Bekijk het origineel

Offervaardigheid.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Offervaardigheid.

6 minuten leestijd

Offervaardigheid is een woord met een warme klank.
Omdat het een woord is, of beter gezegd, omdat het een daad is, waarin een warmkloppend hart zich uitspreekt. Het is een vertolking van dankbaarheid, niet met woorden die vaak zoo goedkoop zijn, doch met een daad waardoor we iets of veel van het onze afstaan.
Er is offervaardigheid èn offervaardigheid. Zal ze goed zijn, dan moet er in beginsel eenige overeenstemming gevonden worden met die Goddelijke Offervaardigheid, zooals deze op Golgotha zich openbaarde. Zooals hel Offer dat daar gebracht werd, zijn oorsprong vond in de liefde Gods en ten doel had Gods eer en het heil Zijner gemeente, zoo zal bij ware christelijke offervaardigheid getuigd kunnen worden dat de liefde van Christus daartoe dringt en zal ze gepaard gaan met de vurige begeerte dat het gebrachte „offer" dienstbaar moge zijn tot de bevordering van Gods eer en de opbouw en komst van Zijn Koninkrijk.
Christendom en offervaardigheid zijn onafscheidelijk aan elkander verbonden. Kan het anders ? Immers het Kruis van Golgotha, waar de Goddelijke Offervaardigheid haar hoogtepunt bereikte, is het middelpunt der prediking. Zou dan zulke offervaardigheid Gods gemeente niet tot offervaardigheid nopen ?
Zie het maar in het begin onzer christelijke jaartelling. Alleen reeds de woorden catacomben en arena spreken in dit opzicht boekdeelen. En ook niet te vergeten den tijd der Reformatie, toen in ons vaderland de brandstapels rookten en waarbij, niet zelden zingend, het offer van goed en bloed werd gebracht.
Maar ook, zonder vervolging, werden er offers gebracht. Denk slechts aan het vele dat er in de eerste christengemeente aan de voeten der apostelen werd neergelegd. Lees ook het getuigenis dat de apostel Paulus geeft in 2 Korinthe 8, over de gemeenten van Macedonië, waar hij schrijft : „Voorts maken wij u bekend, broeders ! de genade van God, die in de gemeenten van Macedonië gegeven is. Dat in vele beproeving der verdrukking de overvloed hunner blijdschap en hunne zeer diepe armoede overvloedig geweest is tot den rijkdom hunner goeddadigheid. Want zij zijn naar vermogen (ik betuig het) ja, boven vermogen gewillig geweest, ons met vele vermaning biddende, dat wij wilden aannemen de gave en de gemeenschap dezer bediening die voor de heiligen geschiedt".
En laten wij er hier maar in één adem bij noemen, hetgeen ieder die het las wel getroffen moet hebben, toen eenige weken geleden in een onzer Herv. Geref. bladen een gave verantwoord werd, geofferd door een werklooze, die voor den arbeid in het Koninkrijk Gods 4 postzegels van 5 cent inzond. Hetgeen dus met inzending van den postzegel die hij voor verzending noodig had, tezamen 25 cent uitmaakt. Dat is offervaardigheid. Beschamende offervaardigheid !
Zooals Paulus aan de gemeente van Korinthe de Macedoniërs ten voorbeeld stelde, zoo mag deze werklooze ons ook wel voor oogen staan.
Zoo juist werd „Alle den Volcke" bezorgd. Voor de hoeveelste maal wordt daarin, iedere maand weer, een gave verantwoord van iemand die met handenarbeid zijn brood verdienen moet. Even zoovele malen is het een getuigenis van trouwe, beschamende offervaardigheid !
Onze Herv. Geref. gemeenten hebben altijd bekend gestaan als gemeenten waar warme belangstelling was voor de geestelijke dingen en waar de offervaardigheid groot was. Dat het zoo onder ons blijve !
Misschien echter heeft het woord van Paulus, tot de gemeente van Korinthe gericht, ook voor sommige onzer gemeenten of lezers in bijzonderen zin iets te zeggen, wanneer hij schrijft :
„En dit zeg ik : Die spaarzamelijk zaait, zal ook spaarzamelijk maaien ; en die in zegeningen zaait, zal ook in zegeningen maaien. Een iegelijk doe, gelijk hij in zijn hart voorneemt ; niet uit droefheid, of uit nooddwang ; want God heeft een blijmoedigen gever lief. En God is machtig alle genade te doen overvloedig zijn in u ; opdat gij in alles te allen tijd, alle genoegzaamheid hebbende, tot alle goed werk overvloedig moogt zijn. Gelijk er geschreven is : Hij heeft gestrooid, Hij heeft den armen gegeven ; Zijne gerechtigheid blijft in der eeuwigheid. Doch Die het zaad den zaaier verleent. Die verleene ook brood tot spijze, en vermenigvuldige uw gezaaisel en vermeerdere de vruchten uwer gerechtigheid ; Dat gij in alles rijk wordt tot alle goeddadigheid, welke door ons werkt dankzegging tot God. Want de bediening van dezen dienst vervult niet alleen het gebrek der heiligen, maar is ook overvloedig door vele dankzeggingen tot God. Dewijl zij door de beproeving dezer bediening God verheerlijken over de onderwerping uwer belijdenis onder het Evangelie van Christus, en over de goeddadigheid der mededeeling aan hen en aan allen. En door hun gebed voor u, welke naar u verlangen om de uitnemende genade Gods over u. Doch Gode zij dank voor Zijne onuitsprekelijke gave". (2 Korinthe 9 vers 6—15).
Offervaardigheid. Ja inderdaad, het is een woord met een warme klank ! En van gemeenten en personen, welke als offervaardig bekend staan, gaat een goede reuke uit. Terwijl daarentegen een gemeente, welker naam nagenoeg steeds schittert door afwezigheid wanneer gaven verantwoord worden voor de uitbreiding van Gods Koninkrijk, hetzij dit betreft den arbeid van onzen Geref. Bond, van uitwendige- of inwendige Zending, toch wel den indruk geeft dat daar het geestelijke leven lang niet is wat het zijn moest.
Want nogmaals : christenheid en offervaardigheid zijn onafscheidelijk aan elkander verbonden. Iemand heeft eens gezegd : de bekeering loopt ook door de portemonnaie.
En het is een waar woord.
Hoevelen zijn er niet die hun portemonnaie zorgvuldig gesloten houden. En die, om dit hun gedrag te rechtvaardigen, zoo bijzonder geneigd zijn om op fouten te wijzen welke er kleven aan den arbeid, waaraan zij hun gaven onthouden. Men kan er van verzekerd zijn, dat wanneer tot dezulken het wachtwoord uitgaat : „portemonnaie dicht", zij zich getrouw en blijmoedig aan zulk een wachtwoord zullen houden.
Zeker, er kleven fouten aan den arbeid in Gods Koninkrijk. Wie zal het ontkennen. Het geschiedt door middel van menschen. En waar ge menschen vindt en menschenwerk, hetgeen God nochtans gebruiken wil, daar vindt ge onvolmaaktheid.
Niet dat het werk dus reeds volmaakt is, evenmin als onze offervaardigheid. Doch naar beide willen wij jagen.
Mogen zoo onze gemeenten gaan wedijveren, tot eere Gods, in offervaardigheid, gedachtig aan het : „Zijt daders des Woords en niet alleen hoorders."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 juli 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

Offervaardigheid.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 juli 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

PDF Bekijken