Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

CHRISTELIJKE ETHIEK

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

CHRISTELIJKE ETHIEK

ALGEMEEN DEEL.

7 minuten leestijd

De levenskringen waar het zedelijk leven des menschen tot openbaring meet komen.
Inleiding.
1. Ons christelijk leven in 't algemeen.

Het leven van den Christen op aarde is natuurlijk een leven, dat gelijk is aan het leven van alle mensehen; een gewoon mensch-leven. Het bestaat uit geboren worden en sterven, uit arbeiden, eten, drinken, rusten ; het heeft te maken met kleeding en woning ; het mist niet het huwen en ten huwelijk geven ; het kent de tijden van werken en rusten, van inspanning en ontspanning, van studie, lezen, spel, muziek, zang — alles héél gewoon, zooals het in 't leven van alle menschen voorkomt, zij 't dan met groote nuanceering en variaties, bij jong en oud, bij arm en rijk, bij man en vrouw, bij eenvoudigen en ontwikkelden, in de stad en op 't platteland. De Christen is niet aangelegd op een excentriek leven, dat nergens past en zich nooit weet aan te sluiten.
Maar — al is 't waar, dat de Christen een heel gewoon leven heeft, omdat hij (of zij) een heel gewoon mensch is, met de gewone functies en de gewone behoeften en de gewone taken van het menschleven, toch is het leven van een Christen (als 't goed is) geheel anders. Het moet, naar het woord der Schrift, zijn een leven „in den Heere". En dat wil zeggen, dat het geheel en al, in doen en laten, in de sfeer van de vreeze Gods moet staan. „Al wat gij doet, doe het al ter eere Gods", zegt des Heeren mond. En zoo is het leven onbeperkt bestemd om een christelijk. Godvruchtig leven te zijn en mag het nooit verborgen blijven, dat de Christen een ander mensch is; heel, héél gewoon als andere menschen, en toch tegelijk een ander mensch. In de wereld, maar niet van de wereld. En als 't zóó, door Gods genade en de vernieuwende kracht des Heiligen Geestes, tot openbaring mag komen (een levende rank van den waren Wijnstok) dan zal het 't best beantwoorden aan het doel en het zal zijn tot Gods eer, tot des naasten heil en tot eigen vreugd en vrede. Juist als het leven eens Christens niet is „in den Heere", maar „in 't vleesch", zal het een mislukking worden, Gode niet tot eer strekken en den naaste en onszelf niet tot vreugde en vrede zijn. Door de levens, die niet „in den Heere" zijn, wordt de aarde niet gezegend en ontvangt het menschdom geen heil. Men heeft dan niets dan ellende en ramp op ramp te vreezen. Wie afvalt van den hoogen God, moet vallen
De Christen heeft op alle terreinen des levens, bij alle levensverhoudingen en in alle levensfuncties, een hooge en heilige roeping. „Al wat gij doet, doe het al ter eere Gods" ! En met heilig begeeren zal moeten worden gebeden : „Regeer ons alzóó door Uw Woord en Uwen Geest, dat wij ons hoe langer hoe meer aan U onderwerpen ; bewaar en vermeerder Uwe Kerk, verstoor de werken des duivels, en alle geweld, 't welk zich tegen U verheft, gelijk ook alle booze raadslagen, die tegen Uw Heilig Woord bedacht worden, totdat de volkomenheid Uws Rijks kome, waarin Gij alles zult zijn in allen". (Heid. Cat. Zondag 48).
Met het komende Godsrijk voor oogen, met de bede in 't hart: „Uw Koninkrijk koom' toch, o Heer ! Ai, werp den troon des satans neer ! Regeer ons door Uw Geest en Woord ! Uw lof word' eens alom gehoord, En d' aarde met Uw vreez' vervuld, Totdat G' Uw Rijk volmaken zult" ! — zal de Christen moeten leven en zich bewegen. Dagelijks van den Heere vragend : „Geef dat wij en alle menschen onzen eigen wil verzaken en Uwen wil, die alléén goed is, zonder eenig tegenspreken, gehoorzaam zijn, opdat alzoo een iegelijk zijn ambt en beroep zóó gewillig en getrouw moge bedienen en uitvoeren, als de engelen in den hemel doen". (Cat. Zondag 49).
Ieder met een eigen persoonlijkheid, hebben de geloovigen saam en ieder Christen afzonderlijk, te bedenken, dat zij daartoe in Christus gerechtvaardigd zijn en met Zijn bloed gekocht en vrijgemaakt zijn, alsook door Zijnen Heiligen Geest tot Zijn evenbeeld vernieuwd zijn (zij 't dan in aanvang en in beginsel) „opdat wij ons met ons gansche leven Gode dankbaarheid voor Zijne weldaden bewijzen zullen en Hij door ons geprezen worde". Wat het tegenovergestelde is van in ons „goddeloos, ondankbaar leven voortvarende, ons niet tot God te bekeeren" (Cat. Zondag 32). Neen, we hebben ons als Christenen, als belijders van den Naam des Heeren, niet aan het leven te onttrekken in kloostercel of woestijnhut. De gelijkenis van het zuurdeeg zegt ons wel andere dingen. We zijn niet uit de duisternis overgezet in Gods wonderbaar licht, om nu ook aanstonds van de aarde te worden opgenomen in hemelsche heerlijkheid. Maar bij de doorbreking van de zonde en de doorwerking van Gods Koninkrijk hebben we in het volle leven in te gaan en onze roeping te verstaan, die daar ligt in het woord van den Heiland : „Gij zijt het zout der aarde ; gij zijt het licht der wereld". Christus het Licht, en wij door Zijn genade en Geest Zijn lichtdragers, waarbij Zijn ernstig vermaan is : het licht niet onder de korenmaat te plaatsen, maar op den kandelaar ! Laat uwe goede werken zien onder de menschen, opdat God door u verheerlijkt worde ! (Matth. 5). „Daarna ook, dat wij al ons leven, gedachten, woorden en werken alzóó schikken en richten, dat Uw Naam om onzentwil niet gelasterd, maar geëerd en geprezen worde" (Cat. Zondag 47).
Zóó is het Koninkrijk Gods komende. Dat is het groote einddoel. Dan zal niet alleen een aantal zondaren verlost zijn, om ieder voor zich de zaligheid te beërven, maar dan zal een nieuwe hemel en een nieuwe aarde worden toebereid, waarop gerechtigheid wonen zal. Dan zal een nieuw leven in alles en allen, die in Christus Jezus zijn, worden geopenbaard. Dan zal God volkomenlijk worden gediend, geliefd en geëerd. Dan zal Hij alles zijn in allen. En met de bede om de komst van dat Koninkrijk en de openbaring van Gods volle heerlijkheid in het hart, zal de Christen moeten volharden ten einde toe, om in alle levensverhoudingen, naar Gods wil te handelen en in Gods waarheid te wandelen, des te vuriger biddend, des te moediger strijdend, des te sterker worstelend, hoe meer de zonde zich gaat openbaren in deze wereld en het rijk van satan, de macht van den anti-christ, nu en straks, doorbreekt tot verderfenis.
Wee dengenen, die in hun goddeloos, ondankbaar leven voortvaren en zich niet van harte tot den Heere leeren bekeeren.
Zalig het volk, dat het geklank kennen mag, dat de vreeze Gods in het harte mag dragen, dat lust en liefde mag betoonen om „zonder ophouden zich te benaarstigen, en God bidden om de genade des H. Geestes, opdat zij hoe langer hoe meer naar het evenbeeld Gods vernieuwd worden, totdat zij tot deze voorgestelde volkomenheid na dit leven geraken". (Cat. Zondag 44).
Zoo zal de Christen invloed uitoefenen op anderen en zelf ook den invloed van anderen ondergaan, om onder voortdurende wisselwerking, met en voor elkander te leven in de verschillende levenskringen, die we aantreffen in het G^in, in de Kerk, in de Maatschappij en in den Staat.
„De Heere zal zegenen, die Hem vreeezen, de kleinen met de grooten. De Heere zal den zegen over ulieden vermeerderen ; over ulieden en over uwe kinderen" (Psalm 115 vers 13, 14).

(Wordt voortgezet).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 februari 1933

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

CHRISTELIJKE ETHIEK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 februari 1933

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

PDF Bekijken