Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

DE BEIDE SACRAMENTEN

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

DE BEIDE SACRAMENTEN

Het Heilig Avondmaal

8 minuten leestijd

II.
Bij de behandeling van dit onderwerp willen wij achtereenvolgens stil staan bij:
1°. de instelling en beteekenis, 2°. de geschiedenis van de leer, 3°. iets uit de praktijk.
1°. De instelling en beteekenis.
Het heilig Avondmaal onzes Heeren Jezus Christus is het hart van den Christelijken godsdienst. Christus is het leven der gemeente en Hij heeft het tot Zijne gedachtenis ingesteld. Volgens de verschillende Schriftuurplaatsen geschiedde zulks in den nacht van Donderdag op Vrijdag. Omdat nu bij Mattheüs en Marcus de woorden ontbreken: doet dat tot Mijne gedachtenis, hebben vrijzinnige godgeleerden ontkend, dat 't Avondmaal als blijvende instelling is bedoeld.
De Kerk over het algemeen is er van overtuigd, dat dit sacrament is gegeven tot gestadige voeding des geloofs. Ook in die richting wijzen Mattheüs en Marcus met deze woorden: „dat is Mijn bloed, het bloed des Nieuwen Testaments, hetwelk voor velen vergoten wordt", 't Is dus geen gewone dischgemeenschap, maar bondsmaaltijd; niet beperkt tot den kring der twaalve, doch uitgebreid tot alle geloovigen.
Paulus heeft de traditie in de gemeenten meegemaakt en zegt in 1 Cor. 11 vs. 23—26, dat hij van den Heere ontvangen heeft, hetgeen hij ook aan hen overgeleverd heeft. Het Grieksch wijst hier op een openbaring, die hem geworden is, terwijl het blijvende karakter uit de praktijk en traditie der eerste gemeenten duidelijk blijkt.
De beteekenis van het Heilig Avondmaal (ook wel geheeten „breking des broods". Hand. 2 vs. 42 ; tafel des Heeren, 1 Cor. 10 VS. 31) dient nu eerst besproken.
Gelijk de Doop terug wijst naar de Oud-Testamentische besnijdenis, zoo wijst het Avondmaal ons terug naar het Oud-Testamentisehe Pascha.
Volgens alle getuigenissen is er samenhang tusschen het Paaschlam en Christus. Jezus en de twaalve aten gelijk alle Joden op Donderdag 14 Nisan (Matth., Marcus, Lukas) het Pascha, volgens Johannes Donderdag 13 Nisan. Deze exegetische kwestie laten wij hier verder rusten. Men at op het Paaschfeest het lam. Dit heeft 1°. Paulus in nauw verband gezien met Christus als hij zegt in 1 Cor. 5 VS. 7: want ook ons Pascha is voor ons geslacht, n.l. Christus. Petrus spreekt 2°.van verlossing door het dierbaar bloed van Christus als van een onbestraffelijk en onbevlekt lam, 1 Petrus 1 vs. 19, en 3°. brengt de Heere Jezus Christus zelf Zijn sterven in het allernauwste verband met het Paaschfeest, als Hij zegt in Matth. 26 vs 2: „Gij weet dat na twee dagen het Pascha is, en de Zoon des menschen zal overgeleverd worden om gekruisigd te worden. Paschen—Avondmaal
—verlossing, deze drie hooren bijeen. Tijdens het aanzitten aan den disch zong men het Hallel, Ps. 113—118. De aanhef van Ps. 114 herinnert dan ook aan de uittocht uit Egypte. Na het eten van het lam ging de derde beker rond. De Heere Jezus nam toen het brood en sprak: Neemt, eet, dat is Mijn lichaam (Matth., Marcus), hetwelk voor u gegeven wordt, doet dat tot Mijne gedachtenis (Lukas). En van den beker zegt Mattheüs (26 VS. 27 en 28): Drinkt allen daaruit, want dat is Mijn bloed, het bloed des nieuwen testaments, hetwelk voor velen vergoten wordt tot vergeving der zonden.
Over de instellingswoorden hebben wij vier verschillende berichten, zoodat de formule letterlijk niet vast staat, maar de bedoeling is zeer duidelijk en niet tegenstrijdig.
Het Avondmaal is een offermaal, een verzoeningsmaaltijd. Jezus zegt zelf: dit is Mijn lichaam, dat voor u gebroken wordt, en Mijn bloed, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving der zonden. De instelling is dus terecht met het Pascha verbonden. De Paaschmaaltijd was een offermaaltijd, 't Hebreeuwsche pesach is voorbijgang van den engel des doods. Het is de verschooning van het oordeel door reddende genade. Israël wordt gered en de Egyptenaren verdelgd, niet omdat zij meerderwaardig zijn, doch omdat het bloed der verzoening tusschenbeide is getreden. Het lam moest eerst geslacht worden en het bloed gestreken aan de posten. Dit was dus een offer. In den strijd tegen Rome en met het oog op het misoffer, hebben destijds vele Protestantsche godgeleerden dit ontkend, doch ten onrechte. De achtergrond van het Avondmaal is inderdaad het Paaschoffer. In Exodus 12 VS. 27 heet het uitdrukkelijk zoo. Als de kinderen vragen: Wat hebt gij daar voor een dienst? dan zult gij zeggen: Dit is den Heere een Paaschoffer. Na de uittocht uit Egypte en bij de instelling der diensten is het bloed gesprengd op het altaar (Num. 9, Lev. 17 en 2 Kron. 30 vs. 16). Als Israël later van het heilsspoor afglijdt, wordt het Pascha met veel strijd in eere hersteld, gelijk het Avondmaal in de dagen der Reformatie. Geen schooner voorbereidingsstof dan 2 Kron. 30: Geeft den Heere de hand, de voet en uw hart. Zeer geschikt voor onze veelszins starre gemeenten.
In den Israëlietischen dienst was het een offer en het is in een maaltijd overgegaan sedert het ware offer gebracht is. Het was geen zondoffer, want het werd gegeten. Desgelijks was het geen dankoffer, want er ging verzoening aan vooraf. Het was een vereeniging van die beide en afschaduwing van verzoening en gemeenschap met God, hetgeen wij in de Nieuw Testamentische Avondmaalsviering zien vervuld. Brood en wijn zijn in het Paaschmaal bijkomstig, daarentegen zijn zij in het Avondmaal teekenen en zegelen van het volbrachte offer. Christus Zelf is het ware Paaschlam, en daarom kan in het vervolg het lam wegvallen. In de breking van Zijn lichaam en in de vergieting van Zijn bloed wordt een nieuw verbond bezegeld. Dit was af geschaduwd (Ex. 24 vs. 8) en voorspeld (Jerem. 31 vs. 31—34). In het nieuwe Verbond eischt God niet alleen, maar werkt Hij ook. Hierop wijst Jezus terug als Hij zegt: dit is het bloed des nieuwen Testaments (Matth. 26 VS. 28) Door Zijn dood en bloedstorting heeft Hij ons den levendmakenden Geest verworven. Hier ligt het verband tusschen Zijn offer en de wedergeboorte. Het nieuwe Verbond is gesloten in Zijn bloed. Aan de symboliek van het oude Paaschfeest kwam een einde, want nu worden brood en wijn teekenen en zegelen, waardoor Christus naar voren komt als het ware Godslam, dat de zonde der wereld wegneemt. Het bloed van Christus is offerbloed. Dat is noodig tot verzoening. Daardoor is er vergeving en het eeuwige leven. De dood van Christus is de inwijding van het nieuwe Verbond of Testament. Daarvan is het Heilig Avondmaal het Sacrament. Teeken en zegel van de verlossing in Christus. Het Paaschfeest wijst terug op de verlossing uit het diensthuis, het Heilig Avondmaal herinnert aan de volkomen verlossing en eeuwige zaligheid. Het is dus niet alleen ter gedachtenis, maar ook gemeenschapsmaaltijd. Het is het feest van de heilige familie, die in het eten en drinken gemeenschap hebben met elkander en in het bizonder met hun gastheer, Jezus Christus. Hij is in geestelijken zin gastheer en gastmaal tegelijk. Het verband wordt aangewezen met de woorden : dit is Mijn lichaam, dit is Mijn bloed. Desgelijks drukt Paulus zich uit: De drinkbeker der dankzegging, dien wij dankzeggende zegenen, is die niet een gemeenschap des bloeds van Christus?
Wat bedoelt Jezus nu met de woorden: dit is Mijn lichaam? „Dit" slaat op het brood, dat Jezus in de hand heeft. Maar wat verband bestaat er nu tusschen het brood en het lichaam van Jezus? Met lichaam kan niet bedoeld zijn. Zijn stoffelijk lichaam, zooals Hij Zich daar bevond. Ook niet Zijn verheerlijkt lichaam. Identiteit van subject en object is uitgesloten en een transsubstantiatiegedachte is ongerijmd. De strijd is hoofdzakelijk gestreden over het woordje „is". Dit is beslist een figuurlijke spreekwijze, hetgeen direct al blijkt, dat Jezus niet zegt: deze wijn, maar deze drinkbeker is het Nieuwe Testament in Mijn bloed. Elders in de Schrift vindt deze opvatting steun, als b.v.: de akker is de wereld; het zaad is het Woord Gods; Ik ben de ware wijnstok. De eenvoudige verklaring ligt voor de hand. Hij nam het brood: dit is Mijn lichaam, als een symbool van Zijn lichaam. Zooals Hij sterft, is Hij het levensbrood voor de Zijnen. In het eten ligt de gemeenschapsoefening, doch geen vleeschelijke vereeniging, geen pantheïstische vermenging of vereenzelviging, geen overvloeiïng van de substantie. Ook blijven de persoonlijkheden van Christus en de discipelen dezelfde. Ook spreekt Christus niet van een mededeeling van hoogere krachten. Er is geen sprake van een magisch element, maar Hij heeft het oog op een geestelijke eenheid, een gemeenschap door het geloof. Christus liet Zich kruisigen om de schuld te boeten en om Zichzelf aan Zijn volk mede te deelen, opdat Hij in hen leven zou. Derhalve is het Heilig Avondmaal een gedachtenismaal en een gemeenschapsmaal. Maar deze gemeenschap wordt niet door het eten en drinken bewerkt, want de Heiland gaf het tot sterking van het geloof der discipelen. Bovendien is het Avondmaal ook nog tot verkondiging van den dood des Heeren, en dat in het midden der gemeente, net zoolang totdat de Bruidegom wederkomt.
Ridderkerk
G. v. d. Z.

(Wordt vervolgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 april 1937

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

DE BEIDE SACRAMENTEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 april 1937

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

PDF Bekijken