Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Een dreigend gevaar voor de volkeren.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Een dreigend gevaar voor de volkeren.

14 minuten leestijd

Er is iets aan 't veranderen in Europa. Een nieuwe politieke geschiedenis is begonnen — als reactie tegen de moderne, humanistische democratie, met al haar uitwassen. De gedachte van den aristocratischen machtsstaat is opgekomen en is van overwinning tot overwinning voortgegaan en heeft zich uitgebreid in de stelsels van Fascisme en Nationaal-Socialisme. Maar laat het Nationaal-Socialisme een reactie, misschien een gerechtvaardigde reactie op de moderne democratie zijn, het is helaas ! niet minder humanistisch dan de vijand, dien het bestrijdt. Het uitgangspunt is verkeerd, al kunnen er wellicht in de beweging goede elementen zijn (als reactie op de brutale, ongebondene democratie).
Met Liberalisme en Socialisme heeft het Nationaal Socialisme gemeen, dat het zich op z.g.n. neutraal, humanistisch standpunt.
En laat het dan waar zijn, dat het een dam wil opwerpen tegen het uit Rusland aangolvend Communisme, dat het den klassenstrijd veroordeelt, dat het pleit voor solidariteit tusschen werkgevers en werknemers, voor de corporatieve gedachte, en niet 't minst voor een krachtig gezag (waarom het niet zonder meer uit den Antichrist kan zijn), de grondfout is, dat men niet leven wil uit het Christelijk beginsel. Het acht een Christelijke politiek onmogelijk. Ja, met machtsmiddelen wil men een Christelijke politiek onmogelijk maken. Het streeft naar den één-partij-Staat, waarin alle andere politieke partijen zijn verboden, zooals we thans zien in Rusland, Italië en Duitschland. Alle partijen zijn in Italië en Duitschland ontbonden en de partij is de Fascistische of Nat. Socialistische, welke z.g.n. los van alle partij-politiek het geheele Vaderland wil dienen en waarvan de leider tevens dictator is van het volk. De dictatoriale één-partij-Staat.
Dat vernietigt het parlementaire stelsel, waarbij het regeeringsbeleid samenhangt met de parlementaire meerderheid, die is verkregen door de volksstemming. Na ontbinding van de politieke partijen kan er van een parlementaire meerderheid of minderheid geen sprake meer zijn. Het parlement is in den Nat. Socialistischen Staat een ornament.
Het Ned. Nat. Socialisme wil een ministerpresident, die zelf alleen aan den Koning verantwoording schuldig is en die zijn ministers benoemt en ontslaat naar zijn inzicht. Het parlementarie stelsel, waarbij het ministerie verantwoordelijk is aan het parlement, moet afgeschaft. Men wil ook in het parlement, dat overblijft, alleen „deskundigen", die het „algemeen" belang voorop stellen.
Men stelt zich voor dat er „Nationale Vakverbonden" zullen komen van drieërlei aard : werkgevers — werknemers — en vrije beroepen (tot welke laatste b.v. zullen behooren predikanten, geleerden, kunstenaars, ambtenaren, onderwijzers enz. ; deze laatste „bond" zou b.v. 40 candidaten voor de Tweede Kamer mogen stellen, waarvan bij stemming door het volk dan de helft zou moeten worden verkozen).
Met de Christelijke partijen zullen dus óók de Chr. Vakbonden worden opgeruimd ; en dus heel de Christelijke sociale en politieke organisatie moet wèg. De vertegenwoordiging van het volk naar politieke beginselen wordt vervangen door een vertegenwoordiging naar beroepsstanden, naar sociale belangen, enz. Beginselen mogen er niet meer zijn, belangen hebben alleen beteekenis.
De dictatoriale-één-partij-Staat is dan ook een machtsstaat. De moderne democratie heeft een streep gehaald door het gezag, door de macht, door de Overheid enz., en is gekomen met de leer en de practijk van de volkssouvereiniteit. Het volk stelt het recht vast en oefent de macht, wat onmacht blijkt te zijn, met verkrachting van het recht. Uit den democratischen chaos van het volkerenleven komt nu als reactie op de moderne, humanistische artistocratie met een leer van de Overheidssouvereiniteit, waarbij de macht van de Overheid losgemaakt wordt van hoogere wet en in zich zelf absoluut moet zijn : de macht van de Overheid wordt nu verabsoluteerd tegenover de absolute macht van het volk, zooals we dat nu aantreffen bij de moderne democratie.
Wat de absolute Overheid, naar eigen inzicht (en nu geïnspireerd door de mythe van den nationalen Staat in Italië en Duitschland) oordeelt dat voor het volk en voor den Staat goed is, is goed ! „De Staat is het tot zelforganisatie gekomen recht" en daarom heeft ook de Staat (lees : dictator, enz.) zelf hel recht vast te stellen, te veranderen of op te heffen !
De leer van den machtsstaat brengt uiteraard mee nationalisme, d.w.z. overschatting van eigen natie. Er komt een verheerlijking van eigen natie of ras, welke soms den vorm aanneemt van afgoderij, van zelfaanbidding. „Twee Duitschers in Polen zijn meer dan millioenen Polen, omdat ze nu eenmaal Duitschers zijn". (Wilhelm Stapel). (Dat kan alleen iemand zeggen, die „stapel" is).
De Overheidsmacht is dan niet ambtelijk, door God gegeven en dus aan Gods Wet verantwoordelijk (Rom. 13). Maar ze heeft bestaan in zichzelf en is irrationeel, d.w.z. hoven-redelijk, aan geen hoogere wet gebonden. Ze heeft te handelen bij intuïtie en ze heeft het volk te „bezielen" ; ook al zou 't alles fictie zijn. Ze heeft zich te hullen in den nevel van de mythe, het mysterieuze, waarbij alles zwijgt.
Wat het Koningshuis aangaat, wordt door het Ned. Nat. Socialisme niet onduidelijk geleerd : „De Koning is de bron van alle macht, maar hij oefent deze niet rechtstreeks zelf uit. Niets geschiedt zonder den Koning, maar ook niets door den Koning". „De ministerpresident moet de werkelijke leider van den Staat zijn".
Niet wordt erkend, dat de Overheid haar gezag heeft van God en dus steeds aan Gods Wet verantwoordelijk is en vandaar dat de Overheid, die een absolute macht heeft en zelf de bron van alle recht, ook oneerbiedig kan ingrijpen in levenskringen (denk aan de Kerk, aan het huisgezin, het huwelijk, de school, enz.) waar God eigen ordinantiën gaf, met eigen ambtsdragers, die een eigensoortige macht bezitten (de Kerk).
En zoo worden niet alleen de politieke rechten der burgers ontkend, maar ook de staatkundige vrijheden geschonden, naar het welbehagen van den Staat (den Leider). Noch het gezin, noch de school, noch de Kerk, noch het bedrijf, noch de wetenschap heeft souvereiniteit in eigen kring. De Staat is alles 1 De Staat is de absolute macht. De Staat is héél de georganiseerde natie, de belichaming van heel het nationale leven, van alle corporaties enz., en heet daarom ook totale-Staat. Vrije levenskringen (gezin, school. Kerk) bestaan niet. De Staat is voor het Nat. Socialisme alles. En alles moet in den totalen- Staat aan den Staat dienstbaar zijn of dienstbaar gemaakt worden, 't koste wat 't kost. Natuurlijk kan er dan hier en daar wel eenige vrijheid en zelfstandigheid zijn, als de Staat 'maar mag bevelen en controleeren en alles mag inschakelen in den totalenStaat. Die den Staat terwille is in alles, is — vrij ! Die onder curateele van den Staat wil staan, is — vrij ! Wel kan dan (om welke oorzaak ook) onder bepaalde omstandigheden, b.v. in Italië aan de Roomsche Kerk 'n zekere „geestelijke" vrijheid worden gelaten ; maar dat is meer ,,politiek" en „toegeeflijkheid" dan wel dat het naar het beginsel van Fascisme of Nat. Socialisme is. In Duitschland b.v. mag de Kerk vrij zijn, mits zij niet in strijd handelt met de belangen van het Germaansche ras, enz. ! De Staat zal dat uitmaken. En de Staat bindt zich aan geen enkele belijdenis.
In Duitschland heeft de Kerk dan ook de organisatie met het autoritair bestuur van Rijksbisschop Muller ontvangen van den Staat, ten spijt van alle schijn-maneuvres. Kerkeraden, predikanten, synodes, enz., zijn van nul en geener waarde. Goering en Muller — de Staat arm en arm met de Kerk (Rijksbisschop) — bepalen alles.
Ook het Ned. Nat. Socialisme gaat, ten spijt van allerlei onduidelijke redeneeringen, den zelfden kant uit : vrijheid van godsdienst en gewetensvrijheid moet er zijn — maar de éénheid en de onafhankelijkheid van de natie mag geen schade lijden of in gevaar worden gebracht. Als de Staat iets in strijd met het belang van de natie acht, moet het worden weggedaan, verhinderd, verboden ! En zoo kan men alle kanten uit, want de Overheid alléén beoordeelt tenslotte wat in het belang van den Staat is en wat verboden moet worden ! De waarlijk geloovigen zijn vrij, maar de drijvers, de fanatici enz. zijn ontoelaatbaar in 't midden van een „rustig" en „vredig" volk. (Denk aan de liberalistische redeneeringen in de dagen van de Afscheiding en aan de houding van het Liberalisme in den schoolstrijd !) „Ieder mensch moet redelijk denken en daardoor redelijk handelen, wat hetzelfde is als zedelijk handelen", leert het humanistisch, rationalistisch Nat. Socialisme. Kennis is deugd. En in dien weg moet het gezocht worden door den Staat. De Staat heeft te zorgen, dat alle gezinnen, groepen, kringen enz., in dien weg wandelen : kennis is deugd. En al die extra-ordinaire dingen van hen, die niet gerekend kunnen worden onder de „waarlijk geloovigen" (rationalistisch genomen), zijn ontoelaatbaar (denk aan de vijandschap tegen de School met den Bijbel).
De Staat heeft , , redelijk" en „zedelijk" te handelen en zóó zal het volk en het Vaderland gezegend worden. Al de persoonlijke, bijzondere belangen der menschen moeten ondergeschikt zijn en blijven aan de belangen van den grooten Persoon, dien we Staat noemen. Die Staat is de eenige Persoon, waarmee ieder rekening heeft te houden. En die groote, eenige Persoon (de Staat) heeft een eigen verleden en toekomst, met eigen traditie en eigen karakter, eigen wil, eigen doel en eigen bestemming.
Zoo wordt de Staat, naar de Hegeliaansche constructie, een Persoon, een meta-physische, bovennatuurlijke wezenheid, een afgod. En 't leven der afzonderlijke individuen verzinkt daarbij in 't niet. Hun waarde ligt hierin, dat zij den Staat zoo krachtig en bloeiend mogelijk moeten maken. De Staat is de Moloch, die alles verslindt. De Staat is als het beeld in het dal Dura, dat allen moeten aanbidden (Daniël 3). Deze Staatsleer is in wezen heidensch-pantheïstisch (Fichte, Schelling, Hegel, enz.). En van erkenning van Gods souvereiniteit is geen sprake. Men erkent wel een „iGod", maar dat is de Staat, de afgod ; die optreedt als de groote Persoon, met absolute macht. Wat ook voor de Kerk, het gezin, het huwelijk, de wetenschap, het bedrijf enz., geldt, al worden niet altijd dadelijk de uiterste consequenties getrokken. Men spreekt wel van vrijheid, maar wat men 'bedoelt is geen vrijheid ; dat is slechts geduld worden, als meehelpend onderdeel van den Staat, zoolang het goed gaat naar 't oordeel van den absoluten Leider. En als de Staat b.v. geld uitbetaalt aan de Kerk, wil de Staat door die Kerk ook geholpen en gediend worden !
Maar wat „goede orde" in de Kerk is, heeft in hoogste instantie niet de Staat, niet de Overheid uit te maken, maar heeft Gods Woord, Gods Wet, aan de Kerk te zeggen ; haar Hoofd Jezus Christus en niemand anders ! In de Kerk moet een goede Schriftuurlijke orde zijn. Daarom gaat het voor Kerk èn Volk. En daarom is het te betreuren, als Christenen in Duilschland pleiten voor een ,,Duitschen godsdienst", met verheerlijking van het Germaansche ras enz., om de Kerk te dwingen in dien weg te gaan en in geen andere, 't Is in den grond der zaak terugkeeren tot het 'heidendom, waartoe de Staat dwingend optreedt, zij 't telkens met nevelachtige redeneeringen.
De souvereiniteit Gods, de autoriteit van Gods Woord en Wet, over Overheid en volk gaande, wordt geloochend. En daardoor wordt geroofd of bedreigd de vrijheid van de Kerk, ook de vrijheid van het gezin en het huwelijk, van de school, van de Universiteit met wetenschap en opleiding tot het ambt van predikant. Ook wordt de Christelijke politiek vermoord èn de beginselen voor alle levenskringen worden genegeerd, terwijl de belangen het één en het al worden, waarbij de Staat eigenmachtig zal uitmaken wat in het belang van het volk is en wat niet !
Men wil de Staatsleer niet verknoeien met bijbelteksten, zoolang de mensch z'n gezond verstand heeft, dat hem zegt wat hij heeft te doen dat goed is. „Men wil het staatkundig huis niet bouwen met de cederen van den Libanon, naar de beginselen van Gods Woord maar met de bouwsteenen van het Romeinsche Kapitool, naar de .beginselen van het humanisme". (Friedrich Naumann e.a.).
Van een vóór of tegen Christus is geen sprake. De beginselen zijn ondergeschikt. De belangen spreken alléén. Niet het Christendom is hier aan 't woord. Hier spreekt het Humanisme (waardoor het Nat. Socialisme in wezen verwant is met het Liberalisme en Socialisme, waar óók alle hope gebouwd is op den goeden, braven, gaven, deugdzamen, verstandigen mensch, die, als hij maar goed geleid en goed geleerd wordt en een goede sociale positie verkrijgt, er alles goed afbrengt tot zegen voor zichzelf en voor z'n naaste).
Wij moeten een Christelijke Overheid hebben, die bewust dienaresse Gods is en zich ook willig in dienst van dien God. stelt bij het werk, dat God aan de Overheid te doen geeft en waarbij zij een eigen roeping heeft. Haar macht heeft een eigen karakter eni zij mag b.v. niet aflaten haar „zwaardmacht" te gebruiken, als wreekster tot straf dengene, die kwaad doet. (Rom. 13 vs. 4).
Zonder Overheid kunnen we niet (art. 36 Ned. Gel. bel.) de idealistische excessen van de Wederdoopers) en de Overheid moet zijn een macht van God gegeven (Rom. 13 vs. 2), die geen roeping heeft buiten haar eigen kring (dat doet God niet met en dat wil God niet van de Overheid), maar als Gods dienaresse wil regeeren. Het gezag mag niet afgeleid worden uit de souvereine rede der individuen (Volkssouvereiniteit, of Staatsabsolutisme enz.). Geen rationalistische rechtsstaat der moderne democratie ! Niet alle vrijheid geoorloofd. Want al zal dat misschien niet direct tot het uiterste doorwerken — b.v. niet in Nederland, zoolang de overgroote meerderheid van het volk nog „algemeen Christelijk" is — we hebben toch in Italië en Duitschland met ontzetting gezien, waartoe die vrijheid van alle geestesrichtingen leiden kan. En het Nat. Socialisme is geboren uit de chaos, die is ontstaan door de leer der volkssouvereiniteit. En dat werkt langs deze lijnen : eerst maakt men alle menschen souverein in theorie, maar neemt hun dan door een „Cantrat Social" hun souvereiniteit weer af en geeft die aan de Overheid (zooals Hobbes en Rousseau).
Het Liberalisme beperkt daarbij de souvereiniteit der individuen practisch tot de bourgeoisie, terwijl 'het Socialisme ook de arbeiders er in doet deelen. En als dan allen souverein zijn geworden, trekt tenslotte de sterkste souverein (in het belang van de orde) weer alle souvereiniteit aan zich. De Communistische of Fascistische dictator treedt op en decreteert het recht, dat dan het recht wordt in 't belang van allen ; in 't belang van het geheel, van den totalen-Staat. Men zet eerst de kroon op 't hoofd van den mensch, om dan te zeggen, dat de Persoon van den Staat (Hegel) de kroon dragen moet voor allen. De Staat is de bóven-persoonlijke realiteit, een soort collectief-Persoon, een soort nationaal organisme, waarin alles begrepen is en waaraan alle individuen hun recht en hun beteekenis ontleenen. Alles, moet draaien om dien bóven-persoonlijken Persoon, dien men Staat noemt. Terwijl dan de Staat boven de Wet staat en zich zelf tot wet is. „De Staat ben ik", zegt de Leider, waarbij het volk moet roepen : ,,Heil" !
Doch de Christen leert, dat de Overheid een macht is en een macht heeft uit en door God. 't Is geen absolute macht, maar zij is steeds aan God en Zijn Wet verantwoordelijk, zoodat er ook voor de onderdanen hoóger beroep is op God en op Zijn Woord. En die Overheidsmacht (een verantwoordelijke macht) is beperkt tot eigen kring, dewijl God in de andere levenskringen (huisgezin, school, Kerk) andere ambtsdragers, andere functionarissen heeft aangesteld met een andere, eigensoortige macht (wetenschap, bedrijf, enz.).
Deze drieërlei gedachte ligt in de Schriftuurlijke ambtsidee en is de grondslag eener Christelijke politiek.
Het Humanisme leert in deze héél anders. Het maakt, als het democratisch georiënteerd is, de Overheid tot dienaresse van het volk (volkssouvereiniteit) ; of als het aristocratisch georiënteerd is, maakt het de Overheid tot souverein in zich zelf (absolutisme van den Staat, Overheidsabsolutisme of souvereiniteit). Democratisch getint verheerlijkt het het volk (demos ; democratie ; volkssouvereiniteit), aristocratisch georiënteerd verheerlijkt het den sterken man, waar achter en waarboven staat de mysterieusiteit van de mythe.
Als Christen moeten wij hebben de eéne, onherleidbare macht, van God gegeven en het gezag van de Overheid, als dienaresse Gods, om te regeeren over het volk in gebondenheid aan Gods Wet. Dan zullen de rechten en de vrijheden der onderdanen zijn gewaarborgd, eveneens naar Gods Woord, en zullen alle rechten en vrijheden van levenskringen (gezin, school. Kerk) worden geëerbiedigd, met erkentenis, dat God deze levenskringen heeft gewild als zijnde van eigen recht en met eigen macht en eigen roeping.
De Overheid is alleen veilig onder de hoede van Gods Woord.
Het volk is alleen veilig onder de hoede van Gods Woord.
Maar het Humanisme kent alleen het algemeen menschelijk „aanvoelen" (intuïtie), waaraan de Overheid heeft te gehoorzamen. Het is ook hier beter te vallen in de handen Gods, dan in de handen der menschen !

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 maart 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

Een dreigend gevaar voor de volkeren.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 maart 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

PDF Bekijken