Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

PREDIKING EN BELIJDENIS

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

PREDIKING EN BELIJDENIS

8 minuten leestijd

De kerk predikt in de wereld. Zij belijdt en getuigt. Zij belijdt, wat zij getuigt. Gij zijt Mijne getuigen, heeft de Heere gezegd. Daarom getuigt zij van den Christus. Het is niet twijfelachtig, wat zij heeft te prediken, zoomin het aan haarzelf is overgelaten. Want het is haar gezet de dingen van het koninkrijk Gods te prediken, welke zij niet weten kon, zoo zij niet door God zelf waren geopenbaard. Wie toch zou kennis dragen van de verborgenheden, die geen oor heeft gehoord, geen oog gezien en die in eens menschen hart niet zijn opgeklommen, zoo de Heere niet ware afgedaald tot den mensch om hem bekend te maken, wat Hij in Zijn eeuwigen Raad heeft voorgenomen.

Daarom getuigt de kerk uit wat zij ontvangen heeft en in het geloof omhelst. Haar geloof is het levend contact van haar getuigenis. Het is niet een formeele weergave van wat haar in de Heilige Schrift is gegeven, maar een levende prediking uit de dingen, die voor haar volkomen zeker zijn, waarin zij het waarachtige leven heeft gevonden, van hetwelk zij ook belijdenis doet. Haar prediking is belijden. In haar prediking treedt haar belijdenis naar buiten. Daarom is de prediking der kerk confessioneel bepaald. Dat kan niet anders zijn, omdat zij predikt uit hetgeen zij ontvangen heeft.

Er is dus een zeer nauw verband tusschen getuigen en belijden, ja getuigen is belijden. De kerk als kerk nu getuigt en belijdt uit den ganschen schat der verborgenheden, die haar zijn toevertrouwd en voor zoover zij die verstaat door den Heiligen Geest. Zij heeft dat neergelegd in haar belijdenis, zoodat de confessie niet een soort beschrijving van den inhoud des geloofs is, een kort begrip van de goddelijke waarheid, of iets dergelijks. Zeker, men kan den inhoud des geloofs uit de belijdenisschriften leeren kennen. Doch de belijdenis is naar haar ontstaan en wezen getuigenis der kerk. Denk maar eens aan den aanhef der artikelen van de Nederlandsche geloofsbelijdenis : „Wij geloovcn allen met het hart en belijden met den mond, dat ..........  Het kan daarom duidelijk zijn, dat de prediking der kerk overeenkomstig haar belijdenis behoort te zijn, en het is in strijd met de goede orde, wanneer dat niet het geval is.

Telkens wordt in onze dagen weer vernomen, dat de kerk haar boodschap heeft te brengen. Die boodschap kan geen andere zijn dan het evangelie der Schriften. Eveneens kan men met nadruk vernemen, dat de kerk niet op eigen gezag optreedt. Zij heeft haar mandaat van den Koning der kerk ontvangen.

Dat is juist. Maar daaruit volgt dus, dat de kerk aan haar mandaat is gebonden en dat haar prediking — en ook de prediker — aan dit mandaat gebonden zijn. De kerk gebonden aan het mandaat, der kerk — d.w.z. aan het bevel, dat Christus aan Zijn kerk heeft gegeven. Het woord kerk heeft dus in dezen volzin niet dezelfde beteekenis. Wij zouden hebben kunnen schrijven: de kerk, een kerk, is gebonden aan het mandaat der Kerk met een groote K om het onderscheid aan te duiden. Dit middel is echter niet toereikend, omdat een kerk, die recht heeft op dezen titel, altijid in geestelijken zin ook de Kerk is. Daarin schuilt juist haar aanspraak op den naam en de autoriteit, welke aan de kerk des Heeren toekomt van Zijnentwege. Deze onderscheiding is voor velen blijkbaar zeer mioeilijk en oorzaak van misverstand en elkander niet begrijpen. Eigenlijk is het andersom en ontstaat veel misverstand, Omdat men die onderscheiding uit het oog verliest of niet ziet. En dit laatste zal het geval zijn, als men zich alleen bepaalt bij het zichtbare, hetgeen voor oogen is, bij het gebouw, den kansel, de menschen, die daar saamkomen, den dominé, die preekt, den ouderling, die hem opbrengt, den diaken, die de collecte inzamelt, enz. Zoodra men echter bedenkt, dat er ook nog andere kerken zijn over de gansche aarde verspreid, die naar het aan­ zien zeer verschillend in menig opzicht, toch alle onder hetzelfde mandaat staan hetzelfde Woord hebben te bedienen en in gehoorzaamheid aan denzelfden Christus dezelfde dingen hebben te verkondigen, dan moet men het enge begrip loslaten en er iets van verstaan, dat de kerk des Heeren een lichaam is, dat in al die kerken openbaar wordt.

Wanneer men dus spreekt van de kerk, die haar opdracht van Christus heeft, dan heeft men het over die eene heilige, algemeene Christelijke kerk. Dat is de kerk in haar waren zin, de ware kerk, de vergadering van ware Christgeloovigen, het lichaam van Christus of de kerk in haar hoogste werkelijkheid, die geestelijk is.

Omdat Christus die kerk vergadert uit alle geslacht en tong en natie, wordt zij openbaar over de gansche wereld, en Omdat Hij haar vergaderen wil door Zijn Woord en Geest, heeft Hij haar het bevel der prediking gegeven. Waar dat Woord ingang vond en het bevel werd opgevolgd, werd die kerk openbaar en zichtbaar, daar wordt de Dienst des. Woords waargenomen, de sacramenten worden bediend, de ambten vervuld, een gemeente of kerk gevonden, als een getuige des Heeren.

Zulk een gemeente of kerk heeft dus haar oorsprong en wortel in Christus zelf, is deswegen niet maar een kerk van Christus, doch in zooverre zij een kerk van Christus is, is zij ook de kerk van Christus, heeft zij de roeping van de kerk van Christus om Zijn getuige te zijn in de wereld.

Daarom is haar prediking het sprekende kenteeken harer openbaring en haar geloofsbrief, die den stempel der echtheid draagt, zoo zij den Christus der Schriften predikt. De reformatoren noemden dan ook terecht de zuivere verkondiging des Woords als het eerste en voornaamste kenmerk der ware kerk. Daar is de kerk, waar het Woord zuiver verkondigd wordt. Misschien zal iemand vragen, wat beeft dan de prediking met de confessie uit te staan, want gij hebt gezegd, dat de prediking confessioneel bepaald, aan de belijdenis gebonden is en daarom ook de prediker. Is de prediker niet vrij om uit het Woord te prediken, zooals hij het Woord verstaat, en is zulk een prediking daarom veroordeeld ?

Men kan nog verder gaan en vragen, zoo dan de prediking getuigenis des Woords zal zijn, kan het getuigenis van den prediker verder gaan of anders zijn dan wat hij beleeft en gelooft ?

Daar ligt nu juist de zaak, die met het mandaat der kerk voor oogen geen lange rede tot haar opheldering noodig heeft. De kerk heeft niet de roeping een vrije spreektribune te zijn, waarop ieder zijn persoonlijke overtuiging omtrent het Woord en omtrent den Christus kan uitspreken, maar zij is geroepen tot een getuige van den Christus, zooals Hij zich in Zijn Woord openbaart en in het leven der kerk wordt gekend door den Heiligen Geest.

Zij kan Christus' getuige zijn, omdat zij uit Zijn Woord leeft, zoodat zij getuigt uit haar leven, dat met Christus verborgen is bij God. Om dat getuigenis wordt de gemeente vergaderd, doch zij komt niet om het getuigenis van een mensch. De prediker heeft het Woord te prediken niet naar zijn persoonlijke meening, doch naar de meening des Geestes. Immers de kerk is de getuige, de kerk heeft haar opdracht te vervullen en zij doet dat in de eerste plaats door den Dienst des Woords. Zij geeft haar boodschap maar niet eenvoudig door, maar predikt, d.i. getuigt uit de innige levensibetrekking, waarmede zij aan Christus is verbonden. Zij getuigt dus uit haar geloof, n.l. het geloof, dat den heiligen is overgeleverd. En in den Dienst des Woords doet zij dat door de Dienaren des Woords. De Dienst des Woords is haar orgaan, de Dienaren zijn als haar mond. Zij spreken uit het geloof en dus uit de belijdenis der kerk. Daarin wordt het ambtelijk karakter van den Dienst des Woords openbaar.

Het is dus mogelijk, dat de prediker, die zich voor deze taak ziet gesteld, in conflict komt met zich zelf. Immers, wanneer hij datzelfde geloof deelachtig is en uit de belijdenis der kerk leeft, zal zijn persoonlijk getuigenis saamvallen met het getuigenis der kerk. Getuigen toch is een levende actie van het geloof. Daarom is getuigen belijden. Doch neem nu aan, dat een prediker innerlijk in conflict leeft met het geloof der kerk, omdat zijn overtuiging in voorname stukken, b.v. het gezag van Gods Woord, de heilsfeiten, zooals de vleeschwording des Woords, de geboorte uit de maagd, de opstanding, de zaligheid uit genade alleen, e.d.g., een andere is, dan ligt het voor de hand, dat hij geen recht heeft om zijn persoonlijke overtuiging voor het getuigenis der kerk in de plaats te stellen en dat de kerk zulks ook niet kan toelaten zonder haar roeping te verzaken.

Daarom stelt het nauw verband tusschen prediken en belijden den eisch, dat de kerk toezie op de bediening des Woords, opdat het getuigenis, dat zij doet uitgaan, niet in strijd zij met de waarheid Gods, waar in zij door Christus onderwezen is.

Dit artikel werd u aangeboden door: de Gereformeerde Bond

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 september 1940

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

PREDIKING EN BELIJDENIS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 september 1940

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

PDF Bekijken