Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

WAT DE PERS TE LEZEN GEEFT

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

WAT DE PERS TE LEZEN GEEFT

9 minuten leestijd

DE GODSDIENST VAN DE VREES.---PROF. R. CASIMIR OVER : CALVINISTISCHE PAEDAGOGIEK.---BELANGSTELLING IN CHRISTELIJKE PAEDAGOGIEK.

DE GODSDIENST VAN DE VREES.

In „Wandelingen door het Oude Testament" schrijft prof. dr. A. Noordtzij (in De Rotterdammer) over het nauw verband tusschen 1ijden en bedreven kwaad, zooals dat gedacht werd in de Oud-Oostersche wereld. Ook de opgravingen hebben dit door allerlei teksten bewezen. De volken der oud-Oostersche wereld hebben als 't ware op een voet van gewapenden vrede geleefd met de onzichtbare wereld, die vol geesten werd gedacht. Angst en vrees achtervolgden den mensch dag en nacht en zoo kwam het, dat men steeds op voet van oorlog stond met de goden en met allerlei middelen den vrede zocht te bewaren.

„De lezer geloove mij : levendig gevoel ik" aldus prof. Noordtzij, het diep tragische, dat deze uitspraak inhoudt. Maar het geheel van het godsdienstig leven dier oude volken laat geen andere uitspraak toe. Trouwens is het in onze dagen ook niet evenzeer het geval bij hen, die ten eenenmale aan den rijkdom van het christelijke leven ontzonken zijn en toch zich niet kunnen ontworstelen aan de zekerheid der onzichtbare wereld en aan het bewustzijn, dat van daar uit allerlei invloeden zich in het menschenleven doen gevoelen ? De religie van de vrees vinden we waarlijk niet alleen bij die oude volken, wil men : in den breeden kring van het heidendom. Men vindt haar evenzeer in West-Europa in onze dagen bij die kringen, waar kaartenlegsterswijsheid en koffiedikgeloof opgeld doen, waar een gevaar wordt „afgeklopt", een gevonden hoefijzer geluk moet aanbrengen, de gang der sterren den mensch in staat moet stellen in de toekomst te lezen.

Gewapende vrede. Eenerzijds worden offers gebracht ten einde de goden en godinnen van de noodige spijze te voorzien en hen te overtuigen van den eerbied van den offeraar ; offers, die moesten spreken van de voorname plaats, welke de god of godin in het leven van den offeraar innam en de godheid ertoe moesten brengen haar gunst niet aan den offeraar te onthouden. Ook worden gebeden uitgesproken, formuliergebeden, waarvan in de tempels meerdere aanwezig waren, geschikt om in allerlei omstandigheden gebruikt te worden, die de priester op een bepaalden fluistertoon had uit te spreken en ten doel hadden door allerlei eerbetoon aan de godheid en door het breed uitmeten van de ellende van den bidder dezen de gunst der godheid te doen geworden. Maar anderzijds wordt getracht door het uitspreken van bezweringen en magische formules goden en geesten te verhinderen hun gevreesden invloed te doen gelden en door het acht geven op wolkenformaties en bijzondere kenteekenen van ingewand of lever van geslachte dieren of ook door het luisteren naar dooden, geesten (denk aan 1 Sam. 28 : 6 v.v. ; Saul in Endor !) de toekomst te ontsluieren.

De godsdienst van de vrees, waardoor allerlei kleinere of grootere gebeurtenissen in het leven van enkeling of gemeenschap een groote beteekenis krijgen en niet gerust wordt, voordat de sprake daarvan is beluisterd en de zin daarvan is verstaan. Is er een geheimzinnige droom, dan worden droomuitleggers te hulp geroepen en wordt niet gerust, voordat het geheim daarvan is onthuld (denk aan den farao. Gen. 41, en aan Nebukadnezar, Dan. 4). Zoo spreken ook ongelukken, ziekten, rampen van den toorn der godheid en wordt onder leiding der „wijzen" d.w.z. van hen, die van dergelijke dingen verstand hebben een onderzoek ingesteld naar den tijd wanneer en de omstandigheden waaronder die ziekten en rampen zich over den betrokkene uitstortten, ten einde langs dien weg de diepere oorzaken daarvan na te speuren en zoo mogelijk weg te nemen.

Uit dien godsdienst van de vrees heeft ook het oude Egypte geleefd ook de farao heeft dien gekend geen wonder, dat, wanneer des Heeren hand om der wille van Sara op hem en zijn gezin gaat wegen, ongelukken hem en de zijnen gaan treffen, ziekten en kwalen hun intrek nemen, onmiddellijk onder de leiding der „wijzen" en ook der „geneesheeren", wier kennis zich grootendeels beperkte tot het doen van de noodige bezweringen, een onderzoek wordt ingesteld naar de reden van dat alles. Dat daarbij het moment van het optreden van die ongelukken en ziekten een groote plaats innam, ligt voor de hand. Ook is het duidelijk, dat en waarom de een of andere mensch gaarne gezien werd als de veroorzaker daarvan hetzij dan dat hij die door opzettelijke bezweringen kon veroorzaken, hetzij dat hij bezitter was van „het booze oog" of „de kwade hand" en daardoor in staat allerlei ellende rondom zich te veroorzaken, wijl het dragen van allerlei amuletten daartegen niets vermag.

Weldra wordt het den farao duidelijk, dat het optreden van die rampen en kwalen samenhangt met het binnenvoeren van Sara in den harem. En daarmede is natuurlijk de draad gevonden, die den farao uit het labyrint der mogelijkhederf moet voeren. Sara is oorzaak van al die ellende ; zoo luidt het verdikt. Verwijder haar en de ellenden hebben een einde. Verwijderen. Dat wil gewoonlijk zeggen : ter dood brengen. Een menschenleven heeft voor hun bewustzijn weinig of geen waarde. En allerminst het leven van een vrouw ! Maar des Heeren beschermende hand waakt. Sara zal niet worden ter dood gebracht. Duidelijk zal moeten worden wat haar tot het veroorzaken van zooveel ellende bracht. Haar, want natuurlijk, voor farao's bewustzijn staat het vast : die vrouw heeft het gedaan. En dan wordt zij ter verantwoording geroepen en treedt aan het licht, dat zij niet Abrahams zuster maar wel degelijk Abrahams vrouw was, dat derhalve de farao door haar in zijn harem op te nemen, ofschoon haar man nog leefde, zich aan het bezit van dien man heeft vergrepen, zich aan diefstal heeft schuldig gemaakt en zoo den toorn der godheid op zich heeft geladen. En onmiddellijk wordt nu Abraham ter verantwoording geroepen : „Wat hebt gij mij nu toch gedaan ? "

PROF. R. CASIMIR OVER : CALVINISTISCHE PAEDAGOGIEK.

Prof. Casimir, zelf „vrijzinnig Protestant" (in de Geref. Kerk gedoopt) heeft als „buitenstaander" op de vergadering van Geref. leeraren in de Paedagogiek te Amsterdam gehouden, gesproken over Calvinistische paedagogiek, en merkte 't volgende op :

Liever dan over Gereformeerd, wilde hij spreken over Calvinistisch, waarvan hij in het kort verklaring gaf.

In dit stelsel ligt een machtige steun voor de opvoeding, welke beoogt om de kinderen onder de beademing des geloofs te brengen in huis en school. Zoodra hierin verslapping zou intreden, komt de bijl aan den wortel van den boom te liggen!

Deze opvoeding moet geschieden in overeenstemming met den leeftijd. Zelf heeft spreker op 7-jarigen leeftijd het Kort Begrip moeten leeren, wat hij niet verstandig acht.

Tot de Gereformeerde opvoeding behoort ook het onderwijs van volwassenen in de geloofswaarheden. Ook de eenvoudige moet zijn antwoord tot andersdenkenden gereed hebben.

Hiernaast is noodig de sociale opvoeding. Het onderwijs mag zich niet vergenoegen met een vromen geest of een piëtistischen inslag, doch moet opleiden tot menschen Gods, bekwamelijk toegerust tot alle goed werk. Dan is er arbeidsvreugd.

Er kan wel eens een waas, een floers hangen over het Calvinisme, maar dan wijst spreker op den lieflijken toon van Bavinck, die de beginselen van de Christelijke paedagogiek weer naar voren gebracht heeft.

Er blijve verder een diepe eerbied voor de persoonlijkheid van het kind. Als dan de tucht op de voorgrond staat, is dat om door de liefde gedragen, den zondigen aard te leiden en het zondige te bestrijden, te bestraffen en te fnuiken. Toch moet ook de Gereformeerde opvoeder zich richten op ieders eigen, door den Schepper ingeschapen, wezen.

Wat de organisatie van het onderwijs betreft, de school moet niet uitgaan van een dominé en een paar notabelen. Zij moet inderdaad van de ouders uitgaan en het moet niet voorkomen dat ouders de bestuursleden van de school hunner kinderen niet kennen.

De Calvinistische School moet verder haar eigen sfeer handhaven en geen Zendingsschool worden met een neiging om tegemoet te komen aan andersdenkenden. Denk er wèl om — zei spr. — het Calvinisme heeft nooit meer dan 10% van de bevolking uitgemaakt.

Het schoone — vervolgde spr. — is ook uit God. Hier is bij u een gebrek. Kuyper en Bavinck hebben het goed gezien, en spreker hoopt dat aan de Vrije Universiteit een leerstoel in de aesthetica zal komen. Toch constateerde spreker veel vooruitgang in kerkgezang, kerkgebouwen, lectuur enz., hoewel er op dit gebied nog zeer veel te doen is.

Het juridisch-scholastieke van Calvijn, te veel deftigheid, te veel aan formalisme, ziet spreker in Calvinistische kringen. De „zwakke broeder" is voorts een machtig man bij de Gereformeerden. Wat wordt er al niet nagelaten om dien zwakken broeder te ontzien !

Tenslotte eerde spreker het Calvinisme historisch en in zijn tegenwoordige zegenrijke openbaring in het midden des volks, waar het zijn opvattingen liet doordringen ook bij de Vrijzinnigen.

Een buitenstaander — besloot spreker zijn welsprekend betoog — verwacht van u, dat gij steeds meer u van uw taak zult bewust zijn. Uw gebreken uitzuiverend, in 't bewustzijn overigens dat aan een gemeenschappelijke taak ook door het Calvinisme wordt gearbeid.

Bij de discussie werd opgemerkt : dat aan den invloed van de ouders veel te weinig aandacht was geschonken ; dat aan het milieu van de school groote zorg moet worden besteed ; dat liever in de gezinnen moet worden geholpen inzake „voeding en kleeding", dan dat we vervallen in „schoolvoeding en - kleeding" ; dat Calvijn in z'n Institutie meer intellectualistisch en in zijn Commentaren meer piëtistisch gezind was, enz.

Prof. Casimir wil wel uitspreken, dat hij op het sociale van het Calvinisme nog wel wat aan te merken heeft, maar dat hij gaarne waardeert de groote offers voor Kerk en Diaconie en het werk van de Chr. Vakbeweging, enz.

Wat betreft de opmerkingen inzake schoolvoeding merkt prof. Casimir op, dat hij het daarmee wel eens is, wat betreft het verband van voeding en gezin, maar — zoo zei spreker — er wordt practisch niet gezorgd voor de bedoelde gezinnen. Hier ligt een taak voor de Christelijke onderwijzers.

Verbetering van schoolmilieu achtte spreker tenslotte noodig en mogelijk. Hiervoor verwachtte spr. als vrijzinnig-Protestant veel van het Calvinisme, dat een taak in het midden der wereld heeft en zich nooit in een hoekje terugtrok. Het Calvinisme zal — eindigde spreker — zijn bijzonder stempel behouden.

In een slotwoord huldigde prof. Waterink prof. Casimir voor zijn zoo juist begrijpen van het Calvinisme.

BELANGSTELLING IN CHRISTELIJKE PAEDAGOGIEK.

Prof. dr. J. Waterink constateerde op de Vergadering van Geref. leeraren in de Paedagogiek met groote vreugde, dat de belangstelling voor de paedagogiek bij het christelijk volksdeel en bij de Chr. onderwijzers groeit. De Commissie tot het beramen van middelen voor vernieuwing van het Christelijk-Onderwijs kan daarvan getuigen, nu de antwoorden op haar voorstellen zijn binnen gekomen. Het blijkt nu, dat meer dan 27.500 leerlingen van Chr. Scholen kunnen betrokken worden bij het onderzoek, dat zal werden ingesteld bij leerlingen van de 2de en 3de klas. De ontwikkeling van de paedagogiek gaat — aldus prof. Waterink — de goede kant uit.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 maart 1940

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

WAT DE PERS TE LEZEN GEEFT

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 maart 1940

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

PDF Bekijken