Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

VRAGENBUS

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

VRAGENBUS

9 minuten leestijd

Vraag : Hoe wist Mozes de geschiedenis van de schepping ? Hij is er toch zelf niet bij geweest ?
Antwoord : Neen, Mozes is er zelf niet bij geweest. We komen hier dus in aanraking met de Godsopenbaring; dat God Zelf aan den mensch komt openbaren of bekend maken wat den mensch uit en van zich zelf niet weten kan. Die Godsopenbaring, welke Van God Zelf uitgaat en di de verheerlijking van Gods Naam op het oog heeft, benevens ten doel heeft de menschen op de hoogte te stellen van de werken. Gods en z0o een kijk te geven op de geschiedenis - bijzonder op de gewijde historie — heeft een heele geschiedenis. Wij noemen in dit verband altijd Hebr. 1 vers 1 : „God voortijds vele malen en op velerlei wijze tot de Vaderen gesproken hebbend door de profeten, heeft in deze laatste dagen tot ons gesproken door den Zoon". Daar zit een heele geschiedenis der Godsopenbaring in : vele malen heeft God Zich geopenbaard (niet ééns, maar telkens) ; en Hij heeft Zich telkens weer op andere manier (op velerlei wijze) geopenbaard. Uit Gods Woord moeten we dus te weten komen hoe en waarom God Zich geopenbaard heeft. En dan krijgen we in de Heilige Schrift lang niet altijd een antwoord op onze vragen (onze Ned. Geloofsbelijdenis waarschuwt ons ook niet al te nieuwsgierig te zijn; en Deut. 29 vers 29 te lezen kan ook geen kwaad !). Maar de hoofzaken vinden we daar toch wel.
Hoe is Mozes nu op de hoogte gekomen van de Scheppingsgeschiedenis ? De mensch is er niet bij tegenwoordig geweest. Eerst als alles geschapen is, formeert God den mensch.
God, de Heere, doet alles alléén. De mensch kan nooit zeggen : ik heb dit en ik heb dat gedaan aan het scheppingswerk, want hij staat er totaal buiten. Gode alléén de eer van alle dingen ! En als de mensch er nu niet bij geweest is, kan het niet anders, of de Heere heeft Zich van den beginne afaan als Schepper geopenbaard en bekend gemaakt aan den mensch. De mensch in ongevallen staat had rechte en zuivere kennis van den Heere ontvangen en de openbaring, die God aan den mensch gaf, werd dus zuiver ontvangen en zuiver bewaard vóór den zondeval in het paradijs. Op welke wijze heeft God Zich nu geopenbaard in het paradijs, in den staat der rechtheid ? Het kan zijn door toespraak, dat de Heere den mensch aansprak ; het kan ook zijn door inspraak, dat in het binnenste des menschen de Heere de dingen kwam duidelijk maken, door overdenkingen des harten, door den Heere gewerkt; het kan ook zijn door droom, visioen, wondergezicht, door den Heere aan den mensch gegeven in slapenden of wakenden toestand. Van sommige dingen weten we wel iets naders. De Heere komt aanstonds den mensch openbaren, dat de Heere God en Wetgever is en dat de mensch zijn God en Schepper heeft te gehoorzamen. (Gen. 2 vers 16, 17). De verhouding van schepsel en Schepper wordt door den Heere Zelf in het proefgebod geopenbaard, zóó, dat de mensch het weet. De Heere openbaart dat eerst aan den man en deze maakt het bekend aan de vrouw, zoodat ze het beide weten. Hier zal de Heere wel gesproken hebben tot den mensch, hoewel we natuurlijk dan toch nog niet weten hoe.
Bij het proefgebod bleef het niet. Want de Heere komt in Gen. 2 vers 15 ook aan den mensch bekend maken wat z'n levensroeping is en tot welk werk hij is gehouden in het paradijs : om den hof van Eden te bouwen en te bewaren. De mensch moest het werk Gods tot vervolmaking brengen, om alles te gebruiken ter eere Gods en tot zegen voor zichzelf en z'n naaste. Daarom het tot ontwikkeling en ontplooiing brengen van het geschapene (bouwen) en het veilig stellen tot zegening, met bewaring voor zonde, vloek en jammer (bewaren) (Gen. 2 vers 15).
Dit zal de Heere den mensch wel gezegd hebben, dat dit z'n taak zou wezen.
Ook krijgt de mensch openbaring Gods aangaande zich zelf, in z'n verhouding van man en vrouw en van al 't andere dat geschapen is. (Gen. 1 vers 28—30).
Aan Goddelijke openbaring heeft de man, Adam, het te danken, dat hij weet dat hij de vrouw. Eva, van den Heere ontvangen heeft en waartoe het huwelijk, met de bestemming van den man en de bestemming van de vrouw, dient.
Of dit door toespraak in woorden, of door inspraak bij innerlijke verlichting aan den mensch is bekend gemaakt, weten we niet. De Heilige Schrift zegt het ons niet en dus weten we het niet; niemand die het ons zeggen kan ; hoewel de Heilige Schrift ons zegt, dat de Heere het zóó bestuurd heeft, dat de mensch in het paradijs het te weten komt.
Na den zondeval lezen we, dat de Heere voortgaat Zich aan den mensch te openbaren. We lezen, dat Adam en Eva „de stem van den HEERE God hoorden, wandelende in den hof, aan den wind des daags" (Gen. 3 vers 8). Dat zal wel geen sprekende „stem des Heeren" zijn geweest, maar door een bepaalde werking in de natuur openbaarde God Zich aan den mensch, wat de mensch, de gevallen mensch, begreep. De mensch hoort de voetstappen Gods en vreest! Maar bij die openbaring in de natuur laat God het niet, maar Hij spreekt den mensch aan. (Gen. 3 vers 9—19). En insgelijks wordt door toespraak den mensch bekend gemaakt, dat hij het paradijs moet verlaten. (Gen. 3 vers 23, 24).
Als er dan volgt, dat de Heere God onze eerste voorouders bekleedde met „rokken van vellen" (Gen. 3 vers 21) hebben we óók met een Godsopenbaring te doen ; want de Heere komt hier op een of andere wijze den mensch inzicht geven in twee dingen : Ie. dat de mensch in z'n gevallen staat zich moest bedekken met ; kleeding, en 2e. dat de mensch daartoe beschikken mocht over het leven van het dier. „Waar deze beschikking Adam èn Eva beide raakte, mogen we vermoeden, dat ook hier de toespraak het openbaringsmiddel is geweest".
Bepalen we ons nu tot Mozes, die ons de scheppingsgeschiedenis beschrijft, dan weten we, dat God Zich herhaalde malen aan Mozes heeft geopenbaard. God „verschijnt" aan Mozes in een brandenden doornstruik (Exodus 3). De engel des HEEREN (3 vers 2) is de HEERE zelf (3 vers 4), die als een vuurvlam verschijnt (zie ook Gen. 15 vers 17). De Heere spreek t dan met hem (3 vers 4—4 vers 17). Zie ook Gen. 17 en 18. Uit den vlammenden doornstruik, die niet verbrandt, komt dus een stem tot Mozes; de Heere spreekt met hem.
Exodus 24 vers 9, 10 leert ons, dat de Heere aan Mozes op Sinaï verschijnt en dat Hij gezien wordt in heerlijkheid „onder zijne voeten was als een werk van saffiersteenen en als de gestaltenis des hemels in zijne klaarheid". Met overweldigende majesteit komt de Heere, zoodat zelfs de bodem, waarop zijne voeten rusten, in heerlijken luister blinkt.
Exodus 33 vers 18—23 en 34 vers 5 enz., getuigt mee van de majesteit en heerlijkheid Gods als Hij aan Mozes verschijnt. „Mij zal geen mensch zien en leven", zegt God. De ongerepte, volle heerlijkheid Gods zal en kan niemand zien, óók Mozes niet. Maar een zwakke afstraling van den Goddelijken Iuister wordt toch waargenomen door Mozes. En hoe grootsch, hoe overweldigend is het dan ! „Gelijk men een mensch van achteren ziende, slechts een flauwen en vagen indruk ontvangt van zijn persoonlijkheid, zóó zal Mozes een zwakke afstraling van 's Heeren heerlijkheid mogen waarnemen".
Maar naast deze „verschijningen" vinden we nu ook telkens vermeld, dat de Heere met Mozes spreekt. De teksten die daartoe ten bewijs zijn, zijn legio. (Ex. 4 vers 19, 21 ; Ex. 5 vers 24; 6 vers 1—7, 9 enz. Ex. 6 vers 27—7 vers 5 ; 7 vers 14—19 ; 8 vers 1—5, 16, 20—23 ; 9 vers 1— 5 enz. enz., te veel om op te noemen.
We letten hier vooral op Exodus 33 vers 11 en Numeri 12 vers 8, die ons leeren dat de HEERE tot Mozes sprak „aangezicht aan aangezicht" of „mond tot mond" ; en Exodus 33 vers 11, waar staat „gelijk een man met zijn vriend spreekt". Sprak de Heere tot de anderen óók, dan wordt ons hier medegedeeld, dat de Heere met Mozes op zéér innige wijze, in groote gemeenzaamheid en vertrouwelijkheid sprak. Naast spreken door visioen of gezicht of droom, spreekt de Heere hier „van mond tot mond", met mondelinge aanspraak en persoonlijke verschijning.
Wat hierbij nu bijzonder treft is dit, dat de openbaringen Gods aan Mozes, die zoo talloos vele zijn en van zoo buitengewoon vertrouwelijken aard, altijd zijn met de bedoeling, dat Mozes als profeet het weer zou bekend maken aan anderen (Exodus 3 vers 10, 18 ; Ex. 3 vers 14 enz.; Ex. 6 vers 10, 28 ; 7 vers 16—18 ; 8 vers 1—4, 20—23 ; 9 vers 1—5 enz. enz. De Sehriftuurplaatsen zijn hier legio.
Heel bijzonder moet ons dus treffen, dat Mozes door God gebruikt wordt als een tolk, als Zijn orgaan, om Zijn Woord tot andere menschen te richten ; en dus komen we hier In aanraking met profetie. Inderdaad, Mozes is de groote profeet van zijn volk. (Deut. 18 vers 15, 18 ; Deut. 34 vers 10)"
Hosea zegt dan ook : maar de HEERE voerde Israël óp uit Egypte door een profeet, en door een profeet werd hij gehoed" (Hosea 12 vers 14). „Mozes is de eerste en groote profeet. Hij is de eerste, die de profetie als ambtelijke taak ontvangen heeft. Mozes is de profeet bij uitnemendheid".
Wij mogen aannemen, dat de Heere Mozes aangaande de gansche geschiedenis, bijzonder ook de scheppingswonderen, èn door de onderwijzing van menschen èn door Zijn bijzondere Openbaring heeft ingeleid in de rechte kennis, zoodat Mozes als profeet tot zijn volk — en tot ons — zou kunnen spreken van den Heere en van al Zijne werken.
Het is Gods Woord dat door het woord van Mozes tot ons komt en we zullen goed doen daarop acht te geven.
[Men zie voor een en ander het mooie hoofdstuk : „Geschiedenis van de Oud-Testamentische Godsopenbaring" van prof. dr. G. Ch. Aalders In Bijbelsch Handboek, bladz. 202—211. Uitgave : J. H. Kok, Kampen].

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 1935

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

VRAGENBUS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 1935

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

PDF Bekijken