Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

GEESTELIJKE OPBOUW

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

GEESTELIJKE OPBOUW

Het spiritisme

6 minuten leestijd

HET SPIRITISME.
Het Spiritisme achten wij zonde. En wel zonde tegen het 3de gebod.
Het 3de gebod luidt: „Gij zult den Naam des Heeren, uwes Gods, niet ijdel gebruiken".
Dat beteekent natuurlijk óók : gij zult niet vloeken ; gij zult geen valschen eed zweren, waarbij Gods Naam lichtvaardig gebruikt wordt, als we leugen spreken, enz.
Maar het 3de gebod beteekent mèèr. Het wil ons waarschuwen, dat we ons niet lichtvaardig zullen stellen tegenover hetgeen de Heere van Zichzelf bekend gemaakt heeft. Want die de Zelf-openbaring Gods veracht en verwerpt, ijdel en lichtvaardig als niets acht — om zich koppig en eigenzinnig in eigen gekozen wegen te begeven, — die staat schuldig voor den heiligen G d, die het misbruiken van Zijn Naam en het verachten van Zijn openbaring niet onschuldig zal houden.
En nu maakt het Spiritisme zich schuldig aan het verwerpen van de Godsopenbaring. Wat God ons openbaart, wil men niet. En brutaal gaat men tegen hetgeen de Heere verbiedt in, om te doen hetgeen Hij niet wil. Dat zal Hij bezoeken met Zijn straffen en oordeelen.
De Spiritisten willen langs een anderen weg „openbaring" zoeken dan God Zelf in Zijn Woord, in Zijnen Christus, door Zijnen Geest ons geven wil. Men zoekt eigen gemaakte wegen, die dwars tegen Gods gebod ingaan. En dan schijnt het soms wel (we nemen het nu nog maar op z'n best en denken aan de religieuse Spiritisten) dat we alleszins godsdienstig zijn, maar we zondigen tegen God, ook bij die z.g.n. religieuse dingen.
Dat geldt ook in het algemeen tegenwoordig, afgezien van het Spiritisme.
In plaats dat b.v. de mensch z'n weg op den Heere wentelt en van Hem verwacht hetgeen we noodig hebben, gaat men naar iemand, vrouw of man, die door middel van de lijnen in de hand, koffiebezinksel, kaartleggen en werken met een ei, de toekomst kan voorspellen. Men wil in de toekomst indringen ; men wil zich voor de toekomst verzekeren en veilig stellen, — en wat God alleen weet, moet dan een kaartlegster zeggen. Wat God alleen ons kan verschaffen, wordt dan verwacht uit de hand van een waarzegster of slapende juffrouw. In plaats, dat men z'n mond open doet voor den Heere, om op Hem in den gebede aan te loopen, richt men z'n voeten naar een „profeet" (enkele huizen van onze woning verwijderd, woont Lauck „de profeet", die dit op z'n naambordje aankondigt en met reclame-berichten illustreert) of naar een planeetkundige enz. Wat waarlijk niet alleen de „domme" menschen doen uit de „lagere" volksklasse, maar ook vele intellectueelen en beter gesitueerden, die tot het „denkend deel der natie" behooren.
En hoevelen zijn er niet, die in auto of in huis, bij het voetbalspel of elders hun vertrouwen stellen op een onnoozel, onoogelijk poppetje of een levend diertje, konijn of kat. En in de vliegmachine en op zee of in den strijd voelt men zich rustiger als men een amulette of mascotte heeft.
Wonderlijke tijden beleven we. En dat, waar de verlichting, de kennis, de beschaving, de ontwikkeling, de studie zoo'n hooge vlucht heeft genomen. Een boeren jongen weet tegenwoordig meer, dan vroeger een stadsheertje ; en een stadsheertje weet nu meer dan vroeger een professor. En toch keert men zich overal lichtvaardig en lichtgeloovig tot de allerdwaaste dingen.
Of zijn er geen „heeren van de beurs", die in achterstraatjes of zelfs aan de hoofdwegen en aan de singels van de stad bij een waarzegster, bij een somnambule, bij een planeetkundige binnen sluipen, om onderricht te worden in de goede of kwade kansen van de geldmarkt ?
De deur van het bidvertrek is in 't slot geworpen, de deur van de toovenarij, van de waarzeggerij, van het bijgeloof, staat wagen-wijd open.
En juist onder hen, die los zijn van Gods Woord en daarbij dan tot de meer ontwikkelden willen gerekend worden — dikwijls menschen met een positie in de wereld — neemt in onze dagen het geloof aan duistere, geheimzinnige, occulte en obscure dingen toe. Men gelooft aan voorteekenen, men hecht aan ontmoetingen, men „klopt" elk oogenblik „af", om zich veilig te stellen. Men spreekt ook meer en meer van geesten, spoken, en van gewaande teruggekeerde dooden, die zich aan de levenden openbaren, op schrikbarende wijze, enz. Zooals de heidenen overal geesten zich denken ('t Animisme) in boom en steen, in rivier en rots, in mensch en dier, zóó gelooft de moderne mensch van" onzen tegenwoordigen tijd ook in geesten en spoken en wonderlijke teekenen. En de een zegt, dat hij geesten kan oproepen, en de ander gelooft er in en maakt er gebruik van.
Voor allen, die goed staan in hun belijdenis van dén eenigen en waarachtigen God, Die Zich in Zijn Woord, Die Zich in Zijn Christus, Die Zich door Zijn Geest openbaart, zijn en blijven deze dingen een gruwel en ergernis, ook al worden ze soms in een godsdienstig kleed gehuld. Ze lezen hier als met goddelijk schrift: verboden toegang. Ze kennen een anderen en beteren weg, n.l. het gebed in Jezus' Naam tot den Vader in den hemel opgezonden. En met de geschiedenis van Saul voor oogen, die kort vóór den dag, dat hij door zelfmoord een eind aan z'n leven maakte, naar de toovenares te Endor ging, zijn we gedachtig aan het woord uit Deut. 18 vers 11b en 12a : „die de dooden vraagt — al wie zulks doet — is den Heere een gruwel"
De zonde van het Spiritisme is grooter dan velen meenen. Heele kringen van mannen en vrouwen — heele families — zijn er door vergiftigd en ongelukkig door geworden ; vooral wanneer b.v. de man of de vrouw of de kinderen „aan Spiritisme doen", terwijl anderen van het gezin er tegen zijn. Veler rust is er door verstoord, veler zenuwgestel is er door verwoest ; sommigen zijn er voor hun beroep of bedrijf volkomen ongeschikt door geworden ; velen zijn er door verloren gegaan voor de Kerk.
En niet slechts in de kringen der vrijzinnigheid ; onder hen, die met Gods Woord al lang hadden gebroken en toch behoefte hadden en hielden naar de bovenzinnelijke, eeuwige dingen — naar de dingen van de overzijde van den tijd en van het graf — behoefte aan andere dingen dan die van deze aarde zijn — maar óók onder Christenen, die belijders van den Naam des Heeren zijn, vindt men er velen, die „aan Spiritisme doen". In een beneden-zaal van een Chr. Bondsgebouw zagen wij niet zoolang geleden nog, een groote schare van Spiritisten bijeen (toen wij bij vergissing beneden de zaal binnen gingen, terwijl wij boven vergadering hadden) en met, gebed en het zingen van geestelijke liederen ging het samenzijn gepaard.
Daartegenover moeten wij met beslistheid vasthouden wat de Schrift zegt: het vragen der dooden is den Heere een gruwel ! En tegen deze mode-zonde kan niet ernstig genoeg gewaarschuwd worden, opdat met name de jongeren onder ons, wier geloof nog zwak is en die dikwijls met allerlei slag van menschen in aanraking komen, niet onder de bekoring van al dit moderne, z.g.n. gewichtig en godsdienstig gedoe geraken.
Het Spiritisme heeft z'n duizenden verslagen — en daarom moet voortdurend ernstig worden gewaarschuwd. Telkens maar weer !

(Wordt voortgezet).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 november 1931

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

GEESTELIJKE OPBOUW

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 november 1931

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

PDF Bekijken