Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

MEDITATIE

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

MEDITATIE

TWEE MENSCHEN

7 minuten leestijd

Twee menschen gingen op in den tempel om te bidden. De een was een farizeër en de andere was en tollenaar. Lucas 18 vers 10—14.

TWEE MENSCHEN

Op hetzelfde uur, naar dezelfde plaats, om hetzelfde te doen, hadden twee menchen zich opgemaakt. Omtrent de ure des gebeds, naar den tempel, om te bidden gingen zij. Meer hebben zij dan ook niet emeen. Daarna openbaren zich de verchillen. In den tempel komen die verschilen te voorschijn.

De farizeër staat. Met nadruk is dit vermeld. Hij durft te staan. Hij is zichzelf bewust. Want hij brengt wat mee in den tempel. Hij is zeker van zichzelf. En hij is ook zeker van God. Die luistert naar hem en ziet vanzelfsprekend met welgevallen op hem neer.

De farizeër staat vooraan. Die plaats komt hem toe. Hij heeft redenen genoeg om te staan, om vooraan te staan.

De farizeër bidt. Of neen, hij bidt niet. Hij dankt. Hij dankt God bij zichzelf. Luid genoeg dat anderen het horen kunnen, dankt hij God de Heere, dat Hij hem zoo welgedaan en gezegend heeft ? Neen, daarvoor dankt hij God niet.

De farizeër dankt God, dat hij zoo'n voortreffelijk mensch is.

De farizeër dankt God, dat hij niet is als de andere menschen. De farizeër acht het beneden zich, zich met een enkeling te vergelijken.

De farizeër steekt torenhoog boven alle overige menschen uit.

De farizeër is anders. De farizeër is beter. De farizeër is van alle overige menchen de voortreffelijkste.

Onder die overige menschen zijn nog wel schakeeringen.

Daar zijn roovers onder. Nu, een roover is de farizeër niet.

Daar zijn onrechtvaardigen tusschen. Nu, onrechtvaardig is de farizeër niet.

Men vindt er ook echtbrekers bij. Maar de ergste is wel die tollenaar daar, achter in den tempel, met welke hij samen de trappen van den tempel opgeklommen was. Nu, met een tollenaar valt de farizeër heelemaal niet te, vergelijken.. Dat is een verschil als er is tusschen licht en duisternis. Bij zulk een vergelijking is het licht natuurlijk aan de zijde van de farizeër. Neen, hij is gelukkig niet als al die overige menschen. Hij dankt er God voor, dat hij zoo niet is.

Maar hij is nog niet uitgedankt, die farizeër. Of eigenlijk wel. Wat hij verder nog tot God spreekt is geen danken meer. Dat is etaleeren. De farizeër is een meesterlijke etaleur. Hij weet van uitstallen van eigen voortreffelijkheden.

Als het over vasten gaat. De farizeër doet dat twee keer per week. En nu hoort God wel hoe een uitnemend mensch hij is. En toch was er bij de wet maar éen vastendag voorgeschreven in het geheele jaar. In de zevende maand op de tiende dag.

Hij maakt wel bijna honderd vastendagen in die tijd.

En als het over het geven van tienden gaat. Dan verslaat hii de wet ook glansrijk. Schreef de wet niet slechts voor, dat een tiende gegeven moest worden van de opbrengst des lands en van de boomvruchten ?

Neen, ook daarin is hij de meerdere van de wet. Hij geeft van alles, zooveel als hij bezit en nog verwerven zal, tienden.

De farizeër dankt. Maar de farizeër dankt God niet. De farizeër dankt zichzelf, dat hij het er voor God zoo buitengewoon goed afbrengt.

De tollenaar staat ook in den tempel. Maar achterin, van verre. Vlak bij de uitgang. Hij weet wel, dat daar zijn plaats is en dat hem een plaats vooraan in den tempel niet past. Hij is diep overtuigd van zijn onwaardigheid en van zijin geringheid. Zoo, dat hij de handen niet durft opheffen, zooals bij het gebed gebruikelijk was. Ook de oogen durft hij niet naar den hemel te slaan. Hij wil het niet. Hij weet, hoe een groot zondaar hij is voor God. Hij gevoelt zijn schuld, hoe zwaar die drukt.

Zijn oogen houdt hij neergeslagen en zijn handen slaan zijn borst. Zoo verfoeit hij zich. Zoo vernedert hij zich.

Een lijst van voortreffelijkheden heeft hij niet om op te sommen.

Een lijst van zonden en schulden, daaraan zou geen einde zijn.

En toch moet zijn ziel zich uiten. Dan blijft er maar éen woord te uiten over ......  Gena, o God, gena!

De tollenaar bidt echt. Zijn heele ziel stort zich uit in een vurige smeekbede : o, God, wees mij zondaar genadig!

Twee menschen. Kent gij die eerste, lezer? Hij leeft in uw en mijn hart. Als de ure daar is, wat gaan wij op naar het bedehuis ! Wat zitten we vlak vooraan! Als we bidden. Wat voelen we ons zeker, dat God naar ons luisteren zal! Als we danken, wat danken we dan God, dat wij ons toch niet wentelen in ongerechtigheid zooals de anderen. Wat vinden we onszelf toch braaf, dat we een ieder geven wat hem toekomt, dat we het goede zoeken en het kwade mijden, dat we toch zoo heel anders zijn dan alle overige menschen. Als we eens een keer wat meer in de collectezak doen dan we gewoon zijn, wat stijgen we dan heimelijk in ons eigen oog. Wees eens eerlijk. Zijn we die gedachten wel een oogenblik kwijt ? Zijn we niet altijd bezig onszelf te vergelijken met anderen ? En valt die vergelijking niet steeds in ons voordeel uit?

Ja, wij zijn die farizeër. Ook al strijden we nog zoo tegen hem. Hij steekt altijd den trotschen kop weer op. Bij alles wat we zeggen of doen, komt hij om den hoek gluren. De farizeër zit in ons binnenste. Het roemen in onszelf zit ons in het bloed. Aan dit farizeïsme moeten we sterven, mijn lezer! Of anders is dit farizeïsme onze dood. Al die eigengerechtigheid moet uit ons uit!

Is het dan verkeerd om God te danken ? Neen, maar het is verkeerd om God te danken zonder verootmoediging, zonder boetvaardigheid, zonder de smeeking om genade.

Deze zoekt ge bij de farizeër tevergeefs. De farizeër dankt God, maar het meest zichzelf.

De farizeër roemt God, maar het meest zichzelf.

De farizeër verhoogt God, maar het meest zichzelf.

En een ieder, die zichzelven verhoogt, zal vernederd worden.

Kent gij de tweede, lezer? Hij valt niet op. Hij houdt zich maar wat achteraf. Hij bidt geen stortvloed van voortreffelijkheden. Hij,  loopt ook niet te koop met zijn mishagen over zichzelf en over zijn zonden.

Die tweede is de zondaar, die onder de zwaarte van zijn zonden zucht.

Die tweede is de zondaar, die zich schuldig weet, en niets heeft om te betalen.

Die tweede is de zondaar, die zich schaamt voor Gods Aangezicht,

Die tweede is de zondaar, die zich verfoeit om zijn wanbedrijven,

Die tweede is de zondaar, die de oogen niet naar den hemel durft te slaan.

Die tweede is de zondaar, wiens ziel schreeuwt om genade en om anders niets.

Die tweede is de zondaar, die in 't midden der ellenden, zich naar Gods troon met zijn gebeên blijft wenden.

Een goede boodschap heeft dan dit Schriftwoord voor u, die deze tweede kent. Deze tweede, de tollenaar, ging naar zijn huis gerechtvaardigd, in tegenstelling met de farizeër. Over de boetvaardige zondaar, die om genade smeekt, spreekt Christus Zijn goedkeuring uit.

Deze staat in de rechte houding tot God. De farizeër werd niet gerechtvaardigd. De tollenaar wel.

De schaamte over zijn zonden voor het heilig oog des Heeren was voor hem het morgenrood der wedergeboorte. Aan hem is Gods Geest werkzaam geworden.

Hij heeft zich leeren vernederen en hij mag het nu vernemen : Die zichzelven vernedert, zal verhoogd worden. Verhoogd worden, door den Zoon des menschen. Die verhoogd moest worden, opdat een iegelijk, die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.

Verhoogd worden door Hem, Die als de Verhoogde Heiland woont bij die nederig van hart zijn.

Kent gij die tweede, die boetvaardige tollenaar ?

Dankt dan uw God voor Zijn genade aan u.

Dankt dan uw God voor Zijn zoekende zondaarsliefde jegens u.

Dankt dan uw God, want

Hij heelt gebrokenen van harte En Hij verbindt z' in hunne smarte, Die, in hun zonden en ellenden, Tot Hem zich ter genezing wenden.

Dit artikel werd u aangeboden door: de Gereformeerde Bond

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 oktober 1940

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

MEDITATIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 oktober 1940

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

PDF Bekijken