Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

4 minuten leestijd

DE LEEMTE
In de radio-rede, welke de Minister van Algemeene Zaken, dr. Colijn, in verband met de buitengewone tijdsomstandigheden in den morgen van den 3den Paaschdag hield, deelde deze bewindsman mede, dat de normale sterkte der weermacht te onzent ongenoegzaam is, om bij latente spanningen, die tot eventueele vijandelijkheden kunnen leiden, een mobilisatie van leger en vloot ongestoord te kunnen laten verloopen. Daarom moest ook dit keer, evenals dit eind September het geval was, het personeel, dat behoort tot de bataljons voor de grensbeveiliging, onder de wapenen worden geroepen.
Deze zienswijze en beschouwing van de Regeering tot het treffen van bijzondere maatregelen klopt dus geheel met datgene, wat wij in onze artikelen : „het probleem der grensverdediging" en , , de grensbeveiliging" schreven.
Het systeem van grensbewaking in Nederland — en dat in tegenstelling van het stelsel tot het afsluiten der grenzen bij andere Rijken — is, dat het bij de weermacht hier te lande aan een vaste bezetting der grenzen ontbreekt, terwijl overal elders de grensverdediging aan afzonderlijke zich ter plaatse bevindende permanente troepen wordt opgedragen.
Daarom stelden wij de vorige week de vraag, of het systeem, dat bij ons gevolgd wordt: van grenstroepen in ver van de grenzen gelegerde garnizoenen, als in Steenwijk, Wezep, Ermelo, Amersfoort, Grave, Weert, enz., aangevuld met territoriale troepen van groot-verlofgangers, die bij elke eventualiteit onder de wapenen moeten komen, wel de meest gewenschte en afdoende methode is, om in de grensbewaking te voorzien.
Aan dat systeem toch kleven vele bezwaren. In de eerste plaats zijn de troepen, die met de grensbeveiliging belast zijn, in normale tijden niet elk oogenblik ter beschikking om overschrijdingen der grenzen door vijandelijke troepen te beletten. Zij moeten daarvoor telkens afzonderlijk bijeengebracht en geconcentreerd worden. En ook al is het nu waar, dat de vervoermiddelen, om de troepen te verplaatsen, steeds ter plaatse gereed staan, toch zal er nog heel wat tijd mede gemoeid zijn, alvorens de grenstroepen hun opstellingsplaatsen bereikt hebben. Er mag toch niet mede gerekend worden, dat de aanvaller ons voldoende tijd zal laten om de grenzen te bezetten. Het gebeurde in Oostenrijk, Tsjechoen laatst nog weer in Albanië, zijn bakens in zee. Van een afdoende grensbezetting hangt toch de mogelijkheid af van het mobiliseeren der weermacht. Dit hebben wij de vorige week in den breede aangetoond, en van dit groote belang heeft ook dr. Colijn in zijn radio-rede gesproken.
In de tweede plaats veroorzaakt het onder de wapenen roepen van dienstplichtigen onrust onder de bevolking. Men geraakt in een zenuwachtige stemming. En aan die stemming verandert de geruststellende verklaring der Regeering niets : „om niet onnoodig bezorgd te zijn en niet beducht te zijn voor een directe bedreiging", wijl onze betrekkingen met het buitenland niets te wenschen overlaten ; de bevolking gelooft, dat het er erger voorstaat, dan de Regeering Iaat uitkomen. Men grijpt naar de nieuwsbladen en luistert naar de radio, om de spanning te doen verminderen.
In de derde plaats maakt het op het buitenland een verontrustenden indruk, dat het leger in Nederland mobiliseert, al is het daar nog ver vanaf. Doch men gelooft in spannende tijden, in buitengewone tijdsomstandigheden, alles wat om zich heen plaats heeft. Men maakt geen onderscheid tusschen het treffen van voorzorgsmaatregelen en het zich voorbereiden tot den oorlog. Men verneemt, dat er alleen te onzent iets gebeurt, terwijl het in de andere landen rustig blijft.
En in de laatste plaats wordt de volle last der grensbewaking steeds gelegd op dezelfde dienstplichtigen. Zoo gebeurde het in September van het vorig jaar en zoo geschiedt het ook weer dit keer. Waren deze dienstplichtigen nu maar van jongeren leeftijd, of werkloozen, dan zou het onder de wapenen komen niet zooveel bedenkingen met zich brengen, doch zij, die op moeten komen, behooren tot de oudere lichtingen en zijn veelal zakenmenschen.
Al deze bezwaren zouden nu voor een goed deel vervallen, wanneer ook ons land over een permanente grensbewaking beschikte. Dat men bij ons tot zulk een maatregel nog niet besloot, houdt verband met het kosten-vraagstuk.
Intusschen heeft de Minister-President in zijn radio-rede van Paschen gezegd, dat maatregelen worden voorbereid om in de leemte van een onvoldoende grensverdediging te voorzien.
Dat hiermede eenigen tijd — zooals de Minister zeide — zal zijn gemoeid, is begrijpelijk. Echter behoort hier groote spoed te worden betracht.
Met groote belangstelling zien we de maatregelen tegemoet, die een goede en afdoende grensbeveiliging aan ons land zullen geven, waardoor de mobilisatie van de weermacht ongestoord zal kunnen plaats vinden.
 

Dit artikel werd u aangeboden door: de Gereformeerde Bond

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 april 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 april 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

PDF Bekijken