Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

MEDITATIE

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

MEDITATIE

Geschenken der liefde

7 minuten leestijd

. . . . . . .en hunne schatten opengedaan hebbende, brachten zij Hem. geschenken : goud, en wierook en mirre. Mattheüs 2 vers 11c.

In de liefelijke geschiedenis van de Wijzen uiit het Oosten, lezen wij, dat de Wijzen, nadat zij Koning Jezus hebben aangebeden, hunne kostbaarheden ontsloten en Hem geschenken aanboden  : goud, en wierook en mirre.

Inderdaad geschenken, die bij een Koning passen ! Het zal in hunne harten geruischt hebben : Aan onze deuren zijn allerlei edele vruchten, nieuwe en oude, o mijn Liefste ! die heb ik voor U weggelegd.

Allereerst zullen wij even nagaan den aard der geschenken. De wierook is een blanke bars van een in Indië en Arabië groeiende struik. Deze welriekende hars werd gebruikt voor den eeredienst en het reukwerk in huis. De mirre is het sap uit den bast van den hasalmodendron myrrha, deze werd gebruikt om een kruidige smaak aan den wijn te geven, ook wel om te balsemen. Jozef en Maria, die aan deze gaven anders weinig zouden hebben, konden nu door Gods voorzienig bestel, er de reis mee bekostigen naar Egypte.

Maar wat beteekenen nu deze gaven ? De Heilige Geest heeft er ongetwijfeld een doel mee gehad om ons deze schoone gaven mee te deelen.

De Kerkvader Iraeneus zegt in zijn geschrift: Tegen de Ketters : Goud voor Jezus als Koning, wierook voor God, mirre met het oog op Zijne begrafenis. Weer anderen meenen, dat de mirre als kostbare zalf het werk van den heelenden Profeet zou kunnen beteekenen, de wierook het ambt van den Hoogepriester en 't goud de glans van den Koning. Maar voor zoover wij kunnen nagaan, leert de Schrift ons niet, dat deze gaven deze bepaalde toepassing moeten hebben. We moeten die verklaring zoeken op een ander vlak, gedachtig aan de woorden van Calvijn, die zakelijk opmerkt : De eigenlijke dienst, dien Hij van de Zijnen vraagt, is deze, dat wij eerst onszelven en vervolgens al het onze hem toewijzen.

Toen de Wijzen het Kindeke zagen, vielen zij oji de knieën en aanbaden. We weten niet in hoeverre de Wijzen in dat Kindeke hun Verlosser gezien hebben, maar dat is ook niet noodig. Het is de vraag, of gij, mijn lezer, in dat Kindeke uw Verlosser hebt leeren kennen ! Of gij Hem hebt leeren aanbidden, of gij overweldigd door de zaligheid ter aarde nedergezonken zijt ! Indien dit door Gods genade zoo moge zijn, dan zult ge ook verstaan do beteekenis van het goud en de wierook, zooals de dichter van Psalm 72 het uitroept ;

Zoo moet de Koning eeuwig leven ! Bidt elk met diep ontzag ; Men zal Hem 't goud van Scheba geven. Heem zeeg'nen dag bij dag.

Of zooals het in de onberijmde Psalm staat : En Hij zal leven ; en men zal Hem geven van het goud van Scheba, en men zal geduriglijk voor Hem bidden (d.i. de wierook).

Doch nu is het uw vraag : Maar hoe is dit alles mogelijk ? We hebben den Heere toch niet anders aan te bieden dan schuld ? Uit ons niets anders dan onreinheid, dan stinkende doodsvruchten, en zullen wij dan den Heere iets aanbieden ? Ja, mijn lezer, Gods volk leert door genade, dat het mag geven en kan geven. Weet ge waarom ? Omdat de Heere leeft en door Zijnen Geest Zijn volk Hem voortaan te leven van harte willig en bereid maakt. Daar komen zij aan met een verslagen geest en een verbroken hart. Zij weten : ik ben niets ! Schuldig, doemwaardig. Ik ben een niet! En wanneer nu zulk een arm zondaar voor den Heere komt, dan is hij versierd met de vruchten des Heiligen Geestes. De Heere wordt altijd geëerd door Zijn eigen werk. Daarom roept de bruid het ook uit : O, dat mijn Liefste tot Zijnen hof kwame en ate zijne edele vruchten ! Zalig, zoo den Heere te mogen ontvangen en te geven van de vruchten, die Hij zelf in het harte gewerkt heeft. Het is een heilgeheim. Arm en nochtans rijk. Niets hebbende en nochtarts alles bezittende. Wat wordt dan alles groot en de mensch in zichzelf klein. Alles wat hij ontvangt zijn onverdiende weldaden. Wat erkent hij het dan met Jacobus : Alle goede gave en alle volmaakte gift is van boven, van den Vader der lichten afkomende, bij welken geene verandering is, of schaduw van omkeering. Dan kan het niet anders, of hij wil den Heere daarvan geven, want het komt den Heere toe. Wij hebben het uit Uwe hand ontvangen en daarom geven wij bet uit Uwe hand. Mijn lezer, hebt ge zoo al eens het goud des geloofs mogen oefenen, zoo den Heere de eer Zijns Naams gegeven en offer gebracht ?

Het tweede geschenk was wierook. David bidt : Mijn gebed worde gesteld als reukwerk voor Uw aangezicht, de opheffing mijner handen als het avondoffer. Hier bespeuren wij de wierook, die opstijgt tot den Heere. Immers de wierook is telkens in de Schrift het beeld van de gebeden, die opstijgen tot den Heere en die door Hem verhoord worden. Hebt gij door het geloof, mijn lezer, dan al eens den biddenden en dankenden Hoogepriester gezien, staande voor den troon Zijns Vaders met het bekken vol offerbloed, Zijn eigen bloed, in de hand, terwijl de granaatklokjes aan den zoom Zijner kleeding liefelijk klingelden ? Want alleen door Hem, door Zijn plaatsbekleedend lijden en sterven, is er een geopende toegang tot den Vader en een versche en levende weg. Zoo ja, dan zal het niet anders kunnen, of gij zult uwe gebeden opzenden tot dien beminnelijken Hoogepriester, want Hij zal door Zijne offerande de wierook uwer gebeden heiligen en doorzenden tot den Vader. Bovenal geeft inzonderheid de wierook der gebeden haar geur, wanneer daar gebeden wordt: O Heere, maak mij levend, om Uws Naams wil, voer mijne ziel uit de benauwdheid, om Uwe gerechtigheid. Dan wordt daar heerlijk reukwerk ontstoken tot verheerlijking van den Zoon, en van den Vader door den Zoon. En weet ge, mijn lezer, wanneer er ook geurige wierook opstijgt, wanneer de Kerk bidt : Ik, ellendig mensch ! wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods J Ik dank God door Jezus Christus, onzen Heere. Hebt ge zoo al eens mogen reukofferen, ziende op den Oversten Leidsman en Voleinder des geloofs ?

Het derde geschenk was de mirre. Bitter, maar toch welriekend. Wie van Gods kinderen zal er geen mirre geproefd hebben ? Was het niet bitter, toen wij aan onzen doodstaat ontdekt werden ? Was het niet bitter, toen wij leerden aan allerhand ellendigheid, ja, aan de eeuwige verdoemenis zelve onderworpen te zijn ? Was het niet, bitter, toen wij leerden dat onze teere ziel nog zooveel van het aardsche overhield ? Was het niet bitter, toen we leerden na ontvangen genade zulke arme zondaren te zijn ? Ja, het was bitter. Maar welke liefelijke reuke, toen Christus in onze ziel indaalde ! Welk een zaligheid, toen Hij luisterde naar onze klacht van bitterheid, welke we bij Hem leerden uitsnikken. Ik heb den bloekbeker der mirredrank voor u gedronken, opdat Ik u zegenen zou. Alleen in Christus geeft de mirre haren reuk, zonder Hem is ze bitter als de dood. Wanneer Hij in ons hart leeft, dan roepen wij het uit : Al Uwe kleederen zijn mirre, en aloë en kassie ! Dan is Hij mij een bundeltje mirre, dat tusschen mijne borsten vernacht. O, Mijne Liefste. Gij hebt voor mij dien beker gedronken, om mij het eeuwige leven te geven. Gij gaaft aan de  bitterheid den rank, om mij te geven sieraad voor asch, vreugdeolie voor treurigheid, het gewaad des lofs voor eenen benauwden geest. Ja, gij waart het, die kwaamt, toen daar geroepen werd : Totdat de dag aankomt en de schaduwen vlieden, zal ik gaan tot den mirreberg en tot den wierookheuvel.

Mijne lezers, hebt ge den Heere zoo leeren kennen ? En hebt ge zoo met de Wijzen geschenken mogen brengen aan het Kindeke ? Dan zal het zingen in uw hart :

O, dierbaar kind, o stof van vreugd Geschenk van 't Alvermogen, Elk noem' U Gods profeet, en geev' U eer.

(Elspeet)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 december 1945

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

MEDITATIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 december 1945

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

PDF Bekijken