Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

MEDITATIE

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

MEDITATIE

De Borg

7 minuten leestijd

Indien gij dan Mij zoekt, zoo laat dezen heengaan. Johannes 18 vs. 8b

 Nu we weer aan het begin van de lijdensweken staan, werden onze gedachten nog meer dan anders samengetrokken op het lijden en sterven van den Heere Jezus Christus, die zijn leven gegeven heeft, opdat des doods schuldige zondaren het leven in Hem zouden vinden. En zoo zien we Hem ook in onzen tekst als onzen Borg, Die zich overgeeft in de plaats van zijn volk: „Indien gij dan Mij zoekt, zoo laat dezen heengaan".

De Heere Jezus sprak deze woorden in den hof Gethsémané, toen een groote bende gekomen was om Hem gevangen te nemen en Hem over te leveren aan de overpriesters, die besloten hadden om Hem te dooden. Aan het hoofd van die bende was Judas gekomen, die Hem verraden zou met een kus. Deze Judas is een waarschuwend voorbeeld voor een ieder van ons. Is hij niet jarenlang de discipel van Christus geweest ? Heeft hij Zijn prediking niet beluisterd ? Heeft hij Zijn vele wonderen niet gezien ? En toch wordt hij een verrader? Zouden we dan allen niet moeten vragen met de andere discipelen : „Ben ik het misschien ook, Heere ? " Is ook ons hart niet boos en arglistig. En moeten we daarom niet bidden met den psalmist: „Doorgrond mij, o God, en ken mijn hart; beproef mij en ken mijn gedachten en zie of bij mij een schadelijke weg zij, en leid mij op den eeuwigen weg".

Achter Judas is die bende den hof binnengekomen. Maar in de verwarring, die ontstaan is, kunnen ze niet zeggen, wie nu door Judas is gekust. De Heere Jezus zal nu echter toonen, dat Hij zich vrijwillig overgeeft. Hij vraagt dan ook aan hen : „Wien zoekt gij ? " En hun antwoord is : „Jezus, den Nazarener !" Hoe vreeselijk is het, Jezus te zoeken, niet om eeuwige behoudenis in Hem te vinden, maar om Hem te verderven. Opdat ze echter nog tot inkeer zouden komen, toont de Heiland iets van Zijn goddelijke majesteit en heerlijkheid. Koninklijk klinkt 't uit Zijn mond : „Ik ben het!" En wanneer Hij dit zegt, vallen ze allen achterover ter aarde. En dat geschiedt tot tweemaal toe. Het helpt echter niet, zij verharden zich. Zooals we ons van nature allen verharden.

Maar wanneer ze den Heere Jezus straks gebonden meevoeren, dan weten ze toch, dat Hij zich vrijwillig heeft overgegeven. Welk een dierbare gedachte is dit voor allen, die den Heere Jezus Christus hebben leeren lief krijgen, dat Hij zich vrijwillig heeft overgegeven m den dood, ja, den dood des kruises, om Zijn volk van dien dood te verlossen. En daarom kan de Heere Jezus ook tot allen, die zichzelf arm en ellendig hebben leeren kennen, die een Borg en Middelaar zoeken voor hun zonde en schuld, zeggen : Ik ben het, uw Verlosser en uw Zaligmaker.

Die bendeleden zijn echter rampzalige zoekers. Ze zoeken geen heil en zaligheid in Hem en daarom zullen ze vinden het eeuwige verderf. Ze nemen dan ook den Heiland gevangen en ze leveren Hem over, opdat Hij gedood zou worden. De discipelen mogen echter vrij weggaan. Ze geven gehoor aan het verzoek van den Heiland : „Indien gij dan Mij zoekt, zoo laat dezen heengaan".

Welk een ondoorgrondelijke liefde ligt er in deze woorden opgesloten. De discipelen des Heeren zijn in grooten nood. Ze loopen gevaar, ook gevangen genomen te worden, ook overgeleverd te worden, ook gedood te worden. Dat wist de Heere Jezus. En daarom zegt Hij ook : „Indien gij dan Mij zoekt, zoo laat dezen heengaan" Wie worden nu met die „dezen" bedoeld ? Alleen de discipelen ? Neen, de gansche kerk des Heeren, uit alle tijden en alle landen. Die „dezen" zijn allen, die ontdekt zijn aan hun zonden, die zich schuldig weten aan al de geboden des Heeren, die zich met duizend banden gebonden weten aan de zonde en de wereld, maar die door den Heere van die banden verlost worden.

Wanneer we tot dat volk behooren, dat door den Heere onderwezen wordt, zijn we zoo gelukkig. Want voor dat volk nu heeft Christus geleden. Om dat volk te zaligen, heeft Hij het uitgesproken in den hof Gethsémané: „Indien gij dan Mij zoekt, zoo laat dezen heengaan".

Welk een genade ligt er dan in dezen Borg : voor Jezus de banden, voor u de vrijlating. Voor Hem de strijd, voor u de overwinning. Voor Hem de dood, voor u het leven.

„Indien gij dan Mij zoekt, zoo laat dezen heengaan". Ach, Zijn discipelen kunnen Hem immers toch niet helpen bij Zijn werk. Hij moet de pers alléén treden, terwijl er niemand is, die Hem terzijde staat. Den verzoeningsdood kan Hij alleen sterven, omdat Hij is de Middelaar Gods en der menschen. En daarom beschermt Hij in Zijn trouwe liefde Zijn ontrouwe discipelen. En daarom stelt Hij hier Zijn leven ook voor de schapen. Hoe duidelijk komt hier het plaatsbekleedende lijden van den Borg en Middelaar toch uit! Misschien zijn er onder de lezers wel, die nu moeten zeggen : „Heere, ik heb door mijn zonden en schulden den dood verdiend". Zie dan op dien Middelaar, die de straf op Zich neemt, die wij verdiend hebben. Hij laat zich gewillig binden, opdat Zijn discipelen in vrijheid zouden kunnen heengaan. Wat is de liefde van dien Borg toch groot!

„Indien gij dan Mij zoekt, zoo laat dezen heengaan". Christus de Heere wordt gegrepen en gebonden, omdat Hij zich liet grijpen en binden. We gaan het in de komende weken weer gedenken, hoe Hij werd overgeleverd, bespot, gegeeseld en tenslotte aan het kruis genageld.

En wanneer we dien ganschen lijdensweg van den Heere Jezus overzien, moeten we toch wel zeer hard zijn, wanneer we niet eens een oogenblik ontroerd zijn. Ja, velen weenen over het lijden van dien Borg. Maar zouden we niet veel meer moeten weenen over eigen zonde en ongerechtigheid. Want de Heere Jezus heeft zoo moeten lijden om onze zonde en schuld. Velen vinden hun beeld geteekend in de woorden van dien dichter :

Ik deed als Jeruzalems dochters weleer, Ik weende om de pijn van mijn lijdenden Heer', Ik dacht er niet aan, dat ik zelf door mijn schuld. Zijn kroon had gevlochten. Zijn beker gevuld.

Maar wil het Borgwerk van Christus nu voor ons vrucht dragen, dan zullen we eerst moeten leeren weenen en treuren over onze zonden. We zullen ontdekt moeten worden aan onze schuld. We zullen ons als verloren zondaren moeten leeren kennen. Dan mogen we echter zien op die oneindige liefde Gods in den Heere Jezus Christus, die zichzelf liet binden om ons van de zondebanden te verlossen. Dan wordt het enkel genade, dat Christus daar werd gebonden en weggeleid. Want in dien weg alleen kon er aan het recht des Heeren worden voldaan, in dien weg alleen was er voor een arm en ellendig volk, dat op den Naam des Heeren vertrouwt, een mogelijkheid van zalig worden.

„Indien gij dan Mij zoekt, zoo laat dezen heengaan''. In dezen Borg bezit het kind des Heeren alles wat het noodig heeft. Door dezen Borg kan het volk des Heeren éénmaal heengaan. Heengaan naar de hel ? Neen ! Heengaan naar den eeuwigen vrede, die alle verstand te boven gaat. Heengaan naar de zalige rust, die er overblijft voor het volk Gods. Heengaan naar het Vaderhuis met zijn vele woningen, om daar eeuwig te zingen van Gods goedertierenheen.

Wanneer we door een waar geloof met dien Borg en Middelaar verbonden zijn, zullen we in Hem alles hebben om wèlgetroost te leven en eenmaal zalig te sterven En na volbrachten levensstrijd zingen we dan;

Dan ga ik op tot Gods altaren, Tot God, mijn God, de bron van vreugd, Dan zal ik, juichend, stem en snaren. Tot roem van Zijne goedheid paren. Die, na kortstondig ongeneugt, Mij eindeloos verheugt.

(Loon op Zand)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 februari 1946

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

MEDITATIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 februari 1946

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

PDF Bekijken