Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Samuël, een zoon der Wet.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Samuël, een zoon der Wet.

FEUILLETON

4 minuten leestijd

EEN VERHAAL UIT HET HEDENDAAGSE PALESTINA

73)

Maar verder spreken verstikte bij hem de vuist van Fanuël, die onvoorziens zijn keel omspande, hem schudde en haast tot bewusteloosheid worgde, terwijl diens andere arm hem aan des ruiters knie drukte. Duisternis, waar vonken en sterren doorheen dansten, breidde zich voor zijn ogen uit, en alleen een vreselijke angst om te stikken gaf hem opeens op haar hoogtepunt de kracht om. zich te bevrijden.

Toen hij was los gekomen, sprong hij, naar lucht happend, terug, en liet zijn armen zinken.

Met onafgewende blik staarde hij de jonge kerel in het gezicht, dat in zijn vormen en lijnen wel een tiental jaren te oud scheen, en over de gloed van toorn, die hem daareven had doorbruisd, legde zich nu iets kouds, een ontzetting, een gruwend erkennen : dit was de greep geweest en heel het gedrag van een moordenaar, daarvan slechts in graad verschillend !

Hij zag daar nu niet meer voor zich een ruwe en slechte vechtersbaas, die hem in kracht overtrof, neen, voor het eerst van zijn leven zag hij het kwaad in eigen persoon voor zich.

Hij herkende dat dadelijk, op de eerste blik, ofschoon het hem tot nu toe geheel vreemd was geweest, en voortaan was zijn ziel voor Fanuël bevreesd.

Zijn oog, dat door een vuistslag getroffen was, deed hem pijn. Maar dat kon hem niet schelen. Hij zou de ergste stoten en duwen nog op de koop toe hebben genomen, om maar zijn wens te bereiken. Maar nu gaf hij de strijd op. De vijandschap had uit onvermoede diepte hem aangeleerd, waar hij haar nooit zou ontmoeten.

Fanuël bekeek hem luid lachend, en toen zette hij het dier weer aan tot een korte draf. Haast buiten adem, nadat men geprobeerd had hem te wurgen, rende Samuël ze achterna. Op die manier haalden zij de koopman in, die een eind vooruit was en Samuël riep hem toe : „Reb Lemberger, zeg u het hem eens ! Het is de ezel van mijn vader, ik mag hem alleen maar aan de teugel leiden !" Zijn stem sloeg over.

„Nou, hij mag hem immers leiden !" hoonde Fanuëlé „Ik heb hem geslagen, omdat hij het verdiende".

Lemberger was blijven staan en zag hun nu tegemoet. „Jij moet van dat dier af gaan", zei hij nu tot zijn zoon.

Ik dank je lekker !

„Niet om de knaap, maar om der wille van Reb Sinaï, die binnenkort het hoofd van onze gemeente wordt".

„Van mijn gemeente niet, dat kan ik u wel zeggen. Ik ben toch geen dwaas, om een rijezel onbezet te laten lopen en dan zelf te voet daarnaast te gaan kuieren. Laat die giftige jongen maar omkeren, als hij dat verkiest; wij hebben hem helemaal niet nodig".

„Maar dat kan nu eenmaal niet. Hij heeft een opdracht gekregen. Blijf dan tenminste in mijn buurt".

Zo zetten zij zich dan weer in beweging. De gespierde benen van Fanuël hingen haast, tot op de grond, raakten het trillende gras aan en stootten zo nu en dan op een steen. Als dat gebeurde, overlaadde hij Samuël met scheldwoorden, omdat hij niet een betere weg koos. Half verdoofd hield deze de teugels vast ; het bloed bruiste hem in de oren. Vernederd en vol verborgen afschuw nam hij er genoegen mee, om tenminste door het langzaam laten lopen van de ezel aan te duiden, dat hij zijn rechten niet prijs gaf.

Toen zij een ogenblik in het eikenbos bij Hartije uitrustten, merkte hij, dat Lemberge met zijn zoon iets wou bespreken. Zij zaten samen te rekenen en spraken over kopen en verkopen, over het gaan langs de dorpen en over het kopen in winkels. Hij ging zo ver mogelijk van hem af zitten en keek naar een troep jonge Arabieren, die op enige afstand met woest rijden, schieten, trommelen en schreeuwen een soort „Zondags-fantasie" opvoerden. Het lukte hem niet om iets van zijn brood er in te krijgen, hij voelde nog steeds die duim op zijn keel.

(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 oktober 1947

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's

Samuël, een zoon der Wet.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 oktober 1947

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's

PDF Bekijken