Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

HET DOOPSFORMULIER

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

HET DOOPSFORMULIER

HOOFDSTUK II.

9 minuten leestijd

B. Luther’s Doopboekje.
Aan zijn doopboekje van 1523 laat Luther een inleiding voorafgaan, waarin hij zegt, smartelijk getroffen te zijn door de lichtzinnigheid, waarmee men met dit sacrament omgaat. Hij veronderstelt, dat dit grootendeels daaruit voortkomt, dat zij, die daarbij staan, niets verstaan, van wat daar gesproken en gedaan wordt. Daarom heeft hij gemeend, wat voorheen in Latijn gesproken werd, in de Duitsche taal te moeten overbrengen. Ook vermaant hij, dat men wel moet bedenken, dat a)l die ceremoniën, die door de menschen aan den doop zijn toegevoegd, den duivel niet op de vlucht jagen. Men heeft bovenal toe te zien, dat men in het rechte geloof den doop bijwoont, naar het Woord van God aandachtig luistert en ernstig meebidt.
Hij eindigt deze inleiding met de beteekenisvolle woorden: „Ik heb echter nog niets van beteekenis in het doopboekje willen veranderen, ofschoon ik gaarne had, dat het beter samengesteld ware; want het heeft ook onbekwame vervaardigers gehad, die door de heerlijkheid van den doop niet genoeg bewogen zijn. Maar om de zwakke gewetens te ontzien, laat ik het maar zooals het is, opdat zij niet klagen, dat ik een nieuwe doop wil inzetten, en zij, die vroeger gedoopt zijn, niet met de beschuldiging komen, dat zij niet recht gedoopt zijn, want zooals reeds gezegd is, aan die menschelijke toevoegselen hechte men niet te veel waarde, wanneer slechts de doop op zichzelf met Gods Woord in het rechte geloof en met een ernstig gebed wordt verricht. Wees Gode bevolen. Amen".
In het doopboekje, dat wij hier laten volgen, hebben wij die gedeelten tusschen haken gezet, die Luther in de uitgaaf van 1526 heeft laten wegvallen.
De voorganger (dooper) [blaast het kind driemaal onder de oogen en] spreekt : Vaar uit, gij onreine geest, en geef plaats aan den Heiligen Geest.
Daarna maakt hij het kind een kruis aan voorhoofd en borst en zegt: N., Ontvang het teeken van het heilige kruis, zoowel aan voorhoofd als borst.
[Laat ns bidden:
O almachtige, eeuwige God, Vader van onzen Heere Jezus Christus, zie neder op dezen N., uw dienstknecht, dien Gij tot het onderricht des geloofs geroepen hebt. drijf alle blindheid des harten bij hem uit, verbreek allé strikken des duivels, waarmee hij gebonden is, doe hem open, Heere, de deur uwer goedheid, opdat hij met het teeken uwer wijsheid geteekend, vrij zij van de stank der booze lusten en overeenkomstig de lieflijke reuk uwer geboden als een christen U vroolijk diene, en dagelijks opwasse en opdat hij bekwaam worde te komen tot de genade van uw doop en genezing te ontvangen door Christus, onzen Heere. Amen.]
Laat ons bidden.
O God, Gij onsterflijke Troost van allen, die iets bidden, Verlosser van allen, die U aanroepen, en Vrede van allen, die tot U smeeken, Leven der geloovigen, Opstanding der dooden, ik roep U aan voor dezen N., uw dienstknecht, die om de gaven van uw doop vraagt en uw eeuwige genade door de wedergeboorte des Geestes begeert; neem hem aan, Heere, en overeenkomstig hetgeen Gij gezegd hebt: Bidt, zoo zult ge ontvangen, zoekt, en gij zult vinden, klopt, en u zal opengedaan worden, geef hem het goed, waar hij om bidt, en open hem de deur, waaraan hij klopt, opdat hij den eeuwigen zegen van dit hemelsche bad moge verkrijgen en het beloofde rijk uwer gaven moge ontvangen door Christus onzen Heere. Amen.
[Dan neemt hij het kind en legt hem zout in den mond en zegt: Ontvang, N., het zout der wijsheid, die u noodig is ten eeuwigen leven. Amen. Vrede zij u.]
Laat ons bidden:
Almachtige, eeuwige God, Die door den zondvloed naar uw gestreng oordeel de ongeloovige wereld veroordeeld hebt en den geloovigen Noach naar uw groote barmhartigheid behouden hebt, die den verstokten Farao met al de zijnen in de Roode Zee hebt verdronken, en uw volk Israël droogvoets daardoor geleid hebt, waarmee dit bad van uw heiligen Doop van te voren beduidt wordt, en die door den doop van uwen lieven Zoon, onzen Heere Jezus Christus, de Jordaan en alle water tot een zaligen zondvloed en tot een overvloedige afwassching der zonden geheiligd en ingezet hebt; wij bidden U bij deze uwe grondelooze barmhartigheid, dat Gij dezen N. genadiglijk wilt aanzien en met het rechte geloof in den Geest begenadigen, opdat door deze heilzame zondvloed aan hem verdrinke en onderga alles wat hem van Adam aangeboren is en wat hij zelf daarbij gedaan heeft, en dat hij van het getal der ongeloovigen afgezonderd in de heilige ark der christenheid droog en veilig behouden, ten allen tijde vurig van geest, blijde in hoop, uw Naam diene, opdat hij met alle geloovigen waardig worde uw belofte van het eeuwige leven te verkrijgen door Jezus Christus, onzen Heere, Amen.
[Daarom, gij ellendige duivel, erken uw oordeel en geef eer den waren en levenden God, geef eer aan zijn Zoon Jezus Christus en aan den Heiligen Geest en wijk van dezen N., zijn dienstknecht, want God en onze Heere Jezus Christus hebben hem tot hun heilige genade en tot de bron des doops door hun gaven geroepen en waag het niet om dit teeken van het heilige kruis, dat wij aan zijn voorhoofd maken, ooit te verwoesten vanwege Hem, die komt om te richten, enz.
Hoor dan, gij ellendige duivel, bezworen bij den naam van den eeuwigen God en van onzen Heiland, Jezus Christus, en wijk met sidderen en beven, als die met uw haat overwonnen zijt, daar gij niets meer te doen hebt met den dienstknecht Gods, die nu staat naar datgene wat hemelsch is en u en uw rijk verzaakt en in zalige onsterflijkheid leven zal. Zoo geef dan eer den Heiligen Geest, die komt en van de hoogste hemelburcht nederdaalt om uw bedriegerijen te verwoesten en om het hart, dat met de goddelijke bron is gereinigd tot een heiligen tempel en woonplaats van God te maken, opdat deze dienstknecht Gods verlost van alle schuld der (eeuwige? ) zonde den eeuwigen God ten allen tijde dank zegge en Zijn Naam eeuwig prijze. Amen.]
Ik bezweer u, gij onreine geest bij den naam des Vaders en des Zoons en des HeiHgen Geestes dat gij uitvaart en wijkt van dezen dienstknecht van Jezus Christus N., [want zoo gebiedt u, gij ellendige. Hij, die op de zee wandelde en den zinkenden Petrus de hand toestak.]
[Laat ons bidden:
Heere, Heilige Vader, almachtige eeuwige God, van Wien alle licht der waarheid komt, wij bidden uw eeuwige en allerzachtmoedigste goedheid, dat Gij Uw zegen op dezen N. Uw dienstknecht, uitgiet en wil hem verlichten met het licht Uwer kennis. Reinig en heilig hem, geef hem de rechte kennis, dat hij waardig worde tot de genade van Uwen doop te komen, dat hij behoude een vaste hoop, een rechte keuze en de heilige leer en bekwaam worde voor de genade van Uw doop door Christus onzen Heere. Amen.
De Heere zij met u.
Antwoord: En met Uwen geest.
Het Evangelie van Markus.
Antwoord: Eere zij U Heere.]
Markus 10 : 13—16. Toen brachten zij de kinderen tot Jezus, enz.
Dan legt de priester zijn handen op het hoofd van het kind en bidt het Onze Vader met de peten, die nedergeknield zijn.
[Daarna neemt hij speeksel met de vinger en raakt daarmede het rechteroor aan en zegt: Effatha, dat is word geopend.
Op de neus en op het linkeroor: gij duivel, vlucht, want het gericht Gods komt nabij.]
Daarna brengt men het kind in de kerk (naar het doopvont) en de priester spreekt:
De Heere behoede uwen ingang en uwen uitgang van nu aan tot in eeuwigheid.
Daarna laat de priester het kind door de peten den duivel afzweren en zegt: N. Zweert gij den duivel af ? Antwoord: Ja. En al 2ijn werken? Antwoord: Ja. En al zijn bekoringen ? Antwoord : Ja.
Daarna vraagt hij: Gelooft gij in God, den almachtige Vader, Schepper des hemels en der aarde ? Antwoord: Ja.
Gelooft gij in Jezus Christus Zijnen eeniggeboren Zoon, onzen Heere, die geboren is en geleden heeft ? Antwoord: Ja.
Gelooft gij in den Heiligen Geest, een heilige Christelijke Kerk, de gemeenschap der heiligen, vergeving der zonden, wederopstanding des vleesches en na den dood het eeuwig leven ?
[Dan zalft hij het kind met heilige olie op de borst en tusschen de schouders zeggende : Ik zal u met heilaanbrengende olie in Jezus Christus onzen Heere.] Antwoord :
Ja. Wilt gij gedoopt worden ? Antwoord : Ja.
Dan neemt hij het kind en dompelt het in het doopvont en zegt: Ik doop u in den naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes.
[Dan zullen de peten het kind boven het doopvont houden en de priester maakt hem een kruis met de olie op de schedel en zegt: De almachtige God en Vader van onzen Heere Jezus Christus, die u wederom geboren heeft door water en den Heiligen Geest en u al uwe zonden vergeven heeft, zalve u met heilaanbrengde olie ten eeuwigen leven. Vrede zij met u. Antwoord : En met Uwen geest.
En terwijl de peten het kind nog boven het doopvont houden, zal de priester het de muts opzetten en zeggen: Neem het witte en onbevlekte kleed, dat ge zonder vlek hebt te brengen voor den rechterstoel van Christus, opdat ge het eeuwige leven verkrijgt. Vrede zij met u.
Dan neemt men het uit het doopvont en de priester geeft het een kaars in de hand. Neem deze brandende fakkel en bewaar uw doop onbestraffelijk, opdat, als de Heere ter bruiloft komt, gij Hem moogt tegemoet gaan met de heiligen in de hemelsche bruiloftszaal en het eeuwige leven verkrijgt.]
In de tweede uitgave van 1526 volgen na den doop van het kind deze woorden : Dan zullen de peten het kind boven het doopvont houden en de priester spreekt, terwijl hij het dat witte kleed (Westerhemd) aandoet: De almachtige God en Vader van onzen Heere Jezus Christus, die u heeft wedergeboren door water en den Heiligen Geest, en u al uw zonden vergeven heeft, sterke u met Zijn genade ten eeuwigen leven. Amen. Vrede zij met u. Antwoord : Amen.
O. a. d. IJ.
Woelderink

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 januari 1937

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

HET DOOPSFORMULIER

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 januari 1937

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

PDF Bekijken