Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

MEDITATIE

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

MEDITATIE

HIJ VOOR ONS

8 minuten leestijd

Jes. 53 : 5. Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld; de straf, die ons de vrede aanbrengt, was op Hem en door Zijn striemen is ons genezing geworden.

Jesaja 53 tekent ons het plaatsbekledend lijden en sterven van Christus. De Heere had de profeet wondere vergezichten doen zien. Door de Geest der profetie heeft hij veel mogen zien en verkondigen van de Persoon en het werk van Christus. Niet alleen van Zijn geboorte, maar ook van Zijn lijden en sterven, ja, ook van Zijn overwinning.

Als uit de verte heeft de profeet gezien, wat daar rondom Golgotha zou plaats hebben. Hij zag de Christus voor zich als de lijdende Knecht des Heeren. Hij zag, hoe Hij geplaagd en geslagen, verbrijzeld en doorwond werd.

En nu zou men kunnen denken, dat deze Mens een kwaaddoener was, die om Zijn zonde door God geplaagd en geslagen en verdrukt werd, maar de profeet zag dieper. Hij zag de oorzaak, waarom deze Mens al deze dingen lijden moest. En Gods Kerk van alle eeuwen ziet het ook, wanneer het oog des geloofs ontsloten wordt, en getuigt met de profeet: Niet om eigen zonde of om eigen overtredingen, maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld, de straf, die ons de vrede aanbrengt was op Hem, en door Zijn striemen is ons genezing geworden.

Jesaja zag het goed en als onze ogen er voor open mogen zijn, zullen we het ook zien : In die geslagen en vernederde Man van Smarten kunnen we ons eigen beeld vinden. In die veroordeelde kwaaddoener, die weggeleid wordt om gekruisigd te worden, kunnen we zien, wat we waard zijn. "Wij achten" ons vele dingen waard, maar om geslagen en bespot en veroordeeld te worden, dat achten wij onszelf niet waard. Maar wie het door ontdekkende genade te weten gekomen is, wie hij is voor God in zijn zonde en opstand ; en wie met tranen van berouw onder het rechtvaardig vonnis Gods heeft leren buigen, en dan door zijn tranen heen met het oog des geloofs op deze Christus mag zien, die roept uit: Hij gaat daar in onze plaats. Hij is om onze overtredingen verwond, doorboord.

Zie, hoe Hij in Gethsemané over de grond kruipt; Zijn ziel is geheel bedroefd en verwond vanwege de toorn Gods tegen de zonde. Zie Hem daar staan voor Kajafas en voor Pilatus en hoor, hoe spottende woorden Zijn ziel doorboren. Zie, hoe Hij weggeleid wordt als een misdadiger om terechtgesteld te worden en een gevloekte dood te sterven.

Zie het goed, want daaraan kunt ge zien, wat ge waard zijt, want Hij is om onze overtredingen verwond. Hij had geen overtredingen, maar het was om onze overtredingen. Het woord, voor ,,overtreding" gebruikt ziet op onze bondsbreuk, op onze opstand. We hebben met God gebroken. We zijn van Hem afgevallen, hebben de wapens tegen Hem opgenomen. We hebben Gods wet overtreden en doen dagelijks nog niet anders dan de door God gestelde grenzen in Zijn wet overtreden. Overtredingen naar rechts en overtredingen naar links. Zijn we het te weten gekomen ? Is het ons wel tot leed en tot schuld geworden ? Hebben we er last van gekregen ?

Als we gezond en sterk zijn, hebben we niet zoveel belangstelling voor de smarten en pijnen van anderen. Maar als we zelf door pijn en smart terneergeslagen zijn, dan krijgen we belangstelling voor het lijden van anderen. Zo is het hier ook : Als we ons nog gezond en sterk wanen, dan hebben we geen oog voor die geslagen en verbrijzelde Christus, maar als we door zonde-pijn terneergebogen en verslagen zijn, als onze ziel door onze overtredingen verwond is, dan krijgen we oog voor die lijdende Christus, dan wordt Hij oais noodzakelijk en dierbaar, dan wordt Hij ons de Schoonste der mensenkinderen, op. Wiens lippen genade is uitgestort. En dan leert het geloof het verstaan : Hij is om onze overtredingen verwond en om onze ongerechtigheden is hij verbrijzeld. In het woord, dat door „ongerechtigheid" is vertaald, zit de betekenis van : krom, verkeerd zijn. Wij zijn verkeerd. Door de zonde zijn we verkeerd en verdorven geworden, geneigd tot kromme wegen. Wij zijn de waarheid gaan haten en hebben de leugen liefgekregen ; we hebben ons van het goede afgewend en zijn de zonde achterna gaan lopen ; we kunnen niet anders en we willen niet anders. Wie is er verbrijzeld onder ? Verbrijzeld van droefheid en berouw, dat hij, die geschapen is om in Gods wegen te wandelen, niet anders kan dan de ijdelheden nalopen ? Wie voelt er wat van, dat hij door zijn ongerechtigheden wordt meegevoerd naar het verderf ? Wie is er mee in de schuld gekomen ? Wiens hart is verbrijzeld van schuld vanwege zijn ongerechtigheden ?

Zie dan eens af van uzelf en zie op Hem ! Hij is om onze ongerechtigheden verbrijzeld! Schouwt het aan, is er één smart gelijk Zijn smart ? Zie Hem daar worstelen in Gethsémané, terwijl het zweet als droppelen bloeds Hem van het aangezicht loopt hoe is Hij verbrijzeld onder de toorn Gods tegen onze ongerechtigheden. Zie Hem daar hangen aan het kruis, in de verzengende zon. Zie, hoe de wonden steken in handen en voeten, waardoor de spijkers gedreven zijn. Zie, hoe Hij verbrijzeld is, en geloof : het was om onze ongerechtigheden.

En de straf, die ons de vrede aanbrengt, was op Hem. Wij hebben straf verdiend. De zonde kan niet ongestraft blijven. De zonde moet weggenomen, weggedragen, verzoend worden. Wij kunnen met onze zonde niet bestaan voor God. Dat gevoelen we niet zo, we denken, dat het zo erg nog niet is, maar wilt ge weten; hoe erg God de zonde vindt ? Zie dan op die lijdende Christus. Zie, hoe Hij daar hangt aan het kruis, uitgeworpen van de aarde en teruggestoten van de hemel, een gevloekte dood stervend. Dat is onze plaats, zó erg vindt God de zonde, zo streng straft God de zonde! Hebben we het gezien en zijn we het er mee eens geworden, dat die straf rechtvaardig verdiend is ? Wij vinden de zonde niet erg. Wij houden de zonde vast en wij willen de wereld dienen. Maar God toornt over dat ijdele, zelfzuchtige, liefdeloze leven van ons en God zal dat niet ongestraft laten, maar naar Zijn rechtvaardig oordeel wil Hij het tijdelijk en eeuwiglijk straffen Hebben we het geleerd, niet alleen uit de Catechismus, maar ook door de Heilige Geest ? Hebben we onder dat oordeel leren buigen ? „Heere, Uw doen is rein. Uw vonnis gans rechtvaardig, als Gij mij voor eeuwig verstoot". Dat is gemakkelijker beleden, dan beleefd, maar als er een mens is, die zichzelf veroordelen moet, en die bekennen moet dat hij straf verdiend heeft, hoor : de straf, die ons de vrede aanbrengt, was op Hem. Hij is onder de roede van Gods verbolgenheid doorgegaan. Hij is weggeleid om gevonnist te worden. Hij is van God verlaten geweest en heeft de straf van de eeuwige dood geleden, opdat strafwaardige zondaren, die voor God in de schuld komen, voor eeuwig van de straf ontheven zouden worden. Wanneer er zijn, die rust noch vrede meer hebben vanwege hun zonde en vanwege het oordeel Gods, daar is voor hen goede tijding : de straf, die ons de vrede aanbrengt, was op Hem ! Hij heeft de smarten van de eeuwige dood geleden, opdat gij, daarvan bevrijd, in Gods gunst zoudt mogen delen en vrede zoudt mogen hebben in Hem.

En meer nog zegt onze tekst van Hem : ,,Door Zijn striemen is óns genezing geworden". Zie, hoe de geselslagen op Hem neerstriemden ; hoe zijn de voren diep getrokken, hoe zijn de doornen Hem in het hoofd gedrukt, hoe striemden de spot- en smaadwoorden Hem in de ziel, hoe is Hij geslagen en geplaagd, opdat een volk, geslagen en geplaagd, gewond en verbrijzeld, in Hem genezing zou vinden.

Hebt ge de genezing al bij Hem leren zoeken, lezer ? Doen de striemen u pijn ? Hebben de geselslagen der wet hun voren lang getogen ? Hoe bevondt ge uzelf in de spiegel van Gods wet ? „Wonden en striemen en etterbuilen, het ganse hoofd is krank, het ganse hart is mat, van de voetzool af tot het hoofd toe is er niets geheels aan hetzelve". Hebt ge uzelf zó bevonden ? Wat zal dan die Christus u dierbaar zijn. Hij is verbroken en verbrijzeld onder de slagen van Gods wet, zodat er niets geheels meer aan Hem was, opdat verbrokenen van hart en verslagenen van geest door Zijn striemen genezing zouden vinden. Die gezond zijn, hebben de Medicijnmeester niet van node, maar hier is medicijn voor zieke mensen : „Waarlijk, Hij heeft onze krankheden op Zich genomen en onze smarten heeft Hij gedragen. Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld. De straf, die ons de vrede aanbrengt, was op Hem en door Zijn striemen is ons genezing geworden".

 (Huizen (N.H.). )

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 maart 1949

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

MEDITATIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 maart 1949

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

PDF Bekijken