Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

MEDITATIE

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

MEDITATIE

REINIGENDE HOOP

6 minuten leestijd

En een iegelijk, die deze hoop op Hem heeft, die reinigt zichzelven, gelijk Hij rein is. 1 Johannes 3 vers 3.

Wat begint het derde hoofdstuk van dezen brief toch schoon ! „Ziet, hoe groote liefde ons de Vader heeft gegeven, namelijk, dat wij kinderen Gods genaamd zouden worden".
Wat een rijk geloof wordt hier ontvouwd. Zich kind van God te weten ; te mogen zeggen : Gij zijt mijn Vader en ik ben Uw kind.
Om dat te leeren, moet het ons in beginsel gaan als den verloren zoon. We lezen van hem, dat hij in dat vreemde land tot zichzelven gekomen is. Vindt gij dat eigenlijk niet het middelpunt van de schoone gelijkenis ? O, wat is het noodig, dat de mensch bij het ontdekkend licht van Gods genade tot zichzelven komt. En wien de schellen van de oogen vallen, zal het moeten getuigen, dat hij niet waard is om een kind van God genaamd te worden, doch veeleer verdient om een plaats te krijgen onder de huurlingen.
O, gelukkig de mensch, die zoo zijn onwaardigheid leert belijden, maar nu ook mag leeren om het Evangelie van Gods genade te omhelzen, dat het dierbaar bloed van Jezus Christus, Gods Zoon, van alle zonden reinigt.
Wat opent zich dan een heerlijk perspectief voor gansch onwaardigen. De Schrift spreekt ons van een nieuw Jeruzalem, met parelen poorten en gouden straten, van palmtakken der overwinning, van een land zonder tranen, waar geen nacht meer zijn zal.
Dan wordt in het hart van Gods kind een levende hoop geboren op al die heerlijkheid, die duizendwerf verbeurd en verzondigd is.
Met recht schreven we van een levende hoop. Want daartegenover staat ook een stervende hoop, als we het zoo eens zouden mogen noemen. Eigenlijk is er niemand op den aardbodem, of hij heeft hoop. Die geen hoop meer heeft, eindigt zijn leven in rampzalige wanhoop. Maar ach, wat al ijdele hoop. Menigeen richt al zijn hoop op de dagen van dit tijdelijk leven. Maar helaas, als een zeepbel spat alles uiteen. Het is een stervende hoop. Maar anders is het met de levende hoop, met die hoop, die we wel de dochter van het zaligmakende geloof zouden kunnen noemen.
Jammer, dat in onze taal het woord hopen ook een heel andere bijbeteekenis heeft gekregen. Van een doodelijk zieke wordt nog uitgesproken, dat men hoopt, dat hij nog beteren zal. Maar eigenlijk wil dat woord hopen dan te kennen geven, dat men er voor vreest.
Maar als de apostel Paulus in 't achtste hoofdstuk van den brief aan de Romeinen het uitspreekt, dat hij in hope zalig geworden is, dan bedoelt hij daar niet mede, dat hij voor zijn zaligheid in vreeze is; neen, hij wil er juist mede te kennen geven, dat die zaligheid in hope reeds zijn bezit is. Die hoop is een hoop der vastigheid.
O, gelukkig de mensch, die deze hoop deelachtig is ! Want zulk een hoop laat het hart niet ledig. In het natuurlijke leven staalt de hoop den moed van een menschenkind. De schipbreukelingen roeien met alle kracht voort tegen het geweld van wind en golven in, in de hoop de kust nog veilig te kunnen bereiken.
Hoe zou dan de levende hoop van Gods kind het hart niet werkzaam maken tot heiligmaking ? Van die heiligmaking spreekt onze tekst op de duidelijkste wijze : Een iegelijk, die deze hoop heeft op Hem, die reinigt zichzelf.
Op den klank af vindt ons gereformeerde volk dit misschien een vreemde uitdrukking, als men zoo hoort: reinigt zichzelf.
Er zijn er wel geweest, die er een wensch van gemaakt hebben. Men zou dan willen, dat er stond geschreven : die relnige zichzelven.
Maar die stomme e staat er nu eenmaal niet. Er staat wel: die reinigt zich zelf. En dat moet er ook blijven staan; het kan niet anders. Wie naar de bruiloft gaat, zal toch zeker eerst zijn kleeren reinigen.
Ik denk daar aan een martelaar, die enkele eeuwen geleden in Vlaanderen naar den brandstapel werd geleid om te worden verbrand. Vol verwondering vroeg de beul aan den ketter, waarom hij zijn kleederen nog wilde reinigen van het laatste stofje. Vol heilig enthousiasme luidde toen het antwoord van den vromen martelaar : Ik ga naar de eeuwige bruiloft.
Ja, die den naam van Christus noemt, moet van ongerechtigheid afstaan. Hij, die door een oprecht geloof Christus is ingeplant, moet wel vruchten der dankbaarheid voortbrengen.
Neen, versta het niet verkeerd. Het zich zelf reinigen wil niet zeggen, dat de mensch in eigen kracht zich pasklaar zou maken voor de eeuwige heerlijkheid. Die Christus, die voor den armen zondaar is geworden tot wijsheid en rechtvaardigmaking, die is ook geworden tot heiligmaking en een volkomen verlossing.
Die wedergeboren is tot een levende hope, wordt losser van deze zondige aarde. Naarmate de hope levendiger is, zal ook de begeerte grooter wezen om aller zonde vijand te wezen.
O, dat wordt een hevige kampstrijd. Niet dat ik het alreede verkregen heb, of alreeds volmaakt ben, maar ik jaag er naar, of ik het ook grijpen mocht, waartoe ik ook van Christus Jezus gegrepen ben.
In korte taal wordt ook in onze tekst het doelwit der heiligmaking geteekend. We lezen van een zich zelf reinigen, gelijk Hij is.
Het is alsof de apostel Johannes dien Christus als een exempel voor zich ziet gesteld.
Hier mag het kind Van God wel vragen : Heere, hoe zal ik ooit aan Hem gelijk zijn, rein gelijk Hij rein is.
O, ik kom er nooit'!
Ik ellendig mensch, wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods ? Maar op deze smartkreet mocht ook volgen het heerlijke : Ik dank God door Jezus Christus onzen Heere.
O, lezers, kent gij die hoop ? Bezit gij dat geloof ?
O, wat zal het eens ontzettend wezen om aan het eind van de levensreis te worden verwezen naar die plaats, waarboven Dante in zijn onvergetelijk boek heeft geschreven : Die hier binnengaat, late de Hoop varen voor immer.
't Is nog tijd om al een arm zondaar te vluchten naar het kruis van Hem, van Wien wij lezen: Het dierbaar Moed van Jezus Christus, Gods Zoon, reinigt ons van alle zonden.
E.

J. J. Timmer

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 september 1935

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

MEDITATIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 september 1935

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

PDF Bekijken