Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Rondblïk buiten de Grenzen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Rondblïk buiten de Grenzen

6 minuten leestijd

De huidige politieke situatie heeft ook dit met een oorlogstoestand gemeen, dat over en weer druk met tendentieuze berichten „gewerkt" wordt. Wat Praag vandaag beweert, wordt morgen door Berlijn tegengesproken. En die tegenspraak is zelden méér geloofwaardig dan het als „leugenachtig" gewraakte bericht. We zouden niet gaarne beweren, dat de Praagsche nieuwsbureaux, met kinderlijke naïviteit, steeds de waarheid, en niets dan de waarheid vertellen, waartegenover dan de Duitsche berichtgeving als immer onbetrouwbaar gebrandmerkt zou moeten worden. Uit tal van Praagsche berichten valt af te leiden, dat inhoud en vorm mede door „tactische" overwegingen werden bepaald. Maar in het Derde Rijk behoort tendentieuse berichtgeving tot het politieke systeem. Het volk denkt, moet denken, als de Führer. Maar dan is het ook noodzakelijk dat alle berichten vanuit één bepaald punt „belicht" worden, en dient elk schijnsel, dat vanuit anderen hoek op het onderwerp geworpen zou kunnen worden, nauwlettend „afgeschermd". Men vreesde in het buitenland zelfs wel eens, dat ook de Führer van dit systeem min of meer de dupe werd, en de buitenlandsche berichten slechts zeer ten deele tot hem doordrongen. Ten aanzien van de Tsjecho-Slowaaksche kwestie bestaat er voor die vrees, dunkt ons, weinig grond meer. De Britsche premier heeft nu tweemaal, en gedurende geruimen tijd, met den Duitschen Rijkskanselier gesproken, en men mag aannemen, dat er (over en weer) duidelijke en openhartige woorden zijn gewisseld. Maar dit wil nog niet zeggen, dat nu ook het Duitsche volk even volledig met het Britsche standpunt op de hoogte is gebracht. Men heeft in Chamberlain den „vredes-apostel" gezien, die het vrijwel geheel met de Duitsche eischen eens is, en alles wil doen om een oorlog te voorkomen. En het eert de Duitschers, dat ze den Britschen Staatsman deswege een warm hart toedragen. Maar het is aan gerechtvaardigde twijfel onderhevig, of de, eerst vage, doch later duidelijke, waarschuwingen, welke vanuit Londen tot Berlijn zijn gericht, eveneens onder de aandacht van het Duitsche publiek werden gebracht.. Kort voor „het historische oogenblik", waarop Hitler zijn „historische rede" uitsprak, heeft Londen nog eens officieus doen weten dat het de hoop op een bevredigend resultaat der onderhandelingen nog niet opgeeft, doch indien, in spijt van alle pogingen van den Britschen eersten minister, een Duitsche aanval wordt gedaan op Tsjecho-Slovakije, het onmiddellijk resultaat daarvan moet zijn, dat Frankrijk gehouden is Tsjecho-Slowakije te hulp te komen, en Groot-Brittannië en Rusland daarbij Frankrijk stellig zullen bijstaan. De publicatie van deze veelzeggende woorden heeft de Duitsche pers voorloopig echter nog maar achterwege gelaten
Eenzelfde negatieve houding werd aangenomen tegenover de „vredes-boodschap", welke President Roosevelt aan verschillende Staatshoofden zond, en waarin er o.m. op werd aangedrongen in het belang van den vrede, de onderhandelingen toch zoo lang mogelijk voort te zetten. De Duitsche pers vond het blijkbaar beter om deze boodschap niet onder de oogen der Duitschers te brengen, die immers slechts oog en oor moeten hebben voor het bevel van Hitler. Het kon eens gebeuren, dat er ongerustheid ontstond, wanneer men zag, dat zelfs de Vereenigde Staten belang gaan stellen in de Tsjechische kwestie. Overigens was deze oproep zoo voorzichtig en algemeen gesteld, dat een land, dat werkelijk den vrede wenscht te dienen, voor publicatie niet bevreesd behoefde te zijn. Leon Blum, de Fransche politicus, die reeds vorige week een beroep op Roosevelt heeft gedaan „om toch ook eens te spreken", verzocht den President der Vereenigde Staten nu opnieuw, om duidelijker en luider het woord te voeren.
Een dergelijk verzoek behoeft men Hitler niet te doen. Die spreekt althans luid genoeg, gelijk we ook Maandagavond weer gehoord hebben. De blijken van vredelievendheid, welke de Führer in de afgeloopen jaren aan den dag gelegd heeft, werden breed uitgemeten.
„En nu staan wij voor het laatste vraagstuk, dat opgelost moet worden en dat opgelost zal worden". Als het Tsjecho-Slowaaksche vraagstuk opgelost is, heeft Duitschland geen territoriale eischen meer in Europa. De eischen ten aanzien van koloniën, buiten Europa, komen later aan de orde.
De korte inhoud van de jongste redevoering van Hitler is, gelijk men weet, dat het laatste memorandum, hetwelk Chamberlain te Godesberg in ontvangst nam om het aan Praag te overhandigen, gehandhaafd blijft. Vóór I October moet Benesj den Sudeten-Duitschers de vrijheid geven, of Duitschland zal haar halen. Dit standpunt was reeds eenige dagen tevoren bekend, en baarde dus op zichzelf geen verbazing, 't Is echter wel verbazingwekkend, op welke wijze het Duitsche volk door zijn blindelings gevolgden Führer over het onderhavige probleem wordt voorgelicht. In de, allengs bekende, brallende bewoordingen werd de schuld van alle narigheid op Benesj geschoven. Engeland en Frankrijk kwamen tot het inzicht, dat dat Duitsche gebied van Tsjecho-Slowakije „eindelijk" moest worden vrij gegeven, om aan het Derde Rijk te worden afgestaan. En „Herr Benesj" gaf toe. Dat was zijn verklaring'. En wat deed hij ? Niet het gebied stond hij af, maar de Duitschers drijft hij er nu uit. En hier houdt het spel nu op. Geheele landstreken worden nu ontvolkt. Dorpen worden platgebrand. Met gra­ naten en gas probeert men de Duitschers uit te rooken. En de heer Benesj zit in Praag en is er van overtuigd : mij kan niets gebeuren, tenslotte staan Frankrijk en Engeland achter mij.
Ziehier de voorstelling van zaken, welke de Führer van een Staat, die op eigen hooge beschaving roemt, zijn volk durft voor te zetten. Dat die „arme vluchtelingen", op hetzelfde moment dat ze het Duitsche grondgebied betraden, bewapend werden en tot een indrukwekkend leger werden gevormd, vertelde Hitler niet. Dit kon er immers op wijzen, dat die „vlucht" een "andere bedoeling had dan aan de „gruwelijke vervolgingen" te ontkomen. Doch we laten dit verder rusten. Dat Hitler zijn volk „op dit historische moment" niet juist, althans niet volledig, heeft ingelicht, blijkt reeds uit het eenvoudige feit, dat Chamberlain het laatste Memorandum aan Praag niet voor zijn rekening wenschte te nemen. Er is toch een moment geweest dat Chamberlain, tezamen met Daladier, besloten om Praag te adviseeren de Duitsche eischen in te willigen, waarna Praag dit dwingende advies besloot op te volgen ? En nü heeft Engeland en Frankrijk te kennen gegeven dat de laatste Duitsche eischen beslist onaanvaardbaar waren. Hieruit blijkt toch onomstootelijk, dat Duitschland nu weer méér gevraagd heeft, dan door Berlijn, Londen, Parijs en Praag overeengekomen was ? Om tot deze conclusie te komen, behoeven we verder de verschillende gehouden besprekingen niet eens te memoreeren. De Tsjechische gezant te Londen, Jan Masarijk, heeft in zijn nota aan de Engelsche regeering ook duidelijk doen uitkomen, hoe ongerijmd de eischen van Duitschland uiteindelijk zijn geworden. „Tegenover deze nieuwe en wreede eischen gevoelt mijn regeering zich genoodzaakt, den grootst mogelijken tegenstand te bieden”.
En toch eischt Berlijn inwilliging vóór a.s. Zaterdag. Wij durven ons niet aan voorspellingen te wagen. We hopen slechts, dat Duitschland alsnog tijdig zal inzien, dat het niet alleen met „Herr Benesj" te doen heeft, doch, als het op een oorlog zou uitdraaien, een groot deel van Europa tegenover zich zal vinden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 september 1938

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

Rondblïk buiten de Grenzen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 september 1938

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

PDF Bekijken