Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

DE NEDERLANDSCHE GELOOFSBELIJDENIS.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

DE NEDERLANDSCHE GELOOFSBELIJDENIS.

7 minuten leestijd

II.
14. Vraag : Is Guido de Brés de eenige die aan het opstellen van de Ned. Geloofsbelijdenis gewerkt heeft?
Antwoord: Neen. Er zijn verschillende predikanten van naam, die hebben geholpen. Adrianus Saravia, Hermannus Modet, Christoffel Fabricius, Kornelis Kooltuin, Petrus Datheen en Casper van der Heijden kunnen als medewerkers worden genoemd. Maar de eere van de zuil onzer Belijdenis te hebben opgericht, blijft weggelegd voor „Christus' getrouwen knecht en martelaar" Guido de Brés, die haar in 1561 in de Fransche taal opstelde, terwijl anderen haar in 1562 in het Nederlandsch hebben vertaald. (De Fransche uitgave is dus de oudste en heeft de meeste autoriteit, zijnde de oorspronkelijke tekst).
15. Vraag : Wie was Adrianus Saravia ? Antwoord : De geleerde en godvruchtige Saravia was predikant in de Kruiskerken van Antwerpen en Brussel, terwijl hij later hoogleeraar in de godgeleerdheid was te Leiden.
Saravia verklaart, dat de Belijdenis door Guido de Brés in de Fransche taal is opgeschreven, maar hij voegt er aan toe, dat de Brés „voor zij uitgegeven werd, deze aan de dienaren des Goddelijken Woords, die hij bereiken kon, heeft meegedeeld en het aan hen heeft overgelaten, zoo hun iets mishaagde, te verbeteren, of ook wel daarvan iets af te doen — zoodat zij niet moet gehouden worden voor één mans werk".
16. Vraag : Wie was Hermannus Modet ? Antwoord : Modet is te Zwolle geboren en is in 1544 reeds als Hervormd leeraar bekend. Hij was de eerste, die het den 14en Juni 1566 waagde, om in Nederland, in de nabijheid van Oudenaarden, openlijk op te treden (hagepreek). Toen de beeldenstorm uitbrak en hij den dienst te Antwerpen waarnam, hield men hem voor één van de aanstokers, van welken blaam hij zich echter schitterend wist te zuiveren. Later was hij predikant te Zierikzee en te Utrecht, waar hij vooral een der heftige bestrijders van de volgelingen van Duifhuis (gest. 1581) was, die niet geheel ten onrechte is genoemd een voorlooper van de Remonstranten. Ook tegen de Wederdoopers trad hij op.
17. Vraag : Wat kunnen we van Guido de Brés en zijn medewerkers zeggen ?
Antwoord : De opsteller van de Ned. Geloofsbelijdenis en zijn medewerkers zijn alle vermaarde en godzalige mannen geweest, die zoowel binnen als buiten ons vaderland de Waarheid des Evangelies hebben verkondigd en die Waarheid, zoo noodig, met hun bloed hebben bezegeld.
18. Vraag : Wat is het voordeel voor de Ned. Geloofsbelijdenis dat zij op deze wijze is ontstaan ?
Antwoord : De Ned. Geloofsbelijdenis is niet op hoog bevel door de geestelijkheid, noch door de Overheid in elkaar gezet, maar zij is in vrijheid geboren, opwellend uit de levende fonteinen des harten, die de Heere Zelf deed ontspringen ter bestemder tijd. Vandaar ook, dat de taal zoo schoon en gespierd is, overal vol tinteling van heilig vuur, wat haar tot een der beste voortbrengselen van den Reformatie-tijd maakt.
Daarbij is zij niet de taal van één man, maar uit het midden der Gereformeerde Kerk van alle plaatsen, die zoo schrikkelijk vervolgd werd door Rome, geboren. Wat Guido de Brés schreef, was de taal van velen : „van meer dan 100.000 man, houdende en volgende den godsdienst, waarvan hier Belijdenis werd gedaan — die slechts begeeren aan te toonen, dat hun leer is gefondeerd op den eenigen rotssteen, welke is Jezus Christus". (Begeleidend schrijven aan den Koning).
19. Vraag : Hoe komt in het opschrift van de Ned. Geloofsbelijdenis uit, dat het niet de taal van één man is ?
Antwoord : Het opschrift van de Fransche, zoowel als van de vertaalde Nederlandsche uitgave der Belijdenis, was:
„Belijdenis des geloofs. Gemaakt met gemeen accoord door de geloovigen, die in de Nederlanden overal verstrooid zijn, die naar de zuiverheid van het Heilig Evangelie van onzen Heere Jezus Christus begeeren te leven".
Na dit opschrift op het titelblad komt een tweede opschrift boven de belijdenis zelve, dat aldus luidt: Belijdenis, inhoudende de eeuwige zaligheid der zielen.
De Ned. Geloofsbelijdenis is dus op het innigst verbonden met: Gods Woord: staat naar : de zuiverheid van het Heilig Evangelie van Onzen Heere Jezus Christus en verbindt daaraan : de eeuwige zaligheid der zielen.
20. Vraag : Welk materiaal is in de Ned. Geloofsbelijdenis door de opstellers verwerkt ?
Antwoord : Uit het begeleidend schrijden, dat aan de Ned. Geloofsbelijdenis was toegevoegd toen het aan de Overheid werd bekend gemaakt, blijkt, dat de opstellers gaarne, indien zij dwaalden, zouden worden overtuigd „door teksten uit den Bijbel". De Bijbel was voor hen Gods Woord en bekleed met de hoogste autoriteit voor Christus' Kerk op aarde, 't Ging in de belijdenis om de waarheid naar Gods Woord. „Er staat geschreven" was voor hen beslissend en was het eind van alle tegenspraak. Ieder artikel heeft op den kant eenige bijbelteksten als bewijsplaatsen. De Dordtsche Synode liet ze ten onrechte weg.
21. Vraag : Hoe blijkt het, dat onze Ned. Geloofsbelijdenis in wezen internationaal en met de Geref. Kerk van andere landen verwant is ?
Antwoord. In Mei 1559 stelde de Fransche Synode van Parijs haar Geloofsbelijdenis in 40 artikelen op. Confessio Gallicana. Haar vrij navolgend ontwierp Guido de Brés datzelfde jaar zijn Belijdenis in 37 artikelen. Confessio Belgica. Zijn vriend Saravia nam haar mee naar Geneve en legde haar ter goedkeuring voor aan Calvijn. Deze gaf den raad dat de Brés en „de overige predikanten in Nederland" de Fransche belijdenis zouden overnemen. Men volgde hier dezen raad niet op. In de Kerk te Emden in Oost-Friesland stemde men met de belijdenis van de Brés in. Ook predikanten in en buiten België. „Met gemeen accoord der geloovigen" kan dan de Brés in 1561 zijn Confessie publiceeren.
Omdat onze Ned. Geloofsbelijdenis of Confessio Belgica sterk verwant is aan de Fransche belijdenis of Confessio Gallica, in 40 Artikelen, en deze weer verwant is met de Zwitsersche belijdenis of Confessio Helvetica in 35 Artikelen, is het geen wonder dat onze Ned. Geloofsbelijdenis een sterken Calvinistischen inslag verraadt.
Vooral sinds 1540 begon de machtige invloed van Calvijn's arbeid in Nederland (ook tegenover de Wederdoopers) merkbaar te worden en het Calvinisme kreeg hier de leiding. Noch het Lutheranisme of Martinisme, noch het Anabaptisme (Melchior Hofmann, Jan van Leiden, enz)., maar het Calvinisme heeft hier het stempel gezet op Kerk en Volk. (Gereformeerd-Protestantisme).
22. Vraag : Welke belijdenis, uit de dagen van de Reformatie, mag wel met name genoemd worden naast de Calvinistische Ned. Geloofsbelijdenis ?
Antwoord : Toen Keizer Karel V, overwinnaar van Frankrijk en Rome zijnde, in 1530 het besluit had genomen de Duitsche Evangelischen terug te brengen tot de Pauselijke Moederkerk, hebben de protesteerende steeden een geschrift over hun geloof en de door hen afgeschafte misbruiken, laten opstellen. Deze Confessie, bestaande uit 21 Artikelen over de leer en 7 over de godsdienstige en kerkelijke gebruiken, is door Melanchton opgesteld, door Luther goedgekeurd en door de protesteerende vorsten en twee rijkssteden onderteekend, en is op den Rijksdag te Augsburg, den 25 Juni 1530. in de Duitsche taal voorgelezen en den Keizer in het Latijn en Duitsch overhandigd.
De Confessio Augustana of Augsburgsche Geloofsbelijdenis, is een openlijke verklaring der Duitsch-Evangelische of Luthersche Kerk.
Van een plechtige aanbieding kan ten onzent bij een man als Filips II geen sprake zijn ! Daarom werd onze Ned. Geloofsbelijdenis over den muur van het kasteel te Doornik geworpen, als een openlijke verklaring van de Nederlandsche Gereformeerde Kerken (in den nacht van 1 op 2 November 1561).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Thursday 16 June 1932

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

DE NEDERLANDSCHE GELOOFSBELIJDENIS.

Bekijk de hele uitgave van Thursday 16 June 1932

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

PDF Bekijken