Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De Antichrist.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De Antichrist.

8 minuten leestijd

In de veelbewogen tijden, waarin we thans leven, komt ook de vraag weer naar voren : Wie is de Antichrist en wanneer zal hij komen ?
De Schrift leert ons, dat aan de wederkomst van Christus de komst van den Antichrist moet voorafgaan. Sla maar 2 Thessalonicenzen 2 vers 3 enz. enz. op : Dat u niemand verleide in eenigerlei wijze ; want die komt niet, tenzij dat eerst de afval gekomen zij, en dat geopenbaard zij de mensch der zonde, de zoon des verderfs, die zich tegenstelt en verheft boven al wat God genaamd, of als God geëerd wordt, alzoo dat hij in den tempel Gods als een God zal zitten, zich zelven vertoonend, dat hij God is.
In Thessalonica heerschten overspannen verwachtingen met het oog op de toekomst des Heeren. Men was van meening, dat de wederkomst van Christus elk oogenblik kon verwacht worden. Er waren menschen in Thessalonica, die niet meer wilden arbeiden. Ze zagen van hunne aardsche roeping af, legden de handen in den schoot om alleen op te zien naar omhoog of de Heere Jezus ook verschijnen zou.
Dit was natuurlijk verkeerd. Daar heeft de apostel Paulus ook in zijn eersten brief ernstig tegen gewaarschuwd. En daarom schrijft hij in dezen tweeden brief nog weer eens duidelijk, dat aan den dag van de wederkomst nog heel wat moet voorafgaan.
Eer we echter uwe aandacht vragen voor de dingen, die aan den dag van de wederkomst voorafgaan, zouden we nog even de vraag aan de orde willen stellen of, afgezien nu van die overspannen toekomstgedachten, de eerste Christenen en met name de apostel Paulus zich inderdaad hebben vergist, als ze het hebben voorgesteld, dat die toekomst zoo dicht bij was.
En dan luidt ons antwoord beslist : ,,neen".
De apostel Paulus is zoo onder den diepen indruk gekomen van de beteekenis van Christus voor zijn eigen leven, en ook voor de herschepping der wereld, dat het wel niet anders mogelijk is, of hij moet telkens op het heerlijke einddoel zien. Zijn geloofsoog richt zich op de hoofdmomenten : verkiezing, verlossing, verheerlijking.
Als iemand bij het ware licht Gods op deze groote bergtoppen mag zien, dan kan het niet anders of hij ziet ze dicht achter elkaar gelegen. En al wat er tusschen ligt, zinkt eigenlijk in het niet.
„Het absolute is groot, het betrekkelijke van dit tijdelijk leven is klein".
De overspannen toekomstgedachten in Thessalonica moeten echter door den apostel door zijn tweeden brief worden teruggedrongen. De dag des Heeren komt niet, indien niet eerst de afval gekomen is.
Let wel, dat er gesproken wordt van de afval. Immers afvalligen zijn er alle eeuwen door geweest. Demas heeft de tegenwoordige wereld ook liefgekregen. Maar het lidwoord „de", voor het woord afval, wijst toch, dunkt me, op een ongekenden massalen afval. Daarmee wordt toch stellig gewezen op een tijd, waarin duizenden en nog eens duizenden niet meer zullen rekenen met de ordinantiën des Heeren.
Maar niet alleen wordt die angstige periode ons geteekend als een tijd van massale afval, er wordt ook gesproken van de openbaring van den mensch der zonde, den zoon des verderfs, die zich tegen stelt en verheft boven al wat God genaamd of als God geëerd wordt, alzoo, dat hij in den tempel Gods als een God zal zitten, zich zelven vertoonende dat hij God is.
Het feit, dat er hier van openbaring sprake is, wijst er op, dat er in dezen mensch der zonde een geestelijke macht werkzaam is, n.l. de macht van den satan. En omdat deze verschijning aan een opzettelijke tegenstelling tegen den Christus doet denken, is het niet te verwonderen, dat men dezen mensch der zonde, den zoon des verderfs, heeft beti
Immers lezen we van hem, dat hij in den tempel Gods als een God zal gaan zitten.
De eerste Christenen hebben vastgehouden aan den Jeruzalemschen tempel, ook al had deze tempel een voorbijgaande beteekenis. Als de apostel in Epheze 2 vs. 22, of 1 Cor. 3 vs. 16, of 2 Cor. 6 vs. 16 echter spreekt van een tempel, bedoelt hij daarmede niet meer den Jeruzalemschen tempel op den Sionsheuvel, maar veel meer de gemeente des Heeren, een woonstede Gods in den Geest.
We hebben dus hier te doen met een voorzegging, die ver over den steenen tempel van Jeruzalem heenreikt.
In het 5de vers van ditzelfde hoofdstuk herinnert hij er de Thessalonicenzen aan, dat hij hun dat tijdens zijn verblijf in hun midden zoo menigmaal gezegd had.
De Thessalonicenzen moeten echter ook goed weten, hoe het komt, dat die antichristelijke wereldmacht zich nog niet in zijn volle kracht heeft geopenbaard.
In vers 6 en 7 zegt de apostel :En nu, wat hem wederhoudt, weet gij, opdat hij geopenbaard worde te zijnen eigen tijd. Want de verborgenheid der ongerechtigheid wordt alreede gewrocht ; alleenlijk, die hem nu wederhoudt, die zal hem wederhouden, totdat hij uit het midden zal worden weggedaan.
De beantwoording van de vraag, wat we te verstaan hebben onder die wederhoudende macht, is niet zoo gemakkelijk. Het hangt ook samen met het antwoord op de vraag of we bij den mensch der zonde ook aan een een bepaald persoon te denken hebben.
Het is gemakkelijk in te denken, dat men in verschillende perioden van de Kerkgeschiedenis in verschillende verdrukkers de trekken van dit beeld heeft gemeend te kunnen terugvinden.
Men heeft Antiochus Epiphanes, den grooten verdrukker der Joden in 168 voor Christus genoemd. Keizer Caligula is genoemd, die een groot standbeeld in den tempel te Jeruzalem voor zich heeft willen laten oprichten.
Later heeft men aan Nero gedacht.
In de dagen van de opkomst van de Halve Maan is natuurlijk Mohammed genoemd. Onze vaderen wezen op den paus van Rome.
Later richtte men de aandacht op Napoleon en in onzen tijd meenden sommigen in Lenin of Stalin den antichrist te herkennen.
In de woede van vele vervolgers en verdrukkers heeft men denzelfden geest bespeurd, die eenmaal den mensch der zonde zal vervullen.
De weerhoudende macht wordt echter door den apostel niet als iets toekomstigs geteekend.
De macht en de persoon, die de openbaring van den mensch der zonde moesten tegenhouden, waren toen reeds aanwezig.
De apostel drukt zich hier uit in bedekte termen. Zou hij er de Romeinsche macht en den Romeinschen keizer mede bedoeld hebben ?
Reeds in de tweede eeuw na Christus is deze verklaring door Kerkvaders gegeven.
De woorden „totdat hij uit het midden weggedaan zal worden" zouden er dan bedektelijk op wijzen, dat er ook eenmaal aan die weerhoudende macht een einde zou komen.
Ook Rome en het keizerrijk zouden een einde nemen. Om niet in moeilijkheden te geraken met de Romeinsche overheden, zou de apostel zich een beetje apocrief uitgedrukt hebben, zeggen de Kerkvaders.
Andere verklaarders hebben gewezen op de mogelijkheid, dat het de kracht der gemeene gratie zou wezen, die door de prediking van het Woord Gods den afval heeft gestuit. Zoodra deze zegenende kracht der gemeene gratie uit het midden der volkeren wordt weggenomen, komt de ontzettende ontketening der goddeloosheid.
Opmerkenswaardig blijft altijd ook, wat de kantteekenaars er van hebben gezegd : hierdoor wordt van sommigen verstaan de zuivere prediking van het Evangelie en de oprechtheid der leeraars in de gemeente Gods, die zoolang ze in Christus' Kerk zijn behouden, zulke geestelijke heerschappijzucht en dwaling hebben weerstaan en opgehouden.
Doch van meest alle oude leeraars en van onzen tijd wordt hierdoor verstaan de opperste autoriteit en aanzien der oude keizers in het Romeinsche rijk, die door hun wereldlijke macht de opkomende geestelijke macht van den Antichrist over de Christenheid heeft weerhouden, totdat deze kerkelijke autoriteit door de Saracenen en Mohammedanen in het Oosten, en door verscheiden barbaarsche volken in het Westen zeer gebroken is, en onder den, voet gebracht, bij welke gelegenheid deze geestelijk geusurpeerde macht in het Christendom is doorgebroken en heeft haar heerschappij zelfs over de keizers, koningen en prinsen en volken openlijk bevestigd, hetwelk omtrent 600 jaren na de geboorte van Christus is geschied, is van velen uit de historiën van dien tijd bewezen.
Prof. van Leeuwen kwam tot de conclusie, dat het niet zoo gemakkelijk is om te zeggen, wat Paulus onder die weerhoudende macht heeft verstaan. Hij wijst er op, dat de strenge rechtsorde in 't Romeinsche rijk ongetwijfeld vruchtbaar is geweest voor de verbreiding van 't Evangelie.
Met recht zegt prof. van Leeuwen : „Wat de volle beteekenis er van is, het zal, als van menige profetie, welker vervulling nog wacht, eerst dan kunnen gezien worden, wanneer niet alleen „de goddelooze mensch" maar ook de Christus in Zijn heerlijkheid openbaar wordt".
Wij zijn eeuwen dichter bij de komst des Heeren dan de apostel Paulus en de gemeente van Thessalonica. Helaas is het uitzien, het met heimwee verlangen van des Heeren wederkomst er niet op verbeterd. Gods gemeente wordt bedreigd door het gevaar van wereldgelijkvormigheid. Als de Kerk Gods wereldgelijkvormig is, dan roept ze niet met het slot van het boek der Openbaring : Amen, ja kom Heere Jezus, ja kom haastelijk.
De ontbindende machten nemen toe. De afval wordt grooter. Ze dreigt massaal te worden. Naderen we dichter bij de ontknooping aller dingen ? De liefde begint te verkoelen. De verwarring wordt grooter.
O lette toch Gods gemeente op de teekenen der tijden en op het profetische woord, dat zeer vast is. Men doet wel er acht op te ge­ven, eer het te laat is.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 mei 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

De Antichrist.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 mei 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

PDF Bekijken