Bekijk het origineel

MEDITATIE

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

MEDITATIE

Kerstmis 1946. „Er is een Kindeke geboren op aard'!"

3 minuten leestijd

....ende zij baarde haren eerstgeboren Zoon . . . . . Lukas 2 vs. 7.

Vloek en zegen in de stal.

De ontroerende werkelijkheid van Kerstfeest openbaart ons twee diametraal tegenover elkaar staande zaken : vloek en zegen.

„En zij baarde". Zooals ieder kind in barensweeën wordt gebaard, zoo werd ook eenmaal het Christuskind met smart door de moeder op deze aarde voortgebracht.

Ontroerende werkelijkheid, maar ook ontroerende herinnering: zij baarde. Want deze twee woorden „zij baarde" herinneren ons aan de sprake Gods, eenmaal gesproken tot het gevallen menschenpaar in het Paradijs. Tot de vrouw zei Hij : „Ik zal zeer vermenigvuldigen uwe smart, namelijk uwer dracht, met smart zult gij kinderen baren".

De weeën van het baren bij de geboorte van elk kind is de bestraffende stem Gods der vervloeking, die vanuit het verloren Paradijs vanwege onze zondeval nog altijd tot ons klinkt.

Ja, ook eenmaal geklonken heeft in de stal van Bethlehem : en zij baarde.

De vloek, onze vloek in de stal van Bethlehem.

Maar, o heerlijke Kerstprediking, nu staat er nog een woord : „En zij baarde — vloek uit het Paradijs — haar eerstgeboren Zoon en dat is de zegen uit den Hemel : Een kindeke, rein en teer, zonder zonde, zonder erfsmet, niet in zonden ontvangen en geboren. Diep mysterie.

De vloek van het Paradijs samen met de reine zegen des Hemels.

De zegen des Hemels gewikkeld in onze vloek ! En nu is het dan pas Kerstfeest, écht Kerstfeest in het hart, met iets van de Kerstvreugde van Engelen, herders en wijzen uit het Oosten, als we tegenover de vloek, tegenover onze eigen persoonlijke vloek, ja in onze vloek mogen aanschouwen het Kerstekind als een zegen des Hemels.

De vloek onzer geboorte en onzes levens leeren zien als David in Psalm 51 : „Zie, ik ben in ongerechtigheden geboren en in zonden heeft mij mijne moeder ontvangen".

Een kindeke geboren op aard! Een gewoon kind, op gewone wijze geboren als een ander kind en een natuurlijk mensch zou gezegd hebben : „Is dat nu alles ? " en zou doorgeloopen zijn.

Maar wie de vloek van „het baren" in zijn eigen leven heeft ontdekt en heeft terug gevonden in de stal, voor hem wordt dat „gewone" kind, in onze vloek gebaard en in onze vloek gewikkeld : de Profeet, van wien Mozes sprak, de Priester, op wien Zacharias wees, de Koning, van wien de Psalmisten getuigden, het Offerlam, waarover Jesaja profeteerde.

Dan buigen herders het hoofd in ontroering. Dan vallen Wijzen uit het Oosten neer in aanbidding.

Dan kust Maria haar kind met een kus van moederliefde, omdat het haar kind is, maar ze kust het ook met een kus van kinderliefde des Geestes, omdat het haar Zaligmaker is. Die haar vloek wegdroeg om de zegen te schenken.

Mijn ziel verheft Gods eer, Mijn geest mag blij den Heer Mijn Zaligmaker noemen.

Dan zijn de barenssmarten van de vloek geleden, dan is de verdoemende kracht van de wet voorbij, dan maakt de vloek in de stal plaats voor volkomen zegen, dan wordt de stal altemaal licht van vrede en zegen en ruischt de reine geestelijke vreugde in het hart van Maria en de Kerstjubel in het hart van de gansche Kerk : Eere zij God in de hoogste hemelen. Vrede op aarde, in menschen een welbehagen !

Amen.

(Bodegraven)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 december 1946

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

MEDITATIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 december 1946

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

PDF Bekijken