Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De opdracht der Kerk en haar belijdenis

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De opdracht der Kerk en haar belijdenis

9 minuten leestijd

REFERAAT GEHOUDEN OP DE JAAR VERGADERING VAN DEN GEREF. BOND 1943

3.

Voorop gezet, dat in de onderlinge verhoudingen en bejegening richtingsneigingen meer heerschappij hadden dan de liefde van Christus, heeft geheel de ontwikkeling van het kerkelijk leven een woordje mede te spreken — zij het niet tot verontschuldiging voor den hoogsten Rechter, dan toch tot verklaring van veel, dat naar Christelijken maatstaf gemeten niet door den beugel kan. Daarom vergete men vooral niet, dat deze ontwikkeling iedere groep bedachtzaam moest maken op eigen behoud. Ieder voor zich ging uitmaken, wat zij onder kerk en kerkelijk geloof meende te mogen verstaan. En ieder ging er zijn eigen theologie op na houden en kerkelijk op eigeii gelegenheid varen, met het gevolg, dat de aanhangers der confessie als gereformeerd of confessioneel werden bestempeld, hoewel de geheele kerk de confessie behoorde aan te hangen, in tegenstelling met anderen, die als vrij-confessioneelen of zelfs contra-confessioneelen zouden kunnen worden bestempeld.

Daaruit kan blijken, dat de richtingen worden bepaald door haar standpunt ten aanzien van de kerkelijke confessie. En zonder te willen beweren, dat de gereformeerden en confessioneelen het juiste standpunt zouden innemen, of het kerkelijk monopolie zouden hebben, kan in het licht van de genoemde verhoudingen toch duidelijk zijn, dat de richtingen als eerste stap op den weg eener kerkelijke gedragslijn haar houding ten opzichte van de confessie zullen hebben te herzien. De opdracht der kerk is een zaak desgeloofs en daarom confessioneel bepaald, gelijk de kerk confessioneel bepaald is. Het handelen uit de opdracht der kerk vangt aan met het belijden van wat de kerk als haar geloof belijdt.

De kerkelijke situatie brengt vooralsnog mede, dat aan geen der richtingen de bevoegdheid kan worden toegekend het kerkelijk geloof vast te stellen. Daar is geen andere weg dan de belijdenis der Drie Formulieren voor zoodanige te houden en van daaruit de opdracht der kerk te betrachten.

Eerst dan zou, wat Haitjema noemt het draagvlak der belijdenis, aanwezig zijn, waarop ook de Christelijke liefde haar kracht kan betoonen.

Men meene niet, dat daarmede de moeilijkheden waren overwonnen, maar de weg ware open gemaakt. Zij waren niet meer onoverkomelijk, omdat men in beginsel tot het een-kerk-zijn op den grondslag van het gemeenschappelijk geloof ware teruggekeerd. Op dien grondslag ware het vraagstuk der richtingen teteruggebracht tot verschil van gevoelen  binnen de belijdenis der capitate stukken des geloofs.

Gedachtig aan de vermaning van den apostel: „dat gij moogt eensgezind zijn" (Filipp. 2 : 1 en 2) zou een beroep op zulk een eenstemmigheid niet vruchteloos behoeven te zijn. Wanneer men bedenkt, dat gereformeerden en confessioneelen een belangrijk deel der kerk uitmaken en dat ook de predikantenvereeniging, zij het met ruime formule, de Drie Formulieren als belijdenis noemt, zouden dan degenen, die meer prijs stellen op hun vrijzinnigheid dan op de kerkelijke eenstemmigheid des geloofs, zich daaronder niet kunnen voegen.

Niemand leze hierin een poging om zich van de vrijzinnigen af te maken. Doch vast staat, dat de Schrift geen vrijzinnig evangelie naast een orthodox leert. Op de vrijzinnigheid zullen wij geen steenen werpen, maar de kerk kan geen vrijzinnige prediking tot haar openbaar getuigenis maken zonder ontrouw te zijn aan haar opdracht.

Haar opdracht is allereerst getuigen en zoo volgt uit haar opdracht, dat zij over haar getuigenis waakt. De opdracht om het Evangelie in de wereld te verkondigen, kan slechts inhouden, dat zij die allereerst aan allen, die bij de kerk zijn, vervult, maar dan doet zij dat overeenkomstig haar belijdenis. Zonder twijfel achten wij, dat zij ook verantwoordelijkheid draagt jegens haar vrijzinnige leden. Die zijn trouwens altijd in haar midden, ook, als zij zich niet als zoodanig aandienen en op die kwaliteit prijs schijnen te stellen. Zij kan zich echter van die verantwoordelijkheid niet kwijten door een vrijzinnige prediking voor hen te houden. En men moet goed weten, dat de kerk verantwoordelijk is voor haar openbare prediking. Die openbare prediking kan niet in strijd zijn met haar belijdenis, zonder haar met zich zelf in conflict te brengen.

Dat beteekent echter nog niet, dat de openbare prediking, als zij aan redelijke eischen voldoet, een iegelijk zal bevredigen. In dat opzicht zijn wij zoozeer verwend, dat men zich ook in deze zaak zal hebben te herzien. De menschen zijn verschillend en ook de gemeenten dragen vaak een eigen stempel. En bij een gewenschte kerkelijke orde zal men zeker niet altijd naar zijn persoonlijke smaak bevredigd worden. Wie dat wenscht, moet een kerkje naar eigen keur inrichten, maar alzoo kan de kerk, die naar de opdracht van Christus handelt, niet zijn.

Het is dus ook niet onmogelijk, dat een waarlijk kerkelijk leven bij velen een vrijzinnigheid zou openbaar maken, die zich bovenmate orthodox waanden te zijn. Daarom gewaagden wij van herziening der richtingen ten aanzien van hun verhouding tot de confessie. En na ons pleidooi voor de confessie, zeggen wij dit met te meer vrijmoedigheid.

Denk u eens in, dat de confessie der Drie Formulieren in haar eere als kerkelijke belijdenis hersteld en tot grondslag van het kerkelijk leven gelegd, een nieuwe toestand was ingegaan, dan zouden daarmede noch eensklaps noch in de toekomst alle verschillen zijn weggeruimd. Ook dan zou de algemeene eenstemmigheid zich niet verder uitstrekken dan tot de capitale stukken des geloofs.

Het zou blijken, dat men het ook over het al of niet capitale van eenlg stuk niet eens was en het zou ook blijken, dat menschen de prediking van sommige leeraren ontoereikend achten, terwijl de kerk haar toch niet op redelijke gronden zou kunnen wraken. Ten slotte zijn er ook geen twee leeraren op gelijke wijze begaafd. Ondanks de algemeene eenstemmigheid zal er verscheidenheid van klank en stijl, van inzicht en gevoelen blijven en het zal niet altijd op het eerste gehoor duidelijk zijn in hoeverre het door de belijdenis gedragen en aan den regel des geloofs gemeten zuiver is.

Dit leidt ons van zelf tot de volgende schrede op den weg van het handelen naar de opdracht: n.l. de mogelijkheid van echt kerkelijk overleg op den grondslag der belijdenis. Met echt kerkelijk overleg bedoelen, wij overleg der kerken in haar vergaderingen. Dit raakt alzoo den weg naar een kerkorde, die dat mogelijk maakt.

Deze zaak is minstens zoo gevoelig als die der overeenstemming op den grondslag der confessie. Zoodra men aan dit punt raakt, blijken de menschen veel meer synodaal te zijn dan zij zelf wel weten. Zij kunnen zich moeilijk losmaken van de synodale structuur en vreezen, dat de eenheid der kerk daarmede staat of valt. In werkelijkheid is er voor die vrees geen andere grond dan de ontwikkeling der richtingen, welke door de huidige organisatie zoozeer werd begunstigd. Daarom te meer is er behoefte aan het draagvlak der belijdenis, opdat een hechtere grond voor de eenheid worde gevonden dan een organisatie, die haar ondermijnt.

Wij zijn er trouwens van overtuigd ook in eigen kring op de gevolgen van deze ontwikkeling te stuiten, indien wij onze gedachten te kennen geven. Echt kerkelijk overleg. Hoe is dat mogelijk. Zijn wij er dan niet, indien de belijdenis der Drie Formulieren als belijdenis van het geloof der kerk wordt erkend ? Velen zouden wellicht meenen, dat eigenlijk alles in hoofdzaak zoo wel blijven kan, als wij dat punt gepasseerd zijn.

Wie dat zou meenen, beseft dus niet, dat de kerkelijke huishouding eerst dan begint, d.w.z. dat de huishouding dan eerst op kerkelijken grondslag kan beginnen. En daartoe is noodig echt kerkelijk overleg, d.i. overleg der kerken of gemeenten. En dan gaat het om tweeërlei huishouding : 1e. Thuis, in de gemeente zelf, en 2e. gezamenlijk voor de gemeenten tezamen en de kerk als geheel.

Dan komen de zaken, die om nadere overeenstemming en kerkelijke belissing vragen, de zaken betreffende de belijdenis, de liturgie, de uitwendige en de inwendige zending en zooveel meer. Sommige dezer aangelegenheden zullen een algemeene gedragslijn vragen, andere zullen aan het beleid der afzonderlijke gemeenten worden overgelaten, doch er zal gemeenschappelijk overleg noodig zijn en opdat dit zal mogelijk zijn, moest vooraf de eerste stap zijn gedaan. En deze eerste stap zal in de huishouding der gemeente reeds veel zorg en moeite baren vanwege de oude tegenstellingen, die al of niet dien naam verdienen. In ieder geval zijn verschilpunten tot tegenstellingen gemaakt.

Slaan wij nu alleen het oog op de veelkleurige orthodoxie, om van de vrijzinnigen te zwijgen. De aanwezigheid van evangelisaties in z.g. orthodoxe gemeenten zegt genoeg, evenals de naam orthodox. Dit wil toch een onderscheiding zijn ten aanzien van de vrijzinnigen en deze berust op typeerende geloofsstukken b.v. dat Jezus Christus de Zoon van God is. Wij zouden kunnen zeggen de Johanneïsche onderscheiding, waarop boven werd gewezen. Wij zijn daarmede op Schriftuurlijken bodem. Immers niemand kan zeggen Christus de Heere te zijn dan door den Heiligen Geest. De belijdenis, dat Jezus is de Christus, is van doorslaande beteekenis. Wij kunnen den naam orthodox aan allen, die deze belijdenis vast houden, niet ontzeggen, al is deze weer voor nadere kwalificatie vatbaar als ethisch-orthodox en confessioneel-orthodox.

Gaan wij door op deze door de Schrift aangegeven kenmerkende belijdenis, dan mogen wij de kerkelijke gemeenschap met degenen, die deze belijdenis vast houden, niet opgeven. Want als de Schrift zegt, dat alle geest, die belijdt, dat Jezus Christus in het vleesch gekomen is, uit God is, zullen wij tegen God strijden, als wij het anders stellen. En als de Schrift zegt, dat niemand kan zeggen Christus de Heere te zijn dan door den Heiligen Geest, heeft de mensch te zwijgen. Dit alles moeten wij toestemmen, en dat wordt ook, als het op den man aankomt, toegestemd. Maar, zal iemand zeggen, men vindt onder dergelijke orthodoxen toch nog zooveel verschil van meening en afwijking van de kerkelijke belijdenis. Zonder twijfel, en dat is ook wel bekend. Noem slechts de Schriftbeschouwing, en de leer der praedestinatie, welke onderwerpen genoegzaam zijn om een harde en allesbehalve vredelievende discussie uit te lokken. Orthodox en orthodox in den zin der confessie zijn nog twee.

En om dit punt te benaderen, hebben wij eerst in het algemeen over het belijden der kerk gesproken, om daarna de geformuleerde belijdenis te berde te brengen.

De orthodoxie vertoont een veelkleurig beeld, hetwelk nog maar zeer ten naastebij wordt geteekend door de z.g. richtingen als ethisch, confessioneel, gereformeerd, om slechts de gangbare termen te gebruiken. Wij gaan niet verder ontleden met links en rechts, streng en ultra, hoewel ook deze analyse gebruikelijk is. Als het er op aan komt, heeft iedere predikant toch weer een eigen tint en wij zouden dit ook van de afzonderlijke gemeenteleden kunnen zeggen.

Het gevolg is, dat de zuivere orthodoxie naar de belijdenis der Formulieren boven de menigte uitgaat en een boven-persoonlijk karakter aanneemt. Daarin komt trouwens tot uitdrukking, wat zij wil zijn, n.l. belijdenis van het geloof der kerk, dat naar de Schrift is. Zij wil niet anders getuigen den de goddelijke leer. Zij geeft een beeld van de waarlijk kerkelijke orthodoxie.

Van uit die waarlijk kerkelijke orthodoxie moet de kerk haar roeping vervullen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Thursday 21 February 1946

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

De opdracht der Kerk en haar belijdenis

Bekijk de hele uitgave van Thursday 21 February 1946

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

PDF Bekijken