Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

UIT DE HISTORIE

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

UIT DE HISTORIE

7 minuten leestijd

Luthers verklaring van Paulus' brief aan de Galaten.
Schrijver ; lezers ; groet ; hoofdstuk 1 vers 7—5 (VIII).
Vervolg vers 1.
Verder volgt uit dezen tekst, dat onze zonden zoo groot, zoo oneindig in getal, en zoo onoverwinnelijk zijn, dat het der gansche wereld onmogelijk is, ook maar voor enkele genoegdoening te kunnen schenken. En voorwaar toont de grootheid van den prijs, namelijk Christus, Gods Zoon, Die Zichzelven voor onze zonden heeft overgegeven, genoegzaam, dat wij niet voor de zonde kunnen voldoen, en dat wij zelf niet over haar de overwinning kunnen behalen. De kracht en de heerschappij der zonde komt vooral uit in deze woorden : Die Zichzelven voor onze zonden heeft overgegeven.
Wie deze dingen goed overweegt, die ziet in, dat het woord „zonde" den eeuwigen toorn Gods en het gansche rijk van Satan inhoudt, en dat de zonde zulk een schrikkelijke zaak is, dat zij niet onder woorden kan gebracht worden. Hetgeen ons zoozeer ter harte moest gaan en verschrikken, dat het ons door merg en been ging. Maar wij bekommeren ons weinig om de zonde, en wij beschouwen haar als iets van weinig beteekenis. En zelfs, wanneer ons geweten ons beschuldigt, — dan nóg denken wij, dat de zonde niet zoo belangrijk is, en dat zij door een nietigheidje of eigen verdienste kan worden uitgedelgd.
Deze tekst geeft echter te kennen, dat alle menschen gevangenen en knechten der zonde zijn, die, gelijk Paulus elders zegt, „verkocht zijn onder de zonde", {Rom. 7 vers 14). Ook is de zonde de wreedste en machtigste tiran, die over de menschen in de heete wereld heerscht, en die niet overwonnen of uitgedreven kan worden door eenige macht van schepselen, hetzij 't engelen, dan wel menschen zijn. Doch alleen door de oneindige macht van Jezus Christus, Gods Zoon, die alles te boven gaaf, kan zulks geschieden, wijl Hij Zichzelven voor onze zonden heeft overgegeven.
Vervolgens bevatten deze woorden een ontzaggelijke troost voor allen, die door de grootte der zonde verschrikt zijn ; want hoe onoverwinnelijk de tiran der zonde ook is, — aan de geloovigen in Christus kan hij geen schade toebrengen, omdat Hij door Zijn dood heeft overwonnen.
Wanneer wij dus, met dit geloof gewapend, dezen Mensch Jezus Christus van ganscher harte aanhangen, dan gaat ons een licht op, en verkrijgen wij een gezond oordeel, zoodat wij zeer stellig en volkomen vrij ons een meening kunnen vormen over allerlei levensverhoudingen.
Overweeg nu nauwkeurig elk woord van Paulus, en sla vooral goed acht op het woordje „onze". Want het is van de grootste beteekenis, dat men de voornaamwoordjes, die in de Heilige Schrift zeer veelvuldig voorkomen, goed gebruikt, aangezien daarop steeds groote nadruk valt, en omdat daardoor blijkt, wat in het bizonder de aandacht hebben moet.
Ge kunt gemakkelijk zeggen en gelooven, dat Christus, Gods Zoon, gegeven is voor de zonden van Petrus, Paulus en andere heiligen, omtrent wie men oordeelen kan, dat zij de genade waardig zijn. Maar het is zeer moeilijk, om van uzelven, die de genade onwaardig is, te zeggen, dat gij gelooft, dat Christus gegeven is voor uwe onoverwinnelijke, tallooze en zware zonden.
Derhalve is het gemakkelijk, om in het algemeen, en zonder beperkend voornaamwoord, de weldaad van Christus met mooie en sierlijke woorden te roemen en te prijzen, zeggende, dat Hij weliswaar gegeven is voor de zonden, maar voor die van anderen, welke zulks waardig zijn.
Moet het woordje ,,onze" er echter aan toegevoegd worden, dan willen onze natuur en ons verstand, die zwak zijn, daar niet aan. Dan durft men God niet te naderen, en op zichzelf toe te passen, dat een zoo groote schat om niet geschonken wordt.
Men wil dan ook nooit met God in onderhandeling treden, tenzij men bij voorbaat rein en zonder zonde is. Hoort men evenzoo de woorden van dezen tekst : „Die Zichzelven overgegeven heeft voor onze zonden", dan past men het woordje „onze" niet op zichzelf toe, maar men betrekt het op anderen, die waardiger en heiliger zijn. Liever wil men met de persoonlijke toepassing wachten, totdat men door eigen werken de genade meent waardig geworden te zijn.
Dit is niet anders, dan dat het menschelijk verstand gaarne zou willen, namelijk dat de kracht der zonde maar zoo groot en machtig is, als het zelf droomt. Vandaar, dat de hypocrieten, die Christus niet kennen, denken, dat zij door eigen werken en verdienste de zonde kunnen te-niet-doen : ook, wanneer zij in hun geweten van zonde overtuigd zijn. En hoewel zij dat niet openlijk uitspreken, koesteren zij heimelijk den wensch, dat de zinsnede : „Die Zichzelven voor onze zonden heeft overgegeven", slechts woorden zijn, in grooten deemoed gesproken, terwijl zij eveneens hopen, dat hun zonden niet ernstig en waarachtig, maar ijdel en verzonnen zijn.
Om het in 't kort te zeggen : 's menschen rede zou Gode gaarne een zondaar-in-naam voorstellen en aanbieden, die in 't geheel niet verbrijzeld is, en de zonde niet voelt. Men wil een gezond mensch tot God brengen, die geen medicijnmeester van noode heeft ; en zonder gevoel te hebben voor de zonde, zou men willen gelooven, dat Christus om onze zonden is overgegeven.
Zoo is het gevoelen der gansche wereld, en inzonderheid van hen, die boven anderen in Godsvrucht en heiligheid willen uitblinken, als daar zijn : monniken en werkers van eigen gerechtigheid. Weliswaar belijden deze lieden met den mond, dat zij zondaren zijn ; ook erkennen zij, dat ze dagelijks zonden doen, al vinden zij ze niet zóó groot en vele in getal, dat zij ze door hun werken niet zouden kunnen uitdelgen. Hier komt nog bij, dat zij eigen gerechtigheid en verdienste nog voor Christus' rechterstoel zouden willen brengen, om daar van den Rechter de vergelding des eeuwigen levens af te eischen.
Intusschen nemen dergelijke lieden echter, om deemoedige broeders te schijnen, eenige zonden aan, ten einde daarvoor om vergiffenis te bidden met de woorden van den tollenaar : O God ! Wees mij, zondaar genadig. (Lucas 18 vers 13).
Voor dezulken zijn Paulus' woorden „voor onze zonden" geheel zonder inhoud en leeg gebazel. Daarom verstaan zij 'ze niet, en daarom ook kunnen zij, wanneer ze in aanvechtingen hun zonden duidelijk gevoelen, er geen troost uit putten. Doch vertwijfeling is hun deel.
Men is echter de hoogste wetenschap en de echte christelijke wijsheid deelachtig, wanneer men deze woorden van Paulus voor ernstig en waarachtig houdt, en gelooft, dat Christus in den dood overgegeven is : niet om onze gerechtigheid en heiligheid, maar om onze zonden, die wel degelijk groot, ontelbaar vele en onoverwinnelijk zijn.
Beeld u daarom niet in, dat uw zonden slechts klein en onbeteekenend zouden zijn, zoodat zij door uw eigen werken uitgedelgd zouden kunnen worden. Maar wanhoop ook niet, wanneer ge ziet op haar grootte, ten tijde, dat gij ze, hetzij in uw leven, dan wel bij het naderen van den dood, diep ervaart. Doch leer van Paulus gelooven, dat Christus niet gegeven is voor ingebeelde of verzonnen, maar voor werkelijke zonden : niet voor kleine, maar voor de allergrootste ; niet voor de een of andere, maar voor alle ; niet voor de reeds overwonnene, (want geen mensch of geen engel kan ook maar de kleinste zonde overwinnen), maar voor die, welke niet te overwinnen zijn !
En hoort ge niet tot het getal dergenen, die zeggen kunnen : „voor onze zonden", namelijk tot hen, die deze leer des geloofs bezitten, onderwijzen, hooren, leeren liefhebben en gelooven, dan is het met uw zaligheid niets gedaan !

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 februari 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

UIT DE HISTORIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 februari 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

PDF Bekijken