Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Geestelijke opbouw

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Geestelijke opbouw

Het Duizendjarig Rijk

7 minuten leestijd

In de Schrift — zoo redeneert de Chiliast — Is er sprake van tweeërlei komst van Christus en een dubbele opstanding.
Straks in het eind is de groote wederkomst als Rechter op de wolken en de groote opstanding ten oordeel — maar tusschen de komst van Christus in het vleesch en Zijn eind-wedenkomst ten oordeel stellen de Chiliasten zich voor een periode van vredeheerschappij des Heeren op aarde, waarin een hemelsch Sion, de Kerk van het Nieuwe-Jeruzalem (Swedenborg) op aarde /bloeit, terwijl Satan gebonden is en Israël in massa zich zal bekeerd hebben tot den Messias, dien zij nu nog verwerpen.Dat is de kern van de leer van het Chiliasme en daarvoor beroept men zich op de Schrift, met name op Schriftuurplaatsen, die wij reeds noemden.
Men wijst dan ook nog op Zach. 12:10: Doch over het huis Davids en over de inwoners van Jeruzalem zal ik uitstorten den Geest der genade en der gebeden en zij zullen mij' aanschouwen, dien zij doorstoken hebben.
Maar vooral legt , men den vinger bij Rom. 11 : 25, 26: Want ik wil niet, broeders, dat u deze verborgenheid onbekend zij — dat de verharding voor een deel over Israël gekomen lis, totdat de volheid der heidenen zat ingegaan zijn, . En alzóó zal geheel Israël zalig worden."
De Chiliasten willen zoo gaarne hier denken aan een aardsch-Christusrijk, waartoe heidenen zullen behooren, maar ten slotte het geheele volk van Israël. Doch van een aardsch koninkrijk is, in verband met Christus, nooit sprake in de H. Schrift. Bij Christus is altijd alleen maar plaats voor een geestelijk koninkrijk en voor arme zondaren, zonder onderscheid. En zullen dan de Joden, juist omdat zij iets anders dan een , geestelijk koninkrijk verwachten, zich aan den Heiland ergeren en Hem aan 't kruis nagelen, zoo zal de Heere er toch voor zorgen, dat, als de joden zich verharden, de heidenen zich zullen leeren bekeeren. En zal Israël dan verstouten liggen en vergeten zijn ; zal er van Israël dan niemand zalig worden meer? Geenszins. Paulus spreekt in Rom. 11 van een „verborgenheid" welke hem door den' Heere is bekend gemaakt — en men zal straks bewonderend moeten uitroepen : o diepte des rijkdoms, beide der wijsheid en der kennis Gods ! hoe ondoorgrondelijk zijn Zijne oordeelen, en onnaspeurlijk Zijne wegen !" — en die verborgenheid is, dat de Heere na de heidenen ook van de Joden zal brengen tot bekeering, zoodat op deze wijze (alzoo) al 't volk Gods, in al z'n samenstellende deelen, uit Joden en heidenen zal zalig worden, héél 't uitverkoren erfdeel, geheel, 't geestelijk Israël, 't geestelijk zaad van .Abraham, dat Christus gegeven is ten eigendom.
De Bijbel leert ons overal — Schrift met Schrift vergeleken, om niet maar hier en daar een uit z'n verband gerukte tekst — dat Abrahams zaad, uit alle geslachten der aarde, in Christus, zal vergaderd worden. Abrahams zaad is niet het vleeschelijk, maar het geestelijk Israël, gelijk het Koninkrijk van Christus niet een aardsch Koninkrijk, maar een geestelijk en hemelsch Koninkrijk is. Uit Joden en heidenen zal dat Israël vergaderd worden En daarom gelooven wij, met Paulus, dat de Heere Israël niet voor altijd heeft verstooten, en dat het overblijfsel, dat naar de verkiezing is, zal leeren roepen vroeg of laat : „Gezegend is Hij, die komt in den naam des Heeren." Het zal zich leeren buigen, op Gods tijd, voor den Christus Gods (Matth. 23 : 37—39) ; Hos. 3:4, 5). Maar van een nationaal herstel van het Joodsche volk, dat dan de banierdrager der geloovigen zal wezen, lezen we niet in Gods Woord.
De gang der historie is kennelijk naar uitwijzen van Gods Woord aldus : de Joden, Abrahams zaad, hebben Christus verworpen ; toen heeft de Heere Zich tot de heidenen gewend, gelijk Hij aan Abraham had toegezegd, dat de zegening zou wezen voor alle geslachten der aarde. En terwijl nu de Heere Zijn geestelijk Israël uit de heidenen saamvergadert door Zijn Geest en Woord, zullen straks ook van Jacobs kinderen, die het teken der besnijdenis dragen in het vleesch, naar den levensvorst Christus leeren vragen ; en zóó zal openbaar worden, dat God Zijn oude volk niet vergeten heeft. Maar nooit biedt de Heere de zaligheid aan het vleesch, óók niet aan het Joodsche vleesch.
Teksten als Rom. 11 : 26 : . „en alzoo" (er staat niet „daarna", maar „alzoo") zal geheel Israël zalig worden" moeten we dan ook niet lezen door een Joodschen bril. Want de Heiland heeft geleerd, dat ze zullen komen van het Noorden en Zuiden, Oosten en Westen en zullen aanzitten met Abraham, Izaak en Jacob, terwijl tot de Joden, die kinderen des Koninkrijks zich noemden, zal worden gezegd : „ga weg van Mij, Ik heb u nooit gekend, gij die de ongerechtigheid liefhebt".
De volheid der .heidenen" beteekent niet „alle heidenen, hoofd voor hoofd", maar het volle getal van Gods uitverkorenen. En zoo beteekent „geheel Israël" niet „alle Joden hoofd voor hoofd", maar „het volk te voren door God uitverkoren". In Israël zal God aan Zijn eer komen, 't Zal blijken, dat God Zijn volk niet verstooten heeft en ook Israël zal zich leeren buigen voor Davids grooten Zoon, zoodat het Israël van de Oude Bedeeling en het Israël van het Nieuwe Verbond tot één vergaderd zal worden, voor zoover het van God is uitverkoren ten eeuwigen leven.
De gangen van Christus zijn, om van alle vleesch, van alle volk, van alle taal Zich een gemeente te vergaderen en' dan straks het Koninkrijk aan de voeten des Vaders neer te leggen ; dan zal de nieuwe hemel en de nieuwe aarde geopenbaard worden, waarop gerechtigheid zal wonen, en God zal zijn alles in allen.
Van tweeërlei wedenkomst van Christus met een tusschenperiode van een duizendjarig vrederijk, is in de H. Schrift daarbij geen sprake.
Wel probeert men van den kant der Chiliasten tweeërlei komst van Christus te verdedigen (en Amerikaansche lectuur brengt dat gestaag onder het volk), waarbij de Schrift dapper en handig wordt gebruikt, maar zulk gebruiken van den Bijbel lijkt zóó weinig op Schrift met Schrift vergelijken — en dat behoort men toch te doen, de Schrift kan niet gebroken worden, maar moet in z'n geheel worden genomen, waarbij de minder-heldere plaatsen moeten worden verklaard, door de gedeelten die duidelijk .zijn— dat, het in den grond der zaak een fantastische inlegkunde wordt, waarbij men alles door één bepaalden bril ziet ! Éénzijdig gebruiik der Schrift vinden we bij alle secten, maar ook bi| de Chiliasten of voorstanders van een duizend-jarig vrederijk. Men wil dat nu eenmaal zien en hebben  — daarom moet de  Schrift altijd weer in dien vorm gekneed worden, dat er een duizend-jarig vrederijk uit voortkomt.
Wij gelooven, dat de heidenen ; zich zullen leeren bekeeren en de volheid van de uitverkorenen Gods zal uit hen vergaderd worden. Wij gelooven, dat God Zijn oude volk Israël niet verstooten heeft, en dat langs 'sHeeren wegen gansch het Israël Gods zal worden toegebracht. Dan zal héél 't geestelijk Israël, uit alle volk en natie, in Christus hun Heiland en Zaligmaker en Koning erkennen en als de laatste der uitverkorenen Gods zal zijn toegebracht; 144000, zijnde het volle getal (1000), uit de 12 X 12 geslachten van het Oude Verbond en van 't Nieuwe Verbond, zoodat er niet één zal ontbreken van al degenen die de Vader aan den Zoon tot erfenis gegeven heeft, dan zal de voleinding aller dingen zijn.
Dat de Bruidskerk intusschen naar rust en vrede verlangt is begrijpelijk ; maar dan te hopen op een duizend-jarig vrederijk als rustperiode, vóór de wederkomst van Christus als Rechter op de wolken, is ijdel.
Er blijft een andere rust over voor het volk van God !

(Wordt voortgezet).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 januari 1930

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Geestelijke opbouw

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 januari 1930

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

PDF Bekijken