Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Rondblik buiten de Grenzen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Rondblik buiten de Grenzen

5 minuten leestijd

Het behoort tot de hebbelijkheden van dictators om er eenig gevoel van eigen-waarde op na te houden. In de oogen van hun volgelingen zijn het nu eenmaal wondermenschen die alles kunnen en bescheidenheid zou hen zeker niet als een deugd worden aangerekend. Nu is het als regel ook zoo, dat de dictator de loftrompet steekt over zijn dapper en deugdzaam volk en het volk op zijn beurt in alle toonaarden den lof van zijn leider zingt. En zoo groeit er wederzijds een soort zelf-respect, dat wel eens boven het normale uitgaat.
Als we Mussolini, in zijn vorige week na afloop van de manoeuvres gehouden redevoering, hooren spreken over „het jonge, sterke en vastberaden Italië, dan houden deze woorden een compliment aan het volk in, maar beteekenen ze tevens een pluim op des dictators eigen hoed. Italië is immers, zoo wordt bedoeld, zoo sterk en vastberaden geworden onder het fascistisch bewind van Mussolini......
Intusschen was deze redevoering zoowel voor binnen-als buitenlandsch gebruik bestemd. De zooeven geciteerde woorden bedoelden een waarschuwing te zijn aan „de Britsche openbare meening, die nog te veel is blijven hangen aan het begrip van het schilderachtige Italië, dat ik haat". Overigens kwam Engeland er nog al genadig af. Dat was te verwachten na de toenadering welke den laatsten tijd tusschen Rome en Londen merkbaar geworden is. Maar de Duce heeft toch duidelijk te kennen gegeven, dat die samenwerking niet zal gaan ten koste van de vriendschap met Duitschland. „Men komt niet bij Rome terecht als men Berlijn voorbijziet en evenmin komt men te Berlijn als men tegen Rome ingaat. Tusschen beide regeeringen bestaat een daadwerkelijke solidariteit". Mussolini acht het blijkbaar raadzaam om Engeland er aan te herinneren, dat Italië ook nog wel andere vriendjes heeft.
De verhouding tot Frankrijk zou beter zijn als men daar niet „de afgoden van Geneve" aanbad. Hoe weinig respect de Duce voor dezen „afgod" heeft blijkt uit het feit, dat hij den Volkenbond vergeleek met een doode die reeds zestien maanden boven aarde staat en tenminste uit naam van de openbare gezondheid begraven had behooren te zijn. Een aardige beeldspraak waar men echter niet veel verder mee komt. Als Mussolini eerst den Volkenbond mede om zeep helpt brengen kan hij naderhand makkelijk schimpen. En nu het Geneefsche instituut zoo aan invloed verloren heeft is er voor Italië ook al weinig risico aan verbonden om te verklaren, dat het niet wenscht dat „het Italiaansch Imperium (dat wil dus zeggen : Abessynië als Italiaansch bezit), door den Volkenbond zal worden erkend". Het zijn allemaal woorden die bestemd zijn om indruk te maken op de massa. En als Mussolini dan zijn rede besluit met „een beroep op alle landen die bespoeld worden door de Middellandsche zee, den vrede te bewaren", denkt men daar ook al zoo het zijne van." Hoor naar mijn woorden, maar zie niet naar mijn daden "
Over Spanje heeft Mussolini niet zoo veel gezegd. Maar toch wel iets, dat er betrekking op heeft: „Italië zal nooit toestaan, dat het bolsjewisme of iets dergelijks zich aan de Middellandsche zee nestelt". Dat zegt genoeg en verklaart, ten overvloede, ook waarom er zooveel Italiaansche „vrijwilligers" in Spanje zijn. Het schijnt overigens, dat de communisten „en dergelijke" weinig fortuinlijke dagen hebben gehad. In Noord-Spanje hebben de troepen van Franco goede vorderingen gemaakt. Hoelang de Spaansche oorlog nog zal duren ? Franco verklaarde dezer dagen in een couranten-artikel, dat hij het ook niet wist. Wel hoopte hij, dat de oorlog spoedig beëindigd zou zijn, omdat de krijgsverrichtingen hem gunstig zijn.
In ieder geval behoeft Mussolini niet bevreesd te zijn als Franco de macht in Spanje krijgt. De Generaal heeft nu al verklaard, dat hij straks met alle landen der wereld de meest vriendschappelijke betrekkingen wil onderhouden, behalve met Sovjet-Rusland. Zijn eerste zorg zal overigens zijn „alle bitterheden te verwijderen, die een conflict als dit onvermijdelijk achterlaat". Helaas zijn die bitterheden niet zoo makkelijk te verwijderen als in het leven te roepen.
Het schijnt dat China beter met Sovjet-Rusland kan opschieten dan Mussolini en Franco. Het schijnt, want het zijn vooral de Japansche berichten die beweren, dat China hulp van Moskou zou verwachten. Rusland zou wapenen leveren, Rusland zou met China onderhandelen, Rusland zou straks bij-springen enz. Dergelijke Japansche berichten zijn echter als regel zeer tendentieus. Het „communistisch gevaar" in China is reeds al te vaak een motief voor Japan geweest om zich met Chineesche aangelegenheden in te laten.
Men is er echter ook in het verre Oosten wel van overtuigd, dat de Volkenbond momenteel weinig in te brengen heeft. Japan is geen Volkenbondslid meer. China nog wel, maar haar woordvoerders verklaren het toch maar veiliger te achten zich niet geheel en uitsluitend op de instrumenten van den Volkenbond te verlaten. Of ze gelijk hebben. En intusschen vecht men maar dapper door. In Sjanghai bieden de Chineezen goed verweer tegen de Japansche aanvallen, doch in Noord-China schijnen de krijgskansen Japan gunstig te zijn.
Zullen de andere mogendheden dit nu maar kalm z'n gang laten gaan ? Het schijnt zoo. Een Amerikaansche torpedoboot werd door Japanners of Chineezen (beiden ontkennen) geraakt, maar de Vereenigde Staten volstaan met een waarschuwing aan Japan en China „toch geen oorlog te beginnen". Officieel is er namelijk nog geen oorlog tusschen beide Staten !
En Londen heeft beide regeeringen voorgesteld om een neutrale zone rond Sjanghai in te stellen. Dan zou Engeland met behulp van de andere groote mogendheden de veiligheid van de in Sjanghai vertoevende Japanners voor zijn rekening nemen. Japan heeft immers gezegd, dat het terwille van leven en eigendom van haar onderdanen te Sjanghai zich wel met deze stad in moest laten ?
Aardig gevonden. Maar Japan denkt er natuurlijk niet aan om op dit voorstel in te gaan. En ook China voelt er begrijpelijkerwijs niets voor om zijn militairen uit eigen gebied terug te roepen.
 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 augustus 1937

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

Rondblik buiten de Grenzen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 augustus 1937

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

PDF Bekijken