Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Kerk en kerken

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Kerk en kerken

10 minuten leestijd

Kerk en kerken.

Een van de veelbesproken vragen van onzen tijd is het vraagstuk van de Kerk en de kerken. Allengs is door onderscheiding en scheiding een toestand ontstaan, die tot een hopelooze versplintering der Kerk heeft geleid en bij vooraanstaande mannen in binnen- eri buitenland het streven heeft gewekt naar vereeniging en eenheid. Afgezien van alles, wat ten aanzien van deze pogingen en de wijze, waarop men dat tracht te bereiken of te bevorderen, zou kunnen worden gezegd, is het een verblijdend verschijnsel, dat het besef wakker wordt van het zondige en tegenstrijdige eener verbrokkeling, welke een oordeel in zich zelf draagt.

Wij belijden een heilige, algemeene Christelijke Kerk en deze belijdenis is algemeen goed van de gansche Christenheid. Desondanks staat de veelheid en verscheidenheid der kerken over de gansche wereld verspreid in schreeuwende tegenstelling met deze belijdenis. En de pogingen om tot vereeniging te komen, hebben aan den dag gebracht, dat de pluriformiteit in opvatting en leer zelfs in de groote hoofdzaken zoover uiteengaat, dat een gemeenschappelijk belijden vergeefs werd gezocht. Dit geeft een droevig beeld van den toestand der Kerk, die over de gansche wereld verspreid toch slechts één Kerk kan zijn, alzoo zij slechts één geloof, één doop, één Heere heeft en belijdt.

Wij noemden dit een schreeuwende tegenstelling met de apostolische belijdenis, die toch slechts één, heilige algemeene Christelijke Kerk gelooft. Het geloof in den Christus der Kerk is dan ook het gemeenschappelijke en oecumenische der over de gansche wereld verspreide Kerk. Waar dat geloof is, is de oecumenische Kerk en waar dat niet is, is zij niet. Dat geloof zegt, dat er zulk een oecumenische, d. i. over de gansche wereld verspreide Kerk is. Calvijn had daarvoor een geopend oog. Hij toch zag, dat God Zijn Kerk ook onder het Pausdom bewaard heeft. Dat was het oog des geloofs. En zoo gelooven wij, dat de Heere overal nog de Zijnen heeft, ondanks de groote verwarring en verwording van het kerkelijk leven. De reformatoren hebben de Kerk steeds aan haar oecumenisch karakter herinnerd, zooals ook uit de belijdenisschriften kan blijken. Als zij over de Kerk spreken, spreken zij altijd over de Kerk van het apostolicum, de Kerk des Heeren over de gansche aarde verspreid, in de landen, de dorpen en de steden. Die Kerk is niet alleen oecumenisch in den zin over de gansche aarde verspreid, maar ook door alle eeuwen heen. De Heere vergadert Zijn Kerk uit alle tong en volk en natie, maar ook Hij houdt haar in stand van den beginne der wereld aan.

Het oecumenische ziet dus op de eenheid der Kerk, ondanks haar over de wereld verspreid zijn. Waar de Kerk ook tot openbaring kwam in den loop der eeuwen, en in de verschillende natiën, zij is altijd dezelfde, gewekt door denzelfden Geest, levende uit eenzelfden wortel, staande in hetzelfde geloof, belijdende den Drieëenigen God, Vader, Zoon en Heiligen Geest, gerechtvaardigd en geheiligd in den eenigen Borg en Middelaar Jezus Christus, het vleeschgeworden Woord, in Wien zij God tot een Vader en Verlosser heeft. Het wezen van de eenheid en gemeenschap der kerken ligt dus in het wezen des geloofs. De reformatoren zagen de kerken, hier en daar en ginds verspreid als openbaring van de eene, heilige, algemeene. Christelijke Kerk. Calvijn sprak van de ecclesiae singulae, de afzonderlijke kerken, en van de ecclesia universalis, de algemenue Kerk. Deze laatste is de Kerk van de Twaalf artikelen des geloofs, welke in de afzonderlijke kerken in zichtbare verschijning treedt.

Alle afzonderlijke kerken zullen dus krachtens haar aard de ecclesia universalis, de eene, heilige, algemeene, Christelijke Kerk, belijden, indien en in zooverre zij zich van die gemeenschap door het geloof in den Christus der Kerk bewust zijn en blijven. Van dat geloofsbewustzijn gaat dus weer een drang uit tot gemeenschapsoefening der kerken, een zoeken van elkander, een naar buiten zich openbarende eenheid en gemeenschap. De historie leert dan ook, dat in de oude Kerk dat bewustzijn leefde, zoodat men uit alle oorden saamkwam om over de zaken des geloofs, die aan de orde waren en om beslissing vroegen, te handelen en tot een gemeenschappelijke beslissing, de beslissing der Kerk (ecclesia universalis) te komen. Zulk een beslissing vinden wij reeds in Handelingen 15 genoemd, en die beslissing heeft bindende kracht. Het is een dogma der Kerk. Het oecumenische komt dus uit de eenheid des geloofs op en zoekt de eenheid des geloofs te bewaren in de gemeenschap der kerken; m.a.w. het is in wezen en openbaring uiting van levend geloof. Het geldt het geloof der eene heilige, algemeene Christelijke Kerk, hetwelk in de afzonderlijke kerken wordt onderhouden en bewaard.

In zekeren zin heeft het oecumenische met de z.g. pluriformiteit der kerken niets te maken, in anderen zin echter snijdt het pluriformiteit af. Om met dit laatste te beginnen, de eenheid des geloofs kent geen pluriformiteit. Christus is niet gedeeld. Het geloof is niet gedeeld, want het is geestelijk, gelijk het ook door eenzelfden Geest wordt gewekt en geleid. Ook de inhoud des geloofs is niet pluriform, want Christus is de inhoud.

Men zou misschien willen opmerken, dat er toch verschillende belijdenisschriften zijn, zoo men wil, dat de confessies verschillen, zoodat hier toch wel sprake is van een zekere pluriformiteit. Inderdaad kunnen de confessies verschillen en wie die vergelijkt ziet ook, dat de werkelijkheid aan deze onderstelhng beantwoordt. Laat ons slechts denken aan de Drie Formulieren van Eenigheid, die naar den vorm ongetwijfeld verschillend zijn. Toch zal niemand hier van een pluriformiteit der confessie spreken, omdat het zeer wel duidelijk is, dat deze drie Formulieren uitdrukking geven aan hetzelfde geloof. De belijdenis der 37 art. leert geen ander geloof dan de Catechismus of de leerregelen tegen de Remonstranten.

Vergelijkt men de Fransche belijdenis met de Nederlandsche, dan zijn deze niet gelijkluidend, nochtans spreken zij beide uit hetzelfde geloof, zoodat men op het Convent te Wezel wederkeerig elkanders confessie kon onderteekenen. Dat was dus oecumenisch.

Weer anders formuleert de Luthersche belijdenis en wij weten, dat een man als Dathenus deze onderteekende, omdat het dezelfde religie was.

Spreekt dit alles voor het waarachtig oecumenisch besef der reformatoren, men kan daaruit ook zien, dat zij het gemeenschappelijk geloof niet afmaten aan een woord, maar zich voegden naar het dieper beginsel des geloofs. Het ging hun om het religieuse leven naar de Heilige Schrift. Zij waren zich er van bewust, dat de confessie een gebrekkige uitdrukking was van de geestelijke dingen, die de harten bewogen. Door de confessie heen zagen zij op het geloof der Kerk van Christus. Daarbij maakten zij tevens onderscheid tusschen de voorname hoofdstukken des geloofs, die geen afwijkende opvatting toelieten, en verschilpunten, die van bijkomstige beteekenis werden geacht. Zulke hoofdstukken waren b. v. de belijdenis der Drieëenheid Gods, de Godheid van Christus, en niet te vergeten de leer der rechtvaardigmaking door het geloof alleen en niet uit de werken. In deze en dergelijke stukken was men zeer streng en nauwkeurig.

Van een pluriformiteit des geloofs kan dus geen sprake zijn. De eene heilige, algemeene Christelijke Kerk heeft slechts één geloof, wijl zij uit hetzelfde leven opkomt. Blijft nog over, dat er desondanks vele kerken zijn, niet alleen uit de reformatie, want ook eerder waren er splitsingen, waarvan de voornaamste en meest bekende die van de Grieksch-Katholieke en Roomsch-Katholieke Kerk is. Men kan moeilijk volhouden, - dat daarbij geen geloofsoneenigheden in het spel zijn, die ook de hoofdzaken betreffen. De reformatie draagt daarvan de duidelijkste kenmerken.

Hier is de Christelijke religie als zoodanig in het geding. Het geldt een of — of, waar geloof, of valsch geloof, en dus ware Kerk of valsche Kerk. Zelfs als Calvijn zegt, dat God ook onder het Pausdom , Zijn Kerk nog heeft bewaard, heeft dat geen andere beteekenis dan dat er onder het Pausdom altijd nog zijn geweest, die uit het waarachtige geloof hebben geleefd. Daarmede wordt dus de leer van het Pausdom niet minder veroordeeld. De reformatie leefde niet uit het geloof van een andere of zuiverder Kerk, maar uit dat der eenige en ware Kerk, die allengs was schuil gegaan onder de bedekselen van valsche leer en menschelijke inzettingen. In dit opzicht dus geen pluriformiteit.

Een andere vraag is, of er geen verschil zal zijn in een Kerk onder de Bataks of in de Minahassa en b.v. in Holland, Dat zal niemand weerspreken en wil men in dien zin gewagen van een pluriformiteit der kerken, dan zal dit moeilijk weerlegging vinden. Dat is echter een pluriformiteit, welke ten aanzien van het oecumenische niet in aanmerking komt, omdat zij aan de eenigheid des geloofs geenszins in den weg staat. Het is de eene heilige, algemene, Christelijke Kerk, die har honderd vier en veertig duizend vergaderd ziet uit alle volk en tong en natie.

Zoo is er ook onderscheid in Kerkorde en organisatie. Ook uit dien hoofde zou men van pluriformiteit kunnen spreken. Deze zaak is echter niet zoo heel eenvoudig. Men kan niet zeggen, dat de vorm er niet toe doet. Tot op zekere hoogte ware het wellicht te verdedigen, maar niet zonder meer. Ook de orde en organisatie der Kerk hangt samen met het geloof. Kerkorde en confessie staan niet los van elkander. Het is daarom niet toevallig, dat de gereformeerde kerken de presbyteriale Kerkorde voorstaan. De waardeering der ambten, de roeping van Kerk en ambt, dat alles hangt saam met het geloof. Ook in deze dingen kunnen geloofsopvattingen van invloed zijn op kerkbegrip en kerkvorm, die ten slotte niet meer van ondergeschikte beteekenis kunnen worden geacht. Zoo kan er dus een verscheidenheid van vorm zijn en die is er trouwens ook, doch van uit de oecumenische gedachte is zij niet zoo onschuldig, als men die wel eens houdt.

Na de reformatie ontstonden verschillende landskerken. Ook daarin is een pluriformiteit, die aan de versterking van het oecumenische leven der Kerk niet bevorderlijk is geweest. Het is niet moeilijk dit feit te verklaren, doch het is daarmede niet overwonnen.

In geheel deze ontwikkeling is het besef van de eene heilige, algemeene, Christelijke Kerk zwevend geworden. Het vond geen steun in een daaraan beantwoordende gemeenschapsoefening, in oecumenische synoden of kerkvergaderingen, met het gevolg, dat de kerken en kerkformaties een eigen weg gingen. De afstand tot de eene heilige, algemeene. Christelijke Kerk werd zoo groot, dat men haar uit het oog verloor. In ons land zag men een veelheid van kerken op den bodem van eenzelfde belijdenis des geloofs, die haar nationaal karakter zelfs scheen te vergeten.

De Kerk en de kerken. De kerken openbaring van de eene heilige, algemene, Christelijke Kerk. De kerken één in die ééne Kerk des geloofs. Het wegzinken van het besef der eene- heilige, algemeene Christelijke Kerk wijst op een inzinking van het gemeenschappelijk geloof, die schade brengt aan de vervulling van de roeping der Kerk in de wereld. Het wijst op een verval, dat haar tot zonde zal moeten worden, tot een waarachtige verootmoediging en tot inkeer en bezinning op haar aard en wezen. Alleen daarin zal een beginsel van herleving van het algemeen en ongetwijfeld Christelijk geloof zijn, als zij bij het Woord van haar Heere en Koning zal worden bepaald en de gehoorzaamheid zoekt, welke Hij van haar vordert. Als zulk een geest door Gods genade in de kerken moge vaardig worden, zullen de vormen en menschelijke inzettingen doorbroken worden en het waarachtige leven zich een weg banen tot een openbaring, die met haar wezen overeenkomt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 oktober 1940

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Kerk en kerken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 oktober 1940

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

PDF Bekijken