Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Maar nu ?

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Maar nu ?

6 minuten leestijd

Verstaat men den eisch der handhaving van de kerkelijke belijdenis, zooals wij meenen, dat deze verstaan moet worden, dus als in overeenstemming met de roeping der kerk om het geloof te bewaren, dat den heiligen is overgeleverd, dan zal een ieder, die niet ontbloot is van kerkelijk besef, begrijpen, dat ook onder de huidige omstandigheden die eisch gebiedend is.

Hebben wij dan eerst de belijdenis der kerk losgemaakt van de Formulieren om. boven een wettische handhaving uit te komen, zoo bleek toch verder dat de organisatie der kerk vanzelf weer formulieren medebrengt. Dat is zoo van ouds geweest en ligt in den aard der zaak.

Verder kan gebleken zijn, dat wat men wettisch noemt, hij een gezond kerkelijk leven niet anders dan regel van kerkelijke orde is.

De vraag, welke in de huidige omstandigheden opkomt, is dus deze, of de belijdenis der Drie Formulieren zoozeer overeenkomt met de belijdenis der kerk, dat zij als regel van orde kan worden aangelegd.

Of zij overeenkomt met de belijdenis der kerk ? Hier moet even halt gemaakt, om misverstand te voorkomen. Wat toch zal men verstaan bij de woorden : de belijdenis der kerk ?

Men zou daaronder kunnen verstaan : het belijden, dat uit de kerk tegenwoordig naar buiten treedt in haar prediking en in haar openbaring als geheel.

Met dat belijden kan de belijdenis der Drie Formulieren moeilijk overeenstemmen, omdat het uit zoo verschillende gezindheid voortkomt. Al is het waar, dat er verschuivingen worden waargenomen, de verscheidenheid der richtingen voegt zich, in haar geheel genomen, niet naar de genoemde confessie en men kan zelfs strijdigheden in cardinale geloofsstukken op merken.

Aan dien toestand gemeten, is er slechts één conclusie : het openbaar belijden in het huidige kerkelijke leven is over het geheel genomen — wij spreken over de Hervormde Kerk — niet in overeenstemming met de belijdenis in de Drie Formulieren. Van dien toestand uitgaande, kan er dus van handhaving der belijdenis naar de Drie Formulieren geen sprake zijn.

Dan dient de vraag anders gesteld. Is het belijden, dat naar buiten treedt, dan in overeenstemming met het geloof, dat den heiligen is overgeleverd, m. a. w. met den eenigen regel des geloofs, welk« ons in Gods Woord is gegeven ?

Zoo ja, dan deugt de belijdenis der Drie Formulieren niet en moet zij worden verworpen.

Zoo neen, wat recht heeft men, dat belijden met de kerk van Christus te verbinden en van kerk te spreken ?

Het antwoord kan echter geen ja en geen neen zijn, omdat het tegelijkertijd ja en neen, een ten deele ja en een ten deele neen, misschien ook een ten deele twijfelachtig is.

Het belijden, dat naar buiten treedt, maakt tezamen een mengeling uit, die nog geen kerkelijke belijdenis geeft, laat staan voor een formuleering vatbaar is. Het is zeer wel mogelijk, dat de in beweging komende menigte dichter bij komt en eenstemmigheid in het belijden benadert, maar het is zeer duidelijk, dat er zullen zijn, die daartoe niet genegen zoomin de belijdenis der Drie Formulieren als eenige an dere confessie zullen aanvaarden. Zoo kan men een verschuiving in de richting der confessie opmerken, maar ook een tegengestelde houding teekent zich af. Intusschen waarschuwen ook menschen van de confessie tegen haar wettische handhaving.

Rest nog de vraag, die op zich zelf van belang is, of de belijdenis der kerk, laat mij zeggen, de ongeformuleerde belijdenis van Christus' kerk, het getuigenis van haar levend geloof, zich zelf in de reformatorische belijdenis terugvindt, dan wel of deze daarvan een onjuiste en valsche voorstelling geeft.

Misschien kan deze vraag beter andersom worden gesteld: Komt de belijdenis der Drie Formulieren overeen met die der kerk van Christus ? Deze vraag niet in dien zin bedoeld, of zij de eenig juiste belijdenis is, alsof de kerk, die haar als zoodanig vaststelde, de eenig ware kerk zou zijn. Zoo heeft de kerk, die dat deed, het niet verstaan, en zoo verstaan wij het ook niet. Doch dan zal het toch bezwaarlijk gaan die vraag ontkennend te beantwoorden, zelfs indien iemand eenig bezwaar tegen een of ander ondergeschikt punt mocht hebben.

Hiermede zijn wij, naar het voorkomt, aan het beslissende punt gekomen. Indien men die waardeering aan de belijdenis der Formulieren niet kan onthouden, en moet toegeven, dat het de belijdenis der Hervormde Kerk is, kan men ook niet betwisten, dat zij' deze belijdenis moet handhaven. En dan wel in de eerste plaats ten aanzien van de toelating tot den Dienst des Woords en haar prediking.

Daartegen zal voornamelijk bezwaar rijzen van de zijde dergenen, die zich daaronder niet kunnen of willen voegen, omdat zij tegen iedere confessie gekeerd zijn, of zooveel ruimte wenschen, dat zij een Evangelie van eigene uitlegging kunnen verkondigen.

Anderen, wien het niet ontbreekt aan kerkelijk besef, willen zoowel een kerkelijke belijdenis als haar handhaving voorstaan, hoewel zij niet onverdeeld voor handhaving van de belijdenis der Drie Formulieren pleiten. Voor sommigen is het denkbeeld van een nieuwe belijdenis of eenige algemeene formuleering aantrekkelijk.

Wij willen thans niet nagaan, uit welke beweegredenen een en ander opkomt, omdat tegen deze voorstellingen bezwaren van principieelen en kerkerechtelijken aard moeten worden aangevoerd. De Synode der Hervormde Kerk heeft noch recht, noch bevoegdheid tot dergelijke dingen en de kerk kan als kerk niet handelen, alvorens zij tot de orde harer belijdenis is teruggekeerd.

Wie het geloof in den Christus der Schriften deelachtig meent te zijn en wil medewerken aan de bevordering van gezond kerkelijk leven, zal goed doen de belijdenis der Formulieren te onderzoeken naar den maatstaf, dien zij zelf aangeeft. Hij zal daarbij ontdekken, dat zij hem telkens en telkens weer naar den eenigen regel des geloofs leidt, welke ons in de Heilige Schrift is gegeven. Dit zal kunnen bijdragen tot de ontdekking van de belijdenis in de belijdenis, het kerkelijk besef verdiepen en de toenadering tot het gemeenschappelijk geloof bevorderen.

Ook voor het persoonlijk geloofsleven kan dat goede vruchten afwerpen, wanneer men ontdekt, dat eigen gevoelens niet slechts tegen de belijdenis der Formulieren, maar tegen Gods Woord ingaan. Wat men als menschelijk inzicht meende te kunnen verwerpen, zal men dan niet langer kunnen vasthouden, tenzij men weigert verstand en hart aan Gods Woord te onderwerpen, en zijn geloof daarnaar te reguleeren, daarop te gronden en daar­ mede te bevestigen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Thursday 14 August 1941

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Maar nu ?

Bekijk de hele uitgave van Thursday 14 August 1941

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

PDF Bekijken