gaan stemmen. Met dit antwoord van den Minister van Justitie blijft de zaak dus onopgelost.
Wij zijn benieuwd, welke stappen thans zullen gedaan worden, om met het dwingende vrouwenkiesrecht uit het moeras te geraken.

Het Vrouwenkiesrecht.
De Staatkundig Gereformeerde Partij — ds. Kersten — is mee hierom opgericht, omdat de Antirevolutionaire Staatspartij, hoewel in principe tegen vrouwenkiesrecht, in de practische politiek toch met het vrouwenkiesrecht is mee gegaan. De S.G.P. van ds. Kersten en ds. Zandt zou principieel, om des beginsels wille, tegen het vrouwenkiesrecht zijn en wat tegen is, moest dan ook in de practijk tegen blijven, volgens hen. Zoo waren er méér dingen waartegen de S.G.P. zou optreden. Iemand die b.v. aan verzekering deed, mocht niet candidaat gesteld worden.
Maar wat blijkt nu achteraf, dat leden van de S.G.P. soms wonderlijk met die verzekeringskwestie omspringen — —. En duidelijk is herhaalde malen gebleken dat men er geenszins afkeerig van is de vrouwen op te wekken naar de stembus te gaan om den candidaat van de Staatkundig Gereformeerde Partij mee te helpen verkiezen.
Ook op de laatste jaarvergadering, onder voorzitterschap van ds. Kersten, is dat vrouwenstemrecht in de practijk ter sprake gekomen. 't Ging over een geval in Krabbendijke (ZeeI.). Daar is een raadslid, die weer candidaat is van de Staatk. Geref. Partij en de vrouwen opwekt om ter stembus te gaan. Gevraagd werd: mag dat? kan zoo iemand lid zijn van de S.G.P. en candidaat bij de verkiezing? Ds. Kersten heeft toen geen uitspraak durven en willen doen. En ook heeft hij afgesneden, dat de vergadering een uitspraak zou doen. Men wilde in Krabbendijke den boel niet in de war sturen, zei de voorzitter, En zoo is feitelijk niet geprotesteerd tegen het vrouwenkiesrecht, ook niet, tegen het opjagen van de vrouwen naar de stembus. Zoo is feitelijk een candidaat, die vóór vrouwenkiesrecht is en de vrouwen naar de stembus jaagt, aanvaard. De vergadering wachtte tevergeefs op en protest, 't Kwam niet en de voorzitter liet alles blauw blauw.
En dat is nu de partij, die mee is opgericht uit protest tegen de Antirevolutionaire taatspartij, omdat deze het vrouwenkiesecht in de practijk aanvaardt en gebruikt! Had ds. Kersten c.s. niet beter gedaan bij te A.R. te blijven en daar mee te strijden voor de beginselen, liever dan een eigen partij op te richten, die alles doet om nu zoo veel mogelijk de macht in handen te krijgen en in de practijk de A.R. verzwakt en Rome en de S.D.A.P. versterkt, door verbrokkeling van stemmen en verlies van zetels in de Gemeenteraden, de Staten en in de Tweede en Eerste Kamer?
Wat leven we toch in een tijd, die aan den vijand juichensstof geeft en de tegenpartij doet groeien, nu door ons aldoor maar gewerkt wordt, niet voor: »eendracht maakt macht«, maar voor: »verdeel en heersch«. Ongelukkige tijden beleven we.
Moet het nog erger worden — als een oordeel Gods?

De S.G.P. en artikel 36 Ned. Geloofsbeiijdenis.
I.
Onze Gereformeerde Vaderen hebben in de dagen toen de woelende en muitende en opstandige Wederdoopers hier en daar de schrik van het land waren en overal de overheden en machten verwierpen, om dan in een schandelijk communisme te leven, in de Ned. Gel. belijdenis ook kloek belijdenis gedaan van het Gereformeerd gevoelen omtrent de machten, die van God gesteld zijn. De Koningen en de Prinsen moesten niet denken, dat de zonen der Reformatie doopersche communisten waren, die de regeering des lands onderst boven wilden werpen. Geenszins! Kloek hebben ze beleden: de machten die er zijn, die zijn van God geteld en de machten van God gesteld, zullen in de Gereformeerden de trouwste en gewilligste onderdanen vinden! Maar — dan moeten de machten, die er zijn, ook bedenken, dat ze regeeren bij de gratie Gods en er naar staan naar Gods Woord en Gods wil te handelen.
Zoo is art. 36 van de Ned. Gel. belijdenis ontstaan. »Wij gelooven«, zoo zeggen onze gereformeerde Vaderen daar, »dat onze goede God, uit oorzaak der verdorvenheid des menschelijken geslachts, Koningen, Prinsen en Overheden verordend heeft; willende, dat de wereld geregeerd worde door wetten en politiën (besturen en regeeringen), opdat de ongebondenheid der menschen bedwongen worde en het alles met goede ordinantie onder de menschen toega. Tot dat einde heeft Hij de Overheid het zwaard in handen gegeven tot straffe der boozen en bescherming der vromen«.
Over deze nadere uiteenzetting en verklaring omtrent het ambt van de Overheid is onder ons geen verschil. Alle rechtgeaarde christenen zijn het daar over eens. Ook de politieke partijen: de A.R., de Chr. Historische, de H.G.S. en de Staatk. Geref. Partij.
Geen enkele van die politieke partijen denkt er dan ook over, om rakende dat gedeelte van art. 36 een commissie te benoemen, die deze zaak zal bestudeeren, om straks rapport uit te brengen.
Maar — als dan in artikel 36 door onze Gereformeerde Vaderen van de 16de eeuw een uitstapje gemaakt wordt op het terrein van de Overheid en gezegd wordt: »dat het ambt van de Overheid is, niet alleen acht te nemen en te waken over de Politie, maar ook de hand te houden aan den Heiligen Kerkedienst« dan beginnen met die verklaring van onze Gereformeerde Vaderen, waarin ze dus zelf allerlei conclusies gaan trekken inzake hetgeen de Overheid hier en elders doen moet, de moeilijkheden te komen.
Niemand, die ernstig meeleeft, zal durven ontkennen, dat hier moeilijkheden liggen, als gezegd wordt: dat de Overheid, de burgerlijke Overheid, de Regeering des lands, de hand moet houden aan den Heiligen Kerkedienst.
Wat is »de Heilige Kerkedienst«? En wat is »de hand houden« aan den Heiligen Kerkedienst? Hoe moet de burgerlijke Overheid, Burgemeester en Wethouders en Gemeenteraad dat plaatselijk doen? Hoe moet de Regeering dat landelijk doen, in steden en dorpen, in Nederland en in de Indien? Hoe moet het in Nederland en hoe moet het in Duitschland?
Hier liggen allerlei moeilijkheden! Laten we het met elkaar maar eerlijk bekennen! En dan is de 16e eeuw de 20e eeuw niet! Enz. enz.
Maar dan wordt het probleem nóg moeilijker, als we lezen, wat onze Gereformeerde Vaderen in de 16e eeuw nog meer hebben verklaard, dat de Overheid doen moet. Want zij hebben eerst verklaard en als hun meening te kennen gegeven: »dat de Overheid de hand moet houden aan den Heiligen Kerkedienst« — maar dan gaan zij verder als hun meening nog te kennen geven: »dat het ambt van de Overheid is, om te weren en uit te roeien alle afgoderij en valschen godsdienst, om het rijk des antichrists te gronde te werpen en het Koninkrijk van Jezus Christus te doen vorderen, het Woord des Evangelies overal te doen predliken, opdat God van een iegelijk geëerd en gediend worde, gelijk Hij in Zijn Woord gebiedt«.
Dat is nog al wat! De Overheid, de burgerlijke Overheid, Burgemeester en Wethouders en Gemeenteraad; — de Overheid, de Regeering, Koningin, Ministerie, Tweede en Eerste Kamer moeten ..... ..... alle afgoderij en valschen godsdienst weren en uitroeien. Om zoo het rijk van den antichrist te gronde te werpen. Om zoo het Koninkrijk van Jezus Christus te doen vorderen onder het volk, in stad en dorp, en uit te breiden in Nederland en Indië, ja, tot aan de uiterste einden der aarde, totdat de Antichrist weg is en het rijk van Christus alom tot heerschappij is gekomen.
Dat moet de Overheid doen! En daartoe moet de Overheid het woord des Evangelies overal doen prediken. De Overheid moet dat doen! Opdat de Overheid bewerke, dat God van een iegelijk geëerd en gediend worde, gelijk Hij in Zijn Woord gebiedt.
Dat moet de Overheid doen!
Wie voelt niet, dat onze Gereformeerde Vaderen hier een massa gezegd hebben, waarover werkelijk wel eens gepraat mag worden in de 20ste eeuw, waarbij we voelen, dat onze Gereformeerde Vaderen er zich wel wat makkelijk afgemaakt hebben met te zeggen »gelijk God in Zijn Woord gebiedt«.
Daar mag wezenlijk en waar wel eens over gepraat worden met elkaar. Want wat er verder in artikel 36 volgt, daarover zijn we het weer roerend met elkaar eens. "Voorts, een ieder, van wat qualiteit, conditie of staat hij zij, is schuldig zich den Overheden te onderwerpen, schattingen te betalen, hun eere en eerbied toe te dragen en hun gehoorzaam te zijn in alle dingen, die niet, strijden tegen Gods Woord; voor hen biddende in hunne gebeden, opdat hen de Heere stieren wille in alle hunne wegen, en dat wij een gerust en stil leven leiden in alle Godzaligheid en eerbaarheid".
Daarin zijn we het als christenen roerend met elkaar eens. En daarom begrijpen we ook zoo goed, dat onze Gereformeerde Vaderen aan het slot van artikel 36 hebben laten volgen: »En hierin verwerpen wij de Wederdoopers en andere oproerige menschen, en in het gemeen alle degenen die de Overheden en Magistraten verwerpen en de Justitie omstooten willen, invoerende de gemeenschap der goederen, en verwarren de eerbaarheid, die God onder de menschen gesteld heeft«. 
Er Is dus een gedeelte, een groot gedeelte van Artikel 36, bijna geheel Artikel 36, waarover we het hartelijk met elkaar eens zijn. Over het principe aangaande de Overheid is bij ons geen verschil. Maar wel over dat stukje toepassing dat onze Gereformeerde Vaderen gegeven hebben in dat middelste gedeelte.
Daar liggen nog al moeilijkheden. En wat heeft nu de Staatkundig Gereformeerde Staatspartij van ds. Kersten gedaan met dat Artikel 36 Ned. Gel. belijdenis?
Dat vertellen we volgende week.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Friday 13 May 1927

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk de hele uitgave van Friday 13 May 1927

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

PDF Bekijken