Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

UIT DE HISTORIE

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

UIT DE HISTORIE

CALVIJN EN ROUSSEAU

6 minuten leestijd

Wie Culvijn is en wat hij geleerd heeft, behoeven wij hier niet uiteen te zetten. Het zou dwaasheid zijn, te beweren, dat de lezers van dit blad de beginselen, waaruit de Reformator heeft geleefd, niet kennen zouden. Week aan week worden zij behandeld.
Met Roufiseau staat het misschien eenigszins anders.
Wellicht zijn er lezers, die den man alleen maar van naam kennen, en niet weten, door welk beginsel hij zich heeft laten leiden. Voor dezulken is het noodzakelijk, dat we in kort bestek daarover iets opmerken.
Laat ons zijn grondgedachten aldus mogen saamvatten.
Rousseau gaat er van uit, dat alles in de wereld goed is. Van nature is er niets verkeerd, maar de menschen maken alles slecht. Bij hem staat de natuur vijandig tegenover de cultuur ; de laatste is oorzaak van alle ellende, die in het leven gevonden wordt. Volgens Rousseau is de maatschappij een vijand van den mensch. Daarom acht hij het dier in zijn natuurtoestand gelukkiger dan de menschen. Het spreekt van zelf, dat een dergelijke visie consequenties met zich brengt. Rousseau wil dan ook de heele maatschappij in haar diverse geledingen terugbrengen lot de natuur. In godsdienst, opvoeding en moraal moeten we ons verlaten op het gevoel. De menschelijke rede wordt door hem niet hoog aangeslagen. Wanneer we maar gelooven, dat 's menschen natuur goed is — zoo redeneert Rousseau — dan zijn we in staat, ons een hemel op aarde te stichten.
De Fransche Revolutie heeft Rousseau's ideeën willen verwezenlijken, en men weet, wat daarvan terecht gekomen is. De historie van eeuwen en de feiten van den dag bewijzen, dat de droom aangaande een goed-zijn van de menschelijke natuur een fictie is ! Wat springen na deze enkele regelen de verschillen in het oog, die er bestaan tusschen de levens-en wereldbeschouwing van Calvijn en die van Rousseau !
Calvijn gaat uit van de absolute verdorvenheid van de menschelijke natuur. Hij gelooft, dat God den mensch goed geschapen heeft, maar erkent tevens, dat hij zich, door moedwillige ongehoorzaamheid aan Gods gebod, gestort heeft in een poel van ellende, waaruit hij alleen maar door Gods verkiezende genade kan verlost worden.
Rousseau miskent dit alles. Bij hem is van zondebesef in den diepen zin van het woord in het minst geen begrip. Hoogstens van een zekere onvolkomenheid.
Wanneer er twee levensbeschouwingen zijn, die van elkaar verschillen, dan zijn het die van Calvijn en Rousseau. Calvijn gaat uit van God en Zijn Woord. Rousseau rekent alleen met den mensch en zijn (verdorven) gevoel.
We vragen : is er grooter tegenstelling mogelijk ?
Nu doet zich het eigenaardig geval voor, dat men van Roomsche zijde getracht heeft, om aan te toonen, dat Calvijn en Rousseau niet zoo heel veel van elkaar verschillen, wanneer men beider grondprincipes nauwkeurig bestudeert. Wel geeft men toe, dat er tusschen beide mannen een wezenlijk verschil bestaat : maar hoe groot de verschillen ook mogen zijn, — er zou tusschen beide geleerden een frappante geestesverwantschap aanwezig zijn.
Zelfs, wanneer het .mogelijk zou zijn, wat we nog ten zeerste betwijfelen, om duidelijk te maken, dat bepaalde gedachten door beide mannen zijn uitgesproken, dan nóg behoeft er geen sprake te zijn van geestelijke verwantschap.
Een voorbeeld.
Door communisten en gereformeerden wordt geijverd voor een kerkelijke gemeenschap, waarmede de Staat zich niet inlaat of bemoeit. Niemand onzer zal het echter in zijn hoofd krijgen, om op grond hiervan te gaan spreken van geestelijke verwantschap ! Bij den communist domineert de vijandschap tegen al wat religie is. De gereformeerde daarentegen streeft naar een Schriftuurlijke orde.
Dit voorbeeld bewijst, dat men nimmer op den klank van een bewering kan afgaan. Niet bepaalde woorden of bedoelingen bepalen de geestelijke eenheid onder de menschen, maar het fundament, waarop iemands leven staat. Als twee hetzelfde zeggen, dan is het nog niet hetzelfde !
Het streven, om verschillende gedachten en constructies van beide mannen verwant te verklaren, moet bij voorbaat op een groote mislukking uitloopen, omdat voorbijgezien wordt, dat zij leven uit een totaal andersoortige beschouwing der dingen. Waarbij komt, dat een oppervlakkige vergelijking te weinig of in het geheel niet rekent met het feit, dat twee eeuwen van strijd en ontwikkeling velerlei omstandigheden en factoren grondig gewijzigd hebben.
Een objectieve vergelijking van Calvijn met Rousseau moet steeds weer leiden tot de zekerheid dat er nergens ter wereld tusschen twee mannen grooter verschil bestaat. Hoe men dan tot een tegenovergestelde conclusie komen kan ?
Omdat men Calvijn niet aanvaardt, zooals hij is. Niet ieder is het gegeven, zich in eens anders gedachtengang in te leven. Is dit een algemeene regel, — bij de Calvijn-studie geldt zij wel zeer in het bizonder, omdat hij een geest geweest is, die boven de middelmatigheid ver uitsteekt. Slechts grondige en rustige bestudeering van Calvijn kan hem tenslotte doen kennen. Wie eigen gedachten aan Calvijn wil opdringen, raakt hem geheel kwijt en dit is zonder twijfel het geval, wanneer men wil handhaven, dat de consequentie van vele zijner principes bij Rousseau, dus bij de Fransche Revolutie, te vinden is. De Revolutie zou het noodwendig gevolg zijn van de Reformatie !
Een onjuister stelling kennen we niet !
De Revolutie rekende af met God en Zijn geboden ; zij verhief de menschelijke rede ten troon.
De Reformatie daarentegen keerde terug tot des Heeren wet en Zijn getuigenis ; de betrekkelijkheid van 's menschen verstand werd door haar op den voorgrond gesteld. Wil men de Reformatie als Revolutie kwalificeeren ?
Wij voor ons hebben er geen bezwaar tegen, wanneer men hiermede bedoelen wil, dat zij protest aanteekende tegen een kerkelijk instituut, dat totaal verworden was. Maar een Revolutie in den gangbaren zin van 't woord is dit niet.
Tot welke dwaze conclusies men komt, moge nog duidelijk worden uit de verkondigde meening, dat het Verbond bij Calvijn overeenkomst vertoont met het Contrat Social van Rousseau. Het Verbond toch is instelling Gods ; het Contrat Social een menschelijke overeenkomst. Punten van overeenstemming kunnen wij met den besten wil van de wereld niet ontdekken.
Calvijn en Rousseau zijn de vertegenwoordigers van twee wereldbeschouwingen, die nimmer met elkaar verzoend kunnen worden.
Zij zijn antipoden.
En zullen dat altoos blijven ! Ondanks het streven naar gelijkschakeling van beiden.
D.
de Zwart


Literatuur :
Dr. A. J. M. Cornelissen, Calvijn en Rousseau. Een vergelijkende studie van beider Staatsleer, Nijmegen-Utrecht 1931.
Een bespreking van het boek van dr. Cornelissen van de hand van prof. dr. J. Severijn in : Antirevolutionaire Staatkunde, driemaandelijksch orgaan, 9de jaargang 1935, bladz. 145_158.
Prof. dr. H. Visscher, Van de leer der praedestinatie D. bij Calvijn,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 november 1938

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

UIT DE HISTORIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 november 1938

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

PDF Bekijken