Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Door Woord en Geest

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Door Woord en Geest

7 minuten leestijd

„Wij kunnen geen uitwendig gezag op geloofsgebied erkennen. Het geloof is voor ons iets zuiver inwendigs". „Zoo er één beginsel is, dat ons, vrijzinnigen, in spijt van veel, dat ons weer onderling scheidt, met elkander verbindt, dan is het wel: de erkenning van de autonomie van onzen geest". Ziedaar een paar zinsneden uit een artikel : Het Christelijk geloof in „Kerk en Wereld", dd. 27 Juni '41.

Hiermede wordt dus bevestigd, wat wij omtrent het vrijzinnig beginsel hebben uiteengezet. Het verklaart ook, waarom de vrijzinnigheid zich aan geen symbool of geloofsformuleering zal kunnen binden, tenzij dan in een vorm als hier werd uitgesproken, zijnde het beginsel, dat haar, hoezeer ook verdeeld, verbindt.

Hoe men dat nu met het Christelijk geloof wil vereenigen, is minder duidelijk. Het accent valt zoo geheel tegengesteld. Denk aan het reformatorisch beginsel, dat als eerste kenmerk van het geloof belijdt, dat de mensch zich met zijn verstand en hart buigt voor Gods Woord. De orthodoxe Protestant heeft echter volgens den schrijver van het zooeven genoemd artikel een verkeerde opvatting van het z.g. „Testimonium Spiritus Sancti'' (het getuigenis van den Heiligen Geest), als hij op grond daarvan beweert, wat de Gereformeerde Geloofsbelijdenis zegt (art. V) „dat hij zonder eenige twijfeling gelooft al wat in de Canonieke Boeken begrepen is".

Zoo staan hier twee gelooven tegenover elkander. Het geloof in het getuigenis van den Heiligen Geest en het geloof in den eigen geest des menschen. Deze tegenstelling houdt dus rechtstreeks verband met de onderscheiding, welke de Schrift maakt tusschen den geest der wereld en den Geest, die uit God is. En zooals wij uit 1 Joh. 4 : 2 en 3 hebben vernomen, is het kenmerk van den Geest, die uit God is, de belijdenis, dat Jezus Christus in het vleesch gekomen is. Dit betreft dus een feit, n.l. de vleeschwording des Woords, een feit, dat ook door het Apostolicum wordt genoemd : ontvangen van den Heiligen Geest, geboren uit de maagd Maria. Daarop vervolgt het symbool : die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven, nedergedaald ter helle, ten derden dage wederom opgestaan van de dooden, opgevaren ten hemel, zittende ter rechterhand Gods, vanwaar Hij komen zal om te oordeelen de levenden en de dooden.

Dit zijn alle feiten, de z.g. heilsfeiten. En nu blijkt uit het meergenoemd artikel, dat dit symbool voor vrijzinnigen niet langer bruikbaar is, noch didactisch, noch liturgisch, noch missionnair. Op zich zelf is deze uitspraak zeer duidelijk. De orthodoxie kan er kennis van nemen, dat de Apostolische geloofsbelijdenis uit de drie genoemde oogpunten niet langer bruik­baar is.

In het artikel wordt nader uiteengezet, dat deze belijdenis ook wel gewaagt van geestelijke realiteiten, als het geloof in God, den Almachtige, Schepper des hemels en der aarde, het geloof in den H. Geest, in de vergeving der zonden. Het zit echter juist vast op de feiten, die zooeven werden genoemd. Die maken het Apostolicum onbruikbaar.

Het is juist daarom, dat wij er op wezen, hoe de Geest, die uit God is, volgens de Heilige Schrift nu juist wordt gekenmerkt door de belijdenis van een feit, n.l. het feit der vleeschwording. De reformatorische belijdenis heeft niet minder dan het Apostolicum op de heilsfeiten gewezen. Men kan ook niet zeggen, dat de Heilige Schrift die feiten veronachtzaamd heeft. Hoe vaak getuigt zij van den dood des Heeren, van Zijn opstanding en van Zijn heengaan naar den Vader, van Zijn zitten aan de rechterhand Gods?

De gedachte, dat het Apostolicum tegenover doceten en gnostieken zoo bijzonder nadruk heeft gelegd op deze feiten, kan alleen maar tot de conclusie voeren, dat de kerk het gewicht van deze feiten zeer sterk heeft gevoeld. Het zal dan ook voor de kerk geen argument zijn om den nadruk op die feiten los te laten, indien iemand opmerkt, dat wij die niet kunnen beoordeelen. Hij echter, die om deze feiten in de belijdenis het Apostolicum niet kan aanvaarden, is reeds aan het beoordeelen en doet daarin, wat hij zegt niet te kunnen. Hij oordeelt om te beginnen, dat zij niet tot het gebied des geloofs behooren. Waarom niet ? Omdat hij ze niet beoordeelen kan. Moet daaruit volgen, dat alleen die dingen tot het geloof behooren, die men beoordeelen kan, dan vragen wij, waarom de belijdenis van God, den Almachtige, Schepper des hemels en der aarde, het geloof in den Heiligen Geest, in de vergeving der zonde e.d.g., wel tot het gebied des geloofs mogen worden gerekend en of men deze dingen dan wel kan beoordeelen. Verder vragen wij, of de schepping der wereld niet evenzeer een feit is, hetwelk door het geloof wordt beleden, als de vleeschwording des Woords en de opstanding van Jezus Christus ? De Heilige Schrift ziet dit feit zelfs zeer feitelijk en teekent ook den Zone Gods, het vleeschgeworden Woord, als het Woord, dat aan alle dingen gestalte geeft.

Daar is in dit alles een onderscheiding en scheiding, welke een beoordeeling onderstelt, zoodat het een wèl, het andere niet tot het gebied des geloofs wordt gerekend. Dit hangt ongetwijfeld saam met de leer van de autonomie van den menschelijken geest. Deze leer is van fundamenteele beteekenis voor het vrijzinnige standpunt, dat hier wordt verdedigd. Dit geloof paalt klaarblijkelijk het terrein des geloofs nader af en beoordeelt, wat daartoe behoort en wat niet.

Daardoor wordt de menschelijke geest de gezaghebbende factor, welke ten slotte ook oordeelt over het getuigenis van den Heiligen Geest, waaromtrent de Gereformeerde geloofsbelijdenis een verkeerde opvatting zou hebben. Doch hoe staat het dan met dat getuigenis des Heiligen Geestes omtrent den Christus, meer bijzonder omtrent de heilsfeiten ? De Geest, die uit God is, getuigt, dat Jezus Christus in het vleesch is gekomen.

Tweeërlei gezag en tweeërlei geest staan hier tegenover elkander. De vrijzinnigheid wil een autonomie van den menschelijkeii geest, waardoor zij zich feitelijk plant in de gevoels- en geloofswerkingen van den mensch, zooals hij in de wereld bestaat. Zij stoot zich aan de heilsfeiten der belijdenis, omdat zij die niet kan beoordeelen, en als het er op aankomt, wil zij haar geloof gronden op het wezen van den mensch, zooals zij dat uit zijn historische verschijning poogt te verstaan. Het is een weg, die door de Heilige Schrift als een mislukking wordt veroordeeld en tegengesteld aan den weg des kruises, der wereld wel een dwaasheid, maar hen, die gelooven, een kracht Gods tot zaligheid.

Tweeërlei uitgangspunt en tweeërlei geloof, welke elkander uitsluiten, worden vergeefs onder één hoofd gebracht, als zouden zij hetzelfde in ouderwetschen en nieuwerwetschen stijl voorstellen. Zoolang de kerk op aarde openbaar wordt, zal zij uit de heilsfeiten leven en den Christus der Schriften belijden, gelijk Hij daar wordt voorgesteld. Aan deze traditie zal zij getrouw blijven en zij zal haar heilig zijn, omdat zij niet onder controle staat van den menschelijken geest, maar, omdat zij in de waarheid Gods geleid wordt door denzelfden Geest, die den apostel Petrus op den Pinksterdag inspireerde tot de prediking, welke één getuigenis is van de heilsfeiten voor de ooren dergenen, die aanschouwers en deelgenooten waren geweest van de dingen, die te Jeruzalem geschied waren.

Zelf zij, die de feiten hadden medegemaakt, kwamen tot de ontdekking, dat zij die niet konden beoordeelen, doch zoovelen door den Pinkstergeest werden gedoopt, hebben de kracht Gods leeren verstaan en werden volhardende in de leer der apostelen, en in de gemeenschap, en in de breking des broods, en in de gebe­den. (Hand. 2 : 42).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 juli 1941

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Door Woord en Geest

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 juli 1941

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

PDF Bekijken