Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

DE GEVOLGEN VAN DE WERKLOOSHEID.

6 minuten leestijd

In aansluiting aan hetgeen wij de laatste weken in ons blad schreven over de werkloosheid en hare bestrijding, moeten wij thans nog iets zeggen over de gevolgen van de werkloosheid.
Deze gevolgen openbaren zicht op meer dan een gebied.
Een eerste gevolg is de verarming der bevolking, welk feit zoowel in directen als in indirecten zin te constateeren valt. In directen zin, doordat 400.000 werkloozen, die met hun families, in totaal 1 a l/2 millioen personen, in behoeftige omstandigheden verkeeren en op steun uit de Overheidskassen aangewezen zijn, met het gevolg, dat het overige deel van het Nederlandsche volk, om de begroetingen van Rijk en Gemeenten in evenwicht te houden, een ongemeen zware belastingdruk moet worden opgelegd, als de inkomsten der bevolking uitputten. En in indirecten zin, omdat tengevolge van deze uitputting van kapitaalvorming geen sprake kan zijn, welke kapitaalvorming toch noodig is om het bedrijfsleven, dat door de crisis reeds in zoo hevige mate wordt geteisterd, staande te houden.
Blijkens de mededeelingen van het Centraal Bureau voor de Statistiek was het bedrag van de in de vermogensbelasting vallende vermogens over het belastingjaar 1929/1930 in totaal ƒ 15.666 millioen, en dat over het belastingjaar 1932/1933 in totaal ƒ 11.718 millioen. De teruggang van de vermogens toeliep dus in drie jaar tijds ongeveer 4 milliard gulden. Eenzelfde teruggang valt waar te nemen bij het bedrag der inkomens. Uit de voorloopige gegevens van het Maandschrift van hetzelfde Centraal Bureau blijkt, dat het bedrag der zuivere inkomens voor het belastingjaar 1930/1931 was ƒ 4.367 millioen, terwijl dat voor het belastingjaar 1931/1932 niet hooger kwam dan ƒ 3.657 millioen, alzoo een teruggang in één jaar met rond ƒ 700 millioen.
Wordt de verarming der bevolking dus door de cijfers aangetoond en bevestigd, de verarming leidt er bovendien toe, dat van een welvarenden middenstand en van een gezeten werkmansstand niet meer kan gesproken worden.
Deze begrippen behooren tot het verleden. In vele woningen, vooral in de groote gezinnen, is de armoede binnengetreden, die met zich brengt gebrek aan kleeding, ondervoeding, minder weerstandsvermogen, meer ziekte.
Een tweede gevolg van de werkloosheid is de geestelijke en moreele inzinking der werkloozen. Het feit, dat men zich dagelijks — en zoo zijn er groote groepen van de bevolking — op de arbeidsmarkt aanmeldt, om werk te bekomen en geen werk kan verkrijgen, werkt voor velen ontmoedigend en maakt niet weinigen wanhopig.
Vooral onder de jeugdige werkloozen maakt de geestelijke en moreele inzinking de meeste slachtoffers. Hen bedreigen gevaren, die een beslissenden invloed op geheel het leven kunnen uitoefenen. De ervaring leert, hoe ontzaglijk moeilijk het is de groote massa dezer jonge menschen boven de moeilijkheden uit te krijgen. De voorbeelden zijn er, dat jonge mannen van 20 en 21 jaar nog nimmer eenig werk hebben verricht. Al deze jeugdige werkloozen loopen doelloos rond en worden maar al te gemakkelijk in kringen getrokken, die schadelijk voor hun geestelijk en zedelijk leven zijn.
Men spreekt van den nood der jeugd, dat is van het vraagstuk dat voor het diepste leven en de toekomst van het volk van het grootste belang is.
Terecht houdt de Overheid zich met dit hoogst gewichtige vraagstuk (bezig en wel in dier voege, dat maatregelen worden getroffen tot ontwikkeling en ontspanning der jeugdige werkloozen om deze voor algeheelen ondergang te behoeden.
Nog onlangs heeft de Minister van Sociale Zaken een circulaire tot de Gemeentebesturen gericht, waarin deze bewindsman bij vernieuwing de aandacht vestigt op het z.g.n. cultureele werk, dat ook voor den tegenwoordigen tijd de belangstelling der Overheid vraagt. De Minister dringt er in de circulaire op aan, dat naast de ontwikkeling en de ontspanning der jeugdige werkloozen, ook moet gedacht worden aan het scheppen van eenige arbeidsgelegenheid, die echter noch aan het vrije bedrijf, noch aan de werkverschaffing voor volwassen werkloozen concurrentie mag aandoen. Mocht nu aan de plannen tot het verschaffen van arbeidsgelegenheid aan jeugdige werkloozen uitvoering gegeven worden, dan verklaarde de Minister zich bereid in de hiervoor te maken kosten een subsidie toe te zeggen.
Met deze toezegging doet de Regeering ook van haar kant een poging om de jeugdige werkloozen voor verdere geestelijke en moreele inzinking te behoeden.
Een derde gevolg van de werkloosheid is het in de hand werken van de arbeidsschuwheid, het kwaad, dat door het ontwennen aan het verrichten van geregelden arbeid allicht grooten omvang gaat aannemen. De volwassen arbeider, die jarenlang werkloos is, gaan de handen verkeerd staan, of wel, hij raakt zoo aan het arbeidslooze leven gewoon, dat de arbeidstucht voor hem vreemd wordt. Er zijn gevallen bekend, dat vaklieden zelfs hun gereedschap verkochten. En zooals het met den volwassen arbeider gaat, zoo loopt het ook met den jeugdigen arbeider, die maar niet aan het werk kan komen. Dezen bedreigt bovendien het gevaar, wanneer hij eenmaal weer tot den arbeid geroepeen zal worden, zich nimmer in het gareel van het normale arbeidsleven thuis te zullen gevoelen.
De Overheid zal zich ook van dit kwaad rekenschap hebben te geven.
Wat de burgemeester van Alphen aan den Rijn op dit punt doet, verdient aanbeveling. In die gemeente is het contra-prestatie-systeem ingevoerd. De gesteunde personen verrichten ten behoeve van de gemeente werkzaamheden, welke met een vergoeding van 35 cent per uur betaald worden. Deze werkzaamheden worden verricht gedurende een zoodanig aantal uren, dat wekelijks een som, gelijk aan het bedrag der ondersteuning, aan hen als beelooning voor gedanen arbeid kan worden uitbetaald.
Dit contra-prestatie systeem werkt uitnemend. Het bewaart den arbeider voor arbeidsschuwheid en geeft hem bovendien de voldoening, dat hij voor den te ontvangen steun ook inderdaad arbeid verricht.
Het spreekt vanzelf, dat de werkzaamheden, die deze werklooze arbeiders wordt opgedragen, buiten het normale werk behooren te liggen.
Echter valt in schier iedere gemeente en ook wel bjj het Rijk nog wel het een en ander te doen, dat in gewone tijden ongedaan zou blijven liggen.
Naast de drie gevolgen der werkloosheid, die wij hierboven noemden, zouden er nog meerdere zijn aan te geven. Wij laten deze intusschen voorshands rusten. Op één gevolg moeten wij echter nog wijzen, n.l. op het gevolg, dat zich openbaart in de ongunstige, in de ontevreden stemming, waarin langzamerhand een deel der bevolking gaat verkeeren.
Doch daarover de volgende week.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Thursday 22 February 1934

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk de hele uitgave van Thursday 22 February 1934

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

PDF Bekijken