Bekijk het origineel

GEESTELIJKE OPBOUW

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

GEESTELIJKE OPBOUW

DE GEREFORMEERDE KERKORDE of HOE HET IN DE KERK DES HEEREN MOET TOEGAAN. (36)

6 minuten leestijd

Aan de hand van de W e z e 1 s c h e Artikelen, van 1568, hebben we 't laatst gesproken over het Sacrament van den Heiligen Doop. We hebben daar nog al lang ibij stilgestaan, omdat we de gelegenheid hebben waargenomen om over allerlei kwesties, rakende den Doop, te handelen. We willen dat nu niet voortzetten ; en gaan nu over tot een volgend stuk : „van het Avondmaal des Heeren".

De Wezelsche Artikelen zeggen er van :

De Avondmaalsviering moet 14 dagen te voren bekend gemaakt worden, 't welk noodig geoordeeld wordt om tweeërlei oorzaak ('Hoofdstuk VI, art. 6). De leden der gemeente kunnen zich dan bijtijds vooAereiden, alsook de Ouderlingen kunnen dan hun werk in het bezoeken der wijken op behoorlijke wijze verrichten.

Wat dat laatste betreft, herinneren we ons, dat de Ouderlingen geregeld huisbezoek moeten doen (Hoofdstuk IV, art. 2), vooral tegen den tijd van de Avondmaalsviering. En om een goed overzicht van de gemeente te hebben, moet de plaatselijke Kerk in wijken of parochies verdeeld worden. (Hoofdstuk IV, art. 3 : „Om het werk der Ouderlingen tot uitvoering te kunnen brengen, zal het noodig zijn zoo sipoedig mogelijk elke Kerk in vaste wijken te verdeelen, naar gelang van het aantal gemeenteleden en het gemak der geloovigen, die daar wonen. Aan het hoofd van elke Wijk zal men enkele Ouderlingen stellen, die elke week op een vastgestelden dag in de gemeenschappelijke Kerkeraadsvergadering zullen meedeelen of alles in hun Wijk recht en naar wensch toegaat, enz.")

Dus geregeld huisbezoek doen in de Wijk, minstens éénmaal per week (Hoofdstuk IV, art. 2) „vooral bij de nadering van de Avondmaalsviering".

Om nu de leden der gemeente voor de Avondmaalsviering te kunnen bezoeken, moet 14 dagen van te voren de nadering van de Avondmaalsviering van den kansel bekend gemaakt worden. Zoowel de ambtsdragers als de gemeenteleden kunnen er dan rekening mee houden !

Alleen belijdende li'dmaten nlogen dan ten Avondmaal gaan (Hoofdstuk VI, art. 7). Een eigenaardige 'bepaling volgt dan in art. 8, want daar lezen we toch :

„Zij, die begeeren tot het Avondmaal toegelaten te worden, zullen acht dagen vóór den tijd van Avondmaalsviering hun namen bij den Dienaar des Woords opgeven".

Als bij den predikant bekend is wie wenschen te worden toegelaten tot den disch des Verbonds, zal „de Kerkeraad terstond aan één of meer Ouderlingen, al naar gelang van de Wijk en het getal dergenen, die zich opgegeven hebben, de opdracht geven om ijverig en nauwkeurig onderzoek te doen naar hun vroeger leven en wat zij daar'bij vernemen, zullen zij ter kennisse van den Kerkeraad brengen, opdat wanneer iets in den weg staat, waarom zij liever niet behooren toegelaten te worden, men bijtijds tusschenbeide kan komen".

Dat is dus om opzicht en toezicht te houden, en, zoo noodig, tucht te oefenen, ook hierin dat ze, wanneer er oorzaak voor is, niet zullen worden toegelaten.

„Zoo er zich niets voordoet, dat men dan voortvaren kan in de onderzoeking des geloofs".

De ibelijdende leden der gemeente, op wier léven niets te zeggen is, zullen dus, wanneer zij de begeerte om ten Avondmaal te gaan hebben bekend gemaakt, naar hun geloof ondervraagd worden (examinatio fidei). (Art. 8).

Die onderzoeking inzake hun geloof zal niet in het openbaar geschieden, maar door en voor den Kerkeraad (art. 9) „op de wijze, zooals in de Kerkelijke Verordeningen wordt voorgesteld (secundum ea quae in constitutionibus ecclesiasticus proponuntur)

Die „de catechisatie afgeloopen hebben" (art. 10) en dus voor 't eerst ten Avondmaal gaan, zal men „in tegenwoordigheid der geheele Kerk onderzoeken".

Dus de openbare belijdenis.

En dat onderzoek zal dan moeten geschieden „aan de hand van het formulier van den Kleinen Catechismus (secundum brevioris catechismi formam), waaraan dan toegevoegd zullen worden de voornaamste stukken van den grooteren Catechismus (cui etiam adiungentur maioris catechismi summa Capita) : en dit zal geschieden acht dagen vóór den dag, die voor de Avondmaalsviering is vastgesteld", (art. 10).

Met deze dingen voor de jongeren en voor de ouderen was het echter niet afgeloopen. Want in art. 11 lezen we : „Zij nu, die behoorlijk onderzocht zijn, 'hetzij dat zij kinderen, hetzij dat zij volwassenen zijn, zullen zich des daags vóór de Avondmaalsviering voor de gemeente stellen en hun zal, nadat de voornaamste stukken van het geloof en de religie hun voorgesteld zijn, gevraagd worden of zij daarmede instemmen (eorum assensio postulabitur)".

Men ging dus geenszins lichtvaardig te werk, noch wat het leven, noch wat d e leer aangaat. En in het midden der Gereformeerde Kerk vroeg men dus aan degenen, die voor het eerst „belijdenis des geloofs" aflegden, instemming met de bijbelsche. Gereformeerde geloofswaarheden en de belijdenis der Kerk, terwijl men telkens, bij elke Avondmaalsviering, daarop terugkwam. „Tegelijk zullen zij zich ook onderwerpen aan de kerkelijke tucht en hunne namen laten opschrijven in de kerkelijke registers", (art. 11).

Als dat dan alles geschied was : huisbezoek, opgave bij den predikant, onderzoek naar het leven, kerkeraadsvergadering, ondervraging inzake de stukken des geloofs — „dan zullen zij aan de gemeente worden voorgesteld, opdat zij, indien er geen wettige verhindering zich voordoet, den volgenden dag tot de tafel des Heeren toegelaten kunnen worden (atque tum demum ad plebem referentur, ut si nihil causae obstet possint postridie ad mensam dominicam admitti).

Er volgen dan nog een paar bepalingen, als : het brood moet noodzakelijk geb roken worden, omdat dit door Christus duidelijk zoo ingesteld is en deze gewoonte door de Apostelen en de geheele oude Kerk niet zonder de gewichtigste redenen in eere is gehouden (art. 12) ; de Avondmaalsformule moet gebruikt worden, omdat zij het meest overeenkomt èn met de instelling èn met het duidelijk voorschrift van Christus èn ook met de verklaring van Paulus (art. 13) ; gewoon brood moet worden gebruikt, opdat er geen bijgeloovige gedachten worden gewekt (art. 14); terwijl dan in art. 17 nog wordt gezegd, „dat de predikatiën ten tijde der Avondmaalsviering niet mogen worden gerekt" ; de tijd, voor Avond maalsviering bestemd, mag niet in beslag genomen worden door de preek ; alles bij elkaar mag niet te lang duren.

(Wordt voortgezet).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 september 1928

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

GEESTELIJKE OPBOUW

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 september 1928

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

PDF Bekijken