Bekijk het origineel

GEESTELIJKE OPBOUW

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

GEESTELIJKE OPBOUW

9 minuten leestijd

DE EVANGELIËN.
Een vraag, die wij nog al eens tegenkomen en die misschien bij meerderen leeft, is deze : Waarom hebben we in het Nieuwe Testament vier Evangeliën ? Eigenljjk is het zoo natuurlijk niet juist gesteld. We hebben maar één Evangelie, één „goede boodschap" (want dat beteekent het woord Evangelie), n.l. de prediking van Jezus Christus, den Zone Gods. Maar van dat ééne Evangelie zijn er vier beschrijvingen, die we kortheidshalve .gewoonlijk „de Evangeliën" noemen, maar die in onze bijbels terecht genoemd worden: het Evangelie naar de beschrijving van Mattheüs, het Evangelie naar de beschrijving - van Marcus, enz.
Maar, zoo wordt dan gevraagd, waarom zijn er nu vier? Was het niet eenvoudiger geweest als er maar één Evangeliebeschrijving in het Nieuwe Testament voorkwam ?
Wanneer we hierop antwoorden, dan moeten we beginnen met er op te wijzen, dat deze vraag klaarblijkelijk uitgaat van de gedachte, dat de Evangeliën „biografieën" bedoelen te zijn van 't leven van Jezus. Dat het in de Evangeliën alleen gaat om beschrijving van de opeenvolgende gebeurtenissen van Jezus' leven, zonder meer. Maar dat is niet zoo. De Evangeliën zijn getuigenissen van wat ieder der schrijvers heeft leeren zien van de beteekenis van Hem, die gekomen is om zondaren zalig te maken. Onder de inspiratie des Heiligen Geestes heeft elk der Evangelisten den Christus Gods geteekend in een bepaald licht en in een bepaalde beteekenis. En we belijden er de voorzienigheid Gods en de leiöing des Geestes in, dat wij deze vier Evangeliebeschrijvingen naast en bij elkander in de Schrift hebben ontvangen. Ze vullen elkaar aan. Ze teekenen één en denzelfden Christus, maar telkens van uit een anderen gezichtshoek gezien. En door dien viervoudigen vorm, waarin voor de Kerk het Evangelie is bewaard gebleven, komt de volle rijkdom van Christus' persoon des te heerlijker uit. Of, om met Augustinus te spreken: de Evangeliën zijn het heilig vierspan des Heeren, Waarop Hij, door de wereld gevoerd, de volken brengt onder Zijn zachte juk en Zijn lichten last.”
Maar dan is het voor het verstaan van de bedoeling des Geestes, die ons het viertal Evangeliën schonk, ook noodig dat we ons rekenschap geven van 't bijzonder karakter van elk hunner.
En om dan, naar de volgorde waarin ze m de Schrift voorkomen, met Mattheüs te beginnen, treft het ons, dat deze Evangelist telkens weer terugwijst naar de Schrift, , toen natuurlijk alleen nog maar bestaande uit wat wij nu noemen „het Oude Testament", om "te laten zien, dat Jezus Christus de beloofde Messias is. Telkens komt ; ge bij hem de uitdrukking tegen : „opdat vervuld zou worden hetgeen gesproken is door ", of, „opdat vervuld zou worden de Schrift, die zegt " Mattheüs knoopt den band met het verleden, hij laat zien, dat God in Christus zijn beloften, aan de vaderen gedaan, heeft vervuld.
’t Is dan ook niet toevallig, dat hij zijn Evangeliebeschrijving begint met „het boek des geslachts van Jezus Christus, den zoon van David, den zoon van Abraham. Reeds van het eerste vers af aan, staat het doel, om te laten zien, dat Jezus de beloofde Messias is, hem voor oogen. Alleen —die Messias is er niet één naar Joodsch ideaal. Niet een koning, die het juk der overheerschers komt afwerpen, en aan het rijk van Israël weer den luister uit Davids dagen zal geven. Neen, deze Messias is koning in een geestelijk koninkrijk. Hij spreekt armen van geest zalig, en gaat Zelf een weg van lijden en dood. Dit was eeuwen geleden reeds voorzegd, maar Israël had op dergelijke profetieën minder acht gegeven, en allen nadruk gelegd op die, welke over het koningschap van den Messias spraken, en die vleeschelijk, stoffelijk, aardsch opgevat. Daardoor was het Messiasbeeld vervalscht. Maar nu slaat Mattheüs óók de Schrift op en laat den Joden zien, dat ze de profetie niet hebben verstaan. De Messias zou niet een vorst zijn, die met het zwaard in de hand zijn volk zou bevrijden, maar Eén, in Wien de profetie vervuld werd: „Hij heeft onze krankheden op zich genomen, en onze ziekten gedragen" (hoofdstuk 8 vers 17). Hij is gekomen niet om een aardsche, maar om een geestelijke verlossing te brengen.
Ziet Mattheüs in zijn Evangeliebeschrijving dus telkens weer terug naar het verleden, en teekent hij ons den Christus „der Schriften" — Marcus ziet vooral uit, en laat ons zien met hoe groote kracht Christus rusteloos heeft gearbeid, en hoe het Evangelie daardoor snellen voorrang heeft gemaakt. Uit verschillende gegevens kunnen we afleiden, dat Marcus getuige geweest is van het doordringen van het Evangelie tot in Rome toe. Daarom vangt hij zijn Evangeliebeschrijving ook aan met de woorden : „Het begin des Evangelies van Jezus Christus, den Zoon Gods." Wat hij beschrijft is slechts 't „begin", waarop een snelle voortgang is gevolgd; maar die snelle voortgang is te danken aan het „begin" — nl. aan het werk van Jezus Christus. Marcus neemt ons als 't ware bij de hand, om ons getuige te doen zijn van den rusteloozen arbeid, dien de knecht des Heeren op aarde verricht heeft. Hij neemt ons mee van de ééne wonderdaad naar de andere. Het typeerende van het Marcusevangelie is, dat het ons betrekkelijk weinig redenen en gelijkenissen geeft, maar des te meer wonderen. Twee en veertig maal komt er het woordje „dadelijk" of „terstond" in voor. Marcus legt er den nadruk op, dat Christus zich geen rust gegund heeft, totdat het alles volbracht was. Hij was de Zone Gods in dienstknechtsgestalte, die het pad, door den Vader gewezen, gehoorzaam en zonder te rusten heeft afgewandeld tot in den dood, om zondaren zalig te maken.
Lucas laat ons den Christus Gods weer zien in een ander licht. Zag Mattheüs vooral terug en Marcus vooruit —: Lucas ziet meer rondom, en wijst ons op de beteekenis van Christus voor Jood èn heiden. Geen wonder, want Lucas zelf was geen geboren Jood, maar een geboren heiden. Daarom grijpt hij, als hij de geslachtslijst van Christus geeft, nog verder terug dan Mattheüs, en gaat hij niet slechts terug tot Abraham, den stamvader van Israël, maar tot Adam, ons aller stamvader.
Lucas wijst er ons op, dat Christus de tweede Adam is, In Wien er verlossing is voor Jood èn heiden. Zijn Evangeliebeschrijving heeft een universalistisch karakter. Hij is het dan ook, die opteekent, dat Christus naar aanleiding van het geloof van den hoofdman, over honderd, heeft gesproken : „Ik zeg ulieden. Ik heb zoo groot geloof zelfs in Israël niet gevonden.”
Hij verhaalt ons niet alleen, dat Christus te Nazareth in de synagoge gepredikt heeft, maar ook wat Hij daar gepredikt heeft, en dan o.a. dit: „Maar Ik zeg u in der waarheid, daar waren vele weduwen in Israël in de dagen van Elia, toen de hemel drie jaren en zes maanden gesloten was, zoodat er groote hongersnood werd over het geheele land ; en tot geene van haar werd Elia gezonden dan naar Sarepta Sidonls, tot een vrouw, die weduwe was. En daar waren vele melaatschen in Israël; en geen van hen werd gereinigd dan Naaman, de Syriër.”
Lucas is het ook, die ons de gelijkenis van den barmhartigen Samaritaan heeft bewaard, en die van den genezen melaatsche, die alleen terug kwam om Jezus te danken, aanteekent: „en deze was een Samaritaan." Genoeg om te laten zien, dat Lucas er den nadruk op legt, dat het heU niet tot het Joodsche volk beperkt blijft, maar universeel Is, en ook tot de heidenen uitgaat. Geen wonder, dat hij het juist is, die in de „Handelingen der Apostelen" de zendingsreizen van Paulus heeft opgeteekend!
En dan tenslotte: Johannes. Zag Mattheüs vooral terug, Marcus vooruit, Lucas rondom — Johannes ziet naar boven en teekent ons Christus in Zijn betrekking tot den Vader. Vandaar reeds zijn proloog : „In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God — en dan vers 16 : „En het Woord is vleesch geworden en heeft onder ons gewoond (en wij hebben Zijne heerlijkheid aanschouwd, eene heerlijkheid als des Eeniggeborenen van den Vader) vol van genade en waarheid." En als Johannes ons dan het Evangelie van het vleesch geworden Woord beschrijft, dan legt hij overal den nadruk op het Zoonsbewustzjjn van Christus. Vooral in de z.g.n. „Afscheidsreden" treedt dit aan den dag, (denk b.v. aan het woord uit hoofdstuk 14 : „Gelooft Mij, dat Ik in den Vader ben, en de Vader in Mij is"), maar ook voor de voorafgaande hoofdstukken is het typeerend.
Natuurlijk wordt dit ook in de andere Evangeliën niet gemist, maar bij Johannes neemt het toch veel meer plaats in. Vandaar ook, dat Johannes na het wonder op de bruiloft te Kana, aanteekent: „Dit begin der teekenen heeft Jezus gedaan te Kana in Galilea, en heeft Zijne heerlijkheid geopenbaard ; en Zijne discipelen geloofden in Hem." Johannes legt er den nadruk op, dat de heerlijkheid van Christus in Zijn wonderen openbaar komt. In die wonderen bewees Hij Zijn Zoonschap Gods. Die wonderen waren „teekenen." Daarom teekent Johannes ook telkens bij een wonderdaad, de toelichting op, die Christus zelf er van gegeven heeft. Na de spijziging der vijfduizend : „Ik ben het brood des levens" ; voor de opwekking van Lazarus : „Ik ben de opstanding en het leven ; die in Mij gelooft, zal leven, al ware hij ook gestorven.”
Zoo staat heel het Evangelie van Johannes in het teeken van wat deze schrijft in het laatste vers van hoofdstuk 20 : „Deze dingen zijn geschreven, opdat gij gelooft, dat Jezus is de Christus, de Zone Gods, en opdat gij geloovende, het leven hebt in Zijnen naam.”
We zien het: elke Evangeliebeschrijving heeft haar eigen karakter, maar dan zóó, dat ze elkaar aanvullen, en tezamen den Christus teekenen in den vollen rijkdom van Zijn persoon.
En in plaats van ons over het viertal Evangeliebeschrijvingen te verbazen, hebben we er den Heiligen Geest voor te danken, dat Hij door Zijn inspiratie een viertal mannen heeft gedreven en bekwaamd om de „goede boodschap" te beschrijven, zóó, dat we door die vier Evangeliën tezamen, den Christus Gods zien in Zijn beteekenis voor alle plaatsen en voor alle tijden.

Delfshaven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 1934

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

GEESTELIJKE OPBOUW

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 1934

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

PDF Bekijken