Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

MEDITATIE

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

MEDITATIE

6 minuten leestijd

En het geschiedde, als zij daar waren Lukas 2 vs. 6 en 7.

KERSTFEEST
„En het geschiedde, als zij daar waren, dat de dagen vervuld werden, dat zij baren zoude".
Als zij daar waren.
Dat is in Bethlehem.
Het Bethlehem, waarvan de profeet had gesproken: „En gij Bethlehem-Efratha! zijt gij klein om te wezen onder de duizenden van Juda ? Uit u zal Mij voortkomen, die een Heerscher zal zijn in Israël, en wiens uitgangen zijn van ouds, van de dagen der eeuwigheid".
Maria, die Gods belofte had, dat uit haar zou geboren worden de Zaligmaker der wereld — ze heeft zich wellicht moe gepeinsd, hoe het toch mogelijk zou wezen dat zij in Bethlehem haar Kindeke zou baren.
Ze heeft niet kunnen verstaan, hoe dit profetische woord zou vervuld worden
Alles scheen tegen de vervulling van dit woord in te druischen. Doch zie, nu gebruikt God den machtigen keizer Augustus als een instrument in Zijn hand om Zijn Raad te vervullen.
Hier ziet ge de waarheid van dit andere woord: „Mijn Raad zal bestaan en Ik zal al Mijn welbehagen doen".
En niet enkel Maria, maar heel het volk Israël, dat nog rekening hield met Gods heils-belofte, stond in die dagen voor de bange vraag, hoe toch ooit de profetie, aan de vaderen gegeven aangaande den Messias, in vervulling zou gaan.
Immers, Davids huis, waaruit deze Koning Israels zou worden geboren, had allen glans verloren; de loot uit Davids stam, welke nog over was, werd door niemand schier in Israël gekend.
Zie, in dagen, waarin Davids koningshuis bloeide en Israels vorst zijn schepter uitbreidde over steeds uitgestrekter gebied — in zulke dagen had Israël gedacht dat het begon te verstaan de belofte, die reeds van ouds was gedaan, de belofte van een Koning, die komen zou en Israël zou verlossen.
Maar nu, nu verstond Israël er niets meer van.
Immers, in de dagen, waarvan Lukas hier spreekt, had de Romeinsche macht zich al verder en verder uitgebreid over de wereld en kromde zich het Joodsche volk onder het juk van den verdrukker.
Nu kon toch zeker niet verwacht worden de Zoon uit Davids huis, want wat zou nu zelfs de grootste Davids-zoon vermogen ?
Toch is die Zoon van David reeds in Bethlehem, hoewel nog verborgen als het ongeboren kind in den schoot zijner moeder.
Verstaat ge, dat hier de Almachtige toont, dat Hij hoog boven al het wereldgebeuren troont en dat Hij alle dingen bestiert naar Zijn heiligen Raad ?
En 't geschiedde, als zij daar waren....
Zie, hier leidt God niet slechts Jozef en Maria, maar al Zijn volk in Zijn heiligdom binnen.
Hier wordt aan al Gods volk een blik gegund in Gods eeuwig liefde-hart!
Hier schittert heerlijk uit Zijn onveranderlijke trouw!
Hier komt helder uit, dat God aan Zijn belofte gedenkt — aan Zijn belofte, reeds in Eden's hof gesproken aangaande dé komst van het groote Zaad der vrouw.
Hier is oorzaak voor Gods Kerk om te zingen van dien trouwen God het lied der heilige zielsverrukking : „Wien heb ik nevens U omhoog ? "
„En zij baarde haar eerstgeboren Zoon en wond Hem in doeken en legde Hem neder in de kribbe, omdat voor henlieden geen plaats was in de herberg''.
En zij baarde haar eerstgeboren Zoon dat was geheel overeenkomstig het woord, dat de Engel tot Maria gezegd had. Maar dat zij nu dien Zoon in een kribbe moest leggen, omdat aan haar en haar Kindeke een plaats in de herberg geweigerd zou worden — wat zal dat alles anders geweest zijn dan Maria had verwacht.
Een Engel des Heeren, een troongezant van den Allerhoogste, was tot haar gekomen van den hoogen hemel om haar aan te zeggen de geboorte van haar Kind.
Nu haar zulk een eere was bereid, nu mocht Maria dan toch zeker verwachten, dat haar Kindeke op deze aarde een plaats der eere zou ontvangen.
Doch zie, nu wordt de geboren Koning der heerlijkheid neergelegd in een voederbak der beesten.
Dat predikt ons eenerzijds, dat het Koninkrijk Gods geen aardsche glorie brengt.
Maar toch spreekt deze armoede van Christus anderzijds van grooten rijkdom, want die armoede van Christus spreekt van den grooten rijkdom van de liefde Gods.
Dat ingaan van Christus in aardsche armoede vertolkt ons het ingaan van den Christus in onzen geestelijken jammer, in onzen nood en dood, in onzen vloek en ellende.
Daar straalt rijkdom van liefde in Zijn armoede.
Liefde van den Drieëenigen God!
Liefde van den Christus, van den Zone Gods !
Ja, juist vanwege die armoede is Hij zoo groot en zoo heerlijk voor de verslagen zondaarsziel.
Hier is de vervulling van de profetie van Zacharia, dat de komende Koning arm zou zijn, omdat Hij niet zou komen om gediend te worden, maar om Zelf te dienen.
Hier in Zijn nederliggen in de kribbe ziet ge reeds, dat Hij geen troon voor Zichzelven zal stichten ten koste van het bloed van Zijn volk, maar ten koste van Zijn eigen bloed, als Hij God zal betalen den tol voor hun zonden.
Welk een vernedering is hier voor Christus Zelf !
Voor den eersten Adam was het Paradijs, voor den tweeden Adam een krib en een beestenstal.
Aanschouwt dan die kribbe — zij spreekt van Gods liefde.
Aanschouwt bovenal Hem, Die daar arm en hulpbehoevend in die kribbe nederligt.
Hij, Die het recht heeft op den troon in den hemel, heeft tot Zijn geboorteplaats een stal en een kribbe gekozen. Hebt ge reeds in het geloof leeren zien, dat juist in deze armoede van Christus alle rijkdom ligt voor het verslagen zondaarshart ? Want dit arme Kindeke in doeken, is toch rijk! Rijk aan Goddelijke genade, die verlost tot in eeuwigheid. Rijk aan eeuwige barmhartigheden voor een arm en ellendig volk.
Rijk aan macht om genade te geven. Rijk aan gerechtigheid voor God, en daarom zingt Gods Kerk van Hem: „De Heere, onze Gerechtigheid !"
Rijk aan alle geestelijke schatten om ze uit te deelen aan een volk, dat aan zijn geestelijke armoede ontdekt is.
Daarom, lezer of lezeres, zult gij waarlijk Kerstfeest vieren, dan zult ge arm in uzelf moeten staan aan de kribbe van Jezus om op niets anders te hopen dan op Zijn rijkdom alleen.

Harderwijk  Ds. BOUTHOORN.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 december 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

MEDITATIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 december 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

PDF Bekijken