Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

WAT DE PERS TE LEZEN GEEFT

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

WAT DE PERS TE LEZEN GEEFT

5 minuten leestijd

Ons Kleed
God heeft, na de opkomst van de zonde in de wereld, den mensch het kleed gegeven. Gods bijzondere voorzienigheid — aldus het verhaal van Genesis — heeft dat kleed den mensch zelf uitgereikt. De intrede van het bedekkende kleed in deze wereld is geen toevalligheid, en ook geen voorbij gaande, alogische, beschavings-vorm van het zich ontwikkelend leven, maar volgens den Bijbel is het kleed een inhaerent bestanddeel, en een vast begeleidend verschijnsel van ons door de zonde aangetaste, en door de genade weer aanvankelijk beschermde, leven.
Het kleed is geen vrucht van de evolutie der beschaving, maar het is een bedachtzaam geschenk van Gods genade. Ongekleed-zijn, dat is, na Gods eerste bekleedingsdaad, geen vorm van primitieve cuituurloosheid, maar een deformatie, een afval, een wegzinken tot onder het paradijs.
Het kleed is dus een geschenk van Gods algemeene genade. En de plaats van het kleed Is slechts te verstaan, als wij' denken aan diezelfde wondere leidingen van God in Zijn algemeene genade. God' stelde na de zonde een wet van tempering (retardatie). De vloek, het oordeel, temperde Hij daardoor — en tegelijk hield Hij den vollen ópbloei en de volkomen uitwerking van den zegen tegen. (De volmaakte schoonheid en heerlijkheid is weggelegd voor de nieuwe aarde, waarop gerechtigheid wonen zal. (Eerst moert de herscheppende daad Gods in deze zijn geschied).
Op twee dingen hebben we dus te letten, als we het hebben over ons kleed : het is om de zonde te beteugelen, maar het is ook een belemmering voor de openbaring der schoonheid.
„Het kleed is inderdaad aan den éénen kant een beteugeling van het leven en van den zegen, belemmering voor den volmaakten bloei der schoonheid. Het kleed is molest voor de „délnê theos" — zeggen de heidenen. Want het lichaam van den mensch, zooals dat, schoon en gaaf, van God geschapen is, geeft in zijn rijke vormen expressie aan een schoone gedachte van God, den God der schoonheid — zeggen dé christenen.
En, ware de zonde niet storend ingetreden, dan zou God, de hoogste Kunstenaar, óók in het scheppen van het menschenlijf, deze uiterste en dus schoonste van Zijn kunstvormen niet hebben laten bedekken door een kleed. En daarom zal ook eenmaal in den uitgewerkten staat der dingen het kleed vervallen zijn. De rijkdom van Gods gave kunstwerk zal dan weer ongedekt aan aller oog zich toonen”.
„Anderzijds echter is het kleed ook weer een genadewerk van God. De zonde, die zich in alle dingen invreet en uitvreet, stulpt in alle vormen, die het leven biedt, naar buiten. Zij zet zich neer, ook aan de bronnen van ons bestaan, om deze te verontreinigen. En hierom, geeft God den mensch het kleed, opdat de zonde belemmerd, geremd, zou worden, en opdat de deformatie, die de zonde ook in 'smenschen lichaam bracht, beteugeld worden zou. En gestuit in haar vervloekende en funeste werking”.
„Toen de eerste Adam zijn kleed ontving, was het bereid uit dierenvellen. Reeds dat was een groote genade, een rijk herstel van den gevallen mensch. Want daar blijkt uit, dat het ondergeschikte, het dier, dienstbaar gesteld wordt, ook nog in den val, aan den mensch.
Ja, ja, dat eerste kleed uit dierenhuid
Men heeft gezegd : het is de eerste vrucht van 't huwelijk tusschen kunst en cultus. Want — zoo betoogde men dan — het kleed is kunst, en het er voor gedoode dier vertoont dus de offeridee: daar is de cultus.
Doch dit dunkt ons onjuist.
’t Kleed is in eersten aanleg, geen kunst. Het is noodzaak. Het is uit den nood geboren. Het is verdediging en bescherming. En de opoffering van dat dier ter wille van het menschenkleed is geen cultus, geen eeredienst, omdat het offer en het offer-element in dat dooden van het dier ontbreken. God neemt dat dier voor den mensch, doch de mensch geeft het niet aan God. Er wordt ook niets betaald.
Maar, is alzoo het kleed van den eersten Adam niet geweest een verbintenis van kunst en cultus, het was toch wèl een heerschappij van de techniek over de natuur, om het leven dragelijk te maken, al gaat de ontwikkeling niet zonder pijn. Het was een ingrijpen, eerst van Gods eigen positieve daad, en straks, met Gods actieve permissie, ook van des menschen eigen hand, in wat de natuur oplevert, opdat de hand van de techniek daaruit den verloren mensch nog dienen zou, beschermen en verdedigen.
Dus is het eerste kleed, dat God in het paradijs den mensch met eigen zorg toebeschikt en aangebracht heeft, een heerlijke, schoone, en ook affreuze, prediking. Het verkondigt den mensch de gansche lankmoedigheid, en vangt hem ook in de groote obsessie (dat is te vaak vergeten) van de wet der gemeene gratie (en retardatie). Het wijst den mensch — dien berooiden groot-roover in het heelal — alsnog de natuurlijke wereld aan, opdat bij daarover toch nog heerschappy zou hebben. En het geeft den mensch, dien brutalen annexionist van hemelsche wij-en troon-geschenken, nog een zeker bezit in deze wereld. Het geeft garantie, dat techniek nog triomfeeren mag over natuur. Maar zijn triumfen komen „met vrees en beving”.
Hier is genade en oordeel.
Hier is geen toeval.
Het is alleen bestaanbaar met den wil van God, die een menschenleven nog mogelijk laten wil, opdat de Christus straks te Zijner tijd, het leven grondig kon verlossen, als Hij, door Zijn betalend recht, straks zal opgeklommen zijn tot de hoogste vormen van het Koningschap over het heelal".
[Prof. dr. K. Schilder : Christus in Zijn lijden, m, blz. 151—155.]

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 mei 1937

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

WAT DE PERS TE LEZEN GEEFT

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 mei 1937

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

PDF Bekijken